Het keerpunt in de Middeleeuwen

Het keerpunt in de Middeleeuwen

Het keerpunt in de Middeleeuwen 620 413 VISFER

Rasji’s revisie in de middeleeuwen: Rasji leefde, zoals velen weten, in Spanje, in een tijd dat joden en christenen samenwoonden en zo vanzelfsprekend ontstonden er ruzies onder elkaar. Christelijke vrienden en buren van Rashi probeerden hem ervan te overtuigen dat de Bijbelse profetie naar Jezus verwees. Naast alle andere profetieën lieten ze hem natuurlijk ook Jesaja 53 zien. Omdat de profetie in Jesaja 53 zo scherp en duidelijk is, had Rashi geen keus. Hij wilde overduidelijk niet toegeven dat Jezus de Messias was, dus moest hij proberen de profetie te herinterpreteren zodat het niet langer om de Messias ging maar om het volk van Israël. Rasji’s bewering was dat de lijdende dienaar een metafoor is m.b.t. het volk van Israël dat leed onder de heidenen. Veel verschillende rabbijnen – zelfs Rabbi Saadia Gaon, die geconfronteerd werden met de christenen in debatten, schreef Jesaja 53 niet toe aan het volk van Israël als een natie, maar aan één enkel persoon. Rabbi Naftali ben Aser en Rabbi Moshe Alshich verzetten zich onvermurwbaar tegen de nieuwe interpretatie van Rasji en eisten dat de wijzen van Israël hem zouden negeren en terugkeren naar de oorspronkelijke interpretatie, de beroemdste onder hen was Maimonides, die categorisch verklaarde dat Rasji zich volledig vergiste.

Maimonides (1135-1204), een van de beroemdste rabbijnen aller tijden, verklaarde in een brief aan Jacob Alfajumi: “Wat zal de wijze van terugkeer zijn van de Messias, en waar zal deze plaats vinden met zijn eerste verschijning? . . . En Jesaja spreekt op dezelfde manier over de tijd dat hij zal verschijnen … Want Hij is als een loot opgeschoten voor Zijn aangezicht, als een wortel uit dorre aarde. . . in de woorden van Jesaja, bij het beschrijven van de wijze waarop de koningen naar hem zullen luisteren, bij hem zullen de koningen hun mond sluiten; want wat hen niet was verteld, hebben ze gezien en wat ze niet hebben gehoord, hebben ze waargenomen. “In dit citaat paste Maimonides Jesaja 52: 15 en Jesaja 53: 2 toe op de Messias (Het 53e Hoofdstuk van Jesaja volgens de joodse interpretering, vertaling: Driver & Neubauer, KTAV 1969, pp. 374-375).

Maar vandaag de dag  is het Rashi’s interpretatie die door de rabbijnen geaccepteerd wordt en hebben zich aangesloten bij diegenen die niet kunnen  en willen toegeven dat Yeshua, de Messias kan zijn welke geleden en gestorven is precies zoals Jesaja profeteerde en hebben dit dan ook verworpen.

Het is onbetwistbaar dat de bron van de Joodse religie, het klassieke Joodse denken, bijna unaniem Jesaja 53 toekent aan één persoon en niet aan het volk van Israël als geheel. Die enkele persoon is duidelijk de Messias. En laten we de bewering van Rabbi Rettig eens opnieuw bekijken dat het volk van Israël een “onschuldig lam” is? Komt het volk van Israël in aanmerking als het onschuldige lam?

“Onschuldig lam” is een Bijbelse definitie voor iemand die zonder zonde of smet is – iemand die nooit in de fout gaat, nooit kwaad doet en nooit zondigt … iemand die volmaakt, zuiver en zondeloos is. Past het volk van Israël echt in deze definitie? Het volstaat alleen al om de kranten te openen of naar het nieuws te luisteren om het antwoord hierop te vinden, maar omdat onze discussie begon met de profeet Jesaja, laten we Jesaja dan ook deze vraag beantwoorden. Let goed op hoe hij tot het volk van Israël spreekt: Want uw handen zijn met bloed besmet, en uw vingers met ongerechtigheid. Uw lippen spreken leugen, uw tong brengt onrecht tot uiting. Er is niemand die bijeenroept in gerechtigheid er is niemand die in trouw een rechtszaak voert. Zij vertrouwen op holle woorden en spreken valse dingen. Zij zijn zwanger van onheil, zij baren ongerechtigheid. Er is niemand die bijeenroept in gerechtigheid er is niemand die in trouw een rechtszaak voert. Zij vertrouwen op holle woorden en spreken valse dingen. Zij zijn zwanger van onheil, zij baren ongerechtigheid. Zij broeden eieren van een gifslang uit en zij weven spinnenwebben. Wie van hun eieren eet, sterft; is er een kapot gedrukt, dan perst er zich een adder uit. Hun webben zijn niet geschikt voor kleding, en zij zullen zich niet kunnen bedekken met hun maaksels. Hun maaksels zijn maaksels van ongerechtigheid; gewelddadig werk is in hun handen. Hun voeten snellen naar het kwaad, zij haasten zich om onschuldig bloed te vergieten. Hun gedachten zijn zondige gedachten, verwoesting en ondergang De weg van de vrede kennen zij niet, er is geen recht in hun sporen. Zij gaan kromme paden; Zij gaan kromme paden – (Letterlijk: Hun paden maken zij krom voor zichzelf.) ieder die ze betreedt, kent de vrede niet”. (Jesaja 59: 3-8).

Wat Jesaja betreft, was Israël geen “onschuldig lam”! Een bittere pil om te slikken: het is onmogelijk om het volk van Israël een “onschuldig lam” te noemen. De profetie van Jesaja 53 heeft het rabbijnse jodendom steeds opnieuw “met hun broek op de enkels” gevangen. Daarom is het niet verrassend om de woorden van Rafael Levi, de 17e-eeuwse joodse onderzoeker, te lezen welke ontdekte dat Jesaja 53 in het verleden in de synagogen werd gelezen ; maar aangezien het hoofdstuk zoveel verwarring en zoveel argumenten veroorzaakte, besloten de rabbijnen dat de eenvoudigste oplossing zou zijn om de profetie uit de Haftarah-lezingen te verwijderen. Dit heeft effectief de sleutel tot kennis van het volk van Israël weggenomen. Het werd gedaan om Jezus voor zijn volk te verbergen. Degenen die de waarheid liefhebben, zullen de profetie van Jesaja 53 voor zichzelf lezen.

We houden hier de focus op dit onderwerp, omdat zoveel kinderen van Israël vandaag nog steeds geloven dat Jesaja 53 niet over de Messias spreekt, maar over de natie Israël, dat lijdt door de handen van de wereld. Sommige rabbijnen zullen zelfs beweren dat dit altijd het standpunt van het Jodendom was. Echter, alle oude Joodse geschriften, de Mishna en Gamara (Talmoed) en de Midrashim, evenals andere manuscripten, zagen Jesaja 53 als een passage welke sprak over de Messias, en niet de natie van Israël. Dus wat is het? Laat de Hebreeuwse geleerden het tegen elkaar opnemen met Hebreeuwse geleerden terwijl de controverse hieronder verdergaat.

Joodse wijzen die de middeleeuwse geleerde Rasji voorafgingen, geloofden allemaal dat deze passage een beschrijving van de Messias was, dus toen rond 1050 Rashi controversieel voorstelde dat Jesaja 53  over Israël ging, ontving de Joodse gemeenschap zijn nieuwe interpretatie niet positief. Zoals we al zeiden, was zelfs Maimonides ertegen.

WORDT VERVOLGD