Enkele Mythen & Feiten omtrent Jeruzalem door Mitchell G. Bard

Enkele Mythen & Feiten omtrent Jeruzalem door Mitchell G. Bard

Enkele Mythen & Feiten omtrent Jeruzalem door Mitchell G. Bard 600 320 VISFER

Mythe:

Jeruzalem is een Arabische stad.

Feit:

Joden wonen al drie millennia onafgebroken in Jeruzalem. Ze vormen daar sinds 1840 de grootste afzonderlijke groep inwoners. Jeruzalem bevat de Westelijke Muur van de Tempelberg, de heiligste plaats in het Jodendom. Jeruzalem was nooit de hoofdstad van een Arabische entiteit. In feite was het een opstapje voor het grootste deel van de Arabische geschiedenis en heeft nooit gediend als een provinciale hoofdstad onder islamitische heerschappij.

Hoewel het geheel van Jeruzalem heilig is voor Joden, vereren moslims slechts één plaats – de Al-Aqsa-moskee. “Voor een moslim,” merkte de Britse schrijver Christopher Sykes op, “bestaat er een diepgaand verschil tussen Jeruzalem en Mekka of Medina. De laatste zijn heilige steden die heilige plaatsen bevatten.”


Mythe:

De Tempelberg is altijd een islamitische heilige plaats geweest.

Feit:

Tijdens de 2000 Camp David Summit zei Yasser Arafat dat er op de Tempelberg nooit een Joodse Tempel bestond. Een jaar later vertelde de door de Palestijnse autoriteit aangewezen Moefti van Jeruzalem (van 1994 tot 2006), Ikrima Sabri, tegenover de Duitse publicatie Die Welt: “Er is niet de minste indicatie van het bestaan ​​van een Joodse tempel op deze plek in het verleden. In de hele stad is er niet eens een steen die de Joodse geschiedenis aangeeft.”

“De Zionistische beweging heeft uitgevonden dat dit de locatie was van de Tempel van Salomon. Maar dit is helemaal een leugen.” (Sjeik Raed Salah, een leider van de Islamitische Beweging in Israël)

Deze standpunten worden tegengesproken door een boek met de titel A Brief Guide to al-Haram al-Sharif, gepubliceerd door de Opperste Moslimraad in 1924. De Raad, de belangrijkste moslimautoriteit in Jeruzalem tijdens het Britse mandaat, schreef in de gids dat de Tempelberg-site “een van de oudste is ter wereld. De heiligheid ervan dateert uit de vroegste tijden. Haar identiteit met de site van Salomon’s Tempel staat buiten kijf. Dit is ook de plek, volgens het universele geloof, waarop David daar een altaar voor de Here bouwde en brandoffers en vredeoffers aanbood.”

In een beschrijving van het gebied van Solomon’s Stables (de paardenstallen van koning Salomon) en nadat islamitische ambtenaren van Waqf in 1996 deze tot een nieuwe moskee hadden omgeturnd, vertelt de gids: “er is weinig bekend over de vroege geschiedenis van de kamer zelf. Het dateert waarschijnlijk al van tijdens de bouw van de Tempel van Salomon… Volgens Josephus was deze in gebruik en werd door de Joden gebruikt als een toevluchtsoord ten tijde van de verovering van Jeruzalem door Titus in het jaar 70 na Chr.”

Meer gezaghebbend beschrijft de Koran – het heilige boek van de islam – de bouw van de Eerste Tempel door Salomo (34:13) en beschrijft de vernietiging van de Eerste en Tweede Tempel (17: 7).

De Joodse band met de Tempelberg dateert meer dan drieduizend jaar en is geworteld in traditie en geschiedenis. Toen Abraham zijn zoon Isaak als een offer aan God vastbond op een altaar, wordt hij verondersteld dit te hebben gedaan bovenop de berg Moria, de huidige Tempelberg. Het Heilige der Heiligen van de Eerste Tempel bevatte de oorspronkelijke Ark van het Verbond en zowel de Eerste als de Tweede Tempel waren de centra van het Joodse religieuze en sociale leven tot de vernietiging van de Tweede Tempel door de Romeinen. Na de vernietiging van de Tweede Tempel, Na de vernietiging van de Tweede Tempel, werd het bestuur over de Tempelberg overgelaten aan verschillende overwinnende machten. Het was tijdens de vroege periode van islamitische controle, in de zevende eeuw, dat de Rotskoepel werd gebouwd op de plaats van de oude tempels.

“Gedurende drieduizend jaar was Jeruzalem het centrum van Joodse hoop en verlangen. Geen enkele andere stad heeft zo’n dominante rol gespeeld in de geschiedenis, cultuur, religie en het bewustzijn van een volk als Jeruzalem in het leven van het Jodendom en het Jodendom. Gedurende eeuwen van ballingschap, bleef Jeruzalem overal in de harten van de Joden leven als het brandpunt van de Joodse geschiedenis, het symbool van oude glorie, spirituele vervulling en moderne vernieuwing. Dit hart en ziel van het Joodse volk wekt de gedachte op dat als je één eenvoudig woord wilt om de hele Joodse geschiedenis te symboliseren, dat ene woord “Jeruzalem” zou zijn.” (Teddy Kollek, burgemeester van Jeruzalem van 1965 tot 1993)


Mythe:

Jeruzalem moet niet de hoofdstad van Israël zijn.

Feit:

Sinds Koning David Jeruzalem meer dan drieduizend jaar geleden tot hoofdstad van Israël maakte, heeft de stad een centrale rol gespeeld in het Joodse bestaan. De Tempelberg in de Oude Stad is het voorwerp van Joodse verering en de focus van het Joodse gebed. Drie keer per dag, duizenden jaren lang, hebben de Joden gebeden: “Naar Jeruzalem, uw stad, zullen we terugkeren met vreugde”, en hebben de eed van de Psalmist herhaald: “Als ik u vergeet, Jeruzalem, laat dan mijn rechterhand zichzelf vergeten.”

Mythe:

De Arabieren waren bereid om de internationalisering van Jeruzalem te accepteren.

Feit:

Toen de Verenigde Naties de Palestijnse kwestie in 1947 opvatten, beval het aan om heel Jeruzalem te internationaliseren. Het Vaticaan en veel overwegend katholieke delegaties drongen aan op deze status, maar een belangrijke reden voor het besluit van de VN was het verlangen van het Sovjetblok om de koning Abdullah en zijn Britse beschermers in verlegenheid te brengen door Abdullah de controle over de stad te ontzeggen.

Het Joodse Agentschap ging na lang zoeken naar gelijkgestemde zielen, akkoord met internationalisering in de hoop dat het op korte termijn de stad zou beschermen tegen bloedvergieten en de nieuwe staat tegen conflicten. Omdat de scheidingsresolutie na tien jaar pleitte voor een referendum over de status van de stad en Joden een aanzienlijke meerderheid vertegenwoordigden, was de verwachting dat de stad later in Israël zou worden opgenomen. De Arabische staten kantten zich net zo sterk tegenover de internationalisering van Jeruzalem als omtrent de rest van het scheidingsplan.

In mei 1948 viel Jordanië [Oost-]Jeruzalem binnen en bezette het voor het eerst in zijn geschiedenis, en verdeelde duizenden Joden – wier families eeuwenlang in de stad hadden geleefd – in ballingschap. Bijgevolg werd het VN-verdelingsplan, inclusief het voorstel om Jeruzalem te internationaliseren, door de gebeurtenissen ingehaald.

“U moet de Joden Jeruzalem laten hebben; zij waren het die het beroemd maakten.” (Winston Churchill)


Mythe:

Internationalisering is de beste oplossing om de tegenstrijdige aanspraken op Jeruzalem op te lossen.

Feit:

De schijnbare onhandelbaarheid van het oplossen van de tegenstrijdige aanspraken op Jeruzalem heeft ertoe geleid dat sommige mensen het idee van internationalisering van de stad nieuw leven hebben ingeblazen. Vreemd genoeg kreeg het idee weinig steun in de loop van de negentien jaar dat Jordanië de oude stad bestuurde en Joden en Israëlische moslims van hun heilige plaatsen afsloot.

Het feit dat Jeruzalem wordt betwist, of dat het van belang is voor andere mensen dan Israëlische Joden, betekent niet dat de stad aan anderen toebehoort of zou moeten worden geregeerd door een of ander internationaal regime. Er is geen precedent voor een dergelijke opstelling. Het dichtst bij een internationale stad was het naoorlogse Berlijn toen de vier machten de controle over de stad deelden en dat experiment een ramp bleek te zijn.

Zelfs als Israël bereid zou zijn tot zo’n idee, welke internationale groep zou dan kunnen worden toevertrouwd om de vrijheden te beschermen die Israël al garandeert? Zeker niet de Verenigde Naties, die sinds de verdeling geen begrip hebben getoond voor Israëlische bekommernissen.


Mythe:

Terwijl het de controle voerde over Jeruzalem, verzekerde Jordanië de vrijheid van religieuze beleving voor alle godsdiensten.

Feit:

Van 1948 tot 1967 was Jeruzalem verdeeld tussen Israël en Jordanië. Israël maakte westelijk Jeruzalem tot hoofdstad; Jordanië bezette het oostelijke deel. Omdat Jordanië een staat van oorlog met Israël handhaafde, werd de stad verdeeld tussen twee bewapende kampen, vol met betonnen muren en bunkers, prikkeldraadhekken, mijnenvelden en andere militaire versterkingen.

Op grond van paragraaf acht van de wapenstilstandsovereenkomst van 1949 moesten Jordanië en Israël commissies instellen om de hervatting van het normale functioneren van culturele en humanitaire instellingen op de Scopus Berg, het gebruik van de begraafplaats op de Olijfberg en vrije toegang tot heilige plaatsen en culturele instellingen. Jordanië schond echter de overeenkomst en onthield de Israëli’s toegang tot de Westelijke Muur en de begraafplaats op de Olijfberg, waar Joden hun doden hebben begraven gedurende meer dan vijfentwintighonderd jaar.

Onder Jordaans bestuur “werden Israëlische christenen onderworpen aan verschillende beperkingen tijdens hun seizoensgebonden pelgrimstochten naar hun heilige plaatsen” in Jeruzalem, merkte Teddy Kollek op. “Er waren slechts beperkte aantallen die met tegenzin toestemming hadden gekregen om de Oude Stad en Bethlehem kort te bezoeken met Kerstmis en Pasen.”

In 1955 en 1964 nam Jordanië wetten aan die strikte overheidscontrole op christelijke scholen oplegden, waaronder beperkingen op de opening van nieuwe scholen, overheidscontrole over schoolfinanciën, de benoeming van leraren en de vereiste dat de koran zou worden onderwezen. In 1953 en 1965 nam Jordanië wetten aan waardoor het recht van christelijke religieuze en charitatieve instellingen om onroerend goed in Jeruzalem te verwerven, werd opgeheven.

In 1958 arresteerde de politie de Armeense verkozen Patriarch en deporteerde hem uit de Jordaan, waardoor de weg werd geëffend voor de verkiezing van een patriarch die de steun kreeg van de regering van koning Hussein. Vanwege dit repressieve beleid zijn veel christenen uit Jeruzalem geëmigreerd. Hun aantal daalde van vijfentwintigduizend in 1949 tot minder dan dertien duizend in juni 1967.

Al deze discriminerende wetten werden door Israël afgeschaft nadat de stad in 1967 herenigd was.

Mythe:

Jordanië beschermde Joodse heilige plaatsen.

Feit:

Jordanië ontheiligde Joodse heilige plaatsen tijdens zijn bezetting van 1948-67. Koning Hussein stond ​​de aanleg toe van een weg naar het Intercontinental Hotel over de begraafplaats van de Olijfberg. Honderden Joodse graven werden verwoest door een snelweg die gemakkelijk elders had kunnen worden gebouwd. De grafstenen, ter nagedachtenis aan rabbijnen en geleerden, werden door het ingenieurskorps van het Jordaanse Arabische Legioen gebruikt als bestrating en latrines in legerkampen (inscripties op de stenen waren nog steeds zichtbaar toen Israël de stad bevrijdde).

De oude Joodse wijk van de oude stad werd verwoest, achtenvijftig synagogen in Jeruzalem – sommige enkele eeuwen oud – werden verwoest of geruïneerd, andere werden veranderd in stallen en kippenhokken. Huizen met krottenwijken werden tegen de Westelijke Muur gebouwd.

Mythe:

Onder de Israëlische heerschappij werd de godsdienstvrijheid in Jeruzalem onderdrukt.

Feit:

Na de oorlog van 1967 schafte Israël alle discriminerende wetten af ​​die door Jordanië waren afgekondigd en keurde het zijn eigen strenge norm goed om de toegang tot religieuze heiligdommen te waarborgen. “Wie iets doet dat de vrije toegang van de leden van de verschillende religies tot de voor hen heilige plaatsen waarschijnlijk schendt”, stelt de Israëlische wet, is “voor een periode van vijf jaar vatbaar voor gevangenisstraf.” Israël vertrouwde ook het bestuur van de heilige plaatsen toe aan hun respectieve religieuze autoriteiten. Zo bijvoorbeeld berust de verantwoordelijkheid voor de moskeeën op de Tempelberg bij de islamitische Waqf.

Het ministerie van Buitenlandse Zaken merkt op dat de Israëlische wet voorziet in vrijheid van aanbidding en de regering respecteert dit recht.

“Ik respecteer ook het feit dat Israël voorziet in een multireligieus klimaat waarin elke vrijdag duizend moslims openlijk bidden op de Tempelberg in Jeruzalem. Toen ik dat zag, moest ik me afvragen, waar ergens in de islamitische wereld kunnen 1.000 Joden samenkomen en bidden in volledige openbaarheid?” (moslim auteur Irshad Manji)

Mythe:

Israël ontzegt moslims en christenen vrije toegang tot hun heilige plaatsen.

Feit:

Sinds 1967 zijn honderdduizenden moslims en christenen – velen uit Arabische landen die in oorlog met Israël blijven – naar Jeruzalem gekomen om hun heilige plaatsen te zien.

Volgens de islam werd de profeet Mohammed op wonderbaarlijke wijze van Mekka naar Jeruzalem gebracht en maakte vanaf daar zijn beklimming naar de hemel. De Rotskoepel en de Al-Aqsa-moskee, beide gebouwd in de zevende eeuw, maakten de identificatie van Jeruzalem definitief als de zogeheten ‘Verre Plaats‘ die in de Koran wordt genoemd en dus een heilige plaats na Mekka en Medina. Islamitische rechten op de Tempelberg, de plaats van de twee heiligdommen, zijn niet geschonden.

“Er is maar één Jeruzalem. Vanuit ons perspectief is Jeruzalem niet het voorwerp voor een compromis. Jeruzalem was van ons, zal van ons zijn, is van ons en zal dat voor altijd als zodanig blijven. (Premier Yitzhak Rabin)

Na de hereniging van Jeruzalem tijdens de Zesdaagse Oorlog, stond de minister van Defensie, Moshe Dayan, het islamitische gezag, de Waqf, toe zijn civiele autoriteit op de Tempelberg voort te zetten, hoewel het deel uitmaakt van de heiligste plaats in het Jodendom. De Waqf houdt toezicht op alle dagelijkse activiteiten daar. Een Israëlische aanwezigheid is aanwezig bij de ingang van de Tempelberg om toegang voor mensen van alle religies te garanderen.

Arabische leiders zijn vrij om Jeruzalem te bezoeken om er te bidden, net zoals de Egyptische president Anwar Sadat dat deed in de Al-Aqsa-moskee in 1977. Om veiligheidsredenen worden soms beperkingen opgelegd aan de Tempelberg, maar het recht op aanbidding is nooit verkort, en andere moskeeën blijven toegankelijk, zelfs in tijden van hoge spanning.

Voor christenen is Jeruzalem de plaats waar Jezus leefde, predikte, stierf en herrees. Hoewel het hemelse eerder dan het aardse Jeruzalem door de kerk wordt benadrukt, hebben plaatsen die in het Nieuwe Testament worden genoemd, in het bijzonder de plaatsen waar Jezus actief was, eeuwenlang pelgrims en toegewijde aanbidders aangetrokken. Onder deze sites bevinden zich de Kerk van het Heilig Graf, de Tuin van Getsemane, de plaats van het Laatste Avondmaal en de Via Dolorosa met de veertien staties van het Kruis.

De rechten van de verschillende christelijke kerken odie waken over de christelijke heilige plaatsen in Jeruzalem, werden bepaald in de loop van de negentiende eeuw, toen Jeruzalem deel uitmaakte van het Ottomaanse rijk. Bekend als het “status-quo arrangement voor de christelijke heilige plaatsen in Jeruzalem’” bleven deze rechten van kracht gedurende de periode van het Britse mandaat en worden ze vandaag nog steeds bevestigd in Israël.

Mythe:

Israël heeft geweigerd om een ​​compromis over de toekomst van Jeruzalem te bespreken.

Feit:

Jeruzalem was nooit de hoofdstad van een Arabische entiteit. Palestijnen hebben geen speciale claim op de stad; ze eisen het gewoon als hun hoofdstad. Niettemin heeft Israël erkend dat de stad een grote Palestijnse bevolking heeft, dat de stad belangrijk is voor moslims en dat concessies doen over de soevereiniteit van de stad het conflict met de Palestijnen zou kunnen helpen minimaliseren. De Palestijnen hebben echter geen wederzijdse waardering getoond voor de Joodse meerderheid in de stad, de betekenis van Jeruzalem voor het Joodse volk, of het feit dat het al de hoofdstad van het land is.

Iedereen die een duim van Jeruzalem opgeeft is geen Arabier noch een moslim.” [Yasser Arafat]

De Israëlisch-Palestijnse Principeverklaring (DoP) die in 1993 werd ondertekend, liet de status van Jeruzalem open. In artikel V staat alleen dat Jeruzalem een ​​van de onderwerpen is die in de onderhandelingen over de permanente status moeten worden besproken.

De meeste Israëliërs zijn tegen het verdelen van Jeruzalem; er zijn echter inspanningen geleverd om een ​​compromis te vinden dat de Palestijnse belangen kan bevredigen. Terwijl bijvoorbeeld de Labour Party aan de macht was, bereikten onderminister van Buitenlandse Zaken en Knesset-lid Yossi Beilin naar verluidt een voorlopig akkoord dat de Palestijnen in staat zou stellen de stad als hun hoofdstad op te eisen zonder dat Israël de soevereiniteit over haar hoofdstad zou opofferen. Beilin’s idee was om de Palestijnen toe te staan ​​hun hoofdstad op te zetten in een buitenwijk van de Westelijke Jordaanoever van Jeruzalem-Abu Dis. De PA bouwde vervolgens een gebouw voor zijn parlement in de stad.

Premier Ehud Barak bood dramatische concessies aan die de Arabische buurten van Oost-Jeruzalem in staat zouden stellen om de hoofdstad van een Palestijnse staat te worden, en de Palestijnen de controle gegeven over de islamitische heilige plaatsen op de Tempelberg. Deze ideeën werden besproken tijdens de Top van het Witte Huis in december 2000, maar afgewezen door Yasser Arafat.

In 2008 bood premier Ehud Olmert een vredesplan dat de opdeling van Jeruzalem op demografische basis omvatte. Abbas wees het aanbod af.

Mythe:

Israël heeft de politieke rechten van Palestijnse Arabieren in Jeruzalem beperkt.

Feit:

Samen met religieuze vrijheid hebben Palestijnse Arabieren in Jeruzalem ongekende politieke rechten. Arabische inwoners kregen de keuze om Israëlische burgers te worden. De meesten kozen ervoor om hun Jordaanse nationaliteit te behouden, maar in de afgelopen jaren hebben steeds meer mensen het Israëlische staatsburgerschap aangevraagd. Zelfs als een Palestijnse staat werd gecreëerd, zouden de meeste Palestijnen ervoor kiezen om in Israël te wonen volgens een peiling door het Palestijnse Centrum voor het Openbaar Ministerie Opinie in juni 2015. Uit de peiling bleek dat 52 procent van de Palestijnen die in Oost-Jeruzalem wonen de voorkeur zou geven aan burgers van Israël te zijn, vergeleken met 42 procent die het burgerschap in een Palestijnse staat zouden kiezen. Ongeacht of zij burgers zijn, het is Jeruzalem-Arabieren toegestaan ​​te stemmen bij gemeenteraadsverkiezingen en een rol te spelen in het bestuur van de stad.

“Ik dring er bij de moslims op aan om de jihad te lanceren en al hun vermogens te gebruiken om moslim Palestina en de heilige al-Aqsa-moskee te restaureren en te bevrijden van de Zionistische usurpators en agressors. De moslims moeten verenigd zijn in de confrontatie van de Joden en degenen die hen steunen.” [Saoedische koning Fahd]

Mythe:

Onder VN-resolutie 242 wordt Oost-Jeruzalem beschouwd als ‘bezet gebied.”

Feit:

Een van de ontwerpers van de VN-resolutie was de Amerikaanse ambassadeur aan de Verenigde Naties, Arthur Goldberg. Volgens Goldberg verwijst ‘Resolutie 242 op geen enkele manier naar Jeruzalem, en deze omissie was opzettelijk… Jeruzalem was een afzonderlijke aangelegenheid, niet gekoppeld aan de Westelijke Jordaanoever.” In verschillende toespraken voor de VN in 1967 zei Goldberg: “Ik heb herhaaldelijk verklaard dat de wapenstilstandslijnen van 1948 bedoeld waren als tijdelijk. Dit was natuurlijk in het bijzonder waar voor Jeruzalem. Ik heb nooit in deze vele toespraken naar Oost-Jeruzalem verwezen als bezette gebieden.”

Omdat Israël zichzelf verdedigde tegen agressie in de oorlogen van 1948 en 1967, schreef Steven Schwebel, de voormalige president van het Internationaal Gerechtshof, dat Israël een betere aanspraak op soevereiniteit kan laten gelden over Jeruzalem dan zijn Arabische buren.

“De basis van onze positie blijft dat Jeruzalem nooit meer een verdeelde stad mag zijn. We hebben het status-quo vóór 1967 niet goedgekeurd; we pleiten er op geen enkele manier voor om er nu weer naar terug te keren.” [President George H. W. Bush]

Mythe:

Oost-Jeruzalem zou deel moeten uitmaken van een Palestijnse staat omdat daar nooit enige Joden hebben gewoond.

Feit:

Vóór 1865 leefde de gehele bevolking van Jeruzalem achter de oude stadsmuren (wat vandaag als een deel van het oostelijke deel van de stad zou worden beschouwd). Later begon de stad uit te breiden buiten de muren vanwege bevolkingsgroei, en zowel Joden als Arabieren begonnen nieuwe wijken in de stad te bouwen.

Tegen de tijd van de verdeling leefde er een bloeiende Joodse gemeenschap in het oostelijke deel van Jeruzalem, een gebied dat de Joodse Kwartier van de Oude Stad omvatte. Dit gedeelte van de stad bevat ook veel bezienswaardigheden die van belang zijn voor de Joodse religie, waaronder de stad David, de Tempelberg en de Westelijke Muur (aka Kotel of Klaagmuur). Daarnaast zijn er belangrijke instellingen zoals de Hebreeuwse universiteit en het oorspronkelijke Hadassah-ziekenhuis op de berg Scopus – in oostelijk Jeruzalem.

De enige keer dat het oostelijke deel van Jeruzalem uitsluitend Arabisch was, was tussen 1949 en 1967, en dat was omdat Jordanië het gebied had bezet en met geweld alle Joden verdreef.

Mythe:

De Verenigde Staten erkennen Jeruzalem als de hoofdstad van Israël.

Feit:

“Internationale wetgeving maakt staten de enige determinanten van hun eigen hoofdstad.” Niettemin, van de 190 landen waarmee Amerika diplomatieke betrekkingen onderhoudt, is Israël het enige land wiens hoofdstad niet wordt erkend door de Amerikaanse regering. De Amerikaanse ambassade, net als de meeste anderen, bevindt zich in Tel Aviv, veertig mijl van Jeruzalem. De Verenigde Staten onderhouden echter een consulaat in het oostelijke deel van Jeruzalem dat zich bezighoudt met Israëlische Joden in Jeruzalem en Palestijnen in de gebieden.

Het kantoor werkt onafhankelijk van de ambassade, rapporteert rechtstreeks aan Washington en de consul-generaal is niet geaccrediteerd voor Israël. Zijn woning bevindt zich in het westelijke deel van Jeruzalem. Een hele reeks regels (bijvoorbeeld het niet toelaten van officiële auto’s om de Amerikaanse vlag in de stad te laten wapperen en de geboorteplaats te markeren van Amerikanen die geboren zijn in Jeruzalem als Jeruzalem in plaats van Israël) werden opgesteld om al het mogelijke te doen om de schijn op te houden van Amerikaanse legitimatie van de hoofdstad van Israël. De Verenigde Staten weigerden niet alleen om zijn ambassade in Jeruzalem te lokaliseren, maar zette ook anderen onder druk om dit niet te doen.

In 1990 nam het Congres een resolutie aan die verklaarde dat “Jeruzalem de hoofdstad van de staat Israël is en zou moeten blijven” en “een onverdeelde stad moet blijven waarin de rechten van elke etnische en religieuze groep worden beschermd.” Tijdens de presidentiële campagne van 1992, zei Bill Clinton: “Ik erken Jeruzalem als een onverdeelde stad, de eeuwige hoofdstad van Israël, en ik geloof in het principe van het verplaatsen van onze ambassade naar Jeruzalem.” Hij herhaalde deze mening nooit als president; bijgevolg bleef het officiële Amerikaanse beleid dat de status van Jeruzalem een ​​zaak van onderhandelingen is.

Ik zou blind zijn om de Joodse connectie met Jeruzalem te ontkennen.” [Sari Nusseibeh, president van de Al-Quds Universiteit]

In een poging om dit beleid te wijzigen, heeft het Congres overweldigend de Jerusalem Embassy Act of 1995 aangenomen. Deze mijlpaalwet verklaarde dat, ter aankodiging van officiële VS-beleid, Jeruzalem zou moeten worden erkend als de onverdeelde, eeuwige hoofdstad van Israël en dat de Amerikaanse ambassade in Israël moet uiterlijk in mei 1999 in Jeruzalem zou worden gevestigd. De wet omvatte ook een verklaring van afstand die de president toestond de wetgeving in wezen te negeren als hij meende dat dit in het belang van de Verenigde Staten was. Opeenvolgende presidenten, van Bill Clinton tot en met Barack Obama, hebben sinds 1995 van die mogelijkheid tot uitstel gebruik gemaakt [*].

Terwijl critici van congresinspanningen om de regering te dwingen Jeruzalem als de hoofdstad van Israël te erkennen, erop aandringen dat een dergelijke stap het vredesproces zou schaden, beweren aanhangers van de wetgeving dat het tegendeel waar is. Door duidelijk te maken dat de Verenigde Staten van mening zijn dat Jeruzalem, of op zijn minst West-Jeruzalem, verenigd moet blijven onder de soevereiniteit van Israël, kunnen onrealistische Palestijnse verwachtingen met betrekking tot de stad worden gemodereerd en daardoor de vooruitzichten voor een definitieve overeenkomst worden vergroot.

“Er was nooit een Joodse tempel op Al-Aqsa [het moskeecomplex op de Tempelberg] en er is geen bewijs dat er ooit een Tempel bestond.” [voormalige moefti van Jeruzalem, Ikrema Sabri]

[*] Opmerking Brabosh: Op 6 december 2017 heeft president Donald Trump alsnog de Jeruzalem Ambassade Acte van 1995 ondertekend en beloofd dat de Amerikaanse ambassade binnen afzienbare tijd (2 à 3 jaren?) vanuit Tel Aviv naar Jeruzalem zal verplaatst worden. Mits de toevoeging dat de hoofdstad eventueel kan opgedeeld worden tussen Israël en de Palestijnen en dat de grenzen van de hoofdstad kunnen hertekend en vastgelegd worden tijdens nog te voeren onderhandelingen tussen de betrokken partijen die zouden leiden naar een duurzame vrede.

Mythe:

Moslims behandelen de Al-Aqsa-moskee met de eerbied die ze verdient.

Feit:

Veel moslims hebben, met de goedkeuring en soms opruiing, van de Palestijnse Autoriteit van Waqf en Mahmoud Abbas, hun eigen heilige plaatsen geschonden door ze te gebruiken als wapenarsenaal en het aanzetten tot rellen tegen niet-moslims en de politie om hen te beschermen. “We vervuilen onze moskeeën met onze eigen handen en voeten en beschuldigen de Joden van het ontheiligen van islamitische heilige plaatsen”, aldus Midden-Oostengeleerde Bassam Tawil.

“Als iemand islamitische heilige plaatsen onteert, zijn het degenen die explosieven, stenen en brandbommen brengen in de Al-Aqsa-moskee. De Joden die de Tempelberg bezoeken, brengen geen stenen, bommen of knuppels mee. Het zijn jonge moslimmannen die onze heilige plaatsen ontheiligen met hun ‘vuile voeten’” (een verwijzing naar de hatelijke opmerking van Abbas jegens Joden die de Tempelberg bezochten).

Een verklaring voor Palestijns geweld op de Tempelberg is dat rellen een beproefde methode zijn om een ​​Israëlische reactie uit te lokken met de bedoeling Israëls reputatie te vernietigen. Tawil legt uit:

“Onze leiders, die volledig verantwoordelijk zijn voor het sturen van deze tieners om stenen en vuurbommen naar Joden te gooien, zitten in hun luxueuze kantoren en villa’s in Ramallah en wrijven hun handen met diepe voldoening. Abbas en verschillende Palestijnse leiders op de Westelijke Jordaanoever willen graag dat onze jongeren in de straten van Jeruzalem en op de Al-Aqsa-moskee van de Tempelberg rel schoppen, zodat ze Israël verantwoordelijk kunnen houden voor het neerschieten van ‘onschuldige’ Palestijnen. Hun voornaamste doel is om Israël in verlegenheid te brengen en het af te schilderen als een staat die harde maatregelen neemt tegen Palestijnse tieners, wier enige fout is deelname aan ‘volksverzet’”.

Anderzijds doet het aanwakkeren van geweld en het maken van misleidende beweringen over een vermeende bedreiging voor de Al-Aqsa-moskee, ook de houding verzachten van de moslimwereld jegens Israël en vestigt de aandacht op de Palestijnse politieke eisen. In de afgelopen jaren hebben de Palestijnen hun toevlucht genomen tot deze laster en smaad omdat hun situatie op de lange baan werd geschoven, aangezien er veel meer urgente problemen zijn gerezen in de regio sinds de Arabische Lente veranderde in een Islamitische Winter. Het nucleaire programma van Iran, de vooruitgang van ISIS, de Syrische vluchtelingencrisis, de Jemenitische burgeroorlog en de onrust in Irak en Libië hebben allemaal de voorheen allesoverheersende Palestijnse kwestie vervangen.

De tragedie voor de islam is dat de internationale gemeenschap en islamitische leiders de vervuiling van hun heilige plaatsen niet veroordelen en voorkomen door Palestijnen die meer geïnteresseerd zijn in het gebruik van Al-Aqsa als een militair fort dan als een plaats van gebed.

Mythe:

De Israëlische regering wil de Al-Aqsa-moskee vernietigen.

Feit:

In augustus 1929 verspreidde de moefti van Jeruzalem geruchten over Joden die Arabieren vermoordden en over een Joods complot om de controle over islamitische heilige plaatsen op de Tempelberg in Jeruzalem te grijpen. Met een strijdkreet om de Al Aqsa-moskee te verdedigen, plunderden Arabische mobs Joodse winkels en vielen Joodse mannen, vrouwen en kinderen door het hele land aan. Tegen het einde van de rellen werden 135 Joden (inclusief acht Amerikanen) gedood en meer dan driehonderd gewond.

Dit was de eerste keer tijdens het Britse Mandaat dat religie een directe rol speelde bij het aanwakkeren van het conflict in Palestina. Het zou echter niet de laatste zijn, omdat moslimleiders het als voordelig hebben gevonden soortgelijke beschuldigingen te maken om de lokale bevolking en de islamitische gelovigen wereldwijd wakker te maken.

“We weten allemaal heel goed dat de Al-Aqsa-moskee geen gevaar loopt. Ironisch genoeg – ik schaam me om het toe te geven – dankzij de Israëlische politie is Al-Aqsa de veiligste moskee in het Midden-Oosten.” [Bassam Tawil]

In de afgelopen jaren zijn de oproepen om Al-Aqsa te bevrijden van de Joden meer gewoon geworden. Op 29 september 2000 riep de Voice of Palestine, het officiële radiostation van de Palestijnse Autoriteit, “alle Palestijnen op om de Al-Aqsa-moskee te komen verdedigen.” De PA sloot zijn scholen en voerde Palestijnse studenten naar de Tempelberg om deel te nemen aan met voorbedachten rade rellen die escaleerden in de Palestijnse oorlog – in de volksmond bekend als de Al-Aqsa Intifada.

Het is niet verwonderlijk dat moslims buiten Israël ook Al Aqsa als verzamelpunt hebben gebruikt. Sheikh Yusuf al-Qaradawi, de geestelijke leider van de Egyptische Moslim Broederschap, zei bijvoorbeeld: “het gevaar voor Al-Aqsa is nu groter dan ooit… en daarom moeten de moslims van de wereld opstaan ​​en het verdedigen omdat het niet alleen het eigendom is van de Palestijnen, maar van de hele moslimnatie.”

Een van de meest voorkomende toepassingen van de “Al-Aqsa is in Gevaar” -laster komt voor wanneer Israël zich bezighoudt met archeologische activiteiten in Jeruzalem. De stad, die meer dan drieduizend jaar oud is, heeft een rijk verleden dat eeuwenlang onontgonnen was. In feite werden er vóór 1967 weinig opgravingen gedaan in de stad. Nadat de Moslim Waqf de verantwoordelijkheid voor de Tempelberg had gekregen, werd dit beleid voortgezet. De autoriteiten maken zich zorgen over eventuele schade aan de moslimsites. Gezien de zorg van archeologen om het gebied te beschermen, is het meer waarschijnlijke bezwaar de angst dat onderzoekers ontdekkingen doen die het bestaande bewijs van de aloude Joodse associatie met Jeruzalem ondersteunen, wat in tegenspraak zou zijn met moslimpropaganda die beweert een dergelijk verband te ontkennen.

Vanwege islamitische bezwaren tegen archeologisch onderzoek weten we relatief weinig over de geschiedenis van de Tempelberg. Erger nog, acties door de Waqf hebben bijgedragen tot de vernietiging van bewijs uit het verleden en hebben, ironisch genoeg, de grootste bedreiging voor de stabiliteit van de Tempelberg gecreëerd. Dit was met name het geval toen halverwege de jaren negentig de Israëlische Islamitische Beweging begon met het ombouwen van een gebied in de zuidoostelijke hoek van de berg die bekend staat als Solomon’s Stables (zo genoemd omdat de kruisvaarders het gebied als stallen hadden gebruikt en geloofden dat het was gelegen in de buurt van Salomo’s tempel) in een moskee.

Vaak zullen de Palestijnen de lastering opnieuw uitbraken, zelfs als Israël zich bezighoudt met activiteiten buiten de Tempelberg en nergens bij de moskeeën. Een islamitische groep protesteerde bijvoorbeeld tegen Joodse activiteiten in het nabijgelegen dorp Silwan omdat het “de poort naar de Al-Aqsa-moskee” is. De groep geloofde ook dat de Joden van plan waren de moskee te vernietigen en de Tempel te herbouwen.

In 2010 herstelde Israël de Hurva-synagoge in de Joodse wijk van de Oude Stad, die in 1948 door de Jordaniërs was verwoest. Ondanks de afgelegen locatie van de Tempelberg, veroorzaakten beschuldigingen dat de wederopbouw deel uitmaakte van een complot tegen Al-Aqsa, twee dagen rellen.

De grootste internationale opschudding vond plaats in 1996 toen Israël klaar was met het graven van een tunnel over de gehele lengte van de Westelijke Muur, waarbij tweeduizend jaar oude stenen werden onthuld waar de straat ooit was geweest. Het hele project was volledig buiten de Tempelberg en nergens dichtbij de moskeeën. Niettemin beweerden de moslimautoriteiten dat de Joden onder de berg graven met de bedoeling de moskeeën te vernietigen, of op zijn minst hun fundamenten te ondermijnen.

Terwijl het werk al enige tijd aan de gang was, was de vonk die leidde tot wijdverbreide rellen en internationale veroordeling, het besluit van premier Netanyahu om een ​​uitgang te openen van wat nu de Westwall-tunnel wordt genoemd, op een punt langsheen de Via Dolorosa in de islamitische wijk van de stad. Voorafgaand aan het openen van de uitgang moesten bezoekers van de tunnel vanaf het einde teruglopen waarna ze dor een smalle gang moesten die nauwelijks ruimte bood aan mensen die uit de andere richting kwamen om te passeren. De nieuwe uitgang maakte het mogelijk om backtracking te voorkomen, zodat duizenden bezoekers meer van de site konden genieten.

De feiten waren niet relevant voor mensen die op zoek waren naar een reden om kritiek te uiten op Israël en sympathie te tonen voor de Arabieren en moslims. De Arabische Liga claimde ten onrechte: “Het doel van Israël bij het openen van deze poort is om de ineenstorting van de Al-Aqsa-moskee te veroorzaken, zodat het de Derde Tempel in de plaats kan bouwen.” Palestijnen kwamen in opstand en aanvallen op soldaten en burgers resulteerden in de dood van vijftien Israëlische soldaten en tientallen gewonden.

Joden, net zoals andere niet-moslims, bezoeken sinds 1967 de Tempelberg, maar de Israëlische regering beperkt bezoeken van niet-Joden tot specifieke tijden en dringt erop aan dat bezoekers gevoeligheid zouden tonen voor moslims door zich bescheiden te kleden en zich te onthouden van het met zich meebrengen van Joodse heilige voorwerpen. Het Israëlische Hooggerechtshof heeft geoordeeld dat Joden mogen bidden op de Tempelberg, maar de politie kreeg de vrijheid om provocerende activiteiten te voorkomen. Extremistische Joodse groeperingen die verdacht worden van samenzwering tegen islamitische heiligdommen zijn ofwel helemaal verboden van de Tempelberg of worden geëscorteerd door de politie. Wanneer een samenzwering tegen de moskee wordt ontdekt, worden de intriganten onverbiddelijk gearresteerd.

Het negeren van het recht van de Joden om hun heiligste plaats te bezoeken, draaien de Palestijnen routinematig om tot geweld onder het voorwendsel van het verdedigen van de moskee. In 2013 escaleerden de spanningen toen Palestijnen begonnen te protesteren en, in sommige gevallen, de Joden op de Tempelberg belaagden met stenen, flessen en andere projectielen, valselijk de pelgrims beschuldigend van ontheiliging van Islam’s heilige plaats en plannen om de Derde Tempel op de site te bouwen .

De herhaling van de laster heeft zelden iets te maken met het gedrag van Joden; het wordt onvermijdelijk gebruikt voor een politiek doel, zoals het verzamelen van de massa’s, het uitlokken van geweld, of het afleiden van de aandacht van een aantal impopulaire acties van Palestijnse leiders, zoals terugkeren naar vredesbesprekingen voordat Israël aan hun voorwaarden voldoet.

Protesten gebaseerd op de laster zijn niet beperkt tot Jeruzalem. Israëlische moslims houden een jaarlijks festival ‘Al-Aqsa Is in Danger’. Duizenden mensen woonden de rally in 2013 bij in Umm al-Fahm, waar ze luisterden baar een vurige toespraak van sjeik Raed Salah, de voormalige burgemeester van de Israëlische Arabische stad. “Iedereen die één steen weggeeft van al-Aqsa, of één meter van Oost-Jeruzalem, of wie het recht op terugkeer of het recht op vrije gevangenen opgeeft”, donderde Salah, “is een verrader.”

Met de aandacht gericht op Iran en oplaaiend vuurwerk in het Midden-Oosten, voelen de Palestijnen zich blijkbaar verwaarloosd, wat vaak een goed moment is om de ‘Al-Aqsa laster’ te verslaan. Zoals te verwachten, zei sjeik Yusuf Ida, PA-minister van religieuze zaken, op officiële PA-tv op 8 juli 2015: “het Israëlische establishment staat erop het kwade plan uit te voeren om de Al-Aqsa-moskee te vernietigen en de vermeende Tempel op te richten.”

Maanden eerder had de Palestijnse president Mahmoud Abbas opgeroepen tot een verbod voor Joden die de Tempelberg willen betreden. “Dit is ons Nobele Heiligdom,” zei hij. “Ze hebben niet het recht om naar binnen te gaan en het te ontheiligen.”

 

Bron: https://brabosh.com

Mitchell G. Bard publiceerde onlangs een (Engelstalig) 400 pagina’s manifest “Myths and Facts – A guide tot the Arab-Israeli Conflict” editie 2017, dat momenteel nog op de site van de Jewish Virtual Library (JVL) prijkt [zie hier: PDF file].

Mitchell Geoffrey Bard is een Amerikaans analist, redacteur en auteur van buitenlands beleid die gespecialiseerd is in het beleid van de VS en het Midden-Oosten. Hij is de uitvoerend directeur van de non-profit Amerikaans-Israëlische Coöperatieve Onderneming (AICE) en de directeur van de Joodse Virtuele Bibliotheek (JVL).