De Shema

De Shema

De Shema 442 211 VISFER

De Shema is een van de slechts twee gebeden die specifiek als gebod worden aangegeven in de Thora (de andere is Birkat Ha-Mazon – genade na de maaltijd). Het is sinds de oudheid het oudste, vaste en dagelijkse gebed in het jodendom, ’s morgens en ’s avonds uitgesproken. Het bestaat uit drie Bijbelse passages, waarvan er twee specifiek aangeven over deze dingen te spreken “wanneer je gaat liggen en wanneer je opstaat”. Dit gebod wordt vervuld door het Shema op te nemen in de liturgie voor Ma’ariv (avonddiensten) en Shacharit (ochtenddiensten). Traditionele gebedenboeken bevatten ook een Shema voor het slapengaan, een reeks passages inclusief het Shema dat je thuis moet lezen voordat je ’s avonds naar bed gaat.

Deel 1: Deuteronomium 6:4-9

Het eerste deel van het Shema begint met een van de bekendste, meest fundamentele uitingen van het joodse geloof, en degene waaraan dit gebed zijn naam dankt: Shema Yisra’el … (Hoor, Israël). Deze uitdrukking is zo fundamenteel dat de meest liberale hervormingssynagoge die ik ken deze woorden aan de buitenkant van het gebouw heeft uitgehouwen in voethoge letters (zij het in het Engels). De tweede regel van dit deel (Barukh sheim k’vod …) maakt eigenlijk geen deel uit van deze passage uit de Torah. Het komt zelfs nergens in de Bijbel voor. Het is een gemeentelijk antwoord uit de dagen van de tempel: wanneer de Hogepriester de Goddelijke Naam zou zeggen, zouden de mensen met deze regel antwoorden. Tegenwoordig wordt er niet hardop gezegd, behalve tijdens de diensten van Yom Kippur.

Sh’ma Yisra’eil Adonai Eloheinu Adonai echad.
Hoor Israël, Adonai, onze God, Adonai is Eén.

In een ondertoon:
Barukh sheim k’vod malkhuto l’olam va’ed.
Gezegend zij de Naam van Zijn glorieuze koninkrijk voor eeuwig en altijd.

V’ahav’ta eit Adonai Elohekha b’khol l’vav’kha uv’khol naf’sh’kha uv’khol m’odekha.
En gij zult Adonai uw God liefhebben met geheel uw hart en geheel uw ziel en geheel uw vermogen.

V’hayu had’varim ha’eileh asher anokhi m’tzav’kha hayom al l’vavekha.
En deze woorden, die Ik u heden gebied zullen op uw hart zijn.

V’shinan’tam l’vanekha v’dibar’ta bam
En u zult het ijverig aan uw kinderen onderwijzen, en u zult over hen spreken

b’shiv’t’kha b’veitekha uv’lekh’t’kha vaderekh uv’shakh’b’kha uv’kumekha
En gij zult ze uw kinderen inprenten en erover spreken, wanneer u in uw huis zit en wanneer u op de weg gaat en bij uw te ruste gaan en bij uw opstaan.

Uk’shar’tam l’ot al yadekha v’hayu l’totafot bein einekha.
En gij zult ze als een teken op uw hand binden en zij zullen tot voorhoofdstekenen tussen uw ogen zijn.

Ukh’tav’tam al m’zuzot beitekha uvish’arekha.
En gij zult ze op de deurposten van uw huis en op uw poorten schrijven.

Part 2: Deuteronomy 11:13-21

Het tweede deel van het Shema herhaalt veel van de thema’s uit het eerste deel, maar voegt beloften van beloningen en straffen toe.

V’hayah im shamo’a tish’m’u el mitz’votai
En het zal zeker geschieden als u naar de geboden luistert

asher anokhi m’tzaveh et’khem hayom
dat ik je vandaag beveel

l’ahavah et Adonai Eloheikhem ul’av’do b’khol l’vav’khem uv’khol naf’sh’khem
om de Heer, je God, lief te hebben en hem te dienen met heel je hart en heel je ziel,

V’natati m’tar ar’tz’khem b’ito yoreh umal’kosh
v’asaf’ta d’ganekha v’tirosh’kha v’yitz’harekha.
Dat zal ik regen geven aan jouw land, de vroege en de late regen, zodat u zich kunt verzamelen uw graan, uw wijn en uw olie.

V’natati eisev b’sad’kha liv’hem’tekha v’akhal’ta v’sava’ta.
En ik zal gras geven in uw velden voor uw vee en u zult eten en u zult tevreden zijn.

Hisham’ru lakhem pen yif’teh l’vav’khem
v’sar’tem va’avad’tem Elohim acheirim v’hish’tachavitem lahem

Pas op, opdat uw hart niet wordt misleid en je omdraait en andere goden dient en ze aanbidt.

V’charah af Adonai bakhem v’atzar et hashamayim v’lo yih’yeh matar
v’ha’adamah lo titein et y’vulah

En woede van de Heer zal tegen je oplaaien, en hij zal de hemel sluiten en er zal geen regen zijn, en de aarde zal je niet haar volheid geven,

va’avad’tem m’heirah mei’al ha’aretz hatovah asher Adonai notein lakhem.
en je zult snel ten onder gaan uit het goede land dat de Heer je geeft.

V’sam’tem et d’varai eileh al l’vav’khem v’al naf’sh’khem
uk’shar’tem otam l’ot al yed’khem v’hayu l’totafot bein eineikhem
.
Dus u zult deze, mijn woorden, op uw hart en op uw ziel leggen;
en gij zult ze binden als tekenen op uw handen, en zij zullen zijn als voorhoven tussen uw ogen.

V’limad’tem otam et b’neikhem l’dabeir bam
En u zult ze aan uw kinderen leren, en u zult over deze spreken,

b’shiv’t’kha b’veitekha uv’lekh’t’kha vaderekh uv’shakh’b’kha uv’kumekha
wanneer je thuis zit, en wanneer je onderweg loopt, en wanneer je gaat liggen en wanneer je opstaat.

Ukh’tav’tam al m’zuzot beitekha uvish’arekha.
En u zult ze op de deurposten van uw huis en aan uw poorten schrijven.

L’ma’an yirbu y’maychem vi-y’may v’naychem al ha-adamah
asher nishba Adonai la-avotaychem latayt lahem ki-y’may ha-shamayim al ha-aretz.

Om uw dagen en de dagen van uw kinderen op het land te verlengen hetgeent de Heer je vaders beloofde dat hij hun zou geven, zolang de dagen dat de hemel over de aarde is.

Part 3: Numbers 15:37-41

Dit derde deel van het Shema vermeldt niet de noodzaak om over deze zaken in de ochtend en nacht te spreken. Het spreekt over de tzitzit (franjes) die traditioneel als een touw om de vinger worden gedragen als een herinnering aan de geboden, zoals de tefillin en mezuzot die in de eerste twee paragrafen worden geboden. De passage is ook opgenomen om de mitswa te vervullen om de Exodus uit Egypte elke dag van ons leven te herinneren.

Vayo’mer Adonai el mosheh lei’mor
En de Heer sprak tot Mozes en zei …

Dabeir el b’nei Yis’ra’eil v’amar’ta aleihem
Spreek tot de kinderen van Israël en zeg tegen hen

v’asu lahem tzitzit al kan’fei vig’deihem l’dorotam
v’nat’nu al tzitzit hakanaf p’til t’kheilet
ze moeten zichzelf tzitzit (franjes) maken op de hoeken van hun kleding gedurende hun generaties, en geef de tsitzit van elke hoek een blauwe draad.

V’hayah lakhem l’tzitzit ur’item oto uz’khar’tem et kol mitz’vot Adonai
va’asitem otam v’lo taturu acharei l’vav’khem v’acharei eineikhem asher atem zonim achareihem

En zij zullen tzitzit voor u zijn, en wanneer u naar hen kijkt, zult u alle geboden van de Heer onthouden en doe ze en volg niet je hart en je ogen die je op een dwaalspoor brengen.

L’ma’an tiz’k’ru va’asitem et kol mitz’votai viyitem k’doshim lei’loheikhem
Om al Mijn geboden te gedenken en te doen en heilig te zijn voor je God.

Ani Adonai Eloheikhem
Ik ben de Heer, jouw God,

asher hotzei’ti et’khem mei’eretz Mitz’rayim lih’yot lakhhem leilohim
die je uit het land Egypte leidde om een ​​God voor je te zijn.

Ani Adonai Eloheikhem
Ik ben de Heer, jouw God