Jesaja 53 vervolg

Jesaja 53 vervolg

Jesaja 53 vervolg 620 413 VISFER

Sanhedrin Traktaat uit de Babylonische Talmoed (98b), schrijft over de naam van de Messias: “Zijn naam is ‘de melaatse geleerde’, zoals er staat geschreven: ‘Hij heeft zeker onze droefheden gedragen en onze smarten gedragen, toch hebben wij hem als een melaatse geacht, door God geslagen en verdrukt.“.

In Midrash Tanhuma zegt Rabbi Nachman, “het spreekt over niemand anders dan de Messias, de Zoon van David van wie er wordt gezegd, hier een man genaamd “de plant”, en Jonathan vertaalde het naar de Messias en het is terecht gezegd , “Man van smarten, vertrouwd met verdriet”.

Midrash Shmuel zegt dit over Jesaja 53: “Het lijden was verdeeld in drie delen: één voor de generatie van de Patriarchen, één voor de generatie van Shmad, en één voor de Koning Messias”.

De gebeden voor Yom Kippur, relateren ook Jesaja 53 aan de Messias.

Hier is het gebed toegevoegd voor Yom Kippoer door Rabbi Eliëzer rond de tijd van de zevende eeuw: “Onze rechtvaardige Messias heeft zich van ons afgewend, we hebben dwaas gehandeld en er is niemand om ons te rechtvaardigen. Onze ongerechtigheden en het juk van onze overtredingen draagt ​​hij en hij wordt doorboord voor onze overtredingen. Hij draagt ​​onze zonden op zijn schouder om vergiffenis voor onze ongerechtigheden te vinden. Door zijn wonden worden we genezen. “Hoe dieper we ingaan op dit gebed voor Yom Kippur, hoe belangrijker het wordt. Het gebed brengt het besef met zich mee dat de Messias zijn volk heeft verlaten. “De rechtvaardige Messias draaide zich af [weg]”. Dat wil zeggen, de Messias is al gekomen en vertrokken. Ook leed de Messias in de plaats van het volk en de zonden van mensen werden op hem gelegd – en toen de Messias leed, verliet hij hen en dat was de reden voor hun bezorgdheid, dus bidden de mensen voor zijn terugkeer. Een groot deel van dit gebed komt rechtstreeks uit Jesaja 53, dus hieruit kan worden bewezen dat tot de 7e eeuw de Joodse waarneming – die ook bij de rabbijnen heerste – was dat Jesaja 53 over de Messias ging.

In Genesis Rabbah zegt Rabbi Moshe haDarshan dat God de Messias in staat stelde om zielen te redden, maar daarmee zou hij veel lijden. Ook relateerd Maimonides Jesaja 53 aan de Messias in zijn brief naar Jemen. Rabijn Shimon bar Yochai schreef: “En de Messias van Efraïm stierf daar en Israël treurt om hem zoals er staat geschreven: ‘Hij is veracht en verworpen door mensen’, en hij gaat terug naar het verbergen, want er staat: ‘en wij verstopten ons, als het ware, onze gezichten voor hem ‘. ”

Alles bij elkaar hebben Tractate Sotah 14, Midrash Rabbah Parasha 5, Midrash Tanhuma, Midrash Konen, Yalkut Shimoni en eigenlijk de gehele Talmud altijd dit hoofdstuk met de Messias in verband gebracht, net als alle rabbijnen tot ongeveer een duizend jaar geleden. Allen waren het erover eens dat Jesaja 53 over de Messias profeteert.

WORDT VERVOLGD