Gedoopt worden met de heilige Geest

Gedoopt worden met de heilige Geest

Gedoopt worden met de heilige Geest 800 418 VISFER

Toen Johannes de Doper werd geboren, zei zijn vader, geïnspireerd door de Geest van God, over hem: “En jij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste genoemd worden, want je zult voor het aangezicht van de Heere uit gaan om Zijn wegen gereed te maken, en om Zijn volk kennis van de zaligheid te geven in de vergeving van hun zonden …” (Lukas 1:76-77).

Toen Johannes eenmaal optrad onder zijn volksgenoten, en predikte dat zij zich moesten bekeren en gereedmaken om de beloofde Messias tegemoet te gaan, zei hij over zijn eigen werk en dat van de komende Messias: “Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” (Mattheüs 3:11)

“… Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.” (Marcus 1:8)
“… Hij Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had tegen mij gezegd: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het Die met de Heilige Geest doopt.” (Johannes 1:33)

Johannes maakte een onderscheid tussen wat hij zelf deed en wat de Messias zou doen. De Griekse tekst zegt dat hij onderdompelde in water, en de Messias in heilige Geest. Weliswaar doopten Yeshua en zijn discipelen ook in water, maar met Yeshua brak een nieuwe heilstijd aan. Hij kon iets doen en schenken dat Johannes de Doper niet kon. De apostelen herinnerden de omstanders er op de Pinksterdag aan, dat de uitstorting van de Geest, de vervulling is van eerdere profetieën:

“En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees … ” ( Handelingen 2:17-21 )

“ Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal”. ( Joël 2:28-32 )

Hiermee worden niet alle mensen zonder onderscheid bedoeld, maar zij die geloven in Gods roeping in Christus (vergelijk Joël 2:32). De betekenis van deze uitstorting van de Geest is, dat door middel van profetie en wonderen duidelijk wordt dat God spreekt door middel van deze mensen.

Het woord dat in het Engels wordt gebruikt voor geest, spirit, geeft beter aan wat er wordt bedoeld: kracht, bezieling. Er is dus een verband tussen kracht en ‘de (heilige) Geest’, omdat de uitwerking van Gods kracht het bewijs is van Zijn aanwezigheid. Een betere vertaling is misschien: ‘… die zal u dopen in heilige kracht (pneuma = adem = geest = spirit) en vuur *.’ (Mattheüs 3:11)

* Enkel Johannes de Doper vermeld het dopen met vuur. Het is zeer wel mogelijk dat hij dit sprak tot de Farizeeën en Schriftgeleerden die daar ook aanwezig waren. Jezus spreekt enkel over doop met Geest.

Het verzamelde volk was bereid de boodschap te accepteren en waren verlangend naar de Messias. De aanwezige Farizeeën en Schriftgeleerden waren NIET bereid de boodschap te accepteren (hetgeen later bleek) Ze wilden zich wel laten dopen maar zonder een bekering te ondergaan. Tor hen sprak Johannes met de woorden dopen met vuur.

De heilige Geest/Kracht uitte zich bij hen in de vorm van spreken in tongen en profeteren, en dit waren de uiterlijke bewijzen dat ‘de heilige Geest’ over hen was gekomen. Maar er is meer, iets dat belangrijker is dan uiterlijke tekenen, en wel het onderscheid tussen wat van God komt en wat van de mens. Heilige geest/kracht staat tegenover menselijke geest/kracht. De heilige Kracht doet ons opgroeien tot geestelijke mensen, die anders zijn dan de wereldse mensen. Laatstgenoemden menen alles voor zichzelf te kunnen uitmaken en alles zelf te kunnen, zijn gericht op zichzelf, op zelfverwezenlijking en niet op het welzijn van anderen en de verwezenlijking van Gods plan; gaan uit van hun eigen kracht om hun plannen te verwezenlijken en stellen zich niet afhankelijk van God.

De woorden van Yeshua gericht aan Nicodemus makem het duidelijk, niemand kan het Koninkrijk der hemelen binnengaan, tenzij hij geboren is uit water en Geest. Wat hij daarmee bedoelde, is te zien in wat Hij daarop liet volgen en wat Paulus later schreef aan Titus:

“Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.” (Johannes 3:5-6)

“[Hij] maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door (de) heilige Geest…” (Titus 3:5)

Dit sluit aan op wat wij hiervoor hebben gezien. De doop in water is geen doel op zich. Het is een deel van een proces van vernieuwing door innerlijke verandering, dat ons tot geestelijke mensen maakt, die gericht zijn op de dingen van God. Daarvoor moet onze menselijke geest ondergeschikt worden gemaakt aan die van God, zodat wij in staat zullen zijn onze begeerten te overwinnen, los te komen van het aardse, dat door de invloed van de zonde vaak kwaad/boos is in Gods ogen.

Vaak staat deze ‘heilige Geest’ van God daarom tegenover de ‘boze geest’ van mensen, die door Gods kracht moet worden overwonnen. Toen de Yeshua opgenomen zou worden in de hemel, wees Hij zijn discipelen erop dat het proces van vernieuwing verder gaat dan de doop in water.

Zij moesten geheel vervuld, bezield worden van God. Hij vertelde hen daarom dat niet lang daarna zou gebeuren wat Johannes de Doper had gezegd: “En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen”. (Handelingen 1:4-5).

Wat was dan de vervulling? Op de Pinksterdag in Jeruzalem gebeurde er iets bijzonders, dat hun leven totaal veranderde: “En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met (de) heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (Handelingen 2:2-4) De tongen als van vuur was geen doop aangezien ze de doop met de heilige Geest reeds hadden ontvangen – Het was een teken en er staat trouwens duidelijk ALS VAN vuur.

In Mattheüs 7:15-23 waarschuwt Yeshua: “Maar wees op uw hoede voor de valse profeten, die in schapenvacht naar u toe komen maar van binnen roofzuchtige wolven zijn. Aan hun vruchten zult u hen herkennen. Men plukt toch geen druif van doornstruiken of vijgen van distels? Zo brengt iedere goede boom goede vruchten voort en een slechte boom brengt slechte vruchten voort.

Een goede boom kan geen slechte vruchten voortbrengen en een slechte boom kan geen goede vruchten voortbrengen. Iedere boom die geen goede vrucht voortbrengt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Zo zult u hen dus aan hun vruchten herkennen. Niet ieder die tegen Mij zegt: Heere, Heere, zal binnengaan in het Koninkrijk der hemelen, maar wie de wil doet van Mijn Vader, Die in de hemelen is. Velen zullen op die dag tegen Mij zeggen: Heere, Heere, hebben wij niet in Uw Naam geprofeteerd, en in Uw Naam demonen uitgedreven, en in Uw Naam veel krachten gedaan? Dan zal Ik hun openlijk zeggen: Ik heb u nooit gekend; ga weg van Mij, u die de wetteloosheid werkt!”

Romeinen 12:20 “Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen* op zijn hoofd hopen“.

*) Dit moet gelezen worden i.c.m. vers 19; Wreek uzelf niet, geliefden, maar laat ruimte voor de toorn, want er staat geschreven: Mij komt de wraak toe, Ik zal het vergelden, zegt de Heere. Als dan uw vijand honger heeft, geef hem te eten, als hij dorst heeft, geef hem te drinken, want door dat te doen, zult u vurige kolen op zijn hoofd hopen. – door dit te doen zult gij kolenvuur op zijn hoofd hopen – Zoals de opeenhoping van “kolen van vuur” in het Oude Testament de figuratieve uitdrukking van goddelijke wraak is (Psalm 140: 10 11: 6), de ware zin van deze woorden lijkt te zijn: “Dat zal de meest krachtige wraak zijn – een wraak waaronder hij zich zal buigen” Romeinen 12:21 bevestigt dit.

Veroordeelden gaan naar Gehenna, waar de worm niet sterft en het vuur niet dooft. Dit is de tweede dood.