Bijbelstudie: Maar eerst de kaper uit de cockpit! – Deel 5

Bijbelstudie: Maar eerst de kaper uit de cockpit! – Deel 5

Bijbelstudie: Maar eerst de kaper uit de cockpit! – Deel 5 626 710 VISFER

Naar een Bijbelstudie van Sidney Wilson

Diabolos fronst de wenkbrauwen! Uit de kajuit dringen verontrustende klanken tot hem door. Je moet ook altijd op je qui-vive zijn in dit toestel, je kunt geen moment je aandacht laten verslappen! Daar begint me wis en waarachtig zo’n ellendeling enthousiast propaganda te maken voor wat hij noemt een nieuwe visie op de wederkomst van mijn ergste Vijand. Ik dacht nog wel dat het me zo goed gelukt was om dat gevaarlijke onderwerp voorgoed in de doofpot te stoppen. En nu moet je die kerel eens zien! Hij zit me daar toch met die fanatiek stralende ogen te vertellen wat een zegen hij ervan ontvangen heeft, toen hij hoorde dat Jezus terug zou komen, niet alleen als Rechter om de levenden en de doden te oordelen, maar dat Hij in de eerste plaats terug zou komen om Zijn gemeente, Zijn Bruid, tot Zich te nemen.

Diabolos’ gezicht verstrakt helemaal.

‘Weet je’, vertelt de man, ‘vroeger verlangde ik er helmaal niet naar dat Jezus terug zou komen, integendeel! Eerlijk gezegd was ik er doodsbenauwd voor! Maar ik had dan ook nooit anders gehoord dan dat Hij als Rechter zou komen. Daar kwam bij dat ik in het boek van de Openbaring gelezen had van de ontzettende dingen die er in die tijd gaan gebeuren: van de vreselijke rampen en oorlogen. Ik zal jullie er even iets van voorlezen, dan begrijp je wat ik bedoel’.

Diabolos had moeite om niet te gillen. Daar gaat me dat stuk misbaksel warempel ook nog voorlezen uit dat ellendige Boek! Ik vind het al erg genoeg als ze met elkaar over die dingen beginnen te zemelen – maar als ze uit dat verwenste Boek beginnen voor te lezen, krijg ik een gevoel alsof er een zwaard door me heengaat!

‘Ik zal jullie voorlezen uit Openbaring 6. Daar staat dit: … en daar geschiedde een grote aardbeving en de zon werd zwart als een haren zak en de maan werd geheel als bloed. En de sterren des hemels vielen op de aarde … En de hemel week terug als een boekrol, die wordt opgerold, en alle berg en eiland werd van zijn plaats gerukt. En de koningen der aarde en de groten en de oversten over duizend en de rijken en de machtigen en iedere slaaf en vrije verborgen zich in de holen en de rotsen der bergen; en zij zeiden tot de bergen een tot de rotsen: Valt op ons en verbergt ons voor de toorn van het Lam; want de grote dag van hun toorn is gekomen en wie kan bestaan?’

‘Weet je’, vervolgde de man, ‘ik werd er helemaal koud van. En ik vroeg me af hoe ik zoiets zou kunnen doorstaan zonder mijn geloof te verliezen. Ik durfde ook haast niet verder te lezen, maar aan de andere kant kon ik het ook niet laten. Mijn haar ging recht overeind staan, bij wijze van spreken dan, toen ik in hoofdstuk 16 las: … ik hoorde een luide stem uit de tempel zeggen tot de zeven engelen: Gaat heen en giet de zeven schalen van de gramschap Gods uit op de aarde. Brr, ik rilde al bij de gedachte toen ik verder las wat er allemaal gaat gebeuren. Nee, dan ging ik duizend maal liever vóór die tijd maar dood! Het enige wat me nog een beetje moed gaf, was de gedachte dat het nog wel heel lang op zich zou laten wachten. Dan zou ik er toch ook niet meer bij zijn.
Verlangen naar de wederkomst van Christus? Nee, dat was er echt niet bij! Maar toen kwam er een grote dag in mijn leven die ik nooit vergeten zal. Er kwam iemand bij ons op bezoek en die begon er over te praten. Mijn eerste reactie was: Weet je nou niets beters dan dat? Maar hij deed zo enthousiast, dat ik wel luisteren moest! En hij liet uit de Bijbel zien dat Jezus voor ons, Zijn kinderen, niet terugkomt als de strenge Rechter, maar als de liefdevolle Bruidegom om ons als Zijn Bruid tot Zich te nemen in heerlijkheid.’

Diabolos gaat recht overeind zitten. Wie kan dat nu weer geweest zijn? Laat ik die niet in mijn klauwen krijgen.

‘In het begin’, gaat de man verder, ‘snapte ik er helemaal niets van. Het was allemaal zo nieuw en het was alsof die bezoeker uit een heel andere wereld praatte. Ik wist gewoon niet waar hij het over had. Maar toch begon er een verlangen in me wakker te worden …’

Diabolos schuift onrustig heen en weer. Daar heb je het gezanik al! Weer een die is gaan verlangen naar de komst van die Aartsvijand van me! Straks is het einde zoek!

‘Weet je’, ging de stem verder, ‘die bezoeker wees me erop hoe Paulus in 1 Thessalonicenzen 1 schrijft dat die bewoners van Thessalonica zich van de afgoden bekeerd hadden … om de levende en waarachtige God te dienen, en uit de hemelen Zijn Zoon te verwachten … En dan staat er ook bij: … die ons verlost van de komende toorn. Hè, wat een opluchting was dat. Het was juist voor die komende toorn dat ik zo bang was geweest. Maar als Jezus van die komende toorn verloste, hoefde ik er niet bang voor te zijn. Alleen snapte ik nog niet hoe dat gebeuren moest.

Onze gast legde het me verder uit: ‘Voordat Gods toorn over de wereld wordt uitgegoten, haalt Jezus ons eerst uit de wereld weg. Hij heeft in Johannes 14 gezegd: In het huis mijns Vaders zijn vele woningen – anders zou Ik het u gezegd hebben – want Ik ga heen om u plaats te bereiden; en wanneer Ik heengegaan ben en u plaats bereid heb, kom Ik weder en zal u tot Mij nemen, opdat gij zijn moogt, waar Ik ben.’

Dat had ik allemaal wel eerder gelezen, maar nooit goed begrepen.
‘Maar hoe zal Jezus ons dan weghalen voordat het oordeel over de wereld wordt uitgegoten?’, vroeg ik.
‘Nu, dat staat in 1 Thessalonicenzen 4, was het antwoord. En met zo’n blijdschap op zijn gezicht las hij de volgende woorden van Paulus aan me voor: … de Here Zelf zal op een teken, bij het roepen van een aartsengel en bij het geklank ener bazuin Gods, nederdalen van de hemel, en zij, die in Christus gestorven zijn, zullen het eerst opstaan; daarna zullen wij, levenden, die achterbleven, samen met hen op de wolken in een oogwenk weggevoerd worden, de Here tegemoet in de lucht, en zó zullen wij altijd met de Here wezen.’

Ja, dat had ik ook wel eens eerder gelezen, maar zonder er raad mee te weten – het leek zo vreemd. Onze gast echter scheen er enorm enthousiast over. Het staat er zo duidelijk, zei hij. ‘Gek toch dat de mensen er zo lang overheen gelezen hebben! Als de Heer terugkomt, komt Hij niet dadelijk op de aarde, maar zoals daar staat: in de lucht. Wij worden dan opgenomen en gaan Hem daar, in de lucht, tegemoet. Daarom spreken we van de opname van de gemeente.’

Ik vond het nog helemaal niet zo duidelijk. Hoe kun je nu zo maar iemand in de lucht tegemoet gaan – dat leek me toch wel erg vreemd. Maar voor onze gast scheen dat helemaal geen probleem – hij wist overal wel een verklaring voor. ‘Ja natuurlijk’, zei hij, ‘zouden we dat niet zo maar in onze tegenwoordige toestand kunnen doen, maar in 1 Corinthiërs 15 legt Paulus uit, hoe het wel kan. Onze lichamen worden veranderd. Paulus zegt het zo: Zie, ik deel u een geheimenis mede. Allen zullen wij niet ontslapen, maar allen zullen wij veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, bij de laatste bazuin, want de bazuin zal klinken en de doden zullen onvergankelijk opgewekt worden en wij zullen veranderd worden. Want dit vergankelijke moet onvergankelijkheid aandoen en dit sterfelijke moet onsterfelijkheid aandoen.

Zie je wel, zei hij, zo eenvoudig als wat!’ Nu, ik zag het nog niet zo, maar ergens begon er toch wel iets bij me te schemeren. En zijn enthousiasme sleepte me mee.

Diabolos heeft moeite, om de man niet toe te brullen zijn mond te houden en niet langer zulke nonsens uit te kramen. Maar hij zou zichzelf er alleen maar mee verraden.

De stem in de cabine gaat verder: ‘Nu, ik moest het eerst allemaal eens rustig verwerken – het was allemaal zo nieuw voor me. Ik noteerde de Bijbelteksten die onze gast voorgelezen had en toen hij weg was, ging ik alles eens voor mezelf nalezen. Ik kwam er nog niet dadelijk uit en mijn vriend moest nog wel een keertje terugkomen, eer ik alles op een rijtje had. Maar toen begon die machtige boodschap van Jezus’ wederkomst voor me te dagen. Ik tuimelde van de ene verbazing in de andere …’.

‘Wat u daar zegt’, klinkt er nu een andere stem uit de cabine, ‘lijkt echt wel op de Bijbel gebaseerd, maar toch snap ik iets niet. Het lijkt net alsof er twee totaal verschillende lezingen zijn over de wederkomst van Christus: de ene in Mattheüs 24 en de andere in Mattheüs 25. Aan de ene kant is er wat u zegt, dat Christus verschijnt in de lucht en Hij Zijn uitverkorenen bijeen vergadert, zoals u gelezen hebt in 1 Thessalonicenzen 4. Aan de andere kant lees ik in Mattheüs 25 dat Jezus op aarde komt, op Zijn troon zal zitten, dat de mensen voor Hem vergaderd zullen worden en dat Hij dan pas de schapen van de bokken scheidt. Dus dat er dan pas uitgemaakt wordt, wie er naar de hemel en wie er naar de hel gaat. Ik kan deze twee dingen absoluut niet met elkaar rijmen! Ze hebben het weleens over de twee Jesaja’s, maar ik zou bijna gaan denken dat we hier met twee Mattheüssen te maken hebben. Het zijn twee zo totaal verschillende lezingen, die in hoofdstuk 24 en in hoofdstuk 25!’

‘Ja, dat snap ik heel best’, klinkt de eerste stem weer, ‘dat was nu net precies hetzelfde probleem, waar ik zelf ook mee kwam te zitten toen ik rustig alles voor mezelf ging nalezen. Ik heb onze gast toen maar gauw opgebeld en gevraagd of hij zo gauw mogelijk terug wilde komen omdat hij me helemaal van mijn stuk had gebracht en ik er totaal niet meer uitkwam. Hij stond toen al heel gauw op de stoep. We gingen er weer bij zitten, de Bijbel erbij en hij heeft me alles haarfijn uit de doeken gedaan. En wil je wel geloven, ik kon mijn blijdschap gewoon niet op. Het is zo iets machtigs dat we niet met angst hoeven uit te zien naar de komst van de Rechter, maar dat we met verlangen mogen uitzien naar de komst van de Bruidegom! Toen ben ik gaan begrijpen waarom die eerste christenen zo verlangden naar de wederkomst van de Heer. Bij mijzelf kwam er ook een heel nieuwe glans over mijn leven. Mijn kijk op de Bijbel werd ook volkomen anders. En nu kan ik er gewoon mijn mond niet over houden – ik moet het aan anderen vertellen, waar ik maar de kans krijg. Ik zal u dat van Mattheüs 24 en 25 wel even uitleggen …’

Zo, gromt Diabolos in zichzelf, aan anderen vertellen waar je maar de kans krijgt. Maar ik ben er ook nog! Daar zal ik wel een stokje voor weten te steken. Ik me maar uitsloven om de komst van die Aartsvijand zo saai en onaantrekkelijk mogelijk voor te stellen, opdat de mensen er zo weinig mogelijk aandacht aan zullen besteden en zo’n geniepig wanproduct zal al mijn werk zomaar weer kapot maken. Dat zal hem niet glad zitten. Als de mensen zich voor deze dwaasheden gaan interesseren, dan zouden ze in de verzoeking kunnen komen die ellendige Bijbel er verder op na te snuffelen. En waar kom je dan terecht? Dat zou op een ware epidemie kunnen uitlopen! Dan is het einde helemaal zoek! Er moet iets tegen gedaan worden – en gauw! Maar wat? Het staat er allemaal zo duidelijk in dat verwenste Boek – ik kan het onmogelijk tegenspreken. Diabolos staart peinzend voor zich uit. Ik moet er iets op vinden en ik zál er iets op vinden …’