Jesaja 53 De profetie over de afwijzing van de Messias

Jesaja 53 De profetie over de afwijzing van de Messias

Jesaja 53 De profetie over de afwijzing van de Messias 620 413 VISFER

De 17e eeuwse joodse historicus, Raphael Levi, gaf toe dat de rabbijnen vroeger Jesaja 53 in de synagogen gebruikten maar nadat het hoofdstuk “ruzies en grote verwarring” veroorzaakte, besloten de rabbijnen dat het eenvoudigste is om die profetie gewoon uit de Haftarah lezingen in synagogen te houden. Dat is waarom vandaag de dag, wanneer Jesaja 52 wordt gelezen, de lezer halverwege het hoofdstuk stopt en de week erna rechtstreeks naar Jesaja 54 gaat.

Wat gebeurde er met Jesaja hoofdstuk 53? In de Bijbel voorzegt Jesaja de profeet dat de Messias door zijn volk zou worden verworpen, zou lijden en sterven in doodsangst en dat God zijn lijden en dood zou zien als een verzoening voor de zonden van de mensheid. Jesaja leefde en profeteerde rond 700 voor Christus. Volgens zijn profetie in hoofdstuk 53, aan het einde der dagen, zullen de leiders van Israël herkennen dat ze een fout hebben gemaakt toen ze de Messias verwierpen, dus plaatste men de profetie van Jesaja  in de verleden tijd. Jesaja gebruikte ook de derde persoon meervoud (wij) omdat hij zichzelf zag als een deel van het volk van Israël.

Aan het einde van hoofdstuk 52 schrijft Jesaja een inleiding tot hoofdstuk 53: “Zie, Mijn Knecht zal verstandig handelen, Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden” In het gehele boek Jesaja kan de term “dienaar” verwijzen naar zowel Israël als een natie, naar de profeet Jesaja, of naar de Messias, afhankelijk van de context. Hier in dit verband sluit het duidelijk aan op eerdere delen in het boek die spreken over “de dienaar van de Heer” als de Messias (bijvoorbeeld in de hoofdstukken 42, 49 en 50, waar de Messias wordt beschreven als een dienaar die lijdt ).

Hij zal verhoogd worden en verheven, ja, zeer hoog verheven worden

Gods dienaar zal verhoogd worden en opgetild worden – zeer hoog, staat er. Deze bewoording verwijst terug naar het beeld van God Zelf in Jesaja 6: 1-3, waar Jesaja God op een troon ziet zitten, hoog en verheven, en de sleep van Zijn mantel de Tempel vulde. Dit is om de eminentie van de Messias te benadrukken die in feite uit de dood zou opstaan, naar de hemel opklimt en naast de Vader gaat zitten. Zijn acties zouden hem een ​​hogere status geven dan welke menselijke koning of heerser dan ook.

Zoals velen zich over U ontzet hebben – zo geschonden was Zijn gezicht, meer dan van iemand anders, en Zijn gestalte, meer dan van andere mensenkinderen –”(Jesaja 52:14).

Voordat de Messias wordt verhoogd, zou hij lijden en vernederd worden. Zijn lichaam zou zo ernstig misbruikt en gemarteld worden dat hij volledig misvormd en onherkenbaar zou worden. Maar ondanks gruwelijk lijden, zou de dag komen waarop zelfs koningen met eerbied naar Hem zouden komen kijken .

zó zal Hij vele heidenvolken besprenkelen, koningen zullen vanwege Hem sprakeloos staan. (Letterlijk: hun mond sluiten.) Want zij aan wie het  niet verteld was, zullen het zien,en zij die het niet gehoord hebben, zullen het begrijpen.”

WORDT VERVOLGD