Arm van geest

Arm van geest

Arm van geest 1080 529 VISFER

Mattheüs 5

1 Toen Jezus de menigte zag, ging Hij de berg op, en nadat Hij was gaan zitten, kwamen Zijn discipelen bij Hem.
2. En Hij opende Zijn mond en onderwees hen. Hij zei:
3. Zalig zijn de armen van geest, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
4. Zalig zijn zij die treuren, want zij zullen vertroost worden.
5. Zalig zijn de zachtmoedigen, want zij zullen de aarde beërven.
6. Zalig zijn zij die hongeren en dorsten naar de gerechtigheid, want zij zullen verzadigd worden.
7. Zalig zijn de barmhartigen, want aan hen zal barmhartigheid bewezen worden.
8. Zalig zijn de reinen van hart, want zij zullen God zien.
9. Zalig zijn de vredestichters, want zij zullen Gods kinderen genoemd worden.
10. Zalig zijn zij die vervolgd worden om de gerechtigheid, want van hen is het Koninkrijk der hemelen.
11. Zalig bent u als men u smaadt en vervolgt, en door te liegen allerlei kwaad tegen u spreekt, omwille van Mij.
12. Verblijd en verheug u, want uw loon is groot in de hemelen, want zo hebben ze de profeten vervolgd die er vóór u geweest zijn.

Wie zijn deze armen van geest?

Arm van geest zijn moet heel belangrijk en waardevol zijn, als het betekent dat je daardoor bezit neemt van het Koninkrijk der hemelen!

Hoe weten we of we arm van geest zijn? Hier zijn een aantal kenmerken van iemand die arm van geest is:

  1. Wie arm van geest is, is altijd gering in eigen ogen. Hij verheft zich niet, hij praalt niet. Ook al wordt hij door anderen geringgeschat en door de mensen opzij geschoven, dan nog neemt hij alles als Gods wil, en verblijdt zich erover het kruis van Jezus te dragen in de navolging van het Lam. Het wordt natuurlijk om de weg van het Lam te gaan, verootmoedigingen worden zijn spijze, verhoging zijn loon. (1 Petrus 5:5; 1 Petrus 4:13; 1 Petrus 5:6)
  2. Hij houdt ervan al zijn werk in het verborgene te doen en hij neemt geen eer van mensen. (Matteüs 6:1-14)
  3. Hij neemt graag de laagste plaats in, niet omdat hij daardoor probeert hogerop te komen, maar omdat hij vindt dat juist deze plaats bij hem past en hij bij deze plaats. (Lukas 14:7-11; Filippenzen 2:3)
  4. Hij is terughoudend in zijn optreden, niet vrijpostig en veeleisend.
  5. Hij geeft graag zijn voordelen op om ze aan anderen over te laten. (Filippenzen 2:4)
  6. Hij streeft er niet naar iets te zijn, noch op een aardse noch op een geestelijke manier; zijn enige wens is van ogenblik tot ogenblik Gods wil te doen.
  7. Hij streeft niet naar invloed bij mensen, maar heel zijn verlangen is dat de mensen onder Gods beïnvloeding zullen komen. (1 Korinthiërs 2:1-5; 1 Korinthiërs 9:19-23)
  8. De tijd is kostbaar voor hem, hij laat er niets van verloren gaan; tegelijkertijd is hij rustig en laat hij zich nooit tot haastwerk verleiden. (Efeze 5:16-17)
  9. Hij heiligt zichzelf opdat anderen zich door zijn voorbeeld kunnen heiligen in waarheid. (Johannes 17:19; 1 Timoteüs 4:16)
  10. Hij verloochent zichzelf, opdat zijn leven niet op enige wijze tot aanstoot voor anderen zal zijn. (Matteüs 16:24)
  11. Hij is tevreden met het kruis dat God op hem legt en hij beklaagt zich er niet over als anderen hem kwellen.
  12. Hij onttrekt zich niet aan het lijden, want als hij zelf beproefd is, kan hij anderen te hulp komen. (Romeinen 8:18; 2 Korinthiërs 1:3-5)
  13. Hij is even tevreden waar God hem ook zet, zowel in de krioelende mensenmassa als in eenzaamheid; want op ieder plaats ontmoet hij zijn God omdat hij Zijn wil doet.
  14. Hij doet z’n best dat anderen in zijn gedrag alleen maar de waarheid kunnen vinden, zowel in geestelijke als aardse dingen.
  15. De liefde dringt hem bij te dragen tot het nut van de anderen; hij voelt dat hij in de schuld staat bij allen; zijn leven vormt zich als het leven van een dienaar, en hij draagt graag de lasten van anderen.
  16. Omdat hij arm van geest is, droomt hij niet van het grote, maar verwacht hij het kleine en kijkt daarnaar uit; geen werk is onbeduidend en niemand te klein om te dienen.
  17. Hij maakt geen onderscheid en is een dienaar voor allen. Daarom gaat hij even graag daarheen waar verdriet heerst als daar waar de blijdschap bruist. (Marcus 9:35; 1 Korinthiërs 9:19-23;Romeinen 12:15-16)
  18. Hij leeft zijn leven met het doel het als offer af te leggen. (Markus 10:45; Johannes 15:12-13)
  19. Hij is bereid op dorens te treden, als hij maar anderen in hun lijden kan verkwikken. (2 Korinthiërs 1:3-6; Kolossenzen 1:24)
  20. Hij heeft zijn oor geopend voor Gods stem, niet om daar maar vol zelfbehagen van te genieten, maar om te doen wat hij heeft gehoord.

Arm van geest zijn is werkelijk iets om na te streven – “Zalig de armen van geest, want hunner is het Koninkrijk der hemelen!”