Openbaringen Johannes op Patmos

De brieven aan de zeven gemeentes in Openbaringen

Elk van de zeven brieven in het 2e en 3e hoofdstuk begint met: “Ik ken uw werken.”
Elk bevat een belofte van Yeshua: “Wie overwint.”
Allen eindigen met: “Wie oren heeft, laat hij horen wat de Geest tegen de gemeenten zegt.”

Hoe zijn deze brieven ontstaan?
De HSV geeft t.a.v. grondtekst anders aan. Op basis van vertaling Professor Brouwer aanpassingen in onderstaande teksten.

Jezus verschijnt aan Johannes op Patmos
Openbaringen 1:9-20 Ik, Johannes, die ook uw broeder ben en deelgenoot in de verdrukking en in het Koninkrijk en in de volharding van Jezus Christus, was op het eiland genaamd Patmos, omwille van het Woord van God en het getuigenis van Jezus Christus. (10) Ik raakte in geestvervoering op de dag des Heeren en ik hoorde achter mij een stem, luid als van een bazuin, die zei: Wat u ziet, schrijf dat op een boekrol en stuur het aan de zeven gemeenten die in Asia zijn: naar Efeze, naar Smyrna, naar Pergamus, naar Thyatira, naar Sardis, naar Filadelfia en naar Laodicea“.“En ik keerde mij om, om de stem te zien die met mij had gesproken. En toen ik mij had omgekeerd, zag ik zeven gouden kandelaren. En te midden van de zeven kandelaren als een mensenzoon gelijk, gekleed in een gewaad tot op de voeten, en op de borst omgord met een gouden gordel; en Zijn hoofd en haar waren wit, als witte wol, als sneeuw, en Zijn ogen waren als een vuurvlam, en Zijn voeten waren als blinkend koper, gelouterd in een oven, en Zijn stem klonk als het ruisen van vele wateren”.“En Hij had zeven sterren in Zijn rechterhand en uit Zijn mond kwam een zwaard tevoorschijn, tweesnijdend scherp; en Zijn gezicht was zoals de zon schijnt in haar kracht. En toen ik Hem zag, viel ik als dood aan Zijn voeten, maar Hij legde Zijn rechterhand op mij en zei tegen mij: Wees niet bevreesd, Ik ben de Eerste en de Laatste, en de Levende, en Ik ben dood geweest en zie, Ik ben levend tot in alle eeuwigheid, en Ik heb de sleutels van de dood en het dodenrijk”.

Jewish New Testament – Stern
10.I came to be, in the Spirit, on the Day of the Lord; and I heard behind me a loud voice, like a trumpet“, I came to be, in the Spirit. Alternative understandings:
(1) Yochanan’s body remained where it was, but in his spirit he saw visions;
(2) Holy Spirit came over him, with the result that he saw visions; or
(3) The Holy Spirit caused him to be physically present (with this possibility compare Ezekiel 11:1, Ac 8:39, 2C 12:2).

On the Day of the Lord.
If this is what Greek en ti kuriake emera means, as I believe it does, Yochanan is reporting the unique experience of having seen God’s final Judgment. If it means “on the Lord’s Day,” that is, Sunday, the day on which Yeshua was resurrected (Mt 28:1, Mk 16:2, Lk 24:1) — and this is the majority understanding — then Yochanan is mentioning
a relatively minor detail, the day of the week on which his visions took place.

De Bijbel vertelt ons niet specifiek op welke dag van de week Jezus werd gekruisigd. De twee meest gevolgde standpunten zijn vrijdag en woensdag. Maar sommigen maken gebruik van een synthese van de argumenten voor zowel de vrijdag als de woensdag en zien daarom de donderdag als de dag waarop Jezus werd gekruisigd.

Jezus zei in Matteüs 12:40: “Want zoals Jona drie dagen en drie nachten in de buik van een grote vis zat, zo zal de Mensenzoon drie dagen en drie nachten in het binnenste van de aarde verblijven.” Mensen die beargumenteren dat de kruisiging op vrijdag plaatsvond beweren dat we nog steeds kunnen zeggen dat Hij drie dagen in het graf doorbracht. In het Joodse denken van de eerste eeuw werd een gedeelte van een dag geteld als een volledige dag. Omdat Jezus zich een gedeelte van de vrijdag in het graf bevond, daarna de hele zaterdag en een gedeelte van de zondag, zou men kunnen zeggen dat Hij drie dagen lang in het graf doorbracht. Een van de belangrijkste argumenten voor de vrijdag kan in Marcus 15:42 worden gevonden, waarin wordt opgemerkt dat Jezus op “de dag voor de Sabbat” werd gekruisigd. Als dat de wekelijkse Sabbat was, dat wil zeggen de zaterdag, dan betekent dit dat de kruisiging op vrijdag plaatsvond. Een ander argument voor de vrijdag zegt dat verzen zoals Matteüs 16:21 en Lucas 9:22 onderwijzen dat Jezus op de derde dag zou opstaan en dat Hij daarom geen drie volle dagen en nachten in het graf zou hoeven doorbrengen. Hoewel sommige vertalingen “op de derde dag” gebruiken voor deze verzen, doen niet alle vertalingen dit en is niet iedereen het erover eens dat dit de beste manier is om deze verzen te vertalen. Bovendien zegt Marcus 8:31 dat Jezus “drie dagen later” of “na drie dagen” zou opstaan.

Het argument voor de donderdag borduurt voort op het “vrijdagstandpunt” en beargumenteert dat er te veel gebeurtenissen plaatsvonden (sommigen tellen er zelfs meer dan twintig) tussen de begrafenis van Christus en de zondagochtend om allemaal tussen vrijdagavond en zondagochtend te kunnen plaatsvinden. Zij wijzen erop dat dit vooral een probleem is wanneer de enige volledige dag tussen vrijdag en zondag de Joodse Sabbat was. Een of twee extra dagen rekenen af met dit probleem. De voorstanders van de donderdag zouden als volgt kunnen redeneren: Stel dat je een bepaalde vriend sinds maandagavond niet meer gezien hebt. Je hebt de volgende ontmoeting met hem op donderdagochtend en je zegt: “Ik heb je in drie dagen niet gezien”, ook al was dit technisch gesproken maar 60 uur (2.5 dag). Als Jezus op donderdag werd gekruisigd, dan laat dit voorbeeld zien hoe dit als drie dagen zou kunnen worden beschouwd.

Het standpunt dat zegt dat Jezus op woensdag werd gekruisigd stelt dat er in die week twee Sabbatsdagen waren. Na de eerste (de Sabbat die plaatsvond op de avond van de kruisiging, Marcus 15:42; Lucas 23:52-54 ) kochten de vrouwen olie. Merk op dat zij de olie na de Sabbat kochten ( Marcus 16:1 ). Het “woensdagstandpunt” stelt dat deze “Sabbat” de dag van het Pesachfeest was (zie Leviticus 16:29-31; 23:24-32, 39 waarin belangrijke heilige dagen, die niet noodzakelijkerwijs de zevende dag van de week waren, Sabbat genoemd worden). De tweede Sabbat in die week was dan de normale wekelijkse zaterdag. Merk op dat de vrouwen die de olie na de eerste Sabbat gekocht hadden in Lucas 23:56 terugkeerden, de olie bereidden en vervolgens “op de Sabbat” rustten. Het argument stelt dat zij hun olie niet na de Sabbat konden hebben gekocht en deze olie tegelijkertijd vóór de Sabbat konden bereiden…. tenzij er twee Sabbatsdagen waren. Als we het oogpunt van de twee Sabbatsdagen aanhouden, dan zou (als Christus op Donderdag werd gekruisigd) de belangrijke heilige Sabbat (het Pesachfeest) op donderdag bij zonsondergang zijn begonnen en op vrijdag bij zonsondergang zijn afgelopen – aan het begin van de wekelijkse Sabbat of zaterdag. Als zij de olie na de eerste Sabbat (het Pesachfeest) hadden gekocht, dan zou dit betekenen dat zij deze op een zaterdag hadden gekocht; zij zouden hiermee de Sabbat hebben geschonden.

Daarom stelt dit standpunt dat een kruisiging op woensdag de enige verklaring is die strookt met het Bijbelse verslag over de vrouwen en de olie en een letterlijke interpretatie van Matteüs 12:40 volgt. De Sabbat die een belangrijke heilige dag was (het Pesachfeest) vond plaats op donderdag, de vrouwen kochten de olie (daarna) op vrijdag en keerden op dezelfde dag terug om de olie te bereiden, en vervolgens rustten zij op de zaterdag, de wekelijkse Sabbat, en brachten de olie op zondagochtend naar de graftombe. Hij werd tegen zonsondergang op woensdag begraven, wat volgens de Joodse kalender het begin was van de donderdag. Als we de Joodse kalender gebruiken, dan hebben we dus eerst donderdagnacht (nacht één), donderdag (dag één), vrijdagnacht (nacht twee), vrijdag (dag twee), zaterdagnacht (nacht drie) en zaterdag (dag drie). We weten niet precies wanneer Hij opstond, maar we weten wel dat dit vóór de zonsopgang op zondag was ( Johannes 20:1: Maria uit Magdala kwam “toen het nog donker was” en de steen was weggerold. Ze vond toen Petrus en vertelde hem: “Ze hebben de Heer uit het graf weggehaald”), dus Hij kon al vlak na zonsondergang op zaterdagavond zijn herrezen, wat voor de Joden het begin is van de eerste dag van de week.
Een mogelijk probleem van de aanname van de woensdag is dat de discipelen die met Jezus op de weg naar Emmaus wandelden dit op “diezelfde dag” deden als de opstanding ( Lucas 24:13 ). De discipelen, die Jezus niet herkenden, vertelden Hem over de kruisiging van Jezus ( 24:20 ) en volgens hen was het “de derde dag sinds dit alles gebeurd is” ( 24:21 ). Van woensdag tot zondag zijn vier dagen. Een mogelijke verklaring is dat ze vanaf woensdagavond, de begrafenis van Christus, zouden kunnen hebben geteld, wanneer zoals gezegd de Joodse donderdag begint, en je zou donderdag tot zondag als drie dagen kunnen tellen.In het grote totaalbeeld is het helemaal niet zo belangrijk om te weten op welke dag van de week Christus werd gekruisigd. Als dat heel belangrijk was geweest, dan zou Gods Woord de precieze dag duidelijk aan ons gecommuniceerd hebben. Wat belangrijk is, is dat Hij stierf en lichamelijk uit de dood opstond. Wat net zo belangrijk is, is de reden voor Zijn dood: Hij nam de straf op Zich die alle zondaars verdienen.

Johannes 3:16 en 3:36 verkondigen allebei dat een geloof en vertrouwen in Jezus resulteert in een eeuwig leven!

I think my translation is supported by the context, since the whole book of Revelation is about the Last Judgment, which over and over in the Tunakh is called in Hebrew “yom- YHVH “ (“the Day of Adonai,” “the Day of the Lord”). On the other hand, Ignatius, who claimed to be a disciple of the emissary Yochanan, wrote letters only two decades or so after Revelation was written, in which he uses “kuriake” to mean Sunday — as does modern Greek.
This only shows how quickly the Jewish roots of the New Testament were forgotten or ignored.

(Even if “on the Lord’s Day” is correct,
Shabbat is not thereby moved from Saturday to Sunday; nor does “the Lord’s Day” replace or abrogate Shabbat (Mt 5:17); nor is Sunday mandatory as a day of worship for Christians or Messianic Jews. On this see Ac 20:7N, 1С 16:2N.)The interpretative problem arises because the Greek adjective “kuriake” is rare; it appears in the New Testament at only one other place, 1С 11:20, which speaks of “a meal of the Lord,” that is, pertaining to the Lord; in context it means a meal eaten in a manner worthy of Yeshua or of God, a “lordly” or godly meal.According to Yechiel Lichtenstein’s commentary (see MJ 3:13N), the late second-century writer Irenaeus mentioned a church tradition that the Messiah will return during Pesach and believed that en te kuriake emera refers not to Sunday but to the first day of Pesach. This calls to mind the Seder ritual of opening the front door for Elijah the prophet, forerunner of the Messiah.

Actually, when the events of Yeshua’s ministry are arrayed in relation to the Jewish calendar set forth in Leviticus 23, Numbers 28 and Deuteronomy 16, his return should be expected at

Rosh-HaShanah (“New Year”), the biblical Feast of Shofars (“Trumpets”). The Jewish calendar is divided into the spring and fall holidays, corresponding to Yeshua’s first and second comings. The first spring festival is Pesach (“Passover”), when Yeshua’s atoning death took place (Mattityahu 26-27). The nex,t is Shavu’ot (“Weeks,” “Pentecost”), when the Holy Spirit was given to his talmidim (Yn 7:39, 14:26,15:26,16:7-15, 17:5; Ac 2:1-4&NN). The long summer break corresponds to the present period when Yeshua is not on earth. According to Mt 24:31, 1С 15:52and 1 Th 4:16-17 (see notes there and at 8:2 below, and compare Isaiah 27:13), Yeshua’s second coming will be announced by shofars; this corresponds to the first fall holiday, the Feast of Shofars. Interpreters expecting a Millennium (4:1N) see it in relation to the Ten Days of Repentance between Rosh-HaShanah and Yom-Kippur(the “Day of Atonement”), which itself corresponds to the Day of Judgment (20:11-15). Finally, the new heaven and earth (21:1-22:17&NN) hold the position of the year’s last holiday, the joyous pilgrim festival of Sukkot (Yn 7:2N, 7:37&N), which all the nations of the world will one day celebrate (Zechariah 14:16-19), just as through the New Covenant the nations of the world are invited to join Israel through faith in Israel’s Messiah, Yeshua.

Opdracht om te schrijven aan de zeven gemeenten
“Schrijf nu op wat u hebt gezien, en wat is, en wat hierna zal geschieden. Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven gemeenten”.

De aanhef van elke brief beschrijft de aard van die gemeente en wordt voornamelijk ontleend aan de beeldspraak van het visioen dat Johannes kreeg in Openbaring 1: 12-16. De geadresseerde gemeente ontvangt een specifiek, voor hen bestemde opsomming van de staat waarin hun gemeente zich bevindt.

De volgorde van de brieven lijkt kerkelijk, civiel en geografisch te zijn: Efeze als eerste, als zijnde de Aziatische metropool (aangeduid als “het licht van Azië” en “eerste stad van Azië”), het dichtst bij Patmos, waar Johannes de brief ontving aan de zeven kerken, en ook als de gemeente waarmee Johannes een speciale band mee had. Daarna komen de gemeentes aan de westkust aan de beurt en als laatste de gemeente gelegen in het binnenland.

Alleen de gemeentes Smyrna en Filadelfia ontvangen lof. Sardis en Laodicea krijgen bijna uitsluitend een berisping. In Efeze, Pergamus en Thyatira zijn er enkele zaken die moeten worden geprezen, andere zaken moeten worden veroordeeld, het laatste element overheerst in één geval (Efeze), de eerste in de twee andere gemeentes (Pergamus en Thyatira).

Aldus worden de hoofdkenmerken van de verschillende staten van verschillende kerken, in alle tijden en plaatsen, geportretteerd en worden ze op gepaste wijze aangemoedigd of gewaarschuwd.
Openbaringen 2 – Eerste brief: aan Efeze
Vers 1 Schrijf aan de engel (a) van de gemeente in Efeze (b) : Dit zegt Hij Die de zeven sterren (c) in Zijn rechterhand houdt (d) , Die te midden van de zeven gouden kandelaren (c) wandelt:

JNT (
Jewish New Testament): “To the angel of the Messianic Community in Ephesus, write: ‘Here is the message from the one who holds the seven starsc in his right hand and walks among the seven gold menorahs: 

a) Engel. Zie 1:20 .
b) Efeze had de belangrijkste Messiaanse gemeenschap in de provincie Azië. Het was al een religieus centrum, de thuisbasis van de heidense godin Artemis ( Handelingen 19:35 ), en er was een focus op magie ( Handelingen 19:19 ). De congregatie werd gesticht door Aquila en Priscilla ( Handelingen 18:18 ) en met Paulus zijn leiding werd het al snel een evangelisatiecentrum ( Handelingen 19:10 ). Timotheüs nam later Paulus plaats in ( 1Timotheüs 1: 3 ), en de overlevering zegt dat de afgezant Johannes hier woonde (Irenaeus, Eusebius).
c) De zeven sterren… de zeven gouden kandelaren, menora’s. Zie 1:12-13,16,20
d) Hij die vasthoudend is
 
a) Openbaringen 1:20 Het geheimenis van de zeven sterren die u in Mijn rechterhand hebt gezien, en van de zeven gouden kandelaren is: de zeven sterren zijn de engelen van de zeven gemeenten, en de zeven kandelaren die u hebt gezien, zijn de zeven gemeenten.

Engelen, dit is moeilijk uit te leggen. Er zijn meerdere alternatieven als uitleg:

 

● Ze zijn beschermengelen;
● Zij zijn de voorgangers van de Messiaanse gemeenschappen; maar er is geen precedent om predikanten “engelen” te noemen;
● Het zijn “boodschappers” (een alternatieve betekenis voor Griekse angeloi) uit de gemeenschappen; maar als dat het geval is, waarom zou je hen dan aanspreken in plaats van de gemeenschappen zelf?
● Anderen zoeken meer verband met teksten waarin op een bijzondere wijze over engelen in verband met personen wordt gesproken. Te denken valt aan
Handelingen 12:15 waar ten opzichte van Petrus gezegd wordt: ‘Het is zijn engel’ en Mattheüs 18:10 waar we een soortgelijke aanduiding vinden met het oog op de kinderen. Het zou dan zien op de engel, die met bijzondere zorg voor die plaatselijke gemeente van Godswege belast was;
● Het merkwaardige is echter dat in de engel de hele gemeente wordt aangesproken en verantwoordelijk wordt gesteld en daarom denken velen, dat de term engel op zichzelf ook een symbolische aanduiding is. Daarmee zijn dan allen bedoeld, die een plaats van verantwoordelijkheid innemen en door hun gaven licht verspreiden.

Dit laatste is misschien de meest aannemelijke verklaring. In ieder geval mogen we uit het gebruik van het enkelvoudige woord engel niet besluiten tot een bepaalde eenhoofdige gemeentestruktuur, die er geweest zou zijn want de Schrift geeft aan dat er niet zo’n struktuur bestond. En verder hebben we te bedenken dat de verantwoordelijkheid van elk ‘lid’ van de plaatselijke gemeente benadrukt wordt. We hebben allen, wie we ook zijn, de inhoudt van deze brieven ter harte te nemen. Er staat niet voor niets ‘wie een oor heeft, die hore. In elk geval zijn de brieven van de hoofdstukken 2 en 3 bedoeld voor de zeven Messiaanse gemeenschappen die daarin worden genoemd.

b) Efeze – was oorspronkelijk (ca. 1100 v.Chr.) een groep inheemse nederzettingen, gelegen rondom het heiligdom van de grote oud-Griekse vruchtbaarheidsgodin, Artemis van Efeze genaamd. Paulus werkte daar drie jaar. Hij heeft de brief geschreven tijdens zijn eerste gevangenschap in Rome, in het jaar 62/63 of 60/61 na Chr., ongeveer 8 jaar nadat de gemeente was gesticht, (Efeze 1:1; 3:1; 4:1; 6:20; Handelingen 28:30).

In enkele van de oudste handschriften ontbreekt in Efeze 1:1 de vermelding dat de brief gericht was aan de Efeziërs: de woorden ‘in Efeze’ ontbreken. Daarom, misschien was de brief een rondzendbrief, een brief bestemd om in verschillende gemeenten voorgelezen te worden, mogelijk Laodicéa inbegrepen (verg. Kolossenzen 4:16b). Een tweede grond voor de gedachte aan een rondzendbrief is dat Paulus niet handelt over bepaalde problemen in Efeze, maar een zeer verheven en diepgaande verhandeling geeft over de bijzondere plaats en voorrechten van de gemeente van Jezus Christus in verbinding met haar verheerlijkte Hoofd in de hemel.

Een derde grond is dat de toon van de brief ook zeer algemeen is, niet zo persoonlijk, wat op zich vreemd zou zijn als Paulus schrijft naar een gemeente waar hij meer dan twee jaar lief en leed heeft gedeeld. Men gaat er daarom van uit dat de Efeze brief wel geadresseerd is geweest aan de gemeente te Efeze, maar meer bedoeld was als een rondschrijven voor de gehele regio.

Vervolgens heeft hij Timotheüs als opziener gesteld en hij krijgt de opdracht te werken als evangelist, 2 Timotheüs 4:5.

De eerste brief aan Timotheüs of 1 Timotheüs is een brief van de apostel Paulus aan zijn jonge medewerker Timotheüs. De brief is gericht aan Timotheüs, een jonge medewerker van de apostel, door hem geestelijk ‘verwekt’, d.w.z. tot geloof en wedergeboorte geleid. Van natuurlijke geboorte was Timotheüs de zoon van een Joodse moeder en een Griekse vader (Handelingen 16:1). Timotheüs was door zijn moeder en grootmoeder al bekend gemaakt met het onderwijs van het Oude Testament. Paulus noemt hem “mijn waar kind in het geloof” en “mijn geliefd en trouw kind.

De brief bevat aanwijzingen m.b.t. het gemeenteleven en door de hele brief heen wordt gewezen op het gevaar van dwaalleer. Paulus draagt Timotheüs op om verkeerde leringen in de gemeente krachtig aan te pakken (1 Timotheüs 1:3-4). Deze vermaning vindt men door de hele Bijbel heen (vasthouden aan Gods geboden en inzettingen) en is dan ook een belangrijke les voor ons. Er staan veel richtlijnen in voor een gezond gemeenteleven. In hoofdstuk 3 wordt een profielschets gegeven voor leiders in de gemeente. Verder waarschuwt Paulus voor de gevaren van gerichtheid op materieel bezit. Ontevredenheid kan zelfs uitmonden in afdwalen van het geloof. Kerntekst hier is 1 Timotheüs 3:15Maar voor het geval dat ik langer wegblijf, weet u nu hoe men zich moet gedragen in het huis van God, dat is de gemeente van de levende God, zuil en fundament van de waarheid”.

c) De zeven sterrenZeven gouden kandelaren
Zeven sterren in Zijn rechterhand (de zeven sterren zijn [de] engelen van de zeven gemeenten) en een scherp tweesnijdend zwaard kwam uit zijn mond. Dit beeld is te vinden in
Jesaja 49: 1-3; [Luister naar Mij, kustlanden, sla er acht op, volken van ver! De HEERE heeft Mij geroepen van de moederschoot af, van de baarmoeder af heeft Hij Mijn Naam genoemd. Hij heeft Mijn mond gemaakt als een scherp zwaard, in de schaduw van Zijn hand heeft Hij Mij verborgen. Hij heeft Mij gemaakt tot een puntige pijl, Hij heeft Mij in Zijn pijlkoker gestoken. Hij heeft tegen Mij gezegd: U bent Mijn Knecht, Israël, in Wie Ik Mij zal verheerlijken.], waar Yeshua de Messias en het volk van Israël met elkaar worden geïdentificeerd. Dit zwaard is het Woord van God (6: 9, Efeziërs 6:17). Daarmee slaat Yeshua, in zijn rol als rechter en koning, de naties neer (19:15); want eerder had hij gewaarschuwd dat mensen erdoor geoordeeld zouden worden (Johannes 12: 48-49). Het Woord van God is geschikt om te oordelen, omdat het de waarheid in de harten van mensen kan onderscheiden (Hebreeën 4: 12-13).

Zeven gouden menora’s (“candlesticks”). Exodus 25: 31-40 spreekt van de zevenarmige menora die voor het tweede gordijn in de Tabernakel stond. De tien gouden menora’s in Salomo ‘s Tempel (1Kronieken 28:15) werden naar Babylon meegenomen (Jeremia 52:19). Zacharia 4:2 spreekt van een enkele gouden menora met zeven nerot (“lampen”, “kaarsen”).

Volgens vers 20, “De zeven menora’s zijn de zeven Messiaanse gemeenschappen” van vers 2. Met Yeshua ‘s waarschuwing aan de gemeenschap in Efeze, “zal ik je menora van zijn plaats verwijderen – tenzij je je van je zonden afkeert!” (2: 5), vergelijk zijn opmerking in de Bergrede dat gelovigen het licht zijn voor de wereld (Mattheüs 5: 15-16; zie ook 2 Corinthiërs 4: 6).

Zeven is het getal van de volheid. Er is sprake van zeven gemeenten, zeven brieven, zeven engelen van de gemeenten, zeven visioenen, zeven geesten, zeven kandelaren, zeven sterren, zeven zegels, zeven kronen, zeven hoornen, zeven ogen van het Lam, zeven engelen met trompetten, zeven donderslagen, zeven koppen van het beest, zeven plagen en zeven bergen.

Wordt vervolgd