Ruach – wie of wat is Ruach

Ruach – in de Bijbelboeken

Genesis 3:7 Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten.

Iets werd hun afgenomen omdat beiden constateerden dat ze naakt waren. (Éts haddacat tov warac: boom vd kennis van goed & kwaad (vgl. 3:6 ‘verstandig’!): kennen zoals God kent = onafhankelijkheid (3:5!): het kwaad leren kennen door ervoor te kiezen (en dan het goed te verliezen!))

Als God hen bezoekt en ze zich voor Hem verbergen, spreekt Hij: Wie heeft u verteld dat u naakt bent? Hebt u van die boom gegeten waarvan Ik u geboden had daar niet van te eten?

Hebrew Names Version: Genesis 3:8-11 They heard the voice of the LORD God walking in the garden in the cool of the day, and the man and his wife hid themselves from the presence of the LORD God among the trees of the garden.

They heard the voice of the Lord God walking in the garden — The divine Being appeared in the same manner as formerly — uttering the well-known tones of kindness, walking in some visible form (not running hastily, as one impelled by the influence of angry feelings). How beautifully expressive are these words of the familiar and condescending manner in which He had hitherto held intercourse with the first pair.

in the cool of the day–literally, “the breeze of the day,” the evening.

hid themselves amongst the trees of the garden — Shame, remorse, fear — a sense of guilt — feelings to which they had hitherto been strangers disordered their minds and led them to shun Him whose approach they used to welcome. How foolish to think of eluding His notice ( Psa 139:1-12 ).

The LORD God called to the man, and said to him, “Where are you?” And he said, I heard thy voice in the garden, and I was afraid, because I was naked; and I hid myself. And he said, Who told thee that thou wast naked? Hast thou eaten of the tree, whereof I commanded thee that thou shouldest not eat?

afraid, because. . . naked — apparently, a confession — the language of sorrow; but it was evasive — no signs of true humility and penitence — each tries to throw the blame on another.

Genesis 2:25 vermeld nog: En zij waren beiden naakt, Adam en zijn vrouw, maar zij schaamden zich niet. Waarom zouden ze, er was geen enkele reden voor enige schaamte.

De naaktheid die ze ontdekten lag in hun hart, een schuldgevoel en een angstig besef van de verwijdering die er tussen God en hen was ontstaan door ongehoorzaamheid. Beiden durfden Hem niet meer onder ogen te komen en verborgen zich achter zelfgemaakte “kleding” Een bijna ultime poging om de geestelijke bedekking die ze hadden te vervangen voor een natuurlijke bedekking.

Ze zagen dat… mag ook vertaald worden met: hun zintuigen werden geprikkeld. Een zintuig is een gespecialiseerd orgaan dat een organisme in staat stelt bepaalde, voor het zintuig specifieke, stimuli (prikkels) waar te nemen. Ieder afzonderlijk zintuig geeft mens en dier toegang tot een bepaald deel van de fysische werkelijkheid. De zintuigen vormen een belangrijk studieobject van de neurowetenschap en de cognitieve psychologie. – hun onschuld was weg!

Even verder lees je dat God hen voorzag van echte kleding: En de HEERE God maakte voor Adam en voor zijn vrouw kleren van huiden en kleedde hen daarmee.  God made coats of skins — taught them to make these for themselves. This implies the institution of animal sacrifice, which was undoubtedly of divine appointment, and instruction in the only acceptable mode of worship for sinful creatures, through faith in a Redeemer (Hebreeen 9:22). Bijzonder is dat Hij dat deed vóór Hij hen wegzond uit de hof van Eden.

Toen zei de HEERE God: Zie, de mens is geworden als één van Ons, omdat hij goed en kwaad kent. Nu dan, laat hij zijn hand niet uitsteken en ook van de boom des levens (H2416) nemen en eten, zodat hij eeuwig zou leven!

And God said, Behold, the man is become as one of us — not spoken in irony as is generally supposed, but in deep compassion. The words should be rendered, “Behold, what has become [by sin] of the man who was as one of us”! Formed, at first, in our image to know good and evil — how sad his condition now.

      and now, lest he put forth his hand, and take also of the tree of life (Éts hachajjim)– This tree being a pledge of that immortal life with which obedience should be rewarded, man lost, on his fall, all claim to this tree; and therefore, that he might not eat of it or delude himself with the idea that eating of it would restore what he had forfeited, the Lord sent him forth from the garden.

Toch wordt ons eeuwig leven beloofd: Johannes 11:25,26 Jezus zei tegen haar (Martha):  Ik ben de Opstanding en het Leven; wie in Mij gelooft, zal leven, ook al was hij gestorven, en ieder die leeft en in Mij gelooft, zal niet sterven in eeuwigheid.

Levensboom: ‘lijn’ van Gods soevereine genade > leven. Kennisboom: ‘lijn’ van de menselijke verantwoordelijkheid > dood. Komen samen in het kruis: Yeshua bereidt voor de zijnen het leven, Hij neemt onze verantwoordelijkheid over.

1 Petrus 1:3-4 “Geprezen zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons, overeenkomstig Zijn grote barmhartigheid, opnieuw geboren deed worden tot een levende hoop, door de opstanding van Jezus Christus uit de doden, tot een onvergankelijke, onbevlekte en onverwelkbare erfenis, die in de hemelen bewaard wordt voor u”.

Kortom ís Hij de boom des levens. Wat over ons moet komen en moet zijn is de Geest. Deze Geest richt ons oog op Yeshua, een levende hoop. Zijn Geest vult ons, bedekt ons, heelt ons en vervolmaakt ons. Wij voelen ons niet meer naakt, maar bekleed met een geestelijke mantel, Ruach, vergezeld door de ﬡﬨ het Woord, de Belofte, onze erfenis.

Zoals Elisa de mantel van Elia nam:

Hij pakte de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, op, keerde terug en bleef aan de oever van de Jordaan staan. Hij nam de mantel van Elia, die van hem afgevallen was, en sloeg het water en zei: Waar is de HEERE, de God van Elia, ja Hij? Hij sloeg het water en het werd naar beide zijden verdeeld, en Elisa ging erdoor. Toen nu de leerling-profeten uit Jericho, die aan de overzijde waren, hem zagen, zeiden zij: De geest van Elia rust op Elisa. Zij kwamen hem tegemoet en bogen zich ter aarde voor hem neer.

En zij zeiden tegen hem: Zie toch, er zijn bij uw dienaren vijftig dappere mannen. Laat hen toch uw meester gaan zoeken, of de Geest van de HEERE hem misschien niet heeft opgenomen en op een van de bergen of in een van de dalen geworpen heeft. Maar hij zei: Stuur hen niet. Zij drongen echter bij hem aan, tot beschamens toe, en hij zei: Stuur hen dan maar. En zij stuurden vijftig mannen, die drie dagen zochten, maar hem niet vonden. Toen kwamen zij bij hem terug, terwijl hij in Jericho verbleef, en hij zei tegen hen: Heb ik niet tegen u gezegd: Ga niet?

Wat is Ruach

Ruach
  • Wind, bries, adem, een uitademing (uitwaseming).
  • Ziel – Het geestelijke of imma iële deel van een mens of dier, beschouwd als onsterfelijk.
  • Verschillend van ” nefesj ” wat “levend wezen” betekent.
  • Essentie – de intrinsieke aard of onmisbare eigenschap van iets, vooral iets abstracts, dat het karakter ervan bepaalt.

Pneuma (grieks)

  • Beweging van de lucht, bries, uitblazen
  • Naar analogie of figuurlijk, een geest, de rationele ziel
  • Geestelijke gesteldheid

Ruach – Wind

Genesis 8:1En God dacht aan Noach en aan al de wilde dieren en al het vee dat bij hem in de ark was; en God liet wind over de aarde gaan, zodat het water bedaarde“.

Exodus 10:13Toen strekte Mozes zijn staf uit over het land Egypte, en de HEERE bracht die hele dag en die hele nacht een oostenwind in het land. En het gebeurde, toen het morgen geworden was, dat de oostenwind de sprinkhanen meevoerde.

1 Koningen 19: 9-12Hij ging daar een grot in en overnachtte er. En zie, het woord van de HEERE kwam tot hem, en Hij zei tegen hem: Wat doet u hier, Elia? Hij zei: Ik heb mij zeer voor de HEERE, de God van de legermachten, ingezet. De Israëlieten hebben immers Uw verbond verlaten, Uw altaren omvergehaald en Uw profeten met het zwaard gedood. Ik alleen ben overgebleven, en zij staan mij naar het leven om het mij te benemen. Maar Hij zei: Ga naar buiten en ga op de berg staan, voor het aangezicht van de HEERE. En zie, de HEERE ging voorbij, en een grote en sterke wind, die bergen spleet en rotsen in stukken brak, voor het aangezicht van de HEERE uit. Maar de HEERE was niet in de wind. Na deze wind kwam er een aardbeving, maar de HEERE was ook niet in de aardbeving. Op de aardbeving volgde een vuur, maar de HEERE was ook niet in het vuur. En na het vuur kwam het suizen van een zachte stilte. En het gebeurde, toen Elia dat hoorde, dat hij zijn gezicht met zijn mantel omwikkelde, naar buiten ging en in de ingang van de grot bleef staan. En zie, een stem kwam tot hem, die zei: Wat doet u hier, Elia?

Ruach – Adem

2 Samuël 22:16De bodem van de zee werd zichtbaar, de fundamenten van de wereld werden blootgelegddoor de bestraffing van de HEERE, door het blazen van de adem uit Zijn neus“.
 

Jesaja 30: 27-28Zie, de Naam van de HEERE komt van ver, Zijn toorn brandt – de last is zwaar – Zijn lippen zijn vol gramschap, Zijn tong is als verterend vuur. Zijn adem is als een overstromende beek, die reikt tot de hals, om de heidenvolken te wannen met de wan van nutteloosheid; en een toom die doet dwalen, ligt op de kaken van de volken“.

Job 9:16-18Als ik roep en Hij antwoordt mij, dan kan ik niet geloven dat Hij mijn stem ter ore neemt. Want Hij vermorzelt mij door een storm, en maakt mijn wonden talrijk, zonder reden. Hij laat mij niet toe om op adem te komen, maar Hij verzadigt mij met bitterheden“.

Ruach als onze essentie, intrinsieke aard of mentale gesteldheid
Genesis 41:8 (Farao) “En het gebeurde de volgende morgen dat zijn geest verontrust was“. (De geest van Farao werd “bewogen, geschud” om antwoorden gevonden.)
 Vers 38 Daarom zei de farao tegen zijn dienaren: Zouden wij ooit iemand kunnen vinden als deze man, in wie de Geest van God is?
 Farao vroeg feitelijk is er iemand anders te vinden dan deze man in wie de intrinsieke aard/ natuur van Elohim is, de essentie van Elohim. Farao herkende en erkende dat.

Exodus 28:2-3Dan moet u voor uw broer Aäron geheiligde kleding maken om hem waardigheid en aanzien te geven En ú moet spreken tot allen die wijs van hart zijn, die Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de kleding van Aäron moeten maken om hem te heiligen, zodat hij Mij als priester kan dienen“.

Exodus 35:20-21Toen ging heel de gemeenschap van de Israëlieten bij Mozes weg, en ze kwamen terug: ieder wiens hart hem daartoe bewoog en ieder wiens geest hem gewillig maakte. Ze brachten het hefoffer voor de HEERE ten behoeve van het werk aan de tent van ontmoeting, voor al het dienstwerk daarin en voor de geheiligde kledingstukken”.
 Numeri 5:29-30Dit is de wet voor de achterdocht: wanneer een vrouw, terwijl zij haar man toebehoort, afgeweken is en zich heeft verontreinigd, of wanneer een geest van achterdocht over een man komt, en hij achterdochtig wordt tegenover zijn vrouw, dan moet hij de vrouw voor het aangezicht van de HEERE plaatsen, en de priester moet deze hele wet op haar toepassen“.
 Deuteronomium 2:30Maar Sihon, de koning van Hesbon, wilde ons niet door zijn land laten trekken. De HEERE, uw God, verhardde namelijk zijn geest en verstokte zijn hart, om hem in uw hand te geven, zoals het op deze dag is“.

Ruach HaKodesh is Adonai
De Ruach HaKodesh (Heilige Geest) is eveneens de Naam voor Adonai (HEER) in de Tenach. Het grootste deel van de openbaring van de volledige Godheid van de Ruach HaKodesh wordt gegeven in de B’rit Chadashah, hoewel er sterke aanduidingen zijn in de Tenach.
De Schrift (zowel de Tenach als de Brit Chadashah) onthullen dat de Ruach HaKodesh heeft duidelijk goddelijke attributen en werken, en er wordt op dezelfde manier over gesproken de Vader en de Zoon zijn. De heilige Geest is intelligent, spreekt en is persoonlijk.

Maar mijn vraag is: Is de heilige Geest een persoon of een kracht, een middel waarmede Adonai en Yeshua zich bedienen. De Geest wil in ons wonen, dat is een feit dat geen enkele discussie behoeft te hebben.

 

De intrinsieke natuur, geestelijke (mentale) gesteldheid.

In den beginne schiep Elohim de hemel en de aarde“. Elohim, de Hoogste de Almachtige de Eeuwige Hij Die door Zijn Woord ﬡﬨ alles heeft voortgebracht.
 
Elohim is de titel van Israëls God, van JHVH. Tijdens de omwandelingen van Yeshua op deze aarde was de werkelijke uitspraak van de letters JHVH niet meer bekend. Dit kwam mede doordat het Hebreeuws een dode taal was geworden en niet meer gebruikt werd, daar komt bij dat de Joden zo’n eerbied hadden voor de naam van God, dat als ze deze vier letters in de Bijbel zagen staan, men hardop las; Adonaj (Heer) of Elohim (God).

De massoreten, de joodse leraren die de Oud Testamentische boeken overschreven, hebben een combinatie gemaakt van de letters JHV en de klinkers van Adonaj waaruit Jehova is ontstaan. Wij kennen in onzer vertaling de Naam Jahweh de combinatie van de letters JHVH en het Hebreeuwse werkwoord hajah dat ‘zijn’ betekent.

  

Er zijn 3 invloedrijke geesten:

1. De geest van de mens
2.
De geest van hasatan
3.
De heilige Geest (Geest van Elohim)

1) De geest van de mens

Genesis 2:7 …toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies (H5301 – naphach) de levensadem (H5397) in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen“.

… een levend wezen: In de SV lezen we levende ziel in plaats van levend wezen. Het Hebreeuwse woordje nefesj betekent echter niet ziel in de traditionele betekenis van het woord. Bij het woord ziel denken wij aan de onsterfelijke ziel, die de mensen van de dieren onderscheidt. Die betekenis past niet bij nefesj. In het Oude Testament hebben dieren ook een nefesj en is de nefesj niet onsterfelijk. Een voorbeeld kan dit duidelijk maken. In Genesis 2:7 lezen we de woorden nefesj chajjah. We vinden precies dezelfde woorden in Genesis 1:20 en daar slaat het overduidelijk op dieren. Vandaar dat voor levend wezen gekozen is.

Levensadem – Breath of life – Hebrew nĕshamah – נְשָׁמָה nisjmat chajjim’; from H5395; a puff, i.e. wind, angry or vital breath, divine inspiration, intellect. or (concretely) an animal:—blast, (that) breath(-eth), inspiration, soul, spirit.

Genesis 1:27En God schiep de mens naar Zijn beeld; naar het beeld van God schiep Hij hem; mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen“. – Wij zijn daardoor een intrinsiek wezen geworden, niet het uiterlijke van God maar naar zijn geestelijk beeld. MAAR het blijft onze keuze om naar Zijn beeld te leven, te handelen en te werken. (Een levende ziel – nèfesj chajjah)

Job 15:12,13Waarom voert je hart je zo mee, en waarom flikkeren je ogen, dat je je geest tegen God keert en zulke woorden uit je mond laat gaan?” (Je intrinsieke natuur, je intellect, keert zich tegen God)

Genesis 6:1-3En het gebeurde, toen de mensen zich op de aardbodem begonnen te vermenigvuldigen en er dochters bij hen geboren werden, dat Gods zonen de dochters van de mensen zagen dat zij mooi waren, en zij namen zich vrouwen uit allen die zij uitgekozen hadden. Toen zei de HEERE: Mijn Geest zal niet voor eeuwig met de mens twisten, omdat ook hij vlees is, maar zijn dagen zullen honderdtwintig jaar zijn.

Vers 5, 6En de HEERE zag dat de slechtheid (Doen wat Hij je zegt niet te doen en niet doen wat Hij je vraagt te doen) van de mens op de aarde groot was, en dat al de gedachtespinsels van zijn hart elke dag alleen maar slecht waren. Toen kreeg de HEERE er berouw over dat Hij de mens op de aarde gemaakt had, en het bedroefde Hem in Zijn hart“.

Vraag: Wat is het verschil tussen de ziel en de geest van een mens?
Het woord “geest” slaat alleen op het immateriële aspect van de mens.
1) Geestelijk 2) Niet materieel 3) Niet stoffelijk 4) Onstoffelijk 5) Onlichamelijk 6) Spiritueel. Mensen hebben een geest, maar we zijn geen geest. Maar in de Schrift wordt gezegd dat alleen gelovigen, die mensen waar de Heilige Geest in huist, “geestelijk in leven” zijn.

1 Korintiërs 2:10-12Aan ons echter heeft God het geopenbaard door Zijn Geest. De Geest immers onderzoekt alle dingen, zelfs de diepten van God. Want wie van de mensen kent de dingen van de mens dan de geest van de mens, die in hem is? Zo kent ook niemand de dingen van God dan de Geest van God. En wij hebben niet ontvangen de geest van de wereld, maar de Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons door God genadig geschonken zijn“.

Hebreeën 4:12-13Want het Woord van God is levend en krachtig en scherper dan enig tweesnijdend zwaard, en het dringt door tot op de scheiding van ziel en geest, van gewrichten en merg, en het oordeelt de overleggingen en gedachten van het hart. En er is geen schepsel onzichtbaar voor Hem, maar alles ligt naakt en ontbloot voor de ogen van Hem aan Wie wij rekenschap hebben af te leggen“.

Jakobus 2:26Want zoals het lichaam zonder geest dood is, zo is ook het geloof zonder de werken dood“.

Ongelovigen zijn “geestelijk dood”

Efeziërs 2:1-6Ook u heeft Hij met Hem levend gemaakt, u die dood was door de overtredingen en de zonden, waarin u voorheen gewandeld hebt, overeenkomstig de leefwijze van deze wereld, overeenkomstig de wil van de aanvoerder van de macht in de lucht, van de geest die nu werkzaam is in de kinderen van de ongehoorzaamheid, onder wie ook wij allen voorheen verkeerden, in de begeerten van ons vlees, door de wil van het vlees en de gedachten te doen; en wij waren van nature kinderen des toorns, evenals de anderen. Maar God, Die rijk is in barmhartigheid, heeft ons door Zijn grote liefde, waarmee Hij ons liefgehad heeft, ook toen wij dood waren door de overtredingen, met Christus levend gemaakt – uit genade bent u zalig geworden – en heeft ons met Hem opgewekt en met Hem in de hemelse gewesten gezet in Christus Jezus, opdat Hij in de komende eeuwen de allesovertreffende rijkdom van Zijn genade zou bewijzen, door de goedertierenheid over ons in Christus Jezus“.

Kolossenzen 2:9-15Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht. In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus. U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd“.

In de brieven van Paulus was de “geest” een spil voor het geestelijke leven van de gelovige.
1 Korintiërs 2:14Maar de natuurlijke mens neemt de dingen van de Geest van God niet aan, want ze zijn dwaasheid voor hem. Hij kan ze ook niet leren kennen, omdat ze geestelijk beoordeeld worden“. 1 Korintiërs 3:1En ik, broeders, kon tot u niet spreken als tot mensen die geestelijk zijn, maar als tot mensen die nog vleselijk zijn, als tot jonge kinderen in Christus“. 1 Korintiërs 15:45Zo staat er ook geschreven: De eerste mens Adam is geworden tot een levend wezen, de laatste Adam tot een levendmakende Geest“. Efeziërs 1:3Gezegend zij de God en Vader van onze Heere Jezus Christus, Die ons gezegend heeft met alle geestelijke zegen in de hemelse gewesten in Christus, omdat Hij ons vóór de grondlegging van de wereld in Hem uitverkoren heeft, opdat wij heilig en smetteloos voor Hem zouden zijn in de liefde“. Efeziërs 5:17-20Wees daarom niet onverstandig, maar begrijp wat de wil van de Heere is. En word niet dronken van wijn, waarin losbandigheid is, maar word vervuld met de Geest, en spreek onder elkaar met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen, en zing voor de Heere en loof Hem in uw hart, en dank altijd voor alle dingen God en de Vader in de Naam van onze Heere Jezus Christus.

Kolossenzen 1:9-11Daarom houden ook wij niet op, vanaf de dag dat wij het gehoord hebben, voor u te bidden en te smeken dat u vervuld mag worden met de kennis van Zijn wil, in alle wijsheid en geestelijk inzicht, zodat u wandelt op een wijze de Heere waardig, Hem in alles behaagt, in elk goed werk vrucht draagt en groeit in de kennis van God, terwijl u met alle kracht bekrachtigd wordt, overeenkomstig de sterkte van Zijn heerlijkheid, om met blijdschap in alles te volharden en geduld te oefenen.

Kolossenzen 3:16Laat het woord van Christus in rijke mate in u wonen, in alle wijsheid; onderwijs elkaar en wijs elkaar terecht, met psalmen, lofzangen en geestelijke liederen. Zing voor de Heere met dank in uw hart“.
De geest is het element in de mens dat hem in staat stelt om een hechte relatie met God te hebben. Steeds wanneer het woord “geest” wordt gebruikt, heeft dit betrekking op
het immateriële deel van de mens, waaronder ook de ziel.

Het woord “ziel” slaat niet alleen op het immateriële deel van de mens, maar ook het materiële deel [stoffelijk wezenlijk behoeften]. In tegenstelling tot het hebben van een “geest”, is de mens een ziel. Het woord “ziel” betekent in de meest voorkomende betekenis “leven”. Maar, de Bijbel gaat verder dan “leven” en bespreekt vele aspecten. Eén van die aspecten is de gretigheid van de mens om te zondigen

Lukas 12:26Als u dan ook het minste niet kunt, waarom bent u over de andere dingen bezorgd? De mens is kwaadaardig van aard en zijn ziel is als gevolg daarvan verdorven. Het levensprincipe wordt op het moment van de lichamelijke dood verwijderd“.
Genesis 35:18 – Rachel sterft; “En het gebeurde, toen haar ziel het lichaam verliet, want zij stierf, dat zij hem de naam Ben-oni gaf. Zijn vader gaf hem echter de naam Benjamin“.
Jeremia 15:2En het zal gebeuren, wanneer zij tegen u zeggen: Waar moeten wij naartoe gaan? dat u tegen hen moet zeggen: Zo zegt de HEERE: Wie bestemd is voor de dood, naar de dood; wie bestemd is voor het zwaard, naar het zwaard; wie bestemd is voor de honger, naar de honger; en wie bestemd is voor de gevangenis, naar de gevangenis“.

De “ziel” is net als de “geest” het centrum van een groot aantal geestelijke en emotionele ervaringen.
Job 30:25 Heb ik niet geweend over degene die moeilijke dagen had? Was mijn ziel niet bedroefd over de arme?
Psalm 43:5Wat buigt u zich neer, mijn ziel, en wat bent u onrustig in mij? Hoop op God, want ik zal Hem weer loven; Hij is de volkomen verlossing van mijn aangezicht en mijn God“.

Jeremia 13:17Als u dan nog niet luistert, zal mijn ziel wenen op verborgen plaatsen vanwege de hoogmoed, bitter schreien, ja, tranen stromen er uit mijn ogen naar beneden, want de kudde van de HEERE is gevangen weggevoerd“.
Wanneer het woord “ziel” wordt gebruikt, dan kan dit op de volledige mens slaan, levend of na de dood.

De “ziel” en de “geest” zijn gelijksoortig wat betreft de manier waarop ze gebruikt worden in het geestelijke leven van de gelovige. Ze zijn verschillend wat betreft de dingen waarnaar zij aan verwijzen. De “ziel” is het horizontale oogpunt van de mens in de wereld. De “geest” is het verticale oogpunt naar God toe. Het is belangrijk om te begrijpen dat beiden betrekking hebben op het immateriële gedeelte van de mens, maar dat alleen de “geest” betrekking heeft op de levenswandel met God. De “ziel” slaat op de levenswandel in de wereld, zowel materieel als immaterieel.

2) Geest van Hasatan (satan) vs de Geest van Elohim

Hasatan is niet het probleem maar dat zijn wijzelf door ongehoorzaam te zijn aan God. Jij geeft hem de mogelijkheden/gelegenheid en hij gebruikt die die. (Als je een alcoholist bent kan je zelfs niet tegen 1 klein glaasje alcohol. Je hebt namelijk geen grenzen met het gebruik ervan. Hasatan zal je nooit verleiden te drinken als je dat probleem niet hebt. Heb je wel dat probleem dan kan hij je verleiden. Hetzelfde geldt b.v. porno, boosheid, afgunst, vergevingsgezindheid etc.)

De beschreven zienswijze komt uit Messiaans belijdende Joden en wijkt toch in zekere zin af van de wat meer bekende zienswijze in ons geloofskringen. Toch is deze zienswijze verre van verkeerd en relativeerd toch wel de vaak doorgeschoten zienswijze in de christelijke geloofsgroepen. Geloven is persoonlijk en moet niet afhangen van dogma’s of wat anderen zeggen zeker te weten. Het is de Geest die ons leert en Hij openbaart het Vaderhart.

God gebruikt hasatan om de mens met vuur te dopen zodat hij zich afkeerd van alle zonden. God wil zien in hoeverre wij zijn met het serieus nemen van God. Satan kan je enkel treffen waar je het voordeel kwijt bent.

1 Johannes 4:1Geliefden, geloof niet elke geest *, maar beproef de geesten of zij uit God zijn; want er zijn veel valse profeten in de wereld uitgegaan“.

* Geloof niet dat elke intrinsieke gedachte van God is.

Vers 2,3 Hieraan leert u de Geest van God kennen: elke geest die belijdt dat Yeshua Christus in het vlees gekomen is, is uit God; en elke geest die niet belijdt dat Yeshua Christus in het vlees gekomen is, is niet uit God; maar dat is de geest van de antichrist *, waarvan u gehoord hebt dat hij komt, en die nu al in de wereld is“.

* De geest van de antichrist is een houding/benadering/natuur, in het engels – ‘Mindset’. De antichrist zal aantrekkelijk zijn voor de wereld, de wereld die Yeshua niet erkent, hun intrinsieke natuur zal hem herkennen en omarmen.

Vers 4-6Lieve kinderen, u bent uit God en u hebt hen overwonnen, want Hij Die in u is, is groter dan hij die in de wereld is. Zij zijn uit de wereld; daarom spreken zij uit de wereld, en de wereld luistert naar hen. Wij zijn uit God. Wie God kent, luistert naar ons; wie niet uit God is, luistert niet naar ons. Hieraan herkennen wij de geest van de waarheid en de geest van de dwaling. (Hou op met het valideren van je geloof d.m.v. emotionele ervaringen. Emoties bewijzen niets!)

1 Timotheus 4:1,2Maar de Geest zegt uitdrukkelijk dat in latere tijden sommigen afvallig zullen worden van het geloof en zich zullen wenden tot misleidende geesten en leringen van demonen *, door huichelarij van leugenaars, die hun eigen geweten als met een brandijzer hebben toegeschroeid.

* Demonen: Er zijn in het Grieks twee verschillende woorden die in de SV allebei met duivel zijn vertaald zodat het onderlinge verschil niet meer zichtbaar is. Dat is in dit geval een gemis, omdat het verschil in betekenis tussen de twee betreffende termen niet zonder relevantie is. Het Griekse diabolos verwijst namelijk naar de duivel zelf, terwijl het woord daimoon betrekking heeft op een engel van de duivel. Vandaar dat besloten is om het eerste woord met duivel te vertalen en het tweede met demon.

Geestelijke parasieten, een parasiet kan je verstand overnemen, andere voeden zich met je emoties. Geef ze dus geen enkele aanleiding. Hervormen naar het beeld van Yeshua is feitelijk jouw intrinsieke natuur in overeenstemming brengen met Zijn intrinsieke natuur)

1 Timotheus 4: 3-5Zij verbieden te trouwen en gebieden zich te onthouden van voedsel, dat God geschapen heeft voor de gelovigen en voor hen die de waarheid hebben leren kennen, om onder dankzegging aanvaard te worden. Want alles wat God geschapen heeft, is goed en niets is verwerpelijk, wanneer het onder dankzegging aanvaard wordt. Want het wordt geheiligd door het Woord van God en door het gebed“.
Mattheüs 10 19,20 (Yeshua leert de discipelen) “Maar wanneer zij u overleveren, moet u niet bezorgd zijn hoe of wat u spreken moet, want het zal u op dat moment gegeven worden wat u spreken moet. Want u bent het niet die spreekt, maar de Geest van uw Vader, Die in u spreekt“.
Vers 21,22De ene broer zal de andere broer overleveren om gedood te worden, en de vader het kind, en de kinderen zullen tegen de ouders opstaan en hen doden. En u zult door allen gehaat worden omwille van Mijn Naam; maar wie volharden zal tot het einde, die zal zalig worden“.

Johannes 8: 37-51 (Twistgesprekken met de Farizeeën) “Ik weet dat u Abrahams nageslacht bent, maar u probeert Mij te doden, omdat Mijn woord in u geen plaats krijgt. Ik spreek over wat Ik bij Mijn Vader gezien heb; u doet dus ook wat u bij uw vader gezien hebt. Zij antwoordden en zeiden tegen Hem: Abraham is onze vader. Yeshua zei tegen hen: Als u Abrahams kinderen was, zou u de werken van Abraham doen. Maar nu probeert u Mij te doden, een Mens Die de waarheid tot u gesproken heeft, die Ik van God gehoord heb“.

Dat deed Abraham niet. “U doet de werken van uw vader. Zij zeiden dan tegen Hem: Wij zijn niet geboren uit hoererij; wij hebben één Vader, namelijk God. Yeshua dan zei tegen hen: Als God uw Vader was, zou u Mij liefhebben; want Ik ben van God uitgegaan en gekomen. Want Ik ben ook niet uit Mijzelf gekomen, maar Hij heeft Mij gezonden“.

Waarom begrijpt u niet wat Ik zeg? Omdat u Mijn woord niet kunt horen. U bent uit uw vader de duivel, en wilt de begeerten van uw vader doen; die was een mensenmoordenaar van het begin af, en staat niet in de waarheid, want er is in hem geen waarheid. Wanneer hij de leugen spreekt, spreekt hij vanuit wat van hemzelf is, want hij is een leugenaar en de vader van de leugen. Maar Mij, omdat Ik de waarheid spreek, Mij gelooft u niet. Wie van u overtuigt Mij van zonde? En als Ik de waarheid spreek, waarom gelooft u Mij niet?

Wie uit God is, hoort de woorden van God; daarom hoort u niet, omdat u niet uit God bent. De Joden dan antwoordden en zeiden tegen Hem: Zeggen wij niet terecht dat U een Samaritaan bent en door een demon bezeten bent? Yeshua antwoordde: Ik ben niet door een demon bezeten, maar Ik eer Mijn Vader, en u onteert Mij. Maar Ik zoek Mijn eer niet; Eén is er Die haar zoekt en Die oordeelt. Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand Mijn woord in acht genomen heeft, zal hij beslist de dood niet zien tot in eeuwigheid“.

Verzen 52-59De Joden dan zeiden tegen Hem: Nu weten wij zeker dat U door een demon bezeten bent. Abraham is gestorven en de profeten, en zegt U: Als iemand Mijn woord in acht genomen heeft, zal hij beslist de dood niet proeven tot in eeuwigheid? U bent toch niet meer dan onze vader Abraham, die ook gestorven is? Ook de profeten zijn gestorven. Voor wie geeft U Zichzelf uit?

Yeshua antwoordde: Als Ik Mijzelf eer, betekent Mijn eer niets; Mijn Vader is het Die Mij eert, van Wie u zegt dat Hij uw God is. En u kent Hem niet, maar Ik ken Hem; en als Ik zeg dat Ik Hem niet ken, ben Ik, net als u, een leugenaar. Maar Ik ken Hem en neem Zijn woord in acht. Abraham, uw vader, verheugde zich er sterk op dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en heeft zich verblijd. De Joden dan zeiden tegen Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien? Yeshua zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik. Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar Yeshua verborg Zich en ging de tempel uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg“.

1 Johannes 5:18-21 Wij weten dat ieder die uit God geboren is, niet zondigt; maar wie uit God geboren is, bewaart zichzelf en de boze heeft geen vat op hem. Wij weten dat wij uit God zijn en dat de hele wereld in het boze ligt. Maar wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand heeft gegeven om de Waarachtige te mogen kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon, Yeshua Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven. Lieve kinderen, wees op uw hoede voor de afgoden. Amen“.

Wat hier staat is niet dat eenieder die uit God geboren is niet zondigt, MAAR dat je jezelf moet bewaken (in toom moet houden) zodat de boze niets aan je heeft. In het Grieks: ponEros. De verleider je niet zal treffen

Definitie (engels)

1. full of labours, annoyances, hardships
a. pressed and harassed by labours
b. bringing toils, annoyances, perils; of a time full of peril to Christian faith and steadfastness; causing pain and trouble
2. bad, of a bad nature or condition
a. in a physical sense: diseased or blind
b. in an ethical sense: evil wicked, bad

In het Hebreeuws: Yetzer Hara – The evil inclination – de kwade neiging.
Het is de innerlijke impuls of neiging van het menselijk hart om naar egoïstische bevrediging te neigen. We moeten waken tegen deze kwade neiging door onze Yetzer Hatov, onze goede neiging.

Wat is een slachtoffer? Iemand die met de vinger wijst, klaagt en rechtvaardigt

Als je insintrieke natuur een slachtoffer rol heeft zal je nooit een succes zijn op welk niveau dan ook. Niet geestelijk, niet op je werk, niet in je gezondheid en niet in je omgeving. Het brengt alleen maar meer lijden teweeg. Satan wil je maar al te graag in die positie houden. Neem je verantwoordelijkheid en verander de insintrieke natuur naar het beeld van de Zoon. Er is dus een keuze, toegeven aan of verantwoordelijkheid nemen. Je oogst wat je zaait.

Een voorbeeld van zo’n slachtofferrol in het oude Testament is Korach:

Numeri 16. “Korach nu, de zoon van Jizhar, zoon van Kahath, zoon van Levi, nam zowel Dathan en Abiram, zonen van Eliab, als On, de zoon van Peleth, nakomelingen van Ruben, met zich mee”.Zij kwamen in opstand tegen Mozes, samen met tweehonderdvijftig mannen uit de Israëlieten, leiders van de gemeenschap, afgevaardigden naar de vergadering, mannen van naam”. Lees vers 13: Is het niet genoeg dat u ons geleid hebt uit een land dat overvloeit van melk en honing, om ons te laten sterven in de woestijn, dat u zich ook zo nodig tot heerser over ons moet verheffen?

Openbaringen 12:9 En de grote draak werd neergeworpen, namelijk de oude slang, die duivel en satan genoemd wordt, die de hele wereld misleidt. Hij werd neergeworpen op de aarde en zijn engelen werden met hem neergeworpen“.

(HNV) The great dragon was thrown down, the old serpent, he who is called the devil and Hasatan, the deceiver of the whole world. He was thrown down to the eretz, and his angels were thrown down with him.

* In Israel heet de aanklager in het gerechtshog trouwens …. Hasatan ….

Vers 10En ik hoorde een luide stem in de hemel zeggen: Nu is gekomen de zaligheid, de kracht en het koninkrijk van onze God en de macht van Zijn Christus, want de aanklager van onze broeders, die hen dag en nacht aanklaagde voor onze God, is neergeworpen. En zij hebben hem overwonnen door het bloed van het Lam en door het woord van hun getuigenis, en zij hebben hun leven niet liefgehad tot in de dood“.

Hier staat: door het bloed, door het woord en tot aan hun dood niet willen veranderen. Het getuigenis van Yeshua was hen niet voldoende.

Vers 17: En de draak werd boos op de vrouw, en ging heen om oorlog te voeren tegen de overigen van haar nageslacht, die de geboden van God in acht nemen en het getuigenis van Yeshua Christus hebben. De Geest wordt hier niet genoemd vanwege dat deze overigen van haar nageslacht hun intrinsieke natuur in lijn was gebracht met de natuur van Yeshua/ God. Ze wisten dat wat Yeshua gedaan had voor hen en onderhielden de geboden van God.

Genesis 3De slang (= de oude slang vermeld in Openbaringen) nu was de listigste onder alle dieren van het veld, die de HEERE God gemaakt had; en hij zei tegen de vrouw: Is het echt zo dat God gezegd heeft: U mag niet eten van alle bomen in de hof? En de vrouw zei tegen de slang: Van de vrucht van de bomen in de hof mogen wij eten, maar van de vrucht van de boom die in het midden van de hof staat, heeft God gezegd: U mag daarvan niet eten en hem niet aanraken, anders sterft u. Toen zei de slang tegen de vrouw: U zult zeker niet sterven. Maar God weet dat, op de dag dat u daarvan eet, uw ogen geopend zullen worden en dat u als God zult zijn, goed en kwaad kennend. En de vrouw zag dat die boom (Boom van kennis goed en kwaad =Éts haddacat tov warac) goed was om ervan te eten en dat hij een lust was voor het oog, ja, een boom die begerenswaardig was om er verstandig door te worden; en zij nam van zijn vrucht en at; en zij gaf ook wat aan haar man, die bij haar was, en hij at ervan.

Wat de slang deed was haar verleiden, hij wist dat het in haar was. Hij vroeg haar mag u niet eten van… Hij zei niet “Doe het”, wel dat ze niet zou sterven, en zo van: God iets voor je verborgen. Haar besluit was: Hmmm die boomvruchten zien er goed uit…. een lust voor het oog, och waarom niet. Satan promoot zaken waar je zwak in bent, zwakheden voor hebt. Hij zal je aanmoedigen. Deze verleiding is voor ieder anders maar het is niet zo dat je excuus kan hebben als: de duivel heeft me vertelt dit of dat te doen: het is jouw eigen keuze het niet of wel te doen.

Vers 7Toen werden de ogen van beiden geopend en zij merkten dat zij naakt waren. Zij vlochten vijgenbladeren samen en maakten voor zichzelf schorten“. – Ze bemerkten dat ze niet meer door Hem bedekt waren.

Vers 11 En Hij zei: Wie heeft u verteld dat u naakt bent? Hebt u van die boom gegeten waarvan Ik u geboden had daar niet van te eten?

Adam spelt nu de slachtofferrol: (12) “Toen zei Adam: De vrouw die U gaf om bij mij te zijn, die heeft mij van die boom gegeven en ik heb ervan gegeten”.

Een andere natuur is nodig om te zeggen: Ja, ik zit fout, het is niet goed wat ik gedaan heb.

 

3. De heilige Geest (Geest van Elohim)

Wat is de Heilige Geest – Ruach Ha-Kodesh – Holy Spirit; the Holy Ghost ?

Jesaja 55:6-9 Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Laat de goddeloze zijn weg verlaten, de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten“.

Johannes 4:19-24 De vrouw zei tegen Hem: Heere, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. Yeshua zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid .

God wil dat wij Hem aanbidden naar Zijn natuur, Zijn karakter. Filippenzen 2:5 Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was“…

Deuteronomium 30:15 Mozes spreekt: Zie, ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade“.

1 Johannes 3:1-2 Zie, hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd . Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is . (zelfde karakter eigenschappen)

Verzen 3-6 En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is. Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. En u weet dat Hij geopenbaard is om onze zonden weg te nemen; en zonde is er in Hem niet. Ieder die in Hem blijft , zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend“.

Vers 7-10 Lieve kinderen, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is. Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou . Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft“.



Wat is de Heilige Geest – Ruach Ha-Kodesh – Holy Spirit; the Holy Ghost ?

Jesaja 55:6-9Zoek de HEERE terwijl Hij te vinden is, roep Hem aan terwijl Hij nabij is. Laat de goddeloze zijn weg verlaten, de man van ongerechtigheid zijn gedachten. Laat hij zich bekeren tot de HEERE, dan zal Hij Zich over hem ontfermen, tot onze God, want Hij vergeeft veelvuldig. Want Mijn gedachten zijn niet uw gedachten, en uw wegen zijn niet Mijn wegen, spreekt de HEERE. Want zoals de hemel hoger is dan de aarde, zo zijn Mijn wegen hoger dan uw wegen en Mijn gedachten dan uw gedachten“.

Johannes 4:19-24De vrouw zei tegen Hem: Heere, ik zie dat U een profeet bent. Onze vaderen hebben op deze berg aanbeden, en bij u zegt men dat in Jeruzalem de plaats is waar men moet aanbidden. Yeshua zei tegen haar: Vrouw, geloof Mij, de tijd komt dat u niet op deze berg, en ook niet in Jeruzalem de Vader zult aanbidden. U aanbidt wat u niet weet; wij aanbidden wat wij weten, want de zaligheid is uit de Joden. Maar de tijd komt en is er nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid, want de Vader zoekt wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid“.

God wil dat wij Hem aanbidden naar Zijn natuur, Zijn karakter. Filippenzen 2:5Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Jezus was .” Deuteronomium 30:15 Mozes spreekt: “Zie, ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade. 1 Johannes 3:1-2Zie, hoe groot is de liefde die de Vader ons gegeven heeft: dat wij kinderen van God worden genoemd. Daarom kent de wereld ons niet, omdat zij Hem niet kent. Geliefden, nu zijn wij kinderen van God, en het is nog niet geopenbaard wat wij zullen zijn. Maar wij weten dat, als Hij geopenbaard zal worden, wij Hem gelijk zullen zijn; want wij zullen Hem zien zoals Hij is“. (zelfde karakter eigenschappen)

Verzen 3-6En ieder die deze hoop op Hem heeft, reinigt zich, zoals Hij rein is. Ieder die de zonde doet, doet ook de wetteloosheid; want de zonde is de wetteloosheid. En u weet dat Hij geopenbaard is om onze zonden weg te nemen; en zonde is er in Hem niet. Ieder die in Hem blijft, zondigt niet; ieder die zondigt, heeft Hem niet gezien en heeft Hem niet gekend“.

Vers 7-10Lieve kinderen, laat niemand u misleiden. Wie de rechtvaardigheid doet, is rechtvaardig, zoals Hij rechtvaardig is. Wie de zonde doet, is uit de duivel; want de duivel zondigt vanaf het begin. Hiertoe is de Zoon van God geopenbaard, dat Hij de werken van de duivel verbreken zou. Ieder die uit God geboren is, doet de zonde niet, want Zijn zaad blijft in hem; en hij kan niet zondigen, omdat hij uit God geboren is. Hieraan zijn de kinderen van God en de kinderen van de duivel te herkennen. Ieder die de rechtvaardigheid niet doet, is niet uit God, evenmin als hij die zijn broeder niet liefheeft“.

Wat doet de Geest en wat is de bedoeling van de Geest, Zijn doel.

De Ruach/Geest als kennisbron, onderscheidingsvermogen en begrip gegeven door God zelf.

Genesis 41:38-39 (Farao’s reactie op de droomuitleg van Jozef) “Daarom zei de farao tegen zijn dienaren: Zouden wij ooit iemand kunnen vinden als deze man, in wie de Geest van God is? Daarop zei de farao tegen Jozef: Aangezien God u dit alles heeft bekendgemaakt, is er niemand zo verstandig en wijs als u“.

Lukas 2:40En het Kind groeide op en Het werd gesterkt in de geest en vervuld met wijsheid, en de genade van God was op Hem.

Hij werd gevuld met de intrinsieke natuur van de Vader, als het ware ondergedompeld.

Efeziërs 1:15-17Daarom, omdat ook ik gehoord heb van het geloof in de Heere Yeshua onder u, en van de liefde voor alle heiligen, houd ik niet op voor u te danken, als ik in mijn gebeden aan u denk, opdat de God van onze Heere Jezus Christus, de Vader van de heerlijkheid, u de Geest van wijsheid en van openbaring geeft in het kennen van Hem, namelijk verlichte ogen van uw verstand, om te weten wat de hoop van Zijn roeping is, en wat de rijkdom is van de heerlijkheid van Zijn erfenis in de heiligen, en wat de allesovertreffende grootheid van Zijn kracht is aan ons die geloven, overeenkomstig de werking van de sterkte van Zijn macht, die Hij gewerkt heeft in Christus, toen Hij Hem uit de doden opwekte en aan Zijn rechterhand zette in de hemelse gewesten, ver boven alle overheid en macht en kracht en heerschappij en elke naam die genoemd wordt, niet alleen in deze wereld, maar ook in de komende“.

Wat verwacht de Schepper van ons?
Deuteronomium 10:12,13Nu dan, Israël, wat vraagt de HEERE, uw God, van u dan de HEERE, uw God, te vrezen, in al Zijn wegen te gaan, Hem lief te hebben en de HEERE, uw God, te dienen, met heel uw hart en met heel uw ziel, en de geboden van de HEERE en Zijn verordeningen, die ik u heden gebied, in acht te nemen, u ten goede? Dat vraagt Hij je te doen met heel je hart en heel je ziel en heel je verstand“.

Hij biedt je trouwens ook alles!!!!!!

Efeziërs 3:1-7
Om deze reden ben ik, Paulus, de gevangene van Christus Jezus, voor u, die heidenen bent, als u tenminste gehoord hebt van de uitdeling van de genade van God die aan mij gegeven is ten behoeve van u, dat Hij mij door openbaring dit geheimenis bekendgemaakt heeft (zoals ik eerder in het kort geschreven heb; waaraan u, als u dit leest, mijn inzicht kunt bemerken in het geheimenis van Christus), dat in andere tijden niet bekendgemaakt is aan de mensenkinderen, zoals het nú geopenbaard is aan Zijn heilige apostelen en profeten door de Geest, namelijk dat de heidenen mede-erfgenamen zijn en tot hetzelfde lichaam behoren en mededeelgenoten zijn van Zijn belofte in Christus, door het Evangelie, waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de genade van God, die mij gegeven is, overeenkomstig de werking van Zijn kracht“.

Incomplete informatie in leringen brengen je in problemen, brengt de gemeente in problemen.

Verzen 8-11Mij, de allerminste van alle heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie de onnaspeurlijke rijkdom van Christus te verkondigen, en allen te verlichten, opdat zij mogen begrijpen wat de gemeenschap aan het geheimenis inhoudt, dat door de eeuwen heen verborgen is geweest in God, Die alle dingen geschapen heeft door Yeshua Christus, opdat nu door de gemeente aan de overheden en de machten in de hemelse gewesten de veelvuldige wijsheid van God bekendgemaakt zou worden, volgens het eeuwige voornemen dat Hij gemaakt heeft in Christus Jezus, onze Heere“.

Verzen 12-13In Hem hebben wij de vrijmoedigheid en de toegang met vertrouwen, door het geloof in Hem. Daarom vraag ik u dat u de moed niet verliest vanwege mijn verdrukkingen omwille van u, want dat is uw heerlijkheid“.
Verzen 14-19Om deze reden buig ik mijn knieën voor de Vader van onze Heere Jezus Christus, naar Wie elk geslacht in de hemelen en op de aarde genoemd wordt, opdat Hij u geeft, naar de rijkdom van Zijn heerlijkheid, met kracht gesterkt te worden door Zijn Geest in de innerlijke mens, opdat Christus door het geloof in uw harten woont en u in de liefde geworteld en gefundeerd bent, opdat u ten volle zou kunnen begrijpen, met alle heiligen, wat de breedte en lengte en diepte en hoogte is, en u de liefde van Christus zou kennen, die de kennis te boven gaat, opdat u vervuld zou worden tot heel de volheid van God“.
Verzen 20-21Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Juzus, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.

Zorg ervoor dat je geen minimalist wordt in je geloof, doe alles wat Hij je vraagt en gehoorzaam Zijn geboden. Moet je nu de wet volgen? Ja en Nee de wet (= Torah) is er niet voor niets. Het zijn Zijn leefregels die je zegen zullen brengen maar aangezien het voor de mens nagenoeg onmogelijk is naar die wet te leven heeft Yeshua die wet vervuld. Pleit dat mij nu vrij die wet niet te kennen? Geenzins, ook de wet moet je kennen, maar Geest zal je deze openbaren in Yeshua.

Exodus 28:3En ú moet spreken tot allen die wijs van hart zijn, die Ik met een geest van wijsheid vervuld heb, dat zij de kleding van Aäron moeten maken om hem te heiligen, zodat hij Mij als priester kan dienen. Gevuld met de Geest over een bepaald gebied“.

Exodus 31:1-5Daarna sprak de HEERE tot Mozes: Zie, Ik heb Bezaleël, de zoon van Uri, de zoon van Hur, uit de stam Juda, bij zijn naam geroepen. Ik heb hem vervuld met de Geest van God, met wijsheid, inzicht, kennis en allerlei vakmanschap, om ontwerpen te bedenken en om die uit te voeren in goud, zilver en koper; en om edelstenen te bewerken en in te zetten, en om hout te bewerken, dus om allerlei werk te verrichten“.

Johannes 6:47-53Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Wie in Mij gelooft, heeft eeuwig leven. Ik ben het Brood des levens. Uw vaderen hebben het manna gegeten in de woestijn en zij zijn gestorven. Dit is het brood dat uit de hemel neerdaalt, opdat de mens daarvan eet en niet sterft. Ik ben het levende brood, dat uit de hemel neergedaald is; als iemand van dit brood eet, zal hij leven in eeuwigheid. En het brood dat Ik geven zal, is Mijn vlees, dat Ik geven zal voor het leven van de wereld. De Joden dan redetwistten met elkaar en zeiden: Hoe kan Hij ons Zijn vlees te eten geven? Yeshua dan zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als u het vlees van de Zoon des mensen niet eet en Zijn bloed niet drinkt, hebt u geen leven in uzelf.

Let op dat hier gesproken wordt t.a.v. een joods gehoor.

Verzen 54-59Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, heeft eeuwig leven, en Ik zal hem doen opstaan op de laatste dag. Want Mijn vlees is het ware voedsel en Mijn bloed is de ware drank. Wie Mijn vlees eet en Mijn bloed drinkt, blijft in Mij en Ik in hem. Zoals de levende Vader Mij gezonden heeft, en Ik leef door de Vader, zo zal ook wie Mij eet, leven door Mij. Dit is het brood dat uit de hemel neergedaald is; niet zoals uw vaderen het manna gegeten hebben en gestorven zijn. Wie dit brood eet, zal in eeuwigheid leven. Deze dingen zei Hij, terwijl Hij onderwijs gaf in de synagoge in Kapernaüm“.

Wat kwam er verder uit de Hemel? God gaf het volk Zijn geboden, de Torah. Dat is verbonden met het leven.

Deuteronomium 8:3 Hij verootmoedigde u, Hij liet u hongerlijden en Hij liet u het manna* eten, dat u niet kende en ook uw vaderen niet gekend hadden, om u te laten weten dat de mens niet alleen van brood leeft, maar dat de mens leeft van alles wat uit de mond van de HEERE komt“. * Woord definitie van Manna in het Hebreeuws is: Wat is dit?

Yeshua verbond zich met Zijn uitspraken in Johannes 6 met de uitspraak die in Deutronomium uitgesproken wordt, Hij verbond zich met de Torah.

Johannes 6:60-63Velen dan van Zijn discipelen die dit hoorden, zeiden: Dit woord is hard; wie kan het aanhoren? Maar omdat Yeshua bij Zichzelf wist dat Zijn discipelen daarover morden, zei Hij tegen hen: Neemt u hier aanstoot aan? En als u de Zoon des mensen nu eens zou zien opvaren naar de plaats waar Hij eerder was? De Geest is het Die levend maakt, het vlees heeft geen enkel nut. De woorden die Ik tot u spreek, zijn geest (1) en zijn leven“.

Wat Yeshua hier spreekt en uitlegt is het volgende:
De woorden die Ik spreek zijn Geest en zijn leven. Yeshua is de levende en sprekende Torah.

(1) Ook hier zie je in de Nederlandse vertaling (hier HSV) een probleem. In het Grieks zijn beide woorden geest – spirit het woord pneuma. HSV geeft het eerste woord geest een hoofdletter en het tweede woord geest een kleine letter. Net alsof hier twee verschillende entiteiten zijn. Dit is niet juist en beiden zijn hetzelfde. Voor mijzelf heb ik besloten het woord geest vanuit God of Yeshua altijd met een hoofdletter te schrijven en als het om de geest van een mens gaat de kleine letter te gebruiken. Als het zoals Johannes 6:63 zo staat laat ik bij overnemen exact zo over maar of zet ik er commentaar bij of acht ik mijzelf te weten dat beiden hetzelfde zijn. De Geest van Elohim. De Geest (in mijn geest) brengt het woord in herinnering en maakt de connecties. Hij laat je zien wat je weet, het is geen download van kennis: je moet dus het Woord bestuderen. Hosea 4:6 Mijn volk is uitgeroeid, omdat het zonder kennis is. Omdat ú de kennis verworpen hebt, heb Ik u verworpen om als priester voor Mij te dienen. Omdat u de wet van uw God hebt vergeten, zal Ik ook uw kinderen vergeten.

Verzen 64-66Maar er zijn sommigen onder u die niet geloven. Want Yeshua wist van het begin af wie het waren die niet geloofden, en wie het was die Hem zou verraden. En Hij zei: Daarom heb Ik u gezegd dat niemand tot Mij komen kan, tenzij het hem door Mijn Vader gegeven is. Van toen af trokken velen van Zijn discipelen zich terug en gingen niet meer met Hem mee“.Wat Yeshua hier zegt is bijzonder: Loop niet iedereen af met hen te brengen tot Yeshua, nee, de Vader zal ze naar jou sturen en dan zal je een getuige zijn wie Hij is. Handelingen 1:7,8Het komt u niet toe de tijden of gelegenheden te weten die de Vader in Zijn eigen macht gesteld heeft, maar u zult de kracht van de Heilige Geest ontvangen, Die over u komen zal; en u zult Mijn getuigen zijn, zowel in Jeruzalem als in heel Judea en Samaria en tot aan het uiterste van de aarde“.Mattheüs 5:13-16U bent het zout van de aarde; maar als het zout zijn smaak verloren heeft, waarmee zal het gezouten worden? Het deugt nergens meer voor dan om weggeworpen en door de mensen vertrapt te worden. U bent het licht van de wereld. Een stad die boven op een berg ligt, kan niet verborgen zijn. En ook steekt men geen lamp aan en zet die onder de korenmaat, maar op de standaard, en hij schijnt voor allen die in het huis zijn. Laat uw licht zo schijnen voor de mensen, dat zij uw goede werken zien en uw Vader, Die in de hemelen is, verheerlijken“.Mensen zullen naar ons komen als ze zoeken naar antwoorden: bidt de Vader voor kennis van het Woord en laat mensen op je pad komen.Verzen 67-70Yeshua dan zei tegen de twaalf: Wilt u ook niet weggaan? Simon Petrus dan antwoordde Hem: Heere, naar wie zullen wij heen gaan? U hebt woorden van eeuwig leven. En wij hebben geloofd en erkend dat U de Christus bent, de Zoon van de levende God. Yeshua antwoordde hun: Heb Ik u, de twaalf, niet uitgekozen? En een van u is een duivel“.Door wie wil je gedicipeld worden? Maar de tijd komt en is nu, dat de ware aanbidders de Vader zullen aanbidden in geest en waarheid; want de Vader zoekt immers wie Hem zo aanbidden. God is Geest en wie Hem aanbidden, moeten Hem aanbidden in geest en waarheid“.

Johannes 7:33-37
Yeshua dan zei tegen hen: Nog een korte tijd ben Ik bij u en dan ga Ik heen naar Hem Die Mij gezonden heeft. U zult Mij zoeken maar niet vinden, en waar Ik ben, kunt u niet komen. De Joden dan zeiden tegen elkaar: Waar zal Hij naartoe gaan, dat wij Hem niet zullen vinden? Hij zal toch niet naar de Grieken in de verstrooiing gaan en de Grieken onderwijzen? Wat is dit voor een woord dat Hij gezegd heeft: U zult Mij zoeken maar niet vinden; en waar Ik ben, kunt u niet komen? En op de laatste, de grote dag van het feest, stond Yeshua daar en riep: Als iemand dorst heeft, laat hij tot Mij komen en drinken“.

The last day, the great day of the Feast.
John 7 Vers 2 lets us know that it was the feast of Tabernacles. It was one of the three important feasts in the year where attendance was mandatory. As Passover, it was a memorial feast: The passover feast had many symbolisms to remind them of the hardships their fathers endured during the days of slavery in Egypt. The salty water to remind them of the tears and the pasty dish to remind them of the mortar between the bricks. The Feast of Tabernacles reminded them of the hardships their fathers endured during the forty years of wandering in the wilderness. They would build little thatched sheds beside their homes and during the eight days of the feast the family would live in these little sheds: At the temple mount the priests would daily make a solemn procession down to the pool of Siloam with water jugs on their shoulders; They would come up the many steps to the temple mount and pour the water on the pavement to symbolize the water that God provided out of the rock; On the last day, the great day of the feast, because it was a special sabbath, they did not make the procession to the pool of Siloam with the water ceremony. This too was significant for it acknowledged that God had kept His promise, and had brought them into the land that was well-watered, and flowed with milk and honey; It was on this day, that Jesus stood and cried to the multitude.An interesting note. Paul tells us in1Cor. 10 that they all drank of the same spiritual Rock that followed them, and that Rock was Christ. Here is Jesus the Rock from which the water of life flowed to their fathers in the wilderness, standing before them and crying, “If any man thirst, let Him come unto Me and drink.” The thirst that Jesus was referring to was a spriritual thirst.
Man is a threefold being, sort of an inferior trinity. Made up of body, soul, and spirit. Man is a spirit, dwelling in a body, possessing a consciousness. We are so integrated that it is next to impossible to separate the three parts: Whatever affects me physically, affects me emotionally and affects me spiritually; Whatever affects me emotionally, affects me physically and spiritually; Whatever affects me spiritually will affect me emotionally and physically.
The Bible tells us that the word of God is able to discern between the soul and the spirit. Many people have had great emotional experiences that they interpreted as spiritual experiences. Sometimes a person will have a great spiritual experience that others will interpret as only an emotional experience.On the other hand, they are such distinct entities that the Greek language had words that recognized the distinct differences. a. Love on the physical level. Eros. b. Love on the emotional level. Phileo. c. Love on the spiritual level. Agape.When Jesus said, “If any man thirst,” He was speaking of that universal spiritual thirst that man has for God. We all understand the physical thirst. Inasmuch as the body is made up of 70% moisture, it must maintain a high moisture content. God has designed a monitoring mechanism that lets the brain know when the moisture level is getting low, and the brain responds with thirst. Man has a thirst on the emotional level. The thirst for love, security, attention, to be needed. There is also a thirst on the spiritual level for a meaningful relationship with God.Psalms 42:1 As the hart panteth after the water brooks, so panteth my soul after thee, O God.
Psalms 42:2 My soul thirsteth for God, for the living God: when shall I come and appear before God?
In
Romans 8:20, Paul tells us: For the creature was made subject to emptiness not willingly, but by reason of him who hath subjected [the same] in hope, We see here the gospel in the simplest form. Jesus is calling to those whose spirit is thirsting after a relationship with God, and saying, “Come unto Me and drink.” I can satisfy your thirst for God. The result of coming to Jesus and drinking. “He that believeth on me, as the scripture hath said, out of his belly shall flow rivers of living water”.Perhaps Jesus is referring to the scripture in:Isaiah 44:3 For I will pour water upon him that is thirsty, and floods upon the dry ground: I will pour my spirit upon thy seed, and my blessing upon thine offspring: or possibly, Isaiah 58:11 And the LORD shall guide thee continually, and satisfy thy soul in drought, and make fat thy bones: and thou shalt be like a watered garden, and like a spring of water, whose waters fail not. or maybe a combination of both.The Greek language here is intense. Out of his innermost being will gush torrents of living water. The picture is not just a gentle flowing stream, but a flood, a torrent gushing and cascading down the mountain canyon.John here adds his own commentary as he is writing years later with that wonderful advantage of hindsight. “This spake He of the Spirit which they that believe on Him should receive.”

What did He say of the Spirit? It would gush forth out of your life like a torrent of living water. I want you to look at your life today, and honestly consider, if the Spirit is gushing forth out of your life like a torrent of living water? Is your life so filled with the Spirit that there is an overflow? Is the Spirit trickling out of your life, or gushing like a torrent of living water?

If you do not have this mighty overflow of the Spirit from your life then I would like to suggest to you that God has something more for you, that I would encourage you to seek.

Johannes 7:38-42Wie in Mij gelooft, zoals de Schrift zegt: Stromen van levend water zullen uit zijn binnenste vloeien. En dit zei Hij over de Geest, Die zij die in Hem geloven, ontvangen zouden; want de Heilige Geest was er nog niet, omdat Yeshua nog niet verheerlijkt was. Velen dan uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: Híj is werkelijk de Profeet. Anderen zeiden: Híj is de Christus. En weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea? Zegt de Schrift niet dat de Christus komt uit het geslacht van David en uit het dorp Bethlehem, waar David was?

Deuteronomium 18:13-22Oprecht moet u zijn tegenover de HEERE, uw God. Want deze volken, die ú uit hun bezit verdrijven zult, luisteren naar wolkenduiders en waarzeggers. Maar de HEERE, uw God, heeft dat ú niet toegestaan. Een Profeet uit uw midden, uit uw broeders, zoals ik, zal de HEERE, uw God, voor u doen opstaan; naar Hem moet u luisteren, overeenkomstig alles wat u van de HEERE, uw God, bij de Horeb gevraagd hebt, op de dag dat u daar bijeenkwam, toen u zei: Ik wil de stem van de HEERE, mijn God, niet langer horen en dit grote vuur wil ik niet meer zien, anders zal ik sterven. Toen zei de HEERE tegen mij: Het is goed wat zij gesproken hebben. Ik zal een Profeet voor hen doen opstaan uit het midden van hun broeders, zoals u. Ik zal Mijn woorden in Zijn mond geven, en alles wat Ik Hem gebied, zal Hij tot hen spreken. En met de man die niet naar Mijn woorden luistert, die Hij in Mijn Naam spreekt, zal het zó zijn: Ík zal rekenschap van hem eisen. Maar de profeet die overmoedig handelt door een woord in Mijn Naam te spreken dat Ik hem niet geboden heb te spreken, of die in de naam van andere goden spreekt, die profeet zal sterven. Wanneer u dan in uw hart zegt: Hoe kunnen wij het woord herkennen dat de HEERE niet gesproken heeft? Wanneer die profeet in de Naam van de HEERE spreekt, en het gebeurt niet en het komt niet uit, dan is dat een woord dat de HEERE niet gesproken heeft. In overmoed heeft die profeet dat gesproken; wees niet bevreesd voor hem“.

 

Gedoopt worden met heilige Geest

Toen Johannes de Doper werd geboren, zei zijn vader, geïnspireerd door de Geest van God, over hem:

En jij, kind, zult een profeet van de Allerhoogste genoemd worden, want je zult voor het aangezicht van de Heere uit gaan om Zijn wegen gereed te maken, en om Zijn volk kennis van de zaligheid te geven in de vergeving van hun zonden” (Lukas 1:76-77).

Toen Johannes eenmaal optrad onder zijn volksgenoten, en predikte dat zij zich moesten bekeren en gereedmaken om de beloofde Messias tegemoet te gaan, zei hij over zijn eigen werk en dat van de komende Messias: “Ik doop u wel met water tot bekering, maar Hij Die na mij komt, is sterker dan ik; ik ben het niet waard Hem Zijn sandalen na te dragen. Hij zal u dopen met de heilige Geest en met vuur.” (Mattheüs 3:11)

M.b.t. met vuur (eenmalig in de Schrift gebruikt) dit heeft te maken met beproeving.

Ik heb u gedoopt met water, maar Hij zal u dopen met de heilige Geest.” (Marcus 1:8)
Hij Die mij gezonden heeft om te dopen met water, Die had tegen mij gezegd: Op Wie u de Geest zult zien neerdalen en op Hem blijven, Die is het Die met de Heilige Geest doopt.” (Johannes 1:33)

Het gebruik in de vertaling van het voorzetsel met in deze drie passages is ingegeven door de praktijk van doop door besprenkeling, maar in de oorspronkelijke tekst staat in (behalve in Lukas), uiteraard omdat het woord voor dopen (baptizo) onderdompelen betekent en dan moet in gebruikt worden en niet ‘met’. Maar Johannes trok zijn dopen in water door naar het dopen van de Messias: in de heilige Geest.

En dat maakt een groot verschil ten opzichte van de vertaling ‘met de heilige Geest’. Wie is ‘de Geest’, en wat de ‘gaven van de Geest’ eigenlijk zijn. Niemand mag de oorspronkelijke tekst in de Bijbel naar zijn hand zetten, om zijn opvattingen daaruit te ‘bewijzen’. Je behoort uit te gaan van wat er staat en niet van wat jij of anderen willen dat er staat. Dit geldt ook voor wat hier werd vertaald met ‘de heilige Geest’. In de oorspronkelijke tekst staat geen lidwoord ‘de’ en geen hoofdletter; er staat dus eigenlijk dopen in heilige geest. Het woord voor geest (pneuma) betekent, zoals in het eerste deel van deze studie is uitgelegd, wind, adem.

De verschijning van God, of liever Zijn engel, ging vaak gepaard met wind. Hierdoor bemerkte men de aanwezigheid van God, die ‘in de Geest’ tot hen kwam. Wind bemerken wij door verplaatsing van lucht met een bepaalde kracht, zacht of hard. Dat kan ook de adem zijn, die leven geeft.

Johannes maakte een onderscheid tussen wat hij zelf deed en wat de Messias zou doen. De Griekse tekst zegt dat hij onderdompelde in water, en de Messias in heilige Geest. Weliswaar doopten Yeshua en zijn discipelen ook in water, maar met Yeshua brak een nieuwe heilstijd aan. Hij kon iets doen en schenken dat Johannes de Doper niet kon. De apostelen herinnerden de omstanders er op de Pinksterdag aan, dat de uitstorting van de Geest, de vervulling is van eerdere profetieën:

En het zal zijn in de laatste dagen, zegt God, dat Ik zal uitstorten van mijn Geest op alle vlees … ” ( Handelingen 2:17-21 )

Daarna zal het geschieden dat Ik Mijn Geest zal uitstorten op alle vlees: uw zonen en uw dochters zullen profeteren, uw ouderen zullen dromen dromen, uw jongemannen zullen visioenen zien. Ja, zelfs op de dienaren en op de dienaressen zal Ik in die dagen Mijn Geest uitstorten. Ik zal wondertekenen geven aan de hemel en op de aarde: bloed en vuur en rookzuilen. De zon zal veranderd worden in duisternis en de maan in bloed, voor die dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende. Het zal geschieden dat ieder die de Naam van de HEERE zal aanroepen, behouden zal worden. Want op de berg Sion en in Jeruzalem zal ontkoming zijn, zoals de HEERE gezegd heeft, namelijk bij hen die ontkomen zijn, die de HEERE roepen zal”. ( Joël 2:28-32 )

Hiermee worden niet alle mensen zonder onderscheid bedoeld, maar zij die geloven in Gods roeping in Christus (vergelijk Joël 2:32). De betekenis van deze uitstorting van de Geest is, dat door middel van profetie en wonderen duidelijk wordt dat God spreekt door middel van deze mensen.Het woord dat in het Engels wordt gebruikt voor geest,spirit, geeft beter aan wat er wordt bedoeld: kracht, bezieling. Er is dus een verband tussen kracht en ‘de (heilige) Geest’, omdat de uitwerking van Gods kracht het bewijs is van Zijn aanwezigheid. Een betere vertaling is misschien: ‘… die zal u dopen in heilige kracht (pneuma = adem = geest = spirit) en vuur *.’ (Mattheüs 3:11)
* Enkel Johannes de Doper vermeld het dopen met vuur. Het is zeer wel mogelijk dat hij dit sprak tot de Farizeeën en Schriftgeleerden die daar ook aanwezig waren. Jezus spreekt enkel over doop met Geest.
Een leerzame passage in verband met het verschil tussen ‘de doop van Johannes’ en ‘de doop van Yeshua’, is te vinden in het boek Handelingen. De apostel Paulus kwam volgens hoofdstuk 19 in de stad Efeze, waar hij enige discipelen vond, aan wie hij vroeg:
Hebt u (de) heilige Geest ontvangen toen u tot geloof kwam? En zij zeiden tegen hem: Wij hebben niet eens gehoord dat er (een) heilige Geest is. En hij zei tegen hen: Waarmee bent u dan gedoopt? En zij zeiden: Met de doop van Johannes. Maar Paulus zei: Johannes doopte wel een doop van bekering, maar hij zei ook tegen het volk dat zij moesten geloven in Hem Die na hem kwam, dat is in Christus Yeshua, en nadat zij dat gehoord hadden, werden zij gedoopt in de Naam van de Heere Yeshua. En nadat Paulus hun de handen opgelegd had, kwam de heilige Geest op hen; en zij spraken in vreemde talen en profeteerden ”. ( Handelingen 19:2-6; volgens Lukas 7:29)

De heilige geest/kracht uitte zich bij hen in de vorm van spreken in tongen en profeteren, en dit waren de uiterlijke bewijzen dat ‘(de) heilige Geest’ over hen was gekomen. Maar er is meer, iets dat belangrijker is dan uiterlijke tekenen, en wel het onderscheid tussen wat van God komt en wat van de mens. Heilige geest/kracht staat tegenover menselijke geest/kracht. Heilige kracht doet ons opgroeien tot geestelijke mensen, die anders zijn dan de wereldse mensen. Laatstgenoemden menen alles voor zichzelf te kunnen uitmaken en alles zelf te kunnen, zijn gericht op zichzelf, op zelfverwezenlijking en niet op het welzijn van anderen en de verwezenlijking van Gods plan; gaan uit van hun eigen kracht om hun plannen te verwezenlijken en stellen zich niet afhankelijk van God. Misschien herinnert u zich nog de woorden van de Here Yeshua tegen Nicodemus, dat niemand het Koninkrijk der hemelen kan binnengaan, tenzij hij geboren is uit water en Geest. Wat hij daarmee bedoelde, is te zien in wat Hij daarop liet volgen en wat Paulus later schreef aan Titus:Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Als iemand niet geboren wordt uit water en Geest, kan hij het Koninkrijk van God niet binnengaan. Wat uit het vlees geboren is, is vlees, en wat uit de Geest geboren is, is geest.” (Johannes 3:5-6)

[Hij] maakte Hij ons zalig, niet op grond van de werken van rechtvaardigheid die wij gedaan hadden, maar vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door (de) heilige Geest” (Titus 3:5)

JNT: He delivered us. It was not on the ground of any righteous deeds we had done, but on the ground of his own mercy. He did it by means of the mikveh * of rebirth and the renewal brought about by the Ruach HaKodesh,

* Mikveh, the Jewish ritual bath, renders Greek loutron, “washing,” found in the New Testament only here and at Ep 5:26 . The reference is clearly to immersion (baptism); see Mt 3:1 .

Dit sluit aan op wat wij hiervoor hebben gezien. De doop in water is geen doel op zich. Het is een deel van een proces van vernieuwing door innerlijke verandering, dat ons tot geestelijke mensen maakt, die gericht zijn op de dingen van God. Daarvoor moet onze menselijke geest ondergeschikt worden gemaakt aan die van God, zodat wij in staat zullen zijn onze begeerten te overwinnen, los te komen van het aardse, dat door de invloed van de zonde vaak kwaad/boos is in Gods ogen. Vaak staat deze ‘heilige Geest’ van God daarom tegenover de ‘boze geest’ van mensen, die door Gods kracht moet worden overwonnen. Toen de Here Yeshua opgenomen zou worden in de hemel,wees Hij zijn discipelen erop dat het proces van vernieuwing verder gaat dan de doop in water. Zij moesten geheel vervuld, bezield worden van God. Hij vertelde hen daarom dat niet lang daarna zou gebeuren wat Johannes de Doper had gezegd: “En toen Hij met hen samen was, beval Hij hun dat zij niet uit Jeruzalem weg zouden gaan, maar de belofte van de Vader zouden verwachten, die u, zei Hij, van Mij gehoord hebt; want Johannes doopte wel met water, maar u zult met de in heilige Geest gedoopt worden, niet lang na deze dagen”. (Handelingen 1:4-5).Wat was dan de vervulling? Op de Pinksterdag in Jeruzalem gebeurde er iets bijzonders, dat hun leven totaal veranderde:
En plotseling kwam er uit de hemel een geluid als van een geweldige windvlaag en dat vervulde heel het huis waar zij zaten. En aan hen werden tongen als van vuur gezien, die zich verdeelden, en het zat op ieder van hen. En zij werden allen vervuld met (de) heilige Geest en begonnen te spreken in andere talen, zoals de Geest hun gaf uit te spreken.” (Handelingen 2:2-4)

Christus schenkt de Geest aan zijn volgelingen

Johannes 20:19-23 De verschijning aan de tien discipelen
Toen het nu avond was op die eerste dag van de week en de deuren van de plaats waar de discipelen bijeenwaren, uit vrees voor de Joden gesloten waren, kwam Jezus en Hij stond in hun midden en zei tegen hen: Vrede zij u! En nadat Hij dit gezegd had, liet Hij hun Zijn handen en Zijn zij zien. De discipelen dan verblijdden zich toen zij de Heere zagen. Jezus dan zei opnieuw tegen hen: Vrede zij u! Zoals de Vader Mij gezonden heeft, zend Ik ook u. En nadat Hij dit gezegd had, blies Hij op hen en zei tegen hen: Ontvang de Heilige Geest. Als u iemands zonden vergeeft, worden ze hem vergeven; als u ze hem toerekent, blijven ze hem toegerekend“.
Genesis 2:7toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem in zijn neusgaten; zo werd de mens tot een levend wezen“. (adem van levensgeest)
De apostel Petrus wees er die dag op, dat de opgestane en levende Jezus Christus, Geest van God uitstortte op zijn apostelen:
Deze Jezus heeft God doen opstaan, waarvan wij allen getuigen zijn. Hij dan, Die door de rechterhand van God verhoogd is en de belofte van de heilige Geest ontvangen heeft van de Vader, heeft dit uitgestort wat u nu ziet en hoort.” (Handelingen 2:32-33)
… vanwege Zijn barmhartigheid, door het bad van de wedergeboorte en de vernieuwing door de heilige Geest. Die heeft Hij in rijke mate over ons uitgegoten door Yeshua Christus, onze Zaligmaker ” (Titus 3:5-6)Tijdens zijn predikingswerk onder zijn volk gaf Yeshua zijn discipelen al macht wonderen te doen (Mattheüs 10:1). Vanwege hun klein geloof waren zij niet altijd in staat deze macht te gebruiken. Maar na de Pinksterdag zien wij geheel andere mensen. Mensen vol van Geest (Handeligen 6:3), waaronder Filippus. Zijn predikingswerk in Samaria ging gepaard met tekenen van genezing (Handelingen 8:7). Paulus noemde Christus “de kracht (dunamis) van God en de wijsheid van God” (1 Korintiërs 1:24). Hij geeft van zijn kracht en wijsheid aan zijn volgelingen. Daarom wilde Paulus niet uitgaan van eigen kracht of wijsheid, maar van die van Christus “opdat de kracht (dunamis) van Christus over mij kome” (2 Korintiërs 12:9).
En zo was het ook, getuige zijn prediking en wonderen:
Want ik durf het niet aan iets te zeggen wat Christus niet door mij teweeggebracht heeft (door mij bewerkt heeft), om de heidenen tot gehoorzaamheid te brengen, in woord en daad, door de kracht van tekenen en wonderen en door de kracht van (de) Geest van God. ” (Romeinen 15:18-19) “… En mijn spreken en mijn prediking bestonden niet in overtuigende woorden van menselijke wijsheid, maar in het betonen van geest en kracht, opdat uw geloof niet zou bestaan in wijsheid van mensen, maar in kracht van God.” (1 Korintiërs 2:4-5)
… het Evangelie, waarvan ik een dienaar geworden ben, krachtens de gave van de genade van God, die mij gegeven is, overeenkomstig de werking van Zijn kracht. ” (Efeziërs 3:7)
JNT: I became a servant of this Good News by God’s gracious gift, which he gave me through the operation of his power.Want ons Evangelie is niet alleen met woorden tot u gekomen, maar ook met in kracht en met in de heilige Geest en (met) volle zekerheid. U weet immers hoe wij in uw midden geweest zijn ter wille van u.” (1 Tessalonicenzen 1:5)De kracht van Christus werkte in hem en daarvan wilde hij getuigen, zodat God en zijn Zoon centraal stonden en niet Paulus of zijn dienaars. Het betoon van de kracht van Christus, door God verleend, is echter veel groter dan toen zichtbaar was, en was kennelijk afhankelijk van het geloof van zijn dienaren en de inspanning die zij wilden doen om zijn werk op aarde uit te voeren: Hem nu Die bij machte is te doen ver boven alles wat wij bidden of denken, overeenkomstig de kracht die in ons werkzaam is, Hem zij de heerlijkheid in de gemeente, door Christus Yeshua, in alle geslachten, tot in alle eeuwigheid. Amen.” (Efeziërs 3:20)

Triadische formule

Bepaalde passages bespreken de Vader, de Zoon en de Heilige Geest als gelijkwaardig. Voor Paulus plaatst de Geest, de Heer en God bijvoorbeeld grammaticaal parallel constructies. 1 Korinthe 12: 4-6Er is verscheidenheid van genadegaven, maar het is dezelfde Geest. Er is verscheidenheid van bedieningen, en het is dezelfde Heere. Er is verscheidenheid van werkingen, maar het is dezelfde God, Die alles in allen werkt“.

Paulus sluit 2 Korinthe 13 af met een driedelig gebed: “De genade van de Heere Jezus Christus, de liefde van God en de gemeenschap *) van de Heilige Geest zij met u allen. Amen”. *) In de grondtekst lezen we het woord communion – Strongs G2842 – κοινωνία – partnerschap, d.w.z. (letterlijk) participatie, of (sociale) omgang, of schenking.

In Exodus 17:7 lezen we: ” Hij gaf die plaats de naam Massa en Meriba, vanwege de onenigheid van de Israëlieten en omdat zij de HEERE [JHWH] op de proef gesteld hadden door te zeggen: Is de HEERE [Jahwe] nu in ons midden of niet?

In het Nieuwe Testament lezen we: “Daarom, zoals de Heilige Geest zegt: Heden, indien u Zijn stem hoort, verhard dan uw hart niet, zoals bij de verbittering, op de dag van de verzoeking in de woestijn.” (Hebreeën 3.7-9).  Jesaja 63:10Zíj daarentegen zijn ongehoorzaam geworden en hebben Zijn Heilige Geest bedroefd. Daarom is Hij voor hen veranderd in een vijand, Hij Zelf heeft tegen hen gestreden.

De ﬡﬨ met Jahwe De ﬡﬨ met de Geest.

Is de Heilige Geest een persoon, deel uitmakend van een drie-eenheid?

Tertullian, zijn volledige naam Quintus Septimius Florens Tertullianus, c. 155 – c. 240 AD, was een productieve vroegchristelijke schrijver uit Carthago in de Romeinse provincie Afrika. Hij was van Berberse afkomst en hij was de eerste Christelijke auteur die een uitgebreid corpus van Latijnse christelijke literatuur produceerde. Hij was ook een vroegchristelijke apologeet en een polemist tegen ketterij, inclusief het hedendaagse christelijke gnosticisme. Tertullianus wordt “de vader van het Latijnse christendom” en “de grondlegger van de westerse theologie” genoemd. Tertullianus werd tot priester gewijd in de kerk in Carthage, Noord-Afrika, en begon met het schrijven van boeken over de problemen waarmee de kerk van zijn tijd werd geconfronteerd. In antwoord op een ketterij over de Godheid, schreef Tertullian Against Praxus, waarin voor het eerst het woord drie-eenheid werd gebruikt om de Godheid te beschrijven. Met betrekking tot Vader, Zoon en Geest zei Tertullian: “Deze drie zijn één substantie, niet één persoon.

Zijn langste boek, Against Marcion, verdedigt het gebruik van het Oude Testament door de Christelijke kerk en demonstreerde hoe de Schriften te gebruiken ter weerleggen van ketterijen. Gnosticisme was één van de grote bedreigingen voor de kerk van zijn tijd, en Tertullianus deed meer dan wie dan ook om de invloed van de gnostici omver te werpen.

Lukas 1:26-34In de zesde maand werd de engel Gabriël door God gezonden naar een stad in Galilea, waarvan de naam Nazareth was, naar een maagd die ondertrouwd was met een man, van wie de naam Jozef was, uit het huis van David; en de naam van de maagd was Maria. En toen de engel bij haar binnengekomen was, zei hij: Weesgegroet, begenadigde. De Heere is met u. U bent gezegend onder de vrouwen.
Toen zij hem zag, raakte zij in verwarring door zijn woorden, en zij vroeg zich af wat de betekenis van deze groet kon zijn. En de engel zei tegen haar: Wees niet bevreesd, Maria, want u hebt genade gevonden bij God. En zie, u zult zwanger worden en een Zoon baren en u zult Hem de Naam Yeshua geven. Hij zal groot zijn en de Zoon van de Allerhoogste genoemd worden, en God, de Heere, zal Hem de troon van Zijn vader David geven, en Hij zal over het huis van Jakob Koning zijn tot in eeuwigheid en aan Zijn Koninkrijk zal geen einde komen. Maria zei tegen de engel: Hoe zal dat mogelijk zijn, aangezien ik geen gemeenschap heb met een man?

Vers 35En de engel antwoordde en zei tegen haar: De Heilige Geest zal over u komen en de kracht van de Allerhoogste zal u overschaduwen. Daarom ook zal het Heilige Dat uit u geboren zal worden, Gods Zoon genoemd worden“.
HNVThe angel answered her, “The Ruach HaKodesh will come on you, and the power of Ha`Elyon will overshadow you. Therefore also the holy one who is born from you will be called the Son of God“.

Mattheüs 1:18-20De geboorte van Yeshua Christus was nu als volgt. Terwijl Maria, Zijn moeder, met Jozef in ondertrouw was, bleek zij, nog voordat zij samengekomen waren, zwanger te zijn uit de Heilige Geest. Jozef, haar man, wilde haar onopgemerkt verlaten, omdat hij rechtvaardig was en haar niet in het openbaar te schande wilde maken. Terwijl hij deze dingen overwoog, zie, een engel van de Heere verscheen hem in een droom en zei: Jozef, zoon van David, wees niet bevreesd Maria, uw vrouw, bij u te nemen, want wat in haar ontvangen is, is uit de Heilige Geest ...
HNV “Now the birth of Yeshua the Messiah was like this; for after his mother, Miryam, was engaged to Yosef, before they came together, she was found pregnant by the Ruach HaKodesh. Yosef, her husband, being a righteous man, and not willing to make her a public example, intended to put her away secretly”. “But when he thought about these things, behold, an angel of the Lord appeared to him in a dream, saying, Yosef, son of David, don’t be afraid to take to yourself Miryam, your wife, for that which is conceived in her is of the Ruach HaKodesh“.

Zou je hier willen spreken dat hier de Heilige Geest als derde persoon van de Godheid zou zijn; dan zou de heilige Geest de vader zijn. Dit denken, godheid verwekt op natuurlijke wijze, als persoon een kind, is in afgodendienst een bekend fenomeen. De drie-eenheid lering bestaat uit drie personen; God, Yeshua en Geest. Ieder afzonderlijk uniek maar gezamenlijk één. Als Yeshua spreekt over de Vader dan spreekt Hij NIET over de Geest.

Als we spreken over het feit dat Maria zwanger werd door de KRACHT van God (Elohim) dan is het wel gerechtvaardigd dat Yeshua spreekt over ZIJN Vader. De heilige Geest, Ruach HaKodesh, is de KRACHT van de Vader! Yeshua zegt trouwens dat ZIJN Vader groter is dan hijzelf. Dit is te lezen in Johannes 14:28U hebt gehoord dat Ik tegen u gezegd heb: Ik ga heen maar kom weer naar u toe. Als u Mij liefhad, zou u zich verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen naar de Vader; want Mijn Vader is meer dan Ik“.

Meizon betekend niet groter in essentie maar in functie. Zoals een huwelijk tussen man en vrouw waarbij de functie van de man in (volgens de Bijbel) hoofd van het gezin is. In essentie zijn beiden hetzelfde, namelijk mens. Yeshua benadrukt hier dat het niet de essentie is die groter is maar de functie. Yeshua kwam als offer.

Mattheüs 20:28 zoals ook de Zoon des mensen niet gekomen is om gediend te worden, maar om te dienen, en Zijn ziel te geven tot een losprijs voor velen“.

Filippenzen 2:5-8; Laat daarom die gezindheid in u zijn die ook in Christus Yeshua was, Die, terwijl Hij in de gestalte van God was, het niet als roof beschouwd heeft aan God gelijk te zijn, maar Zichzelf ontledigd heeft door de gestalte van een slaaf aan te nemen en aan de mensen gelijk te worden. En in gedaante als een mens bevonden, heeft Hij Zichzelf vernederd en is gehoorzaam geworden, tot de dood, ja, tot de kruisdood.

Johannes 5:37En de Vader, Die Mij gezonden heeft, Die heeft Zelf van Mij getuigd. U hebt Zijn stem nooit gehoord, en ook Zijn gedaante niet gezien”.

Johannes 17: 1-5Dit sprak Yeshua, en Hij sloeg Zijn ogen op naar de hemel en zei: Vader, het uur is gekomen, verheerlijk Uw Zoon, opdat ook Uw Zoon U verheerlijkt zoals U Hem macht gegeven hebt over alle vlees, opdat Hij eeuwig leven geeft aan allen die U Hem gegeven hebt. En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Jezus Christus, Die U gezonden hebt. Ik heb U verheerlijkt op de aarde. Ik heb het werk volbracht dat U Mij gegeven hebt om te doen. En nu verheerlijk Mij, U Vader, bij Uzelf, met de heerlijkheid die Ik bij U bezat voordat de wereld er was“.

Waarom spreekt Yeshua hier niet over de heilige Geest als deze een persoon zou zijn. Hij spreekt over de Vader en zichzelf. Ook spreekt Johannes 1: 1 In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God”. Ook hier wordt GEEN derde persoon genoemd namelijk de heilige Geest.

Johannes 17:6-8Ik heb Uw Naam geopenbaard aan de mensen die U Mij uit de wereld gegeven hebt. Zij waren van U en U hebt hen Mij gegeven, en zij hebben Uw woord in acht genomen. Nu hebben zij erkend dat alles wat U Mij gegeven hebt, bij U vandaan komt. Want de woorden die U Mij gegeven hebt, heb Ik hun gegeven, en zij hebben ze aangenomen, en zij hebben daadwerkelijk erkend dat Ik van U uitgegaan ben, en hebben geloofd dat U Mij gezonden hebt“.
Verzen 9-13Ik bid voor hen. Ik bid niet voor de wereld, maar voor hen die U Mij gegeven hebt, want zij zijn van U. En al wat van Mij is, is van U, en wat van U is, is van Mij; en Ik ben in hen verheerlijkt. En Ik ben niet meer in de wereld, maar dezen zijn in de wereld, en Ik kom naar U toe. Heilige Vader, bewaar hen die U Mij gegeven hebt in Uw Naam, opdat zij één zullen zijn zoals Wij. Toen Ik met hen in de wereld was, bewaarde Ik hen in Uw Naam. Hen die U Mij gegeven hebt, heb Ik bewaard en niemand uit hen is verloren gegaan dan de zoon van het verderf, opdat de Schrift vervuld wordt. Maar nu kom Ik naar U toe en spreek dit in de wereld, opdat zij ten volle Mijn blijdschap in zichzelf hebben“.
Verzen 14-17Ik heb hun Uw woord gegeven, en de wereld heeft hen gehaat, omdat zij niet van de wereld zijn, zoals Ik niet van de wereld ben. Ik bid niet dat U hen uit de wereld wegneemt, maar dat U hen bewaart voor de boze. Zij zijn niet van de wereld, zoals Ik niet van de wereld ben. Heilig hen door Uw waarheid; Uw woord is de waarheid“.
Verzen 18-21Zoals U Mij in de wereld gezonden hebt, heb ook Ik hen in de wereld gezonden. En Ik heilig Mijzelf voor hen, opdat ook zij geheiligd zijn in de waarheid. En Ik bid niet alleen voor dezen, maar ook voor hen die door hun woord in Mij zullen geloven, opdat zij allen één zullen zijn, zoals U, Vader, in Mij, en Ik in U, dat ook zij in Ons één zullen zijn, opdat de wereld zal geloven dat U Mij gezonden hebt“.
Verzen 22-23En Ik heb hun de heerlijkheid gegeven die U Mij gegeven hebt, opdat zij één zijn, zoals Wij Eén zijn; Ik in hen, en U in Mij, opdat zij volmaakt één zijn en opdat de wereld erkent dat U Mij gezonden hebt en hen liefgehad hebt, zoals U Mij hebt liefgehad”.
Verzen 24-26Vader, Ik wil dat waar Ik ben, ook zij bij Mij zijn die U Mij gegeven hebt, opdat zij Mijn heerlijkheid zien, die U Mij gegeven hebt, omdat U Mij hebt liefgehad vóór de grondlegging van de wereld. Rechtvaardige Vader, de wereld heeft U niet gekend, maar Ik heb U gekend, en dezen hebben erkend dat U Mij gezonden hebt. En Ik heb hun Uw Naam bekendgemaakt, en zal die bekendmaken, opdat de liefde waarmee U Mij hebt liefgehad, in hen is, en Ik in hen“.

Waar is de Geest? Feitelijk in het gehele schriftgedeelte maar NIET als een persoon!

Mattheüs 11:27Alle dingen zijn Mij overgegeven door Mijn Vader; en niemand kent de Zoon dan de Vader, en niemand kent de Vader dan de Zoon, en hij aan wie de Zoon het wil openbaren“.

Mattheüs 6:1-21Wees op uw hoede dat u uw liefdegave niet geeft in tegenwoordigheid van de mensen om door hen gezien te worden; anders hebt u geen loon bij uw Vader, Die in de hemelen is. Wanneer u dan een liefdegave geeft, laat het niet voor u uitbazuinen, zoals de huichelaars in de synagogen en op de straten doen, opdat zij door de mensen geëerd zouden worden. Voorwaar, Ik zeg u: Zij hebben hun loon al. Maar als u een liefdegave geeft, laat dan uw linkerhand niet weten wat uw rechterhand doet, zodat uw liefdegave in het verborgene zal zijn; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden. En wanneer u bidt, zult u niet zijn als de huichelaars; want die zijn er zeer op gesteld om in de synagogen en op de hoeken van de straten te staan bidden om door de mensen gezien te worden. Voorwaar, Ik zeg u dat zij hun loon al hebben. Maar u, wanneer u bidt, ga in uw binnenkamer, sluit uw deur en bid tot uw Vader, Die in het verborgene is; en uw Vader, Die in het verborgene ziet, zal het u in het openbaar vergelden. Als u bidt, gebruik dan geen omhaal van woorden zoals de heidenen, want zij denken dat zij door de veelheid van hun woorden verhoord zullen worden. Word dan aan hen niet gelijk, want uw Vader weet wat u nodig hebt, voordat u tot Hem bidt.

Gelooft iedereen in de Drie-eenheid?

God”, Encyclopedia of Religion and Ethics geeft aan dat de drie-eenheid (de doctrine van) een ondeugdelijke Bijbelse uitleg is, al zou het vroom zijn, en dat de triniteit ontleend is aan een meervoudsvorm van God”.

Enkel één, de Vader, kan absoluut als “de enige ware God” worden gedefinieerd. Yeshua kan niet tegelijkertijd hiertoe gerekend worden, die ook in 1 Johannes 5:20 niet de ware God is; “Maar wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand heeft gegeven om de Waarachtige te mogen kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon, Yeshua Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven“. Yeshua werkt, in eenheid met de Vader als een gevolmachtigde (Johannes 10:30Ik en de Vader zijn Eén), en is Gods representant’’ Johannes 14:9, 10Yeshua zei tegen hem: Ben Ik zo’n lange tijd bij u, en kent u Mij niet, Filippus? Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien; en hoe kunt u dan zeggen: Laat ons de Vader zien? Gelooft u niet dat Ik in de Vader ben en de Vader in Mij is? De woorden die Ik tot u spreek, spreek Ik niet uit Mijzelf, maar de Vader, Die in Mij blijft, Die doet de werken“. (Professor H.A.W. Meyer, Commentary on the New Testament. Het citaat komt van zijn commentaar op Johannes 17:3 “En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, de enige waarachtige God, en Yeshua Christus, Die U gezonden hebt“.
Het is gebruikelijk onder Bijbelstudenten om Yeshua als God te zien en om vast te houden dat de triniteitsleer — van drie onderling gezamenlijke eeuwige personen in één God — het keurmerk van het ware geloof is. Veel erkende Bijbelleraren denken echter dat Yeshua in de Schrift niet God wordt genoemd, zoals in de triniteit. Vooraanstaande Bijbelexperts, van vroeger en nu, houden vast dat de doctrine van een Drie- enige God nergens in de Schrift geleerd wordt. Men mag elkaar niet verketteren op dit onderwerp. Wie Yeshua als Messias belijdt, maakt in beginsel deel uit van het Lichaam

Een recente en veel gevolgde discussie binnen het Christendom stelt dat de doctrine van de drie- eenheid “zonder twijfel één van de meest moeilijke Bijbeldoctrines is om te begrijpen” (Ron Rhodes,
The Heart of Christianity, Harvest House, 1996, p. 50). Marcus 13:32, waarin Yeshua, de zoon van God, onwetendheid over de tijd van zijn terugkomst tentoonspreid, is één van de meest onthutsende verzen voor trinitariérs. Hoe kan Yeshua God zijn als hij niet alwetend is? Waarom zou de Vader van Yeshua een openbaring aan zijn opgestane en verheerlijkte zoon moeten geven als Yeshua alles wist (Openbaringen 1:1)? Kunnen trinitariérs de juiste antwoorden bieden op deze vragen?
Opmerking: Als je weet hoe het Hebreeuwse huwelijk wordt voorbereid dan is er respect vanuit Yeshua naar de Vader toe dit te zeggen: de Vader zelf kondigt het moment af! En er is voor mij een verschil tussen Yeshua op deze wereld en de verrezen Yeshua, zittend aan de rechterhand van de Vader.

Er bestaat geen Bijbeltekst waarin Yeshua ooit zei dat hij God was. In Marcus 10:18 maakte hij onderscheid tussen zichzelf en God, waarbij de laatste alleen absoluut goed wordt genoemd. Als Yeshua God is, waarom zette hij dan zijn Vader apart als de Enige die absoluut goed is?

De basis van onderzoek is en blijft het Oude Testament, de Tenach. Met deze geschriften groeide Yeshua op. Als je de Tenach leest in een vertaling die het dichtst bij de grondtekst ligt (het Hebreeuws dus, beter is natuurlijk de originele taal te leren) dan zal je bemerken dat God meer dan 11000 keer met enkelvoudige voornaamwoorden beschreven wordt. Dit mag toch wel aangeven dat God de enige is, de ene, de eeuwige en er niemand ander is dan Hij.

In het Nederlands een voorbeeld: In een boek wordt een vader van een familie beschreven m.b.v. enkelvoudige naamwoorden zoals: ik, mij en hij. Als diezelfde vader zegt: Laten we met vakantie gaan’ zou je dan daaruit opmaken dat die vader ineens meer dan één persoon is? Of is het zo dat die vader anderen (of iemand anders) uitnodigt mee te gaan op vakantie.

Als je in
Genesis 1:26 leest – “Laten Wij mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenis; en laten zij heersen over de vissen van de zee, over de vogels in de lucht, over het vee, over heel de aarde en over al de kruipende dieren die over de aarde kruipen!” Moet je dan op basis van het vorige bij God ineens constateren dan God uit meerdere personen bestaat of spreekt Hij hier tot Zijn ‘hemelse hofhouding’?

Psalm 82God staat in de vergadering van God, Hij oordeelt te midden van de goden …
Elohim is de aanduiding van het algemene begrip (ambt van) God. Het heeft vaak betrekking op JHWH en op allen die namens Hem optreden, of namens Hem taken uitvoeren zoals engelen en sommige mensen. Mozes wordt een elohim genoemd. Yeshua als zoon van God is een elohim. Afgoden worden ook elohim genoemd.

Heeft God in Genesis 1:26 engelen bedoeld? Wanneer engelen verschijnen, zien ze eruit als mannen. Genesis 18:2Hij (Abraham) sloeg zijn ogen op, en keek, en zie, er stonden drie mannen voor hem. Toen hij hen zag, liep hij hun snel uit de ingang van de tent tegemoet en boog zich ter aarde“.

Wanneer in de Tenach enegelen verschijnen, worden ze frequent omschreven als mannen. Feitelijk suggereert het gebruik van een nekelvoudig werkwoord in vers 27 dat God wel degelijk alleen werkte bij de schepping van de mens. “Laat ons mensen maken” zou daarom beschouwd moeten worden als een goddelijke aankondiging aan de hemelse hofhouding (bestaande uit engelen), waarmee aan de heerscharen van engelen aandacht gevraagd werd bij de tot stand koming van de kroon op Zijn schepping, de mens.

Job 38:4a en 7b zegt het volgende: ‘Waar was u toen Ik de aarde grondvestte?’ en ‘al de kinderen van God juichten?’ Ook Lukas vermeld het volgende Lukas 2:13,14En plotseling was er bij de engel een menigte van de hemelse legermacht, die God loofde en zei: Eer zij aan God in de hoogste hemelen, en vrede op aarde, in mensen een welbehagen“.

Op basis van voorgaande kan je het dogma van de drie-eenheid plausibel verklaren. Maar dat is nog geen bewijsvoering!

Hier volgen een aantal visies/meningen t.a.v. deze dogmatiek:

Visie, uitleg en verdediging door Don Stuwart

Don Stewart (geboren Donald Lee Stewart op 25 oktober 1939, in Prescott, Arizona) is voorganger in een Pinkstergemeente en gebedsgenezer. Hij is een televangelist en gastheer van “Power en Mercy” bij Black Entertainment Television, The Word Network en nog wat andere TV-zenders.

D.S. Misverstand 1
De drie-eenheid is een heidense idee aangenomen door christenen.

Er wordt vaak beweerd dat de doctrine van de Drie-eenheid een heidens idee is dat de kerk heeft aangenomen. Er zijn een aantal punten die moeten worden aangebracht om deze beschuldiging te weerleggen. De doctrine is afgeleid van de Schrift

1. De drie-eenheid is afgeleid van de Schrift en niet van een of andere heidense religie of een duivelse doctrine. De bron van de lering komt uit de Bijbel zelf. De doctrine van de Drie-eenheid is een poging om uit te leggen wat God ons in Zijn Woord heeft geopenbaard. Het komt uitsluitend uit de Bijbel.

2. Hoewel sommige christenen de drie-eenheid vergeleken hebben met heidense overtuigingen, doet de Bijbel dat niet. De Drie-eenheid is strikt een Bijbelse doctrine. Degenen die hebben geprobeerd de Drie-eenheid te vergelijken met leringen in andere religies, begrijpen de leer van de Drie-eenheid niet of wat de andere religies over de aard van God onderwijzen.

Welke bron heeft de leer beïnvloed?

1. Welke bron heeft de drie-eenheid vermoedelijk beïnvloed? Kandidaten zoals de religies van het oude Babylon, Egypte en Assyrië zijn genoemd, evenals oosterse religies zoals het boeddhisme en het hindoeïsme. Toch zijn deze religies radicaal verschillend van elkaar in hun overtuigingen. Het idee van drie goden is niet de drie-eenheid.

2. Het feit dat er een aantal oude religies waren die drie goden aanbaden, is irrelevant. Deze goden waren afzonderlijke goden, niet één God zoals in de Drie-eenheid. Bovendien waren de drie goden die in deze culturen werden aanbeden meestal de belangrijkste goden. Er waren veel andere goden die deze mensen aanbaden afgezien van de voornaamste. De gelijkenis van het getal drie bewijst niets met betrekking tot afleiding of invloed.

De drie-eenheid is niet afgeleid van heidense concepten.

1. De veronderstelde afleidingen van de drie-eenheid van heidense concepten komen ofwel te vroeg ofwel te laat in de geschiedenis of zijn te geografisch te ver weg. Vergelijking met de aanbidding van drie goden in Egypte en Babylonië zal bijvoorbeeld niet werken. Deze goden werden tweeduizend jaar voordat Christus kwam aanbeden. India, waar het boeddhisme en het hindoeïsme ontstonden, zijn geografisch te ver verwijderd. Er is geen geloofwaardige bron waar de doctrine vandaan zou kunnen komen.

De logica volgt niet
Ten slotte is er een logische denkfout bij betrokken. Het feit dat sommige oude religies een aantal vergelijkbare overtuigingen hadden met de drie-eenheid betekent niet dat ze hetzelfde zijn of dat de drie-eenheid door hen werd beïnvloed. Gelijkenis betekent niet hetzelfde. Daarom past het idee dat de triniteit op de een of andere manier is beïnvloed, afgeleid van of geleend van heidense concepten niet bij de feiten.

Mijn commentaar: Ik vind zijn argumentatie zwak, maar begrijp deze wel. In het Oude Testament komt de drie-eenheid geheel niet ter sprake en pas in het Nieuwe Testament wordt als je het zo wilt zeggen “een drievoudig snoer” zichtbaar. Yeshua sprak enkel over zijn Vader en in diverse hiervoor vermelde teksten is dat duidelijk genoeg. De drie-eenheids doctrine is wel degelijk beinvloed geweest door het Griekse denken en is absoluut niet gebaseerd op het Hebreeuwse denken. Het was Tertullian die voor het eerst gewag maakte van de drie-eenheid. Met betrekking tot Vader, Zoon en Geest zei Tertullian: “Deze drie zijn één substantie, niet één persoon.Prediker 4:12Een drievoudig snoer wordt niet snel gebroken

Vervolg: D.S. Misverstand 2
De doctrine van de triniteit is een mysterie dat onmogelijk te begrijpen is.

Wanneer de drie-eenheid een “mysterie” wordt genoemd, is het een mysterie in de Bijbelse zin van het woord – dat is een heilig geheim. Een mysterie in de Bijbel betekent niet iets dat niet begrepen kan worden. Een mysterie is iets dat voorheen onbekend was maar nu is onthuld. Paulus schreef de
Kolossenzen 1:27 Aan hen heeft God willen bekendmaken wat de rijkdom is van de heerlijkheid van dit geheimenis onder de heidenen: Christus onder u, de hoop op de heerlijkheid” . Deze waarheid over de heidenen welke deel uitmaakten van de kerk, het lichaam van Christus, was iets dat niet in het Oude Testament was geopenbaard. Het “mysterie” werd onthuld tijdens het Nieuwe Testament.

Mijn commentaar: Paulus spreekt hier over het mysterie m.b.t. Yeshua, verborgen in de Schriften en geopenbaard toen Hij ter wereld kwam. Vers 28 zegt dan ook: “Hem verkondigen wij, terwijl we ieder mens terechtwijzen, en ieder mens onderwijzen in alle wijsheid, opdat wij ieder mens volmaakt zouden stellen in Christus Jezus“. Jesaja heeft wel degelijk gesproken over de heidenen die geroepen zouden worden: Jesaja 42:1Zie, Mijn Knecht, Die Ik ondersteun, Mijn Uitverkorene, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik heb Mijn Geest op Hem gelegd. Hij zal tot de heidenvolken het recht doen uitgaan toen hij zei: Zie, Mijn Knecht, Die Ik uitverkoren heb, Mijn Geliefde, in Wie Mijn ziel een welbehagen heeft; Ik zal Mijn Geest op Hem leggen en Hij zal aan de heidenen het oordeel verkondigen. Hij zal niet twisten en niet roepen, en ook zal niemand Zijn stem op de straten horen. Het geknakte riet zal Hij niet breken en de walmende vlaspit zal Hij niet doven, totdat Hij het oordeel uitvoert tot overwinning. En op Zijn Naam zullen de heidenen hopen.
D.S. Vervolg:
We kunnen niet alles begrijpen.

Dat gezegd hebbende betekent dit niet dat de mensheid alles over de drie-eenheid kan bevatten. Onze natuurlijke vermogens kunnen niet begrijpen hoe iemand drie en drie kan zijn. De doctrine van de drie-eenheid is moeilijk te begrijpen. Het is moeilijk om menselijke termen te vinden die uitdrukken hoe God tegelijkertijd een eenheid en drie verschillende personen kan zijn. Er zijn echter veel feiten die wij, als mensen, niet volledig kunnen begrijpen. De drie-eenheid is een van die dingen die we door geloof moeten accepteren omdat de Schrift het leert. Het moet niet worden afgewezen omdat sommigen het moeilijk vinden om te begrijpen. Een basisbegrip van de drie-eenheid is zeker mogelijk. Daarom is het onnauwkeurig om te zeggen dat de drie-eenheid onmogelijk te begrijpen is. Mensen kunnen veel dingen over de drie-eenheid begrijpen zonder een volledig begrip te hebben.

Mijn commentaar: Drie-eenheid is een menselijke term en door de mens als doctrine neergezet. De Hebreeuwse tekst van het Oude Testament kent geen drie-eenheid, er wordt niet over gesproken nog op enig andere wijze als verborgen tekst weergegeven. Dus wat door mensen is gemaakt is wel degelijk te doorgronden en te weerleggen. Wat uit God is is door Yeshua’s leringen te bevatten en te plaatsen. De geheimenissen van YHWH zijn een andere factor en te begrijpen is enkel op basis van openbaring zo Hij ons dat wil geven. Lees Exodus 3:13 – Hier wordt Mozes geroepen door God: “En Mozes zei tegen God: Zie, wanneer ik bij de Israëlieten kom en tegen hen zeg: De God van uw vaderen heeft mij naar u toe gezonden, en zij mij zeggen: Wat is Zijn Naam? Wat moet ik dan tegen hen zeggen? God antwoord hierop: IK BEN DIE IK BEN“.
Joden vertalen deze Ik ben die Ik ben als ‘de Eeuwige’. Gods naam is feitelijk niet uit te spreken, overstijgd alle menselijke kennis. Hij degene die er altijd al was, Hij die is en degene die er zal zijn voor altijd en eeuwig.
(Niemand weet de werkelijke naam van God).

In deze redenatie wil ik en kan ik onmogelijk God aanduiden als een persoon!!!!!!
D.S. Vervolg:
We kunnen de waarheid over God kennen als we dat willen
.
Yeshua zei in
Johannes 7:17 Als iemand de wil heeft om Zijn wil te doen, zal hij van dit onderricht weten of het uit God is, of dat Ik vanuit Mijzelf spreek “. Paulus probeerde het mysterie van God aan het volk uit te leggen in 1 Kolossenzen 2:2 “… opdat hun harten bemoedigd mogen worden, samengevoegd in de liefde, en zij tot heel de rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht mogen komen, om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus …”

Commentaar/Opmerking: Gebruik hier de gehele tekst verzen 1-4Want ik wil dat u weet hoe groot de strijd is die ik voer voor u en voor hen die in Laodicea zijn, alsook voor zovelen die mij nooit in levenden lijve hebben gezien, opdat hun harten bemoedigd mogen worden, samengevoegd in de liefde, en zij tot heel de rijkdom van de volle zekerheid van het inzicht mogen komen, om het geheimenis te leren kennen van God, en van de Vader en van Christus, in Wie al de schatten van de wijsheid en van de kennis verborgen zijn. En dit zeg ik, opdat niemand u misleidt met mooiklinkende redeneringen“.
Opvallend is hier dat Paulus hier niet spreekt over het kennen van het geheimenis van de Geest.
Verzen 5-15Want al ben ik lichamelijk afwezig, toch ben ik in de geest bij u. Ik zie met blijdschap de goede orde onder u en de vastheid van uw geloof in Christus. Zoals u dan Christus Yeshua, de Heere, hebt aangenomen, wandel in Hem, geworteld en opgebouwd in Hem, en bevestigd in het geloof, zoals u onderwezen bent; wees daarin overvloedig, met dankzegging. Pas op dat niemand u als buit meesleept door de filosofie en inhoudsloze verleiding, volgens de overlevering van de mensen, volgens de grondbeginselen van de wereld, maar niet volgens Christus. Want in Hem woont heel de volheid van de Godheid lichamelijk. En u bent volmaakt geworden in Hem, Die het Hoofd is van iedere overheid en macht. In Hem bent u ook besneden met een besnijdenis die niet met handen plaatsvindt, door het uittrekken van het lichaam van de zonden van het vlees, door de besnijdenis van Christus. U bent immers met Hem begraven in de doop, waarin u ook met Hem bent opgewekt, door het geloof van de werking van God, Die Hem uit de doden heeft opgewekt. En Hij heeft u, toen u dood was in de overtredingen en het onbesneden zijn van uw vlees, samen met Hem levend gemaakt door u al uw overtredingen te vergeven, en het handschrift dat tegen ons getuigde, uit te wissen. Dit handschrift was met zijn bepalingen tegen ons gericht, en Hij heeft dat uit het midden weggenomen door het aan het kruis te nagelen. Hij heeft de overheden en de machten ontwapend, die openlijk te schande gemaakt en daardoor over hen getriomfeerd“.
D.S. Vervolg: Misvatting 3
De leer van de Drie-eenheid is onredelijk.

Hoewel de doctrine van de drie-eenheid moeilijk te begrijpen is, is het niet onredelijk. Hoewel sommige waarheden met betrekking tot de Drie-eenheid voorbij zijn aan de menselijke rede, zijn ze zeker niet in strijd met de rede. De rede zou echter niet onze laatste test van de waarheid moeten zijn. De rede is gebrekkig door de zonde. Iemand die de Bijbel niet als de ware openbaring van God aanvaardt, heeft geen reden om de Drie-eenheid te geloven, maar zij die de Schrift aanvaarden als Gods geïnspireerde Woord, kunnen niets anders doen dan deze waarheid aanvaarden. De kernvraag is: “Wordt de triniteit in de Schrift onderwezen, het antwoord is ja, maar de Schrift tracht de drie-eenheid niet uit te leggen – hij verklaart het eenvoudigweg.

Commentaar: Helaas vind ik dit aanmatigend: Of je geloofd het wel of niet en zo niet: dan aanvaard de Bijbel niet als ware openbaring van God. De leer is onredelijk? Nee hij is inderdaad te verdedigen maar misschien is er een hoger begrip van niveau t.a.v. de naar menselijk aangegeven doctrine en welke door de Schrift getoond wordt?
D.S. Vervolg Misverstand 4
De doctrine kan niet waar zijn omdat het woord Triniteit niet in de Bijbel wordt gevonden.

Het is waar dat het woord triniteit niet in de Bijbel staat. Dit heeft sommigen tot de conclusie gebracht dat het geloof in de drie-eenheid niet Bijbels is. Het woord ‘theologie’ is echter ook niet in de Bijbel te vinden. Theologie betekent de bestudering van God. Niemand twijfelt eraan dat de Bijbel theologie onderwijst omdat de precieze term niet wordt gebruikt. Op dezelfde manier wordt de drie-eenheid onderwezen in de Schrift zonder het gebruik van de term. Het gaat niet om het specifieke woord trinity. De echte vraag is: “Is de leer over de drie-eenheid in overeenstemming met wat de Bijbel zegt over Gods natuur?” Dat is het echte probleem.

Commentaar: Tertullianus wordt “de vader van het Latijnse christendom” en “de grondlegger van de westerse theologie” genoemd. Onderwijst de Schrift theologie? Theologie kun je wel toepassen. Midrasj (Hebreeuws: מִדְרָשׁ, midrāš, “onderzoek” of “uitleg”, meervoud midrasjim) is een rabbijnse methode van Bijbelexegese. De uitlegging kan een enkel vers betreffen of een volledig Bijbelboek. Als “midrasj” wordt gebruikt als woord betekent het een manier om een Bijbels vers te interpreteren. Traditioneel wordt de tekst onderscheiden in pesjat (directe betekenis), remez (een hint), derasj (exegese) en sod (mystiek). De midrasj richt zich voornamelijk op remez en derasj.
D.S. Vervolg Misverstand 5
De leer van de Drie-eenheid kan niet waar zijn omdat hij niet expliciet in de Schrift wordt onderwezen.

De doctrine van de Drie-eenheid is niet te vinden in een expliciete uitspraak in de Schrift. Er zijn geen formele leerstellige uitspraken die de Drie-eenheid definiëren of onderwijzen. Termen als ‘Drieëenheid’, ‘drie Personen’ en ‘één substantie’ worden niet gevonden in het Nieuwe Testament. Omdat er geen ontwikkelde lering over de Drie-eenheid is, wordt beargumenteerd dat het Nieuwe Testament deze leer niet onderwijst. Hoewel de exacte termen die christenen gebruiken om de Drie-eenheid te beschrijven niet in het Nieuwe Testament worden gevonden, zijn de ideeën waarin deze termen worden uitgedrukt duidelijk aanwezig. De waarheid van de Drie-eenheid wordt gevonden door te vergelijken wat de Bijbel zelf zegt over de aard van God. De basis van de ontwikkeling van de leer van de Drie-eenheid is zeker te vinden in de Schrift. Bovendien veronderstelt wat de Bijbel leert over de aard van God, dat God een Drie-eenheid is. De doctrine van de Drie-eenheid moet niet worden afgewezen omdat een formele of expliciete verklaring ontbreekt of omdat het geloof niet volledig is ontwikkeld.

Commentaar: Hier wordt enkel gesproken over het Nieuwe Testament, dit terwijl het Oude Testament de basis is en altijd moet zijn. Ook Yeshua zelf onderwees uit het Oude Testament, Hij was Torah die rondliep en sprak, de levende Torah. Hij stelde dat de mens niet aan de wetten kón voldoen en dat door in Hem te geloven de wet vervuld zou zijn. Als je naar Hem kijkt, daar aan het kruis waaraan Hij stierf voor onze zonden en in Hem gelooft, dan zal de Vader de Geest der waarheid zenden. Nogmaals de doctrine vindt zijn oorsprong niet in het Oude Testament. Het Nieuwe Testament is feitelijk een “vertaling” van de inhoud van het Oude Testament. Er zijn in het NT geen toevoegingen geplaatst welke in conflict zouden komen met het OT. Er wordt in het NT geen nieuw evangelie geschreven, het wordt verklaard op basis van het OT, vanuit het verborgene daar.
D.S. Vervolg Misvatting 6
De drie-eenheid ontkent de eenheid van God.

Er wordt vaak beweerd dat de leer van de drie-eenheid het bestaan van slechts één God ontkent, omdat de drie-eenheid uit drie personen bestaat. De doctrine van de drie-eenheid betekent niet dat er drie verschillende goden of drie afzonderlijke goden zijn. God is één essentie, één substantie. Hij is geen wezen dat uit drie afzonderlijke delen bestaat. God is ook geen drie afzonderlijke individuen.
De doctrine van de drie-eenheid maakt Yeshua niet tot een tweede god en de heilige Geest tot een derde god. Er is maar één God. De drie leden van de trinity zijn inhoudelijk gelijk. Daarom is de leer van de drie-eenheid niet de eenheid van God te ontkennen.

Commentaar: Wat zei Yeshua over de Vader? Johannes 14:28U hebt gehoord dat Ik tegen u gezegd heb: Ik ga heen maar kom weer naar u toe. Als u Mij liefhad, zou u zich verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen naar de Vader; want Mijn Vader is meer dan Ik.
Welke plaats neemt Hij in?
Markus 16:19-20De Heere dan is, nadat Hij tot hen gesproken had, opgenomen in de hemel en heeft Zich gezet aan de rechterhand van God, maar zij gingen overal heen om te prediken, en de Heere werkte mee en bevestigde het Woord door de tekenen die erop volgden. Amen“.
D.S. Vervolg Misvatting 7
God kan geen drie personen en één persoon zijn op hetzelfde moment.

Een van de problemen bij het begrijpen van de drie-eenheid heeft te maken met het Engels woord “ persoon .” Aangezien het woord persoon kan worden gebruikt in twee verschillende betekenissen kan leiden tot verwarring bij de uitleg van de betekenis van de drie personen van de drie-eenheid. Wanneer christenen spreken over God als “drie personen” zeggen ze niet dat God is drie afzonderlijke entiteiten zijn of er drie delen van God zijn. God is één in essentie. Hij kan niet worden onderverdeeld in onderdelen en de leer van de drie-eenheid God niet in delen op te splitsen. De leer van de drie-eenheid erkent één God die uit drie verschillende persoonlijkheden bestaat. God de Vader, God de Zoon en God de Heilige Geest hebben eeuwig persoonlijke verschillen in de aard van God. In die zin is God inderdaad drie personen.

Er is echter een andere betekenis waarin het woord “persoon” wordt gebruikt. Als de God van de Bijbel spreekt, spreekt hij meestal als “Ik” als een persoon. Wanneer de mens tot God bidden, bidden zij naar Hem als “U” in het enkelvoud nooit het meervoud. Dit weerspiegelt het feit dat Hij een enkele, persoonlijk wezen. Als het woord persoon wordt gebruikt in de zin van een unieke, individueel wezen dan is God een persoon in die zin van het woord.

Het woord persoon kan eventueel misleidend zijn, omdat voor ons het impliceert aparte wezens. Drie personen die voor ons zou zijn drie verschillende wezens. Echter, persoon lijkt net zo goed een woord als we dat kunnen uitdrukken wat de Schrift leert.
Bijgevolg God kan worden omschreven als “drie personen” of als “een persoon”, afhankelijk van hoe het woord “persoon wordt gebruikt. De traditionele christelijke gebruik van de persoon richt zich op het onderscheid van de drie leden van de drie-eenheid.


Commentaar: Zeer zwak betoog bebaseerd op aannames en eigen zekerheden. YHWH en Yeshua manifesteren zonder rekening te houden met ons tijdsbeeld. Zij hebben geen klok en zijn overal! Veel anders kan ik het niet zeggen.M.b.t. de argumentatie drie personen maar één God gaat hij ook mank: Yeshua zegt datZIJN Vader groter is dan Hijzelf. Nogmaals, dit is te lezen in Johannes 14:28U hebt gehoord dat Ik tegen u gezegd heb: Ik ga heen maar kom weer naar u toe. Als u Mij liefhad, zou u zich verblijden, omdat Ik gezegd heb: Ik ga heen naar de Vader; want Mijn Vader is meer dan Ik“.
D.S. Misverstand 8
De drie-eenheid werd uitgevonden door de Kerk.

De veronderstelling wordt vaak gemaakt dat de leer van de drie-eenheid iets is dat lang nadat de apostelen gestorven waren werd geformuleerd. Vermoedelijk is een product van het denken van de vroege christenen – niet de Bijbel. De vroegste gebruik van het woord drie-eenheid wordt gevonden door de kerkvader Tertullianus (AD 166). Het is niet zeker wanneer de term werd uitgevonden. Trinity komt van het Latijnse woord Trinus, wat betekent drieledig.
Christenen geloven in de eenheid van God.
De eerste christenen hadden een eenvoudig geloof in de eenheid van God. Zij geloofden in één God. Ze werden echter geconfronteerd met de duidelijke leer van Yeshua t.a.v. zijn identiteit. Hij eiste een positie van gelijke bevoegdheid met de Vader. Hetzelfde geldt voor de heilige Geest. De Geest van God zou kunnen leiden, onderwijzen gelovigen, en woont daarin gelovigen.
De kerk werd vervolgens geconfronteerd met de volgende feiten. De Bijbel leert ons dat er maar één God is en hoewel God een eenheid is, is Hij een samengestelde eenheid bestaat uit drie verschillende personen – de Vader, de Zoon en de Heilige Geest. De enige redelijke conclusie is te maken, dat de Vader, de Zoon en de Heilige Geest één God zijn – de leer van de drie-eenheid. Deze leer is niet uitgevonden door de kerk het was eerder het gevolg van te begrijpen wat de Bijbel te zeggen had over de aard van God.

Commentaar: Herhaling van zetten.
De geloofsbelijdenissen in de Kerk zijn uitspraken over het geloof en werden geformuleerd om uit te drukken wat deze Christenen geloven. Ze werden meestal geschreven in reactie op een aantal valse leringen die zich voordeden. Het credo verduidelijkt de waarheid over het geloof. Terwijl de geloofsbelijdenissen niet te beschouwen zijn, als gelijk zijnde aan de Schrift, bieden ze als dusdanig een inzicht voor ons, over wat deze Christenen geloven. Er zijn drie grote geloofsbelijdenissen waarop westerse christendom belijdt – de Apostolische Geloofsbelijdenis, de Geloofsbelijdenis van Nicea en de geloofsbelijdenis van Athanasius.
● De Apostolische Geloofsbelijdenis is de eerste verklaring van het christelijk geloof. De drie-eenheid wordt hierin niet genoemd.
Als dit het enigste credo was dat geschreven werd, zoude we kunnen veronderstellen dat alleen de Vader God is en dat Yeshua en de heilige Geest minder in karakter zijn m.b.t. de Vader. In de Apostolische Geloofsbelijdenis worden deze enkel aangeduid als Goddelijk. Maar het credo was niet anti-Trinitarian, het probleem was gewoon nog niet uitgewerkt.
● De geloofsbelijdenis van Nicea, werd in het jaar 325 geschreven en toegevoegd in AD 381. Het is duidelijk Trinitarian qua inzicht. Zij stelt dat de Vader, de Zoon en de heilige Geest allemaal goddelijk zijn, stoffelijk of in essentie.

● De geloofsbelijdenis van Athanasius kwam eeuwen later. Het werd vernoemd naar de vierde eeuwse verdediger van de drie-eenheid – Athanasius. Het is zelfs sterker met zijn uitspraak over de drie-eenheid. De Credo zegt: “Dus de Vader God, de Zoon God en de heilige Geest is God En toch zijn er niet drie Goden, maar één God.

Misvattingen zijn meestal gebaseerd op verkeerd begrip van de Doctrine. Bijna alle weerleggingen over de leer van de drie-eenheid kritiek zijn het gevolg van een verkeerde interpretatie van het geloof. Daarom is het van cruciaal belang is dat de leer van de Drie-eenheid worden omschreven en verduidelijkt. Men moet precies zijn met gebruikte termen en definities om een goed begrip van deze leer te krijgen.

Commentaar: Mensenwerk, gedachten van mensen. Is een credo de basis van ons geloof of is de Schrift de basis van ons geloof? Ik kies liever voor de laatste.
Reeds eerder is de Kerk de discussie geweest over de trinity van God namelijk door Arius. Het arianisme is een stroming binnen het christendom, ontstaan in het begin van de 4e eeuw, die werd genoemd naar haar stichter Arius (256-336), presbyter van Alexandrië. Het tegenwoordige unitarisme , ontstaan onder invloed van de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, zou een moderne variant van het oude arianisme. In het arianisme wordt het dogma van de drie-eenheid niet geaccepteerd. Zowel Yeshua als de heilige Geest worden gezien als scheppingen van God, die ondergeschikt zijn. Yeshua is hierbij alleen ondergeschikt aan God, terwijl de heilige Geest ondergeschikt is aan zowel Yeshua als God. In eenvoudige woorden kan het verschil tussen orthodoxie (de oosters-orthodoxe kerken, rooms-katholieke kerk en (de meeste) protestantse kerken) en arianisme als volgt worden samengevat: de orthodoxie stelt dat Yeshua God en mens is, het arianisme spreekt over godgelijkend.
Commentaar Don Stuwart:
Een oude ketterij over de drie-eenheid, bekend als Arianisme, veroorzaakte veel discussie over de aard van God in de vierde eeuw. Arius, een bisschop uit Alexandrië, Egypte, leerde dat Yeshua de eerste schepping van God was en niet God Zelf. Volgens Arius was Yeshua de eerste en hoogste van alle geschapen wezens. Arius zei: “Er was een tijd dat de Zoon niet was.” Yeshua kreeg toen krachten om te scheppen. Hij creëerde vervolgens de heilige Geest als Zijn grootste creatieve daad. Daarom leert het Arianisme dat Yeshua en de Heilige Geest geschapen wezens zijn en niet God. Arianisme is een andere ketterij die Unitarian in zijn geloof over God is omdat het de drie onderscheidende Personen van de drie-eenheid niet accepteert.
De doctrine afkomstig uit Egypte.
De ketterij van het Arianisme is ontstaan in Alexandrië in Egypte, waar Arius een ouderling van de kerk was. Arius ‘ketterse lering deed Alexander, de bisschop van de kerk, hem uitsluiten van de gemeenschap. Echter, de valse leer van Arius verspreidde zich onmiddellijk verspreid door alle kerken van het Romeinse Rijk.
Het concilie van Nicea.
In Nicea in 325 werd een concilie bijeengeroepen om de relatie tussen Jezus Christus en God de Vader te bespreken.
De leer van Arius werd veroordeeld. Van daaruit resulteerde ‘de geloofsbelijdenis van Nicea’. De Niceense geloofsovertuiging bekende dat Yeshua Hamashiach volledig God was en niet een geschapen wezen zoals de Arianen leerde. Het is dichter bij de waarheid dan bij adoptie. Arianisme was dichter bij de Bijbelse waarheid betreffende de aard van Yeshua dan haar ketterij van het Adoptionisme. Adoptionisme onderwees dat Yeshua slechts een man was die op een speciale manier door God als Zijn Zoon werd aangenomen bij Zijn doops
el. In het Arianisme was Yeshua meer dan alleen maar een man, terwijl de creationisten Hem als niet meer dan een mens zagen. Arianisme is echter onbijbels omdat het van Yeshua een geschapen wezen maakt in plaats van de Schepper.
Commentaar: Arius had wat meer naar de OT geschriften moeten kijken en met name naar de Hebreeuwse grondtekst (Het zou zelfs kunnen dat hij totaal geen Hebreeuws kon lezen). Hij had ook moeten hebben gezien dat wat Johannes als openbaring van Yeshua kreeg in Openbaringen 1:8Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde, zegt de Heere, Die is en Die was en Die komt, de Almachtige“. En in Openbaringen 21:6En Hij zei tegen mij: Het is geschied. Ik ben de Alfa en de Omega, het Begin en het Einde. Wie dorst heeft, zal Ik voor niets te drinken geven uit de bron van het water des levens”. En in Openbaringen 22:13Ik ben de Alfa, en de Omega, het Begin en het Einde, de Eerste en de Laatste” Allen verwijzen naar de grondtekst in het Oude Testament en met name de Torah, de eerste vijf boeken van Mozes. De ﬡﬨ is daar in ruime mate te vinden, Yeshua was en is het Woord.

 

Unitarisme

Unitarisme is een christelijke stroming die de leer van de goddelijke drie-eenheid of triniteit verwerpt (vandaar de aanduiding ‘unitarisme’). In hun opvatting van het één-zijn van God wordt Jezus Christus niet als (mede) goddelijk beschouwd, dit in tegenstelling tot de hoofdstroom van het Christendom. Voorlopers van deze opvatting waren onder meer Arius, Michael Servet, Adam Pastor, de zogenoemde antitrinitariërs en de socinianen. Het tegenwoordige unitarisme, ontstaan onder invloed van de Verlichting in de 17e en 18e eeuw, is een moderne variant van het oude arianisme en vooral van het socinianisme. Het recent opgekomen unitarisme binnen het Messiasbelijdend jodendom beweert terug te grijpen op de lering van de eerste gemeente dieYeshua volgde.

Een bekende voorstander van het Bijbels unitarisme in de V.S. is Sir A. Buzzard. Hij komt niet voort uit eerdere stromingen. Sinds enige jaren is er ook een Bijbels unitarische stroming te onderscheiden binnen het Messiasbelijdend jodendom, welke teruggrijpt op de Hebreeuwse wortels van het christelijk geloof. Deze stroming houdt dan ook vast aan het joodse godsbeeld van een enig (ondeelbare) God, de Vader. Een vooraanstaand verdediger van dit standpunt is o.a. Uri Marcus.

Het Bijbels unitarisme verschilt van het universalistisch unitarisme. Bijbels unitariërs beschouwen zichzelf als Christelijk, in tegenstelling tot veel universalistische unitariërs, die zichzelf niet (meer) als Christelijk beschouwen, maar als algemeen religieus. Het woord ‘unitarisme’ krijgt daarmee de nieuwe betekenis van “radicaal vrijzinnig”. Deze ontwikkeling vond in de VS al plaats in de tweede helft van de 19de eeuw (onder invloed van Ralph Waldo Emerson) en in Engeland iets later. In Nederland ziet men dezelfde ontwikkeling bij de Vrijzinnige Geloofsgemeenschap NPB die naast vrijzinnig Christendom ook in het religieus humanisme zijn levensbeschouwelijke wortels vindt. De NPB is sinds februari 2012 lid van het wereldwijde verbond van unitarische en universalistische geloofsgemeenschappen ICUU (International Council of Unitarians and Universalists).

Unitariërs binnen het Christendom in Nederland

Binnen het Christendom vormen de Jehova’s getuigen een grote groep die het unitarisme als leer aanhangt, in de vorm van het arianisme. Verder zijn nu (slechts) de eerdergenoemde De ‘Broeders in Christus’ bekend (ze hebben een Sociniaans karakter). Binnen de Remonstrantse Broederschap en de Doopsgezinde Sociëteit treft men unitariërs aan, evenals binnen het vrijzinnig protestantisme in Nederland. Binnen het evangelisch christendom draagt J.C. Plooy dit geloof actief uit. Andere christelijke gemeentes of sites die het unitarisme aanhangen zijn vooralsnog onbekend.

Unitariërs binnen het Messiasbelijdende jodendom in Nederland
Ook komt het unitarisme in Nederland binnen het zogenaamde Messiasbelijdend jodendom voor. Zo ziet een ‘behoorlijk aantal’ van de leden van de vereniging Hadderech Jesjoea niet als God, zoals in het rapport ‘
Ontmoeting‘ naar voren komt (p. 35). Messiasbelijdende Joden zien JHWH, de Eeuwige, als Eén (Deuteronomium 6:4). Desalniettemin bestaat er verschil van interpretatie over het wezen van God.

In Nederland houden ongeveer tien Messiaanse gemeenten het unitarisme aan. De Messiasbelijdende gemeente Immanuël te Alblasserdam is er een van. Levi Zoutendijk schrijft daarnaast onder andere over dit onderwerp. Ook binnen de Messiaanse Sjoel wordt deze overtuiging breed aangehangen, hoewel deze niet luid verkondigd wordt.

Binnen de Messiaanse beweging wordt het unitarisme dus niet algemeen aanvaard. Wel wordt door bijvoorbeeld de Tora-Yeshua-beweging (Ben Kok) de drie-eenheid verworpen. Deze beweging houdt echter vast aan de Yeshua, als deel hebbend aan het wezen van God.

Messiaansebelijdende Joden

De Messiasbelijdende Joden zien hun eigen situatie als een voortzetting van de situatie zoals die bestond vóór de concilies van Nicea en Chalcedon in de vierde eeuw, een tijd waarin er eenheid was tussen Joodse en niet-Joodse christenen, een tijd waarin naar hun zeggen de joodse wet en de genade de twee kernpunten van het evangelie waren.

De groepering hecht er grote waarde aan om de regels en verordeningen te volgen die God in zowel het Oude als het Nieuwe Testament heeft ingesteld voor zowel Joden als niet-Joden. Dit wordt gezien als navolging van de woorden van Yeshua, die (volgens het Mattheüs evangelie) sprak dat hij niet was gekomen om de joodse wet te ontbinden maar om deze te vervullen. Er zijn ook gemeenten die stellen dat alleen zij het ware erfgoed van Yeshua vertegenwoordigen, in overeenstemming met het jodendom uit de tijd rond het begin van de gebruikelijke jaartelling.

Messiasbelijdende Joden geven er de voorkeur aan Yeshua bij een van zijn Hebreeuwse namen te noemen, namelijk Yeshua, Yeshua of Yeshua Hamasjiach (Jezus de Messias). Het Oude en Nieuwe Testament worden vaak onder Hebreeuwse namen genoemd (Tenach en Brit Chadasja). Zij vieren Bijbelse feesten (zie Leviticus 23) zoals Pesach, Chanoeka, Rosj Hasjana en Jom Kippoer, maar betrekken deze ook op Yeshua. Ook zeggen zij joodse gebeden zoals het Sjema en Kaddisj. Sommigen volgen deels de kasjroet, de joodse spijswetten, meestal alleen de “Bijbelse” kasjroet, hetgeen afwijkt van de traditionele kasjroet van het reguliere jodendom. Een geestelijk leider van de Messiasbelijdende Joden mag zich uitsluitend messiasbelijdend Rabbijn noemen indien hij of zij aangesloten is bij de Messiaanse Alliantie, en bovendien de “smicha”, inzegening door handenoplegging, ontvangen heeft van een andere Rabbijn van voornoemde Alliantie.

Evenals de meeste Christenen geloven Messiasbelijdende Joden dat Yeshua eens zal terugkeren naar de aarde om het Koninkrijk van God te vestigen. Een overtuiging die onder hen naar verhouding meer speelt dan onder Christenen is hun overtuiging dat het moment van de terugkomst van Yeshua ervan afhangt of de Joden Yeshua zullen aannemen als hun Messias. Velen onder hen leggen Mattheüs 23 vers 39 Ik verzeker jullie: vanaf nu zullen jullie mij niet meer zien, tot de tijd dat je zult zeggen: Gezegend hij die komt in de naam van de Heer!” (een uitspraak van Yeshua ) zo uit dat het Joodse volk of op zijn minst een groot deel daarvan, in Yeshua zal geloven voordat hij terug zal komen.

De Messiasbelijdende Joden worden door sommigen ingedeeld bij het Christendom, maar zijzelf zijn terughoudend om zichzelf als zodanig aan te duiden. Zij interpreteren de Bijbel vanaf het Genesis tot Openbaring als één geheel, zoals ook de Eeuwige één is Deuteronomium 6:4. Sommige Messiasbelijdende Joden, zoals Uri Marcus, houden hierbij vast aan het Joodse Godsbeeld. Ook Galaten 5:2 Luister goed naar wat ik nu zeg: Als u erop rekent dat het met God in orde komt door u te laten besnijden en de Joodse wetten te houden, zal Christus u niet redden!” wordt gelezen zoals het er staat. Paulus zegt niet: je moet je niet meer aan het besnijdenis-gebod houden, maar: je moet niet denken dat je door het doen van de besnijdenis behouden wordt. Messiasbelijdende Joden zien Yeshua niet altijd als Zoon van God.

De geloofsovertuiging van de Messiasbelijdende Joden kan ook worden beschreven als een syncretische religie of Judaizerend Christendom, dus als een samenvoeging van het Christendom en het Jodendom.

Ondeugdelijke Bijbelse uitleg

(Sir Anthony Farquhar Buzzard – biblical scholar, unitarian Christian theologian, author and professor faculty of Atlanta Bible College.

“Het is een ondeugdelijke Bijbelse uitleg, al zou het vroom zijn, – dat de triniteit ontleend is aan een meervoudsvorm van God” (“God”, Encyclopedia of Religion and Ethics). “Enkel één, de Vader, kan absoluut als “de enige ware God” worden gedefinieerd. Yeshua kan niet tegelijkertijd hiertoe gerekend worden. 1 Johannes 5:20Maar wij weten dat de Zoon van God gekomen is en ons het verstand heeft gegeven om de Waarachtige te mogen kennen; en wij zijn in de Waarachtige, namelijk in Zijn Zoon, Jezus Christus. Die is de waarachtige God en het eeuwige leven“. Hij is de enige, echte God en het eeuwige leven. Het is mogelijk om dit te begrijpen met de vermelding dat Yeshua de Messias… de echte God is . Maar het doel van het vers is niet de verklaring dat Yeshua Hamashiach goddelijkheid is, maar waarin aangegeven wordt dat de zoon van God gekomen is en ons onderscheidingsvermogen gegeven heeft, zodat we kunnen weten wie onder de verschillende profeten voorzegt is. We zijn verenigd met God; en wij zijn ook verenigd met Zijn Zoon Yeshua Hamashiach.

Yeshua werkt, in eenheid met de Vader als een gevolmachtigde (Johannes 10:30), en is Gods vertegenwoordiger (Johannes 14:9, 10). (Professor H.A.W. Meyer, Commentary on the New Testament. Het citaat komt van zijn commentaar op Johannes 17:3).

Het is gebruikelijk onder Bijbelstudenten om Yeshua als God te zien en om vast te houden dat de triniteitsleer – van drie onderling gezamenlijke eeuwige personen in Eén God – het keurmerk van het ware geloof is. Veel erkende Bijbelleraren denken echter dat Yeshua in de Schrift níet God wordt genoemd, zoals in de triniteit. Voorname Bijbelexperts, van vroeger en nu, houden vast dat de doctrine van een Drie-enige God nergens in de Schrift geleerd wordt. Men mag elkaar niet verketteren op dit onderwerp. Wie Yeshua als Messias belijdt, maakt in beginsel deel uit van het Lichaam.

Een recente en veel gevolgde discussie binnen het Christendom stelt dat de doctrine van de drie-eenheid “zonder twijfel een van de meest moeilijke Bijbeldoctrines is om te begrijpen” (Ron Rhodes, The Heart of Christianity, Harvest House, 1996, p. 50).
Marcus 13:32, waarin Yeshua, de zoon van God, onwetendheid over de tijd van zijn terugkomst tentoonspreidt, is een van de meest onthutsende verzen voor trinitariërs. Hoe kan Yeshua God zijn als hij niet alwetend is?Waarom zou de Vader van Yeshua een openbaring aan zijn opgestane en verheerlijkte zoon moeten geven als Yeshua alles wist (Openbaringen 1:1)? Kunnen trinitariërs de juiste antwoorden bieden op deze vragen? Er bestaat geen Bijbeltekst waarin Yeshua ooit zei dat hij God was. In Marcus 10:18 maakte hij onderscheid tussen zichzelf en God, waarbij de laatste alleen absoluut goed wordt genoemd. Als Yeshua God is, waarom zette Hij dan Zijn Vader apart als de Enige die absoluut goed is?De juiste manier om te onderzoeken Wie het Opperwezen is in de Bijbel is om te beginnen bij de Tenach, dat drie vierde van de Bijbel uitmaakt. Dit waren de Schriften waar Yeshua mee opgevoed was. Eén erg eenvoudig feit krijgt niet de aandacht die het verdient: De Tenach beschrijft God meer dan 11.000 keer met enkelvoudige voornaamwoorden. Enkelvoudige voornaamwoorden vertellen ons dat God een individu [enig] is:iemand die ‘alleen bestaat’.Wat nu als je een boek neemt waarin de vader van een familie duizenden keren door de enkelvoudige voornaamwoorden “ik”, “mij” en “hij” omschreven werd? Als diezelfde vader dan zou zeggen. “Laten we op vakantie gaan”, zou je daaruit meteen opmaken dat de vader eigenlijk meer dan één persoon is? Of zou je denken dat de vader anderen uitnodigde om hem, een enkel individu, te vergezellen in een activiteit?

Laat ons mensen maken:

Verbazingwekkend genoeg komen sommige Bijbellezers bij het lezen van Genesis 1:26, waarin men leest dat God zei: “Laat ons mensen maken” gelijk tot de conclusie dat God meer dan één persoon is. Hier is echter geen logische reden voor. De Schrift beschrijft God duizenden keren als “Ik”, “Hij”, “Zijn”, “Mij”. Wanneer God bij zeer zeldzame gelegenheid zegt: “Laat ons..”, dan betekent dit, dat God, die één persoon is, anderen bij Zich betrekt. Hoe kan het dan dat Bijbellezers denkbeelden vormen dat “Laat ons…” betekent: “Laat ons DRIE…”; het vers zegt niets over drie leden van een Godheid.De behulpzame noot in de NIV Studiebijbel (een Engelse Standaardbijbel) (bij Genesis 1:26) wijst erop dat God zijn engelen op een bepaalde wijze betrok bij de schepping. Wanneer engelen verschijnen, zien ze eruit als mannen (Genesis 18:2). Zowel mens als engel vertoont een gelijkenis met God Zelf. De Word Bible Commentary, (“Van een team internationale geleerden, een toonbeeld van geleerdheid binnen de evangelische gemeente”) zegt: “Wanneer engelen in de Tenach verschijnen, worden zij frequent omschreven als mannen (Genesis 18:2). En feitelijk suggereert het gebruik van een enkelvoudig werkwoord in vers 27 in feite dat God alleen werkte bij de schepping van de mens. ‘Laat ons mensen maken’ zou daarom beschouwd moeten worden als een goddelijke aankondiging aan de hemelse hofhouding (bestaande uit engelen), waarmee aan de heerscharen van engelen aandacht gevraagd werd aan de totstandkoming van de kroon van de schepping, de mens.Zoals

Job 38:4a, 7b zegt: “Waar waart gij, toen Ik de aarde grondvestte? (…) terwijl de morgensterren tezamen juichten, en al de zonen Gods jubelden?” (Verg. Lukas 2:13-14). Het idee dat Genesis 1:26 ook maar hint op de triniteitsleer is onjuist. “The Word Bible Commentary” verklaart correct, “Het in nu algemeen aanvaard dat het gebruik van de meervoudsvorm in Genesis 1:26 voor de schrijver niet betekende dat [God meer dan één Persoon is].”Echte liefhebbers van de waarheid zullen zich inspannen om hun onderzoek niet te beginnen met de aanname dat de triniteitsleer een ware Bijbelse lering is. Zij zullen ruimdenkend en zonder vooroordeel beginnen naar naar bewijs te zoeken. Is er zulk bewijs in de Tenach?

Velen hebben Genesis 1:26 als enige aanwijzing voor een meervoudigheid van God verworpen. De NIV Studiebijbel, die wijdverbreid verkrijgbaar is, biedt het publiek in vele commentaren de benodigde informatie dat aanwijst dat God zijn aanwezige engelenraad aansprak. Er is geen greintje bewijs voor de triniteitsleer in Genesis 1:26.Ook is er geen enkel bewijs voor de triniteit in het woord “Een” is de beroemde Joodse geloofsbelijdenis (Deuteronomium 6:4 aangehaald door Yeshua in Markus 12:28). Deze meest fundamentele belijdenis zegt: “Hoor, Israël: JHWH is onze God; JHWH is één”. Een zeer misleidend en oneerlijk argument, dat het woord “één” eigenlijk samengestelde eenheid” betekent, is wijdverspreid geraakt.
JHWH is Eén: Natuurlijk zou dit argument, als het geldig zou zijn, ons nog niets over een drie-eenheid vertellen. Maar “één” betekent niet anders dan “één”. “Eén” kan natuurlijk een zelfstandig naamwoord, zoals “groep” of “kudde” bepalen. Maar dan is het het woord “groep” of “kudde” dat de gedachte van meervoudigheid overdraagt, niet het woord “één”. Dit samengestelde-eenheid argument wordt niet gebruikt door geleerden in de Hebreeuwse taal. Men hoeft enkel een Hebreeuws woordenboek te raadplegen om te zien dat niet iets ‘samengesteld’ wordt verstaan gegeven in “één”.

In een lijvig werk over de triniteitsleer (The Trinity, Evidence and Issues), beweert R. Morey dat het Hebreeuwse woord “één” (echad) eigenlijk “meer dan één” betekent. Hij stelt zonder bewijs van een woordenboek dat “één” “samengestelde eenheid” betekent. Morey zoekt wel ondersteuning in de Standard Lexicon of Biblical Hebrew, bij een voetnoot op p. 25. Maar de pagina waar hij beroep op doet bevat geen woord dat ruggensteun biedt aan zijn theorie dat “één” werkelijk “samengestelde eenheid” betekent. Woordenboeken definiëren het woord “één” getrouw als het hoofdtelwoord één. “Echad” is het woord voor “één” wanneer men telt.
Stel je de miscommunicatie eens voor als men “één” werkelijk als “meer-dan-één” zou zien. Prediker 4:9 spreekt erover dat twee beter zijn dan één (echad). Het gebruik van “één” in de zin “Twee zijn beter dan één” betekent niet dat één werkelijk meervoudig is. Het betekent dat twee menselijke wezen die in het huwelijk verbonden zijn één (niet twee) worden. De gedachte van meervoudigheid in het woord “één” wordt helemaal niet gevonden. Het wordt gevonden in de context: mannelijke en vrouwelijke mensen. De Hebreeuwse woordenboeken vertellen ons terecht dat “één” “alleen bestaand” betekent. Echad wordt zo’n 770 keer gebruikt en bij geen van de keren bestaat er enige twijfel dat het “één” betekent, niet twee of meer.
In de hoofd geloofsbelijdenis van Israël en Yeshua (Deut. 6:4; Mark. 12:28) wordt JHWH beschreven als “één Heer’, in andere woorden “een enig Heer” (of: “een enkel(voudig) Heer”, vert.). Een enig Heer betekent één Persoon, niet drie.

Niet alleen bij ‘sektes’
Weerstand tegen de triniteitsleer komt niet alleen uit zogenaamde “sektes. Dat is een mythe die onder veel gelovigen bestaat. Hoe velen weten wat Sir I. Newton, J. Locke en J. Milton gemeen hebben? Deze grote denkers worden erkend als de meest intelligente Bijbelsstudenten van de zeventiende eeuw. Allen tekenden hevig bezwaar aan de triniteitsleer.Men kan hen niet afdoen als laaggeschoold of bevooroordeeld. Wat zij geloofden en verdedigden in hun geschriften was zeer goed onderbouwd. Alle drie verzetten zich krachtig tegen de triniteitsleer.Net als Thomas Jefferson, die de triniteitsleer zorgvuldig tegen het licht van de Bijbel plaatste. Maar ook vele hedendaagse Bijbelleraren erkennen dat de triniteitsleer een na-Bijbelse ontwikkeling is.In een van de wreedaardigste episoden van de kerkhistorie gebruikte de hervormerCalvijn de sterke arm van de Katholieke Kerk om de briljante taalkundige, arts en geograaf M. Servetus te verbranden aan een paal. Een ander verbranden omwille van geloofsleer is absoluut verboden door de Bijbel en men vraagt zich dan ook of welke geest zo’n vervolgingsijver drijft bij het vraagstuk Wie God is. (Voor een recent en gedegen verslag van deze afschuwelijke wreedheid die de triniteitsleer moest ophouden, leest men Marian Hillar, The Case of Michael Servetus: The Turning Point in the Struggle for Freedom of Conscience, Edwin Mellen Press, 1997).Wanneer werd God de Vader van Yeshua?
De triniteitsleer is afhankelijk van een zeer on-Bijbels idee: dat de Zoon “van eeuwigheid verwekt is”. De triniteit beweert dat de zoon van God geen begin had; hij is een eeuwigdurend ongeschapen wezen. Zonder deze kenmerken, kan er geen sprake zijn van een triniteit. Laten we kijken of de Bijbel het idee ondersteunt dat de zoon van God “van eeuwigheid verwekt is”.
Sommige autoriteiten verwachten dat de gelovigen een aanzienlijk deel van desinformatie slikken (nonsens zou een betere omschrijving zijn!). Zij zullen zeggen dat er “een conversatie tussen leden van de Godheid gaande is in Psalm 2 en Psalm 110:1”. Liefhebbers van de waarheid zouden aandachtig en met gebed naar deze passages moeten kijken. Psalm 2:7 doet verslag van de Enige God, JHWH (HEERE), die de zoon, Messias toespreekt. De Vader zegt: “Ik heb u HEDEN verwekt”. Verwekken betekent dat men vader van een kind wordt. Nu, betekent het woord ”heden” “van eeuwigheid”?De suggestie doet totale afbreuk aan de bedoeling van Gods openbaring. “Heden” betekent duidelijk het heden. Heden is niet van eeuwigheid. Er is geenszins een basis voor de triniteitsleer in Psalm 2:7. Zonder een zoon die “van eeuwigheid verwekt is” kan er geen triniteit zijn. Psalm 2:7 weerspreekt de triniteit en vertelt ons dat er een tijd was voor de verwekking van de zoon.

Lukas 1:35 vertelt ons dat de zoon was verwekt. Het was zo’n tweeduizend jaar geleden in Israël. Toen de “kracht Gods” over Maria kwam, kwam de zoon van God in bestaan als de verwekte zoon van God (zie Lukas 1:35, Mattheüs 1:20, “verwekt”). Er is geen persoon als de “van eeuwigheid verwekte zoon van God” in de Bijbel. Dit is een uitnodiging van na-Bijbelse kerkvaders.

Adonai/ Adoni
Er is nog minder sprake van een conversatie tussen leden van de Godheid in
Psalm 110:1. In die Psalm spreekt HEERE (Voortaan: JHWH) tot “Mijn Here”. De “Here” in kwestie is niet JHWH, maar Adoni (“Mijn Here”). ADONI komt 195 keer voor in de Tenach en alle keren betekent het niet God, maar een mens (of soms engelen) die een machtspositie bekleden. Er is een ander wordt voor God – ADONAI – wat refereert aan God, alle 449 dat het voorkomt. ADONAI en ADONI laten ons het Bijbels onderscheid zien tussen God en mens.De Messias wordt in Psalm 110:1 aangesproken met een menselijke, en niet een Goddelijke titel. Daarom schreef Sha’ul (Paulus): “… dat er geen God is dan Eén” (1Korinthe 8:4). “Want er is één God en ook één middelaar tussen God en mensen, de MENS Christus Yeshua” (1Timotheüs 2:5). Yeshua is de “Messias, de Here” (Lukas 2;11; Mattheüs 16:16) en niet de “HERE God” (Adonai JHWH).
Autoriteiten die beweren dat de tweede “Heer” in
Psalm 110:1 ADONAI (God) is, kunnen of geen Hebreeuws lezen of zij hebben de feiten niet zorgvuldig gecontroleerd. R. Rhodes schrijft in zijn “Reasoning from the Scriptures with Jehovah’s Witnesses, p. 162 zegt: “Vraag de Jehova’s Getuigen of zij weten dat hetzelfde woord voor “Heer” (Adonai) in Psalm 110:1 voor Yeshua ook vaak voor de Vader gebruikt wordt in de Schrift…?”Maar dit argument loopt mis op hen, want het woord in Psalm 110 is niet Adonai. De Messias is de zoon van God, niet God zelf. Het is Adoni, wat nooit een referentie is aan de Godheid en altijd (195 maal) refereert het aan iemand die niet God is. De Messias is de zoon van God, niet God Zelf. De Messias is de perfecte middelaar van God, die de woorden Gods spreekt als God zijn representant. Yeshua stierf, maar God kan niet sterven (heeft alleen onsterfelijkheid, 1Timotheüs 6:16). Daarom kan Yeshua niet God zijn. Lees hoe de Joden de middelaarsrol zien.Er is ook zeker geen sprake van een triniteit in Jesaja 48:15, 16. Merk op de interpunctie in de NIV Bijbel: “Ik [JHWH God], Ik heb gesproken, ja, Ik heb hem geroepen [De Messias, Gods middelaar]; Ik [JHWH] heb hem [de Messias] doen komen en hij [De Messias] zal voorspoed hebben op zijn weg. Nadert tot Mij [JHWH God], hoort dit: Van de aanvang af heb Ik niet in het verborgene gesproken; ten tijde dat het geschiedt, ben Ik daar.Merk zorgvuldig op dat de NIV eindigt met aanhalingstekens op dat punt. Een nieuwe spreker zegt dan: “En nu heeft de Here JHWH mij met zijn Geest gezonden:” De Messias wordt hier voorgesteld als zijnde gezonden door de JHWH (God). Het overgrote merendeel van de trinitarische geleerden zou deze passage nooit aanvoeren als bewijs voor de triniteit.

 

Het bewijs van gevestigde autoriteiten
De volgende getuigen van enkele gevestigde autoriteiten van naam tonen dat de bewering dat Yeshua God is, en dat de Bijbel een trinitarische Godheid leert, meer een oefening in propaganda is dan een daadwerkelijk feit. Hoewel veel populair christendom doorgaat met het hardvochtig behandelen van niet-trinitariërs, kunnen de laatste zich vertroost weten in de overdenkingen van verstandiger en helderder geesten uit zowel evangelische als andere stromingen. De volgende verklaringen komen voor in de geschriften van voorname Bijbelexperts:

“Omdat de triniteit zo’n belangrijk deel uitmaakt van de latere Christelijke doctrine, is het frappant dat het begrip niet voorkomt in het Nieuwe Testament (voortaan: de Apostolische geschriften). Evenzo is het ontwikkelde concept van de drie partners van de Godheid die later in geloofsbelijdenissen gevonden werd niet terug te vinden binnen de Schrift” (Oxford Companion to the Bible, ed. Bruce Metzger, OUP, 1993, p. 782).

● “Het woord triniteit komt niet voor in de Bijbel… Het vond geen officiële plaats in de kerktheologie tot in de vierde eeuw” (Illustrated Bible Dictionary, Intervarsity Press, Tyndale House Publishers, 1980, part 3, p. 1).

● “De triniteit is niet direct of onmiddellijk het Woord van God ” (New Catholic Encyclopedia, 1967, Vol. XIV, p. 304).

● “In de Schrift is er geen enkel begrip waarmee de Drie Goddelijke Personen samen worden aangeduid. Het woord “trias” (waarvan het Latijnse “trinitas een vertaling is) wordt als eerstgevonden in Theophilus van Antiochië rond 180 G.J. … Kort daarna komt het in zijn Latijnse vorm voor in ‘trinitas’ bij Tertullianus” (The Catholic Encyclopedia, 1912, Vol. 15, p. 47).

● “Overhaaste conclusies kunnen niet getrokken worden uit het gebruik, want [Tertullian] past de woorden [welke later aan de triniteitsleer werd toegepast] toe aan de triniteitsleer” (Michael O’Carroll, Trinitas: A Theological Encyclopedia of the Holy Trinity, 1987, p. 208).

 

Komt de triniteit voor in de Tenach?
● “Theologen zijn heden in overeenstemming dat de Hebreeuwse Bijbel
geen triniteitsleer bevat” (The Encyclopedia of Religion, ed. Mircea Eliade, Macmillan Publishing Company, 1987, Vol. 15, p. 54).● “De triniteitsleer wordt niet geleerd in de Tenach” (New Catholic Encyclopedia, 1967, Vol. XIV, p. 306).● “De Tenach vertelt ons niks expliciet over een drie-enige God die bestaat uit Vader, Zoon en Heilige geest… Men kan het er ook niet uit afleiden. Er is geen bewijs dat enig geïnsprireerde schrijver ook maar het bestaan van een [triniteit] binnen de Godheid vermoedde… Ook maar het zien van suggesties of voorafschaduwingen in de Tenach, of “bedekte tekenen” van een Drie-eenheid van personen, gaat verder dan de woorden en bedoelingen van de geïnsprireerde schrijvers” (Edmund J. Fortman, The Triune God, Baker Book House, 1972, pp. xv, 8, 9).● “Er bestaat geen breuk tussen de Tenach en de Apostolische geschriften. De monotheïstische traditie wordt voortgezet. Yeshua was een Jood, getraind door Joodse ouders in de Schrift (Tenach). Zijn lering was door en door Joods; een nieuw evangelie inderdaad, maar geen nieuwe theologie. En hij accepteerde de belangrijke tekst van het monotheïsme als zijn eigen geloof: Hoor, Israël: JHWH is onze God; JHWH is één” (L.L. Paine, A Critical History of the Evolution of Trinitarianism, Houghton Mifflin and Co., 1900, p. 4).● “

De Tenach kan zeker niet gebruikt worden als autoriteit voor het bestaan van onderscheidingen binnen de Godheid. Het gebruik van ‘ons’ door de goddelijke spreker (Gen. 1:26, 3:32, 11:7) is merkwaardig, maar dit slaat wellicht op de andere wezens die Hem omringden en waarvan Hij zich bewust was. Deze wezens waren van een verhevener orde dan de mens (Jes. 6:8)” (A.B. Davidson, “God,” Hastings Dictionary of the Bible, Vol. II, p. 205).● “Vanaf

Philo hebben Joodse commentatoren over het algemeen geloofd dat de meervoudsvorm [Genesis 1:26 “Laat ons mensen maken …”] gebruikt is omdat God zijn hemelse hofhouding aansprak (verg. Jesaja 6:8). [Dit is ook de eerdere verklaring van de NIV Study Bible]. Vanaf de brief van Barnabas aan Justinus de Martelaar, die de meervoudsvorm als een referentie aan Messias zag, hebben Christenen dit vers traditioneel gezien als een voorafschaduwing van de triniteit. Het wordt nu algemeen toegegeven dat de schrijver met de meervoudsvorm niet op Messias doelde” (Gordon Wenham, Word Commentary on Genesis, p. 27). De fout van Justinus de Martelaar (tweede eeuw) had verwoestende effecten. Door voor te stellen dat de zoon van God, in plaats van de “logos” pre-existeerde [voorbestaan had], creëerde Justinus het probleem van twee goddelijke wezens (God en de Zoon), wat uiteindelijk leidde tot de triniteitsleer. Deze nieuw uitgevonden doctrine werd in de officiële geloofsbelijdenissen opgenomen in 325 en 451 van de G.J. Maar dit was meer dan 300 jaar na de totstandkoming van de Apostolische geschriften.

Bestaat de triniteit in de Apostolische geschriften?
“Bij geen één apostel zou het opgekomen zijn dat er drie goddelijke personen zijn” (Emil Brunner, Christian Doctrine of God, Dogmatics, Vol. 1, p. 226).● “Theologen zijn het erover eens dat ook het N.T. geen expliciete triniteitsleer bevat” (Encyclopedia of Religion, Vol. 15, p. 54).

● “Noch het woord triniteit, noch de expliciete leer komt voor in het Nieuwe Testament” (The New Encyclopedia Britannica, 1985, Vol. 11, p. 928).

● “Wat betreft het Nieuwe Testament: men vindt er geen werkelijke leer over de drie-eenheid ” (Bernard Lohse, A Short History of Christian Doctrine, Philadelphia: Fortress Press, 1966, p. 38)

● “Het Nieuwe Testament bevat niet de ontwikkelde triniteitsleer ” (The New International Dictionary of New Testament Theology, ed. Colin Brown, Zondervan, 1976, Vol. 2, p. 84).

● “De Bijbel bevat niet de duidelijke verklaring dat de Vader, Zoon en Heilige geest van dezelfde essentie deel uitmaakt” (Karl Barth, cited in the New International Dictionary of New Testament Theology, above).

● “Yeshua Christus merkte nooit zulk een verschijnsel op, en het woord triniteit komt nergens in het Nieuwe Testament voor. Het idee was enkel overgenomen door de Kerk, driehonderd jaar na de dood van onze Heer”. (Arthur Weigall, The Paganism in our Christianity, G.P. Putnam and Sons, 1928, p. 198).

● “Het oorspronkelijke Christendom had geen expliciete leer over de drie-eenheid zoals later uitgewerkt werd in onze geloofsbelijdenissen” (New International Dictionary of New Testament Theology, Vol. 2, p. 84)

De vroege Christenen dachten echter in het begin niet eens aan het toepassen van de triniteitgedachte [zoals die bestaat in heidense geloven, vert.] aan hun eigen geloof. Zij uitte hun devotie aan God, de Vader en aan Yeshua, de zoon van God, en zij erkenden de heilige Geest (lett.: “Adem van de Heilige, vert.); maar er bestond geen gedachte over een drie-enige God, één in wezen” (Arthur Weigall, The Paganism in Our Christianity, p. 197).● “In het begin was het Christelijk geloof niet-trinitarisch … Dit was het niet in de apostolische en subapostolische tijd, zoals het Nieuwe Testament en de vroeg Christelijke geschriften vermelden “(Encyclopedia of Religion and Ethics, ed. James Hastings, 1922, Vol. 12, p. 461).

● “Het vierde-eeuwse trinitarisme reflecteerde niet accuraat de vroeg Christelijke lering aangaande de natuur van God; het was, in tegendeel, een afwijking van zijn lering” (The Encyclopedia Americana, p. 1956, p. 2941).

“Het Nieuwe Testament heeft geen flauw besef van de lering van Chalcedon. Die raad herformuleerde niet alleen – in een andere taal dan de Nieuw Testamentische –, de gegevens over de vorming van Yeshua, maar hervormde ook het concept in het licht van het toenmalige Griekse gedachtegoed. En dat ging veel verder dan de gegevens uit het Nieuwe Testament”.
Impliceert het woord elohim (God) dat er meer dan één persoon in de Godheid is?
● “Het fantasievolle idee dat Elohim refereert aan een triniteit van personen in de Godheid vindt nog nauwelijks een volgeling onder geleerden. Het is of wat taalkundigen noemen de meervoudsvorm van majesteit, of het geeft de volheid van goddelijke kracht aan … ” (William Smith, A Dictionary of the Bible, ed. Peloubet, MacDonald Pub. Co., 1948, p. 220).

● “Elohim moet of verklaard worden als een intensief meervoud, dat grootheid en majesteit aangeeft ” (The American Journal of Semitic Language and Literature, 1905, Vol. XXI, p. 208).

● “Vroege dogmatici meenden dat de zo essentiële lering van de triniteit niet bekend geweest kan zijn aan de mensen aan wie de Torah was geschonken … Geen moderne theoloog … kan nog langer zo’n standpunt aanhouden. Alleen een inaccurate Bijbeluitleg die de voorname interpretatie negeert kan referenties aan de triniteit zien in de meervoudsvorm van de goddelijke naam Elohim … ” (The New Schaff-Herzog Encyclopedia of Religious Knowledge, Vol. 12, p. 18).

Is Yeshua God?

Yeshua zei nooit “Ik ben God”. Hij beweerde altijd de Messias te zijn, de zoon van God.

Yeshua is niet God, maar Zijn representant, en als zodanig handelt hij zo compleet in Gods belang, dat hij in Gods plaats in de wereld staat … Het evangelie [Van Johannes] vermeldt duidelijk dat de persoon van God en Yeshua niet begrepen moeten worden als identieke personen, zoals in 14:28, “de Vader is meer dan ik” (Jacob Jervell, Jesus in the Gospel of John, 1984, p. 21). “Blijk baar noemde Paulus Yeshua niet God” (Sydney Cave, D.D., Doctrine of the Person of Christ, p. 48).● “Paulus is [in zijn brieven] gewoon onderscheid te maken tussen Messias en God” (C.J. Cadoux, A Pilgrim’s Further Progress, pp. 40, 42).● “Paulus stelt Yeshua nooit met God gelijk” (W.R. Matthews, The Problem of Christ in the 20th Century, Maurice Lectures, 1949, p. 22).● “Paulus geeft aan Messias nergens de naam of beschrijving van God” (Dictionary of the Apostolic Church, Vol. 1, p. 194).

● “Karl Rahner [een leidende Rooms-katholieke woordvoerder] wijst erop dat de zoon in het Nieuwe Testament nooit de titel van ‘ho theos’ [de Enige God] krijgt” (A.T. Hanson, Grace and Truth, p. 66).

● “Johannes draagt duidelijk bewijs aan dat Yeshua de bewering dat hij God was of Zijn vervanger sterk tegensprak; hij weersprak de bewering dat hij God was” (J.A.T. Robinson, Twelve More New Testament Studies, pp. 175, 176).

● “In het leven van Messias na zijn verheerlijking wordt duidelijk dat Yeshua een persoonlijke individualiteit behoudt, net zo apart en afzonderlijk van de persoon van God als in zijn leven op aarde. Naast God en met Hem vergeleken, lijkt hij, inderdaad, als één van de engelen in Gods hemelse hof, maar als Gods zoon is hij in een andere categorie geplaatst, en troont ver boven hen uit” (Bulletin of the John Rylands Library, 1967-68, Vol. 50, p. 258).

● “Wat ook gezegd mag worden over zijn leven en zijn dienen als hemelse Messias, dit betekent of impliceert niet dat hij in goddelijke staat op één lijn met God staat en volledig God is. In tegendeel, in het Nieuwe Testament zien wij in zijn hemelse persoon en bediening een sleutel die zowel afzonderlijk als onderworpen is aan God” (Ibid., pp. 258, 259).

● “Wanneer [Christenen uit de eerste eeuw] Yeshua zulke eerbiedwaardige titels als Messias, Zoon des mensen, Zoon van God en Heer gaven, was dit geen manier om te zeggen dat hij God was, maar dat hij het werk van God deed” (Ibid., p. 250).

Is de Heilige geest een derde persoon?

Het is totaal misleidend om in de Bijbel een derde Persoon, de Heilige geest, te lezen. “De geest van Elia” ( Lukas 1:17 ) is niet een andere persoon dan Elia. Noch is de “Geest van God” een andere persoon dan de Vader. De heilige Geest is de operationele aanwezigheid van de geest en invloed van God, zowel ook als van Zijn karakter. Het is God die Zich uitstrekt naar Zijn creatie.

● “Ook al wordt deze geest vaak op persoonlijke wijze beschreven, het lijkt duidelijk dat de geïnspireerde schrijvers [van de Tenach] nooit geloofden in de Geest als derde persoon of deze overbrachten“ (Edmund Fortman, The Triune God, p. 9).● “De Joden zagen de geest nooit als een persoon; noch is er enig sterk bewijs dat de schrijvers van de Tenach deze visie ophielden. De Heilige geest wordt gewoon gepresenteerd in de Synoptische evangeliën en in Handelingen als een goddelijke kracht of macht ” (Edmund Fortman, The Triune God, pp. 6, 15).

● “De derde Persoon werd ingebracht op bij een raad in Alexandria in 362 … en uiteindelijk door de raad van Constantinopel in 381” (A Catholic Dictionary, p. 812).

● “[Matt. 28:19] bewijst duidelijk dat er drie subjecten worden genoemd, … maar het bewijst op zichzelf niet dat deze drie behoren tot de goddelijke natuur en gelijke goddelijke eer bezitten” (McClintock and Strong, Cyclopedia of Biblical, Theological and Ecclesiastical Literature, 1987, Vol. X, p. 552).

Merk op

dat het onmogelijk is de Heilige geest te zien als een derde goddelijke Persoon sinds de tijd van de totstandkoming van het Nieuwe Testament. Gregorius van Nazianze , Bisschop van Constantinopel, schreef in 380 van de G.J.: Johannes 1:1 “In geen van deze verzen [inclusief Johannes 1:1] wordt theos [God] gebruikt op een manier waarbij Yeshua geïdentificeerd wordt met Hem die elders in de Apostolische geschriften als ‘ho theos,’ wordt beschreven, de Soevereine God … Als de schrijvers van het Nieuwe Testament geloofden dat het essentieel was dat de gelovigen Yeshua als “God” belijdden, is dan het nagenoeg geheel afwezig zijn van deze belijdenis is he t Nieuwe Testament verklaarbaar?” (Bulletin of the John Rylands Library, 1967-68, Vol. 50, p. 253).

Het Woord in Johannes 1:1
“Over h
et “woord” van God in de Tenach [waarop de Apostolische geschriften op voortbouwen] wordt soms gesproken alsof het een objectief bestaan had, en een kracht in zichzelf bezat om zich te verwezenlijken. De “wijsheid” van God in sommige passages is niet meer dan een kenmerk van God, en het is een personificatie van zijn gedachten. In Spreuken 8 is “wijsheid” Gods wereldplan of ontwerp, het duidelijk uitgesproken raamwerk van het universum als een uitgemaakte zaak. De schepping ervan is de eerste beweging van de goddelijke geest naar buiten toe. Nadat het buiten de geest van God is geprojecteerd, wordt het een subject van zijn eigen contemplatie; het is “met God” [vgl. Johannes 1:1, “het woord was bij God”, wat niet betekent dat er een andere persoon bij God was]”(A.B. Davidson, Hastings Bible Dictionary, art. God, Vol. II, p. 205).Engelse vertalingen van de Bijbel uit het Grieks van voor de King James Version geven het begin van Johannes 1 als volgt weer: “Alle dingen door het [Woord] geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is. In het [Woord] was leven …” Op eenzelfde wijze beschrijven een aantal moderne Duitse en Franse [en Nederlandse, vert.] vertalingen het woord “het”, en niet “hem” aan.

Daarom bestaat er geen reden om het Woord als een persoon te zien, totdat het belichaamd wordt in Yeshua in

Johannes 1:14. Onthoud dat met “Woord” in de Hebreeuwse Bijbel, het fundament van het Nieuwe Testament, nooit een Persoon wordt bedoeld, alle 1455 keren dat het voorkomt.Er is geen indicatie in de Tenach dat de Messias een persoon zou zijn voor zijn ontvangenis. Juist het tegenovergestelde werd geleerd: De Messias zou uitdrukkelijk niet God zijn, maar een uniek, onaanvechtbare profeet zijn, een “profeet als Mozes”, die voort zou komen uit een familie in Israël (zie Deuteronomium 18:15-19; Handelingen 3:22; 7:37 ).

Delftse ‘Rabbi’ over JHWH Echad (Auteur: Chr. Levi Zoutendijk)

Delftse Rabbi
Rabbijn Isch Tal van Delft schreef een anti-missionair geschrift, wat enigzins begrijpelijk is na zoveel jaren geloofsvervolging… Hij schreef ook een hoofdstuk over JHWH Echad, of: de onmogelijkheid van de Drie-eenheid. Het is goed om het hele geschrift te lezen (voor de lezer met onderscheiding), om te leren hoe wij door Joodse ogen bezien worden na alle ellende die onze voorouders veroorzaakten. Voor de goede orde: Ik ben niet anti-missionair, maar geloof wel dat JHWH Echad is, zoals hieronder is beschreven. De Joden weten wie zijn aanbidden (zei Yeshua in
Johannes 4:22). Isch Tal: “Volgens het christelijke geloof, zou God ooit geboren zijn op aarde in een menselijk lichaam. Ook zou God in drievoud bestaan: de god in de Hemelen (de Eeuwige), de god die op aarde is geweest (JC) en nog een heilige geest. (…) De evangelische missionarissen zeggen, dat de drieëenheid prima past in het Jodendom.Hierop antwoorden wij vanuitDeuteronomium 6:4 Sjma israël, haSjéém elohénoe haSjéém echàd! Hoor Israël, de Eeuwige is onze God, de Eeuwige is één! Dit is het fundament van ons Joodse geloof en onze Joodse identiteit: de Eeuwige is één en ondeelbaar en niet te vermenigvuldigen. De Torá is gebouwd op dit principe, de hele Tanách leunt erop en zonder dit zou de Talmóed omvallen en verkruimelen en verwaaien in de wind. Tot wie kunnen wij bidden anders dan tot de éne Schepper die ons maakte, anders dan tot de éne Koning die ons bevrijdde uit de slavernij, anders dan tot de éne Vader die ons tot hier gebracht heeft en ons tot in deze tijd in stand gehouden heeft en nietaflatend ons leven voedt?! Zeggen dat God in drievoud bestaat, is gelijk aan Hem ontkennen. God is niet zomaar één: Hij is alomvattend en alles is in Hem. Jesjaja 44:6 leert: ‘[Dit zegt de Eeuwige] Zonder Mij kan niets bestaan, IK ben HaSjéém, en buiten Mij is er niets’.De Eeuwige toont zich weliswaar aan ons in verschillende hoedanigheden (Schepper, Vader, Bondgenoot, Bevrijder, Koning, Geneesheer, Rechter, Barmhartige, Wreker…), maar dat zijn geen afscheidingen of aparte vormen: dat zijn uitingen van Zijn kwaliteiten. En inExodus 3:14 zegt God: ‘IK was zoals IK ben en zo zal IK altijd zijn’. Deuteronomium 4:35 HaSjéém is de God, er is niets buiten Hem’. God is niet gebonden aan een locatie noch aan tijd, want Hij omvat alle locaties en alle tijd. Sterker nog: Hij bestond al voor de schepping, dus vóór plaats en tijd bestonden. Het idee, dat een dergelijk allesoverstijgend IETS samengesteld zou zijn uit drie afzonderlijke en dus door elkaar beperkte delen, is dan ook te idioot voor woorden.

JHWH Echad – Wie is de Enige waarachtige God?

‘En dit is het eeuwige leven, dat zij U kennen, den enigen waarachtigen God, en Yeshua Christus, Dien Gij gezonden hebt’
(
Johannes 17:3 ).JHWH is God
Velen houden het in het midden of Yeshua God is. Men zou zijn redding er gelijk mee op het spel zetten, stelt men. Maar we moeten blijven leren. We weten: JHWH blijft altijd Dezelfde, dat komt al naar voren in Zijn Naam JHWH. Toen Yeshua werd gevraagd naar het grootste gebod, gaf hij aan dat God één is. Hij wist dat zijn toehoorders geloofden dat dit betekende dat alleen de Vader God was, en hij voegde er geen nieuwe verklaring aan toe… (
Marcus 12:28-34) .Velen van ons waren perplex toen we leerden dat de Torah nog bleek te gelden. We hielden het niet voor mogelijk; een grotere paradigmaverschuiving kun je je haast niet voorstellen! Welnu, zou niet ook het dogma van de triniteit of de goddelijkheid van Yeshua door leraren in vervlogen tijden ingezet kunnen zijn? Aan ons de opdracht alles te toetsen en Tesjoeva te doen (terugkeer tot de (Yeshua) Torah)!Er zijn weliswaar (vertaalde) verzen die lijken te beweren dat Yeshua God is, maar veel andere Bijbelverzen over JHWH Echad wijzen op het tegenovergestelde, namelijk dat de Vader de Enige God is. Mensen gaan de discussie soms na enig onderzoek uit de weg of vinden het niet belangrijk, terwijl Gods identiteit uiteraard van het grootste belang is. Het grote gebod JHWH lief te hebben met heel ons hart, ziel en verstand, kan immers in principe alleen onderhouden worden, als we er zeker van zijn wie Hij is. Ook zouden afdoen aan Gods eer, wanneer hij niet meer de Enige is. Yeshua was volkomen in overeenstemming met de uitleg van de Schriftgeleerde over het grote gebod(Markus 12:28 e.v.) en voegde hier niets aan toe.Tegen de de Samaritaanse vrouw zei Messias dat de Joden wél wisten Wie zij aanbaden: Yeshua zeide tot haar: “Geloof Mij, vrouw, de ure komt, dat gij noch op deze berg, noch te Jeruzalem de Vader zult aanbidden. Gij aanbidt, wat gij niet weet; wij aanbidden, wat (Engels: Wie) wij weten, want het heil is uit de Joden;”

(Johannes 4:21,22) .De Joden wisten en weten dat God (enkel) de Vader is en hoe hij aanbeden moet worden; zij hebben immers de woorden Gods (de Torah, waar het op aankomt) ontvangen. Geen Leviet of Schriftgeleerde heeft in het woord ‘echad’ een meervoudigheid gevonden, enkel een enigheid. JHWH is de Enige, de ondeelbare. Saulus en de eerste Messiaanse gemeente, bleven ook bij dit eerste gebod ijveraars voor de Torah ( Handelingen 21:20 ).Men zegt vaak dat Vader en Zoon (en soms heilige Geest,) zo één zijn, dat zij een eenheid in wezen vormen. Toch is dit de Torah, de sleutel der kennis (Lukas 11:52 ), wezensvreemd. Eén betekent immers Enige. Professor A. Buzzard schrijft in Gelooft iedereen in de Drie-eenheid? “Dit samengestelde-eenheid argument wordt niet gebruikt door geleerden in de Hebreeuwse taal. Men hoeft enkel een Hebreeuws woordenboek te raadplegen om te zien dat niet iets ‘samengesteld’ wordt verstaan gegeven in “één” (JHWH is Eén).
Pinchad Lapide, een (niet-Messiaans) Joods geleerde, schreef ook over ‘Echad‘: (Pinchas Erwin Lapide was een Israëlische diplomaat en joodse theoloog van Oostenrijkse komaf. Hij stond bekend om zijn kennis van het Nieuwe Testament en zijn belang voor de joods-christelijke dialoog.) “ECHAD, dit is het laatste woord van het credo van Yeshua en van al zijn broeders naar het vlees. Het ontmythologiseert en verbiedt elke vorm van meergodendom. Tot op vandaag staat het in alle joodse gebedenboeken dubbelgroot en vetgedrukt. Optisch gezien kan de laatste letter – DALET – namelijk veel te gemakkelijk verkeerd worden gelezen als een RESJ, en dat zou de betekenis veranderen van ‘één God’ in ‘een andere God’ (ACHER). (…). Men zou de eenheid van God het enige ‘dogma’ kunnen noemen.” – Pinchas Lapide, Joods theoloog. JHWH, dat is: de Vader, is dus toch de Enige en Yeshua draagt ‘enkel’ Zijn Naam, is daarmee weliswaar ‘één van zin’ met Hem (zoals ook wij, zie
Johannes17 ), maar niet in ‘één in wezen’. Joden zeggen juist in het Jigdal: “Een absolute eenheid; ondoorgrondelijk en onbeperkt in Zijn eenheid. Geen vorm noch gestalte, onlichamelijk; Zijn heiligheid is niet onder termen te brengen.” Dit is een van de grondprincipes van de Bijbel, de basis van ons geloof!!

Messias in de Tenach

De meeste gelovigen in Messias geven de openbaring die de Torah is nog niet de plaats die het toekomt. De Tenach openbaart immers wie God is …

Er staat duidelijk in de ‘wet van Mozes’ omschreven dat Adonai Jahweh alles omvat, geen vorm heeft, alwetend en almachtig is – en hierin nooit veranderd. Zijn naam zegt al dat hij de ‘Onveranderlijke Israëls’ (1 Samuël 15:29) is. En ook de kinderen begrepen dit; men moest hen dit inprenten. Geen mysterie dus, nietwaar? Yeshua mist deze kenmerken van alomtegenwoordigheid, alwetend- en almachtigheid. Dit op zichzelf bewijst reeds dat hij niet (een deel) van God is. Wanneer wij meer gegrond raken in de de werkelijke basis van de Bijbel, de Torah (en Profeten, Psalmen), komen wij verder in de shalom die Vader in Messias bedoeld heeft.

Door de Geschriften leren we duidelijk wie God is. Yeshua heeft God wel kenbaar gemaakt, omdat Yeshua – door zijn gehoorzaamheid en de inwoning van de Geest – een volmaakt beeld van de Vader kon zijn. Toch is Yeshua niet werkelijk God zelf: niemand kan Hem werkelijk zien en daarna nog leven. Enkele soms lastig te verstane beeldspraken van Yeshua en onduidelijk (bevooroordeeld vertaalde) verzen van de apostelen, kunnen niet alles wat de Tora over God leert, overhoopgooien.

We moeten terug naar de rechte Leer, waarin Yeshua als zoon van God ‘gezonden’ en de beloofde Messias is, een profeet ‘als Mozes’ (Deuteronomium 18:15), de laatste Adam (1 Koningen 15), als middelaar tussen God en mensen: Want er is een God en ook een middelaar tussen God en mensen, de mens Christus Yeshua,” (1Timotheüs 2:5). Doen we daarmee Messias Yeshua niet tekort? Nee, als men Yeshua ‘goede Meester’ noemt, zegt hij immers: Wat vraagt gij Mij naar het goede? Één is de Goede. (Mattheüs 19:17a). Hiervan leren we dat Hij alle eer en luister (kavod) aan God bewijst, de Ene, de Enige.

Hoe woont God nu onder de mensen?

In het hoofdartikel van Israël en de Kerk (Chr. voor Isr., juni 2016) schreef de onlangs overleden zeergeleerde dr. H. Vreekamp :

‘Hoe woont God nu onder de mensen? Nu komt er even een zinnetje theologie, naar aanleiding van Johannes 1:14 : “Het spreken is vlees en bloed geworden heeft bij ons zijn tent opgeslagen”. Ik ga dat nu in mijn eigen woorden navertellen. Christenen zeggen wel: God is mens geworden. Zo staat het niet in de Bijbel. Joden zeggen: wat God niet kan, daar gaan we niet over, maar we hebben het nooit gehoord en we hebben het nergens gelezen dat God zelf mens is geworden. Met name het punt van de lichamelijkheid maakt dat onmogelijk.

Als we nu heel nauwkeurig Johannes 1:14 lezen, dan is het Woord, of zoals de Naardense Bijbel zeg, het ‘spreken’, een activum. God is de sprekende God, Hij spreekt. Dat spreken van God is vlees en bloed geworden.

Dus het luistert heel nauw. Niet: God is vlees en bloed geworden. Sommigen lezen hier het woord Thora, dat de Thora inderdaad vlees en bloed geworden is in deze mens. En het Woord is vleesgeworden en heeft onder ons gewoond (en wij hebben Zijn heerlijkheid gezien, een heerlijkheid als van de Eniggeborene van de Vader), vol van genade en waarheid.

Maar belangrijk is om het tweede deel van die zin niet over te slaan, wat wel vaak gebeurt in de Christelijke traditie. De dogmatiek spreekt dan over de menswording van God, punt. Vergeet het. Dat is meteen al een dwaalspoor. Het is een parallellie. Zin één hoort bij zin twee en omgekeerd. Het spreken is vlees en bloed geworden en heeft bij ons zijn tent opgeslagen. De taal van het boek Exodus, van de tabernakel.

Commentaar van Michael S Heiser

WIJ HEBBEN ALLEMAAL MOMENTEN IN HET LEVEN, KRITIEKE DRAAIPUNTEN, waar vanaf dat moment niets meer hetzelfde zal zijn. Eén zo’n moment in mijn eigen leven, de katalysator kwam op een zondagmorgen in de kerk, terwijl ik op de graduate school zat. Ik was wat aan het kletsen met een vriend die, net als ik, werkte aan een doctoraat in Hebreeuwse studies, een paar minuten voordat de dienst begon. Ik herinner me niet veel van het gesprek, hoewel ik zeker wist dat het iets was over de theologie van het Oude Testament. Maar ik zal nooit vergeten hoe het eindigde. Mijn vriend gaf me zijn Hebreeuwse Bijbel, opengeslagen bij Psalm 82. Hij zei eenvoudig: “Hier, lees dat … bekijk het eens nader.”

Het eerste couplet sloeg bij me in als een bliksemflits: God [elohim] staat in de goddelijke vergadering; Hij voert het oordeel uit in het midden van de goden [elohim]

Ik heb de Hebreeuwse formulering aangegeven die mijn aandacht trok en mijn hart begon in mijn keel te bonzen. Het woord elohim komt twee keer voor in dit korte couplet. Anders dan de verbondsnaam, Yahweh, is dit het meest gebruikelijke woord in het Oude Testament voor God. En het eerste gebruik van het woord in dit vers werkte prima. Maar aangezien ik mijn Hebreeuwse grammatica kende, zag ik meteen dat het in tweede instantie als meervoud moest worden vertaald. Daar was het, duidelijk op klaarlichte dag: de God van het Oude Testament maakte deel uit van een vergadering – een pantheon – van andere goden.

Onnodig te zeggen dat ik geen woord van de preek hoorde. Mijn geest was aan het afkoelen. Hoe was het mogelijk dat ik dat nog nooit eerder had gezien? Ik zou de Bijbel zeven of acht keer doorlezen. Ik was naar het seminarie geweest. Ik had Hebreeuws gestudeerd. Ik had vijf jaar lesgegeven aan een Bijbelschool. Wat deed dit met mijn theologie? Ik had altijd gedacht – en had mijn studenten geleerd – dat enige andere ‘goden’ waarnaar in de Bijbel wordt verwezen gewoon idolen waren. Zo makkelijk en comfortabel als die uitleg was, had het hier geen zin. De God van Israël maakt geen deel uit van een groep afgoden. Maar ik kon me niet voorstellen dat hij ook met andere echte goden rondliep. Dit was de Bijbel, geen Griekse mythologie. Maar het stond daar zwart op wit. De tekst had me bij de keel en ik kon me niet losrukken. Ik ben meteen aan het werk gegaan om antwoorden te vinden. Ik ontdekte al snel dat de grond die ik aan het verkennen was een plek was waar evangelicals hadden gevreesd om deze te betreden. De uitleg die ik van evangelische wetenschappers had meegekregen was verontrustend zwak, meestal vasthoudend dat de goden (elohim) in het vers gewoon mannen waren – joodse ouderlingen – of dat het vers over de Drie-eenheid ging. Ik wist dat geen van beide correct kon zijn.

Psalm 82 stelt dat de goden werden veroordeeld als corrupt in hun bestuur over de naties op aarde. De Bijbel leert nergens dat God een raad van Joodse ouderlingen heeft aangesteld om over vreemde naties te regeren en dat God zeker niet tegen de rest van de Drie-eenheid, Yeshua en de Geest, omdat dat foutief was. Eerlijk gezegd waren de antwoorden gewoon niet eerlijk met de duidelijke woorden in de tekst van Psalm 82. Op basis van zijn eerste bevindingen in dit boek stelt hij later het volgende: … helpt dit of schaadt het de Nieuw Testamentische articulatie van een Drie-eenheid? Was de Trinity een nieuw idee?

De antwoorden op deze vragen zijn allemaal te vinden in het Oude Testament. Wat we in dit hoofdstuk beginnen bloot te leggen is het gefluister van het idee van één Godheid – in het Oude Testament, de Bijbel van het Jodendom. Dat gefluister zal steeds luider worden als ik doorga. Helaas gaat hij niet verder door op dit onderwerp wel met zijn studie m.b.t. The Unseen Realm.

Wat hij zeker duidelijk gemaakt heeft is het begrip elohim in Genesis 1 e.v. Willens en wetens altijd de meervoudsvorm te willen lezen is manipulatief en vooringenomen om het dogma te verdedigen. 1 Korinthe 8: 4b-6 … “wij weten dat een afgod niets is in de wereld en dat er geen andere God is dan Eén. Want al zijn er ook die goden genoemd worden, hetzij in de hemel, hetzij op de aarde (zoals er vele goden en vele heren zijn), toch is er voor ons maar één God: de Vader, uit Wie alle dingen zijn, en wij voor Hem, en één Heere: Yeshua Christus, door Wie alle dingen zijn en wij door Hem“.

De twee grootmachten in de Hemel

Intro: Vijfentwintig jaar geleden produceerde Rabbijnse geleerde Alan Segal wat nog steeds het belangrijkste werk is betreffende het idee van twee machten in de hemel in het joodse denken. Segal betoogde dat het idee van de twee mogendheden tot de tweede eeuw na Christus niet als ketters werd beschouwd in de Joodse theologie.

Hij traceerde zorgvuldig de wortels van de lering, terug naar het tijdperk van de Tweede Tempel (ca. 200 voor Christus). Segal kon vaststellen dat de antecedenten van het idee in de Hebreeuwse Bijbel stonden, met name passages zoals Daniël 7: 9, Exodus 23: 20-23 en Exodus 15: 3. Hij was echter niet in staat om een coherent religieus raamwerk te onderscheiden van waaruit deze passages en andere conceptueel van afgeleid waren. Het Perzische dualisme was onaanvaardbaar als verklaring, omdat geen van de twee machten in de hemel kwaadaardig was. Segal speculeerde dat de goddelijke krijgersbeelden van het bredere oude nabije oosten waarschijnlijk een relatie hadden.

In mijn proefschrift (UW-Madison, 2004) heb ik (Dr. Michael S. Heiser) betoogd dat de instincten van Segal correct waren. Mijn eigen werk overbrugt de kloof tussen zijn boek en de Hebreeuwse Bijbel begrepen in zijn Kanaänitisch religieuze context. Ik stel voor dat het ‘oorspronkelijke model’ voor het idee van twee mogendheden de rol was van de vice-regent van de goddelijke raad. Het paradigma van een hoge soevereine God (El) die hemel en aarde regeert door het toedoen van een tweede, benoemde god (Baäl) werd deel van de Israëlitische religie, zij het met enige aanpassing.

Voor de orthodoxe Israëliet was Jahweh zowel soeverein als vice-regent – beiden als het ware aaneensluitend en zittende aan het hoofd van de goddelijke raad. Het binitarian * beeld van Yahweh in de Hebreeuwse Bijbel werd door dit geloof gemotiveerd. De oude Israëliet kende twee Jahweh – de ene onzichtbaar, de Geest, de ander zichtbaar, vaak in menselijke vorm. De twee Jahweh’s verschijnen soms samen in de tekst, soms onderscheiden, in andere gevallen niet.

Binitarisme is de overtuiging dat de ene waarachtige God als twee personen (de vader en de zoon bestaat is te onderscheiden). Naast binitarisme is er Trinitarisme (God bestaat als drie personen) en Unitarisme (God bestaat als slechts één persoon). Het onderscheidt zich ook van bitheism (het geloof in twee goden). Binitarisme is nooi een populair beeld van God geweest en vandaag de dag wordt dit door een klein aantal groepen aangehouden.

Vroeg Judaïsme begreep deze beeldvorming en zijn grondgedachte. Er was geen sprake van een schending van het monotheïsme, aangezien beide figuren inderdaad Jahweh waren. Er was geen tweede afzonderlijke god die de aangelegenheden van de kosmos leidde. Tijdens de Tweede Tempelperiode speculeerden Joodse theologen en schrijvers over een identiteit voor de tweede Yahweh. Gissingen varieerden van goddelijke mensen vanuit de verhalen van de Hebreeuwse Bijbel tot verheven engelen.
Deze speculaties werden niet als onorthodox beschouwd. Die acceptatie veranderde toen bepaalde joden, de vroege christenen, Yeshua met dit orthodoxe joodse idee verbonden. Dit verklaart waarom deze Joden, de eerste bekeerlingen om Yeshua Christus te volgen, tegelijkertijd de God van Israël en Yeshua konden aanbidden en toch weigeren om een andere god te erkennen. Yeshua was de vleesgeworden tweede Yahweh. Als reactie, zoals het werk van Segal liet zien, sprak het Judaïsme de twee machten uit die in de tweede eeuw na Christus een ketterij onderwezen.Er waren Joden in de Intertestamental periode die geloofden in een tweede wezen naast Yahweh die de partner, vice-regent of vizier was. Dit geloof vond het farizeese jodendom ketters en zij verwezen dit als de doctrine van de twee grootmachten. Het is belangrijk op te merken dat twee afzonderlijke geloofssystemen werden aangeduid als de doctrine van de twee grootmachten in Rabbijnse teksten:

• Twee complementaire bevoegdheden – In de Joodse Tannatic periode (30 v. Chr. – 200 na Chr.) betrof dit het geloof in een tweede wezen die Jahweh als partner, vice-regent of vizier had, en er werd verondersteld dat het hebben van goddelijke attributen enkel werd bezeten door de oppergod, JHWH. Tot de voorstanders van dit geloofssysteem behoorden de Hellenistische Joden, mystieke en/of apocalyptische Joden, evenals Rogue Rabbijnen.

• Twee tegengestelde krachten – gedurende de Joodse Amoraic (200 na Chr. – 375 na Chr.) Dit betrof de overtuiging dat een kwade god de bedenker was en heerser was over alle fysieke dingen terwijl een tweede welwillende God de Schepper en de heerser over alle dingen geestelijk was gedefinieerd. Voorstanders van dit geloofssysteem waren gnostische Joden en gnostische christenen.

Voor de toepassing van deze studie, richten we ons op de eerder gedefinieerde doctrine. Dit geloof en de Rabbijnse weerleggingen van hun bewaarde teksten ons vandaag de dag bekend zijn o.a. de Talmoed Misjna, en Midrash. Hoewel we het niet gaan hebben over alle interne verwijzingen naar de twee grootmachten in de Rabbijnse geschriften, is het belangrijk op te merken dat er naar dit geloofssysteem, gedurende hun literatuur, letterlijk tientallen malen naar wordt verwezen. Het is ook belangrijk op te merken dat de mensen die in deze leer geloofden niet ernaar zouden hebben verwezen zonder hulp van deze terminologie; het werd beschouwd als een afwijkend geheel dat hen werd gegeven door de schriftgeleerden.Hier een voorbeeld van waar deze doctrine van twee machten in de Rabbijnse teksten op is gericht. Het beschrijft wat de rabijnen geloofden dat de straf zou zijn voor hen die in de twee grootmachten geloofden.”Mijn zoon, vrees de HEERE en de koning, laat je niet in met hen die op veranderingen uit zijn, want hun ondergang zal plotseling opdagen en wie kent de verdrukking door hen beiden teweeggebracht?”, (Spreuken 24:21,2). Laat je niet in met diegenen die beweren: Er is een tweede god. Rabbi Juda zoon van Simon zei, “[Schrift zegt], ‘ Het zal gebeuren, spreekt de HEERE, dat in heel het land twee derde ervan uitgeroeid zal worden en de geest zal geven, en een derde ervan zal overblijven.’, (Zacharia. 13:8). De mond die verklaart dat er twee machten zijn worden afgesneden en sterven.” – * Deuteronomy Rabbah 2:33
Deuteronomy Rabbah (Hebrew: דברים רבה‬‎ ) is an aggadah or homiletic commentary on the Book of Deuteronomy. Unlike Genesis Rabbah, the Midrash to Deuteronomy which has been included in the collection of the Midrash Rabba in the ordinary editions does not contain running commentaries on the text of the Bible, but twenty-five complete, independent homilies, together with two fragmentary ones, on as many sections of Deuteronomy, which for the larger part are recognized as “sedarim,” the Sabbatical lessons for public worship according to the Palestinian three-year cycle.

Deze passage toont ons de minachting welke de Rabbijnen hadden voor degenen die twee machten beweerden. Verdere kenmerken van de aanvullende twee grootmachten overtuiging:

• JHWH was de oppergod die ongeschapen en altijd was en is.

• Een ander goddelijk wezen was Yahweh’s partner, vice-regent of vizier in creatie, communicatie en leiderschap.

• Tweede macht werd geïdentificeerd als één van de volgende twee wezens waarover op grote schaal gespeculeerd werd in de tweede tempel periode van het Jodendom:

o Messiaans persoon;
o Intermediair.
Voorstanders van de complementaire twee Grootmachten overtuiging waren:
Hellenistische Joden:
o Wonende in de Griekse Diaspora;
o In mindere mate beïnvloed door de Griekse cultuur.
• Mystieke Joden:
o Joden die gaf beschrijvingen van de profetische visioenen van God in de hemelen;
o Goddelijke entourage van engelen, hosts en hemelse schepselen omringende God gedetailleerde;
o Individuen vaak gemeld dat hun kennis van de hemelse rijken een gevolg waren van een hemelse opname/oorsprong was.
o Voorbeeld: Paulus –
2 Korinthe 12:2-4; Johannes – Openbaringen.
• Apocalyptische Joden:
o Apocalyptische visioenen met betrekking tot het naderende einde van het tijdperk;
o Levendige symboliek en typologie;
o De vernietiging van de goddelozen en de zaligheid van de rechtvaardigen;
o Voorbeeld:
Johannes – Openbaringen.
• Rogue Rabbijnen:
o Waarschuwden tegen het aannemen van het twee grootmachten geloofssysteem;
o Bepaalde Rabbijnen omarmden deze doctrinaire positie;
o Gedwongen om van hun standpunt te veranderen en om te voldoen aan de reguliere Rabbijnse inzicht m.b.t. de natuur van God of gelaatsuitdrukking vanuit de Farizeese rangen.
Terwijl dit geloofssysteem van twee machten werd geïdentificeerd en werd veroordeeld in de Rabbijnse geschriften, zijn er geen specifiek duidelijke gedetailleerde voorbeelden. Om een beter inzicht te verkrijgen en een meer volledig begrip van waar dit geloofssysteem precies uit bestond, moeten we de andere Joodse geschriften uit de Intertestamental periode onderzoeken. Zoals al eerder aangegeven, was de veroordeling van het geloof in twee grootmachten gericht op Joden die zich in één van twee groepen bevonden:
• Diegenen die de verwachtingen van de Messias hadden als een goddelijke preëxistente
(iets al bestond vóór iets anders) strijder.
• Zij die geloofden in een hemels bemiddelend persoon die tweede in rang was onder YHWH.

Hieronder nemen we deze twee groepen afzonderlijk door en onderzoeken het bewijsmateriaal voor dit geloofssysteem.

Messiaanse verwachtingen in de tweede tempel periode.
De evangeliën laten zien dat de Palestijnse Joden, van geleerden tot boeren, de term “Messiah” begrepen en dat ze allemaal sterk zijn komst uitkeken.

Disciples: Filippus, een van de oorspronkelijke discipelen vertelde Nathaniel dat “Wij hebben Hem gevonden over Wie Mozes in de wet geschreven heeft, en ook de profeten, namelijk Yeshua, de zoon van Jozef, uit Nazareth.” ( Johannes 1:45 ).

Samaritanen: De Samaritaanse vrouw verklaart, “Ik weet dat de Messias komt (Die Christus genoemd wordt); wanneer Die gekomen zal zijn, zal Hij ons alles verkondigen.” “Yeshua zei tegen haar: Ik ben het, Die met u spreek”. ( Johannes 4:25,26 ).

Boeren: De verwachtingen van een Messias worden uitgedrukt in Johannes 7:40-42 , waar zij vroegen naar Yeshua’s bloedlijn, begrijpt dat de Messias uit de lijn van David zou komen. “Velen dan uit de menigte die dit woord hoorden, zeiden: Híj is werkelijk de Profeet. Anderen zeiden: Híj is de Christus. En weer anderen zeiden: De Christus komt toch niet uit Galilea?

Geleerden: De Farizeeën maakten grote vertrouwdheid kenbaar t.a.v. de kenmerken van de Messias, toen ze de profetieën aanhaalden die de locatie van zijn geboorte (Mattheüs 2:5-6) voorspelde. ”Zij zeiden tegen hem: In Bethlehem, in Judea, want zo staat het geschreven door de profeet: En u, Bethlehem, land van Juda, bent beslist niet de minste onder de vorsten van Juda, want uit u zal de Leidsman voortkomen Die Mijn volk Israël weiden zal”.

Hun verwachting van de Messias was gebaseerd op een aantal passages van het Oude Testament waarnaar verwezen werd m.b.t. zijn komst. Enkele van deze verwachtingen die alle eerste-eeuwse Joden deelden m.b.t. de Messias en het Messiaanse jaar dat zou beginnen bij zijn verschijning was universeel en het hield volgende in:

• Hij zal van Davidische afkomst zijn ( Jesaja 11:1-10 ). “ Want er zal een Twijgje opgroeien uit de afgehouwen stronk van Isaï, en een Loot uit zijn wortels zal vrucht voortbrengen. Op Hem zal de Geest van de HEERE rusten: Geest van wijsheid en inzicht, Geest van raad en sterkte, Geest van de kennis en de vreze des HEEREN. Zijn ruiken zal zijn in de vreze des HEEREN. Hij zal niet oordelen naar wat Zijn ogen zien en Hij zal niet vonnissen naar wat Zijn oren horen. Hij zal de armen recht doen in gerechtigheid en de zachtmoedigen van het land zal Hij met rechtvaardigheid vonnissen. Maar Hij zal de aarde slaan met de roede van Zijn mond en met de adem van Zijn lippen zal Hij de goddeloze doden. Want gerechtigheid zal de gordel om Zijn heupen zijn, en de waarheid de gordel om Zijn middel. Een wolf zal bij een lam verblijven, een luipaard bij een geitenbok neerliggen, een kalf, een jonge leeuw en gemest vee zullen bij elkaar zijn, een kleine jongen zal ze drijven. Koe en berin zullen samen weiden, hun jongen zullen bij elkaar neerliggen. Een leeuw zal stro eten als het rund. Een zuigeling zal zich vermaken bij het hol van een adder, en in het nest van een gifslang zal een peuter zijn hand steken. Men zal nergens kwaad doen of verderf aanrichten op heel Mijn heilige berg, want de aarde zal vol zijn van de kennis van de HEERE, zoals het water de bodem van de zee bedekt. Want op die dag zal de Wortel van Isaï er zijn, Die zal staan als banier voor de volken. Naar Hém zullen de heidenvolken vragen. Zijn rustplaats zal heerlijk zijn ”.

• De profeet Elia zal zijn komst verkondigen ( Maleachi 4:5-6 ) – “ Zie, Ik zend tot u de profeet Elia, voordat de dag van de HEERE komt, die grote en ontzagwekkende dag. Hij zal het hart van de vaders tot de kinderen terugbrengen, en het hart van de kinderen tot hun vaders, opdat Ik niet zal komenen de aarde met de ban zal slaan ”.

• Een wereldconflict zal woeden tussen Rome, meestal aangeduid als Gog en Israël met de Messias die het Joodse volk naar de overwinning leidt ( Ezechiël 38-39 ). – Profetie over Gog en De toekomst van Israël.

• Na dit gevecht zal een gebeurtenis zoals de Egyptische Exodus opnieuw plaatsvinden en wel op wereldwijde schaal (Jeremia 23:7,8 ). ”Daarom zie, er komen dagen, spreekt de HEERE, dat men niet meer zal zeggen: Zo waar de HEERE leeft, Die de Israëlieten geleid heeft uit het land Egypte, maar: Zo waar de HEERE leeft, Die het nageslacht van het huis van Israël geleid heeft en Die het gebracht heeft uit het land in het noorden en uit al de landen waarheen Ik hen verdreven had: zij zullen wonen in hun eigen land”.

• Het Joodse volk zal worden bevrijd uit de Diaspora (verstrooiing) en teruggeleid worden naar hun eigen land; de verloren stammen zullen ook terugkeren en worden herenigd met Juda. ( Ezechiël 37:17-28 ).

• De Messias zal de tempel herstellen en de Jeruzalem wederopbouwen, en goddelijke bescherming tot in eeuwigheid ( Ezechiël 40-48 ) hebben.

• De Messias zal zijn soevereiniteit over de hele wereld bevestigen en de Torah wordt de universele wet van de mensheid, een rechtvaardige rechter zijn, die zal oordelen in eerlijkheid en “waarde”, een winnaar van armen en onderdrukten ( Jesaja 2:1-4 ).

Hoewel er gemeenschappelijke verwachtingen waren die over de Messias werden gedeeld en de Messiaanse tijd die op zijn heerschappij zou volgen, bestond er een brede en gevarieerde kijk op bepaalde details, zoals de oorsprong van de Messias en Zijn unieke kenmerken. We kunnen een glimp opvangen van de uiteenlopende meningen over hun aanstaande Messias uit de Rabbijnse, Pseudepigrapha en apocriefe teksten die tot op de dag van vandaag bewaard zijn gebleven. Er waren Joodse verwachtingen van een puur menselijke Messias evenals van een reeds bestaande goddelijke persoon. er was geen ‘orthodoxe’ beschrijving van ‘de Messias’.
Sommige joodse auteurs kregen het concept van een reeds bestaand goddelijk messiaans persoon uit Oud Testamentische passages, zoals de volgende: “
En u, Bethlehem-Efratha, al bent u klein om te zijn onder de duizenden van Juda, uit u zal Mij voortkomen Die een Heerser zal zijn in Israël. Zijn oorsprongen zijn van oudsher, van eeuwige dagen af.” – Micha 5: 1(2)
De (YHWH) HEERE heeft tot mijn Heere [H113] gesproken: Zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gemaakt zal hebben tot een voetbank voor Uw voeten. De HEERE strekt Uw machtige scepter uit vanuit Sion en zegt: Heers te midden van Uw vijanden. Uw volk is zeer gewillig op de dag van Uw kracht, getooid met heilig sieraad; uit de baarmoeder van de dageraad is voor U de dauw van Uw jeugd.

Naast deze twee passages was Daniël 7: 9-14 enorm cruciaal voor hen die geloofden in een al bestaande goddelijke hemelse Messias. In deze passage wordt een mysterieuze persoon geïdentificeerd als iemand die leek op een Zoon des Mensen, die in de wolken van de hemel kwam.

Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich neerzette. Zijn gewaad was wit als de sneeuw en het haar van Zijn hoofd als zuivere wol. Zijn troon bestond uit vuurvlammen en de wielen ervan waren laaiend vuur. Een rivier van vuur stroomde en ging voor Zijn aangezicht uit. Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht. Het gerechtshof hield zitting en de boeken werden geopend. Toen keek ik, vanwege het geluid van de grote woorden die de hoorn sprak. Ik keek toe totdat het dier gedood werd en zijn lichaam vernietigd werd, en aan het laaiend vuur werd prijsgegeven. Ook de rest van de dieren ontnam men hun heerschappij, want verlenging van het leven was hun gegeven tot een bepaald tijdstip en een bepaalde tijd. Ik keek toe in de nachtvisioenen, en zie, er kwam met de wolken van de hemel Iemand als een Mensenzoon. Hij kwam tot de Oude van dagen en men deed Hem voor Zijn aangezicht naderbij komen. Hem werd gegeven heerschappij, eer en koningschap, en alle volken, natiën en talen moesten Hem vereren. Zijn heerschappij is een eeuwige heerschappij, die Hem niet ontnomen zal worden, en Zijn koningschap zal niet te gronde gaan.” – Daniël 7: 9-14

Een ander belangrijk punt in deze passage staat in vers 9, waar staat dat er tronen werden geplaatst: meervoud. Er werd door veel van de apocalyptische en mystieke Joodse auteurs geloofd dat één van de tronen die geïnstalleerd werd voor de Zoon des Mensen was, de hemelse persoon die zij interpreteerden als de Messias. Hoewel de Rabbijnen verklaarden dat het ketters waren, werd het algemeen door degenen die een goddelijke Messias verwachtten aangenomen dat hij ofwel naast YHWH zou worden geplaatst ofwel Zijn hemelse troon zou delen.

1Enoch is zo’n boek dat deze visie presenteert. Het boek van 1Enoch is een composiet, wat betekent dat talloze schrijvers hebben bijgedragen aan het werk in verschillende perioden. De passages die de hemelse goddelijke Messias bespreken zijn de hoofdstukken 37-71, bekend als de Similitudes, vermoedelijk opgeschreven tussen 105-64 voor Christus door een apocalyptische Jood, bijna 100 jaar vóór de prediking van de Messias, behoudend ingeschat.

En op dat uur werd de Zoon des Mensen geroepen in de aanwezigheid van de HERE der heerscharen, en zijn naam gebracht tot de Oude van Dagen. Nog voor de zon en de sterrenbeelden werden geschapen, voordat de sterren van de hemel werden gemaakt, werd zijn naam genoemd voor het aangezicht van de HERE van de heerscharen (Geesten – Spirits). Hij zal een staf zijn voor de rechtvaardigen en de Heilige, zodat ze kunnen leunen op hem en niet vallen, en hij zal het Licht van de Naties zijn en hij zal de hoop zijn van degenen die treuren in hun hart. Alle mensen die wonen op het droge zullen nedervallen, en aanbidden voor zijn aangezicht, en ze zullen zegenen, loven, en aanbidden met psalmen, de naam van de Here der heerscharen. Hiervoor werd hij gekozen, en verborgen voor Hem, voordat de wereld werd geschapen, en voor altijd. Maar de wijsheid van de HERE der heerscharen (Geesten – Spirits) heeft hem geopenbaard aan de Heilige en de rechtvaardigen, want hij heeft de bestemming van de rechtvaardige veilig gesteld, Voor allen die deze wereld hebben gehaat en de ongerechtigheid afgewezen. Al het werk en de manieren waarop wat zij hebben gehaat in de naam van de HERE van de heerscharen. Want in Zijn naam zijn zij gered en hij is degene die hun het leven geeft. In die dagen zullen de koningen van de aarde en de sterken, die beschikken over de droge grond worden terneergeslagen als gevolg van het werk van hun handen, want op de dag van hun kwelling en moeite zullen ze zichzelf niet kunnen redden. Ik zal hen in de handen van mijn uitverkorenen geven, als stro in het vuur, en als lood in het water, dus zullen ze branden in het gezicht van de rechtvaardigen, en wegzinken in het aangezicht van de Heilige, en geen spoor zal meer gevonden worden van dezen. Op de dag van hun ellende zal er rust zijn op de aarde en zij zullen naar beneden vallen voor het aangezicht van Hem en zullen niet meer verrijzen. Daar zal niemand zijn die hen bij de hand neemt en zal zorgen voor hen, want zij ontkenden de HERE van de heerscharen (Geesten – Spirits) en zijn Messia. Dat de naam van de HERE der heerscharen gezegend zal worden!

Deze passage somt verschillende titels op voor deze persoon, zoals de Zoon des Mensen, de Uitverkorene en de Messias, en ons wordt verteld dat deze persoon verborgen was in Gods aanwezigheid vóór de schepping van de wereld, een duidelijke verwijzing naar zijn pré -bestaan.

In een andere belangrijke passage wordt de preëxistentie van deze Messiaanse persoon benadrukt.

En de ene helft van hen zal kijken naar de andere, en zij zullen doodsbang zijn en hun gezicht terneergeslagen, en pijn zal hen aangrijpen wanneer ze zien de zoon van een vrouw, zittende op de Troon van Zijn heerlijkheid. De machtige koningen, en al degenen die de aarde bezitten zullen loven, zegenen en verheerlijken Hem, die alles regelt wat verborgen is. Voor vanaf het begin was de Zoon des mensen verborgen, en de Allerhoogste hield hem in de tegenwoordigheid van Zijn macht, en openbaarde hem alleen voor de uitverkorenen. En de gemeenschap van de Heilige en de uitverkorenen zullen worden gezaaid en al de uitverkorenen zullen voor hem staan op die dag. En al de machtige koningen, en de verheven, en degenen die regeren over de droge grond, zullen neervallen voor Hem, op hun gezichten, in aanbidding, en zij zullen hun hoop vestigen op de Zoon des mensen, en zullen bidden voor Hem, en vraagt om genade van Hem. 1Henoch 62:5-9

Opnieuw wordt de pre-existentie van deze persoon genoemd, verwijzend naar de opvatting van de auteur dat Hij pas in de laatste dagen geopenbaard zal worden nadat hij verborgen was sinds de schepping van de wereld. Een ander belangrijk punt waarop de auteur zich concentreert, is dat de Zoon des Mensen een troon van heerlijkheid heeft gekregen van waaruit Hij aanbidding van alle volkeren van de aarde zou ontvangen.

In een andere passage wordt de troon van de Messias opnieuw prominent genoemd evenals het feit dat alle oordelen aan hem waren toevertrouwd.

En zij hadden grote vreugde en zij zegenden, prezen en verheven, de naam van de Mensenzoon die was geopenbaard aan hen. En hij zat op de Troon van Zijn heerlijkheid en het hele oordeel is gegeven aan de Zoon des Mensen en hij zal ervoor zorgen dat de zondaars zullen verdwijnen en vernietigd worden van het aangezicht van de Aarde. En degenen die de wereld misleiden zullen worden gebonden in ketenen en worden afgesloten in de voorbereide-plaats van hun vernietiging, en al hun werken zullen verdwijnen van het aangezicht van de aarde. En vanaf dan zal er geen corruptie meer zijn. Omdat de Zoon des mensen is verschenen, en zal zitten op de Troon van Zijn Glorie, en alles wat kwaad was zal voorbijgaan en weggaan voor Zijn aangezicht, en het woord van de Zoon van de Mensen zal sterk zijn voor de HERE der Heerscharen”. 1Henoch 69:26-29

In nog een andere passage wordt ons verteld dat niet alleen deze Messiaanse persoon op de troon zal worden gezet, maar dat hij de troon van de Jahwe zelf zal delen.

En in die dagen, zal de Messias zitten op zijn troon, en al de geheimen van wijsheid zal voortvloeien uit de raad van zijn mond, want de HERE der heerscharen Hem heeft benoemd en verheerlijkt Hem”. 1Henoch 5:3

In deze buitengewone passage wordt gezegd dat de Messias de troon van Jahwe zal delen.

De interpretatie van Daniël 7 aangeboden door de schrijver van 1Henoch en andere apocalyptische geschriften uit de periode waarin de Zoon des Mensen, wordt voorgesteld als een al bestaande goddelijke Messias die naast God of op de troon van de Jahwe zou worden geplaatst, werd als ketters beschouwd door de Farizeïsche Rabbijnen uit de Tannatische periode (30 v. Chr. – 200 na Christus). Dit volgens de Rabbijnse doctrine, te geloven, te onderwijzen of schrijven dat een ander reeds bestaand hemels wezen op de troon zat naast Jahweh betekende dat je geloofde in twee Goden of twee Machten in de hemel.

Het wordt als een traditie onderwezen dat er in de hoge [of in de hemel] geen zit [of een andere troonsbestijging is dan die van God] … – Babylonische Talmoed, Chagigah 15a

Volgens de Rabbijnse traditie was de enige troon in de hemel van God en alleen hij zat erop. Samengevat:
… de enige troon in de hemel is van God … God alleen zit, terwijl de engelen die bij hem wonen regelmatig worden beschreven als staande, de houding van dienaren. De prevalentie van dit beeld laat zien hoe … nadruk op de enige soevereiniteit van God heeft gefunctioneerd om alle andere hemelse wezens te reduceren tot de rol van onderdanigheid en dienstbaarheid, en de wil van het enige tronende Wezen te bewerkstelligen. Zelfs de meest verheven engelen, de aartsengelen, nemen niet deel aan Gods heerschappij, maar functioneren als dienstknechten, klaar om zijn bevelen uit te voeren.

Vanwege deze Rabbijnse leer leverde de passage van Daniël 7: 9-10 een probleem op omdat het vastlegde dat tronen, meervoud, op hun plaats werden gezet. “Ik keek toe totdat er tronen werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich neerzette”. … – Daniël 7: 9

De Rabbijnse teksten geven aan dat degenen die in twee machten geloofden beweerden dat er twee tronen waren waarnaar in dit vers wordt verwezen, één troon was voor Yahweh en de andere voor de Messias. Dit is precies het beeld dat de joodse auteur van I Enoch en andere apocalyptische auteurs van die periode presenteerden, de auteur van I Enoch ging zo ver om te zeggen dat de Mensenzoon zelf op de troon van de Jahwe zat.

De Rabbijnse discussie over de twee tronen is te vinden in het midden van één van de leringen van de Rabbijn over het weerleggen van diegenen die geloven in twee krachten. Blijkbaar gebruikten diegenen die in twee machten geloofden het bewijs van meervoudsvormen van Hebreeuwse woorden in Bijbelse passages waar naar God werd verwezen. Tijdens de Rabbijnse instructie, rees de vraag, waarom zegt Daniël dat meer dan één troon werd opgezet, wat was het doel van deze tweede troon? In alle passages die de Minim [of sektariërs] hebben genomen [als grond] voor hun ketterij [van twee krachten], is hun weerlegging dichtbij gevonden.

• “Dus, Laten Wij [meervoud] mensen maken naar Ons beeld, naar Onze gelijkenisGenesis 1:26;

• ‘God schiep de mens naar Zijn beeld [enkelvoud]; naar het beeld van God schiep Hij hem”. Genesis 1:27;

• “Kom, laten Wij [meervoud] neerdalen en laten Wij hun taal daar verwarren, zodat zij geen van allen elkaars taal zullen begrijpen”. Genesis 11: 7;

• “Toen daalde de HEERE [enkelvoud] neer om de stad en de toren te zien die de mensenkinderen aan het bouwen warenGenesis 11: 5;

• “want God had Zich daar aan hem geopenbaard” (Hier zijn meerdere vertalingen onjuist weergegeven (zie inzet) de Elohim zij openbaarden zich tot hem en dat is meervoud) Genesis 35: 7;

• “Ik zal daar een altaar maken voor de God [enkelvoud] Die mij antwoordde op de dag toen ik in nood was, en Die met mij geweest is op de weg die ik gegaan ben”. (Genesis 35: 3);

• “Want welk groot volk is er waar de goden [meervoud] zo dichtbij zijn als de HEERE, onze God [enkelvoud], bij ons is, altijd als wij tot Hem [enkelvoud] roepen?” (Deuteronomium 4: 7);

• “En wie is als Uw volk, als Israël, het enige volk op de aarde dat God [meervoud] (Hier zijn weer meerdere vertalingen onjuist weergegeven (zie inzet)) is gaan verlossen om voor Hem [enkelvoud] een volk te zijn”. (2 Samuël 7:23);

• “Ik keek toe totdat er tronen [meervoud] werden geplaatst, en de Oude van dagen Zich [enkelvoud] neerzette. (Daniël 7: 9)”.
Waarom waren deze meervoudsvormen noodzakelijk?

De Heilige doet niets zonder Zijn Hemelse Hof te raadplegen. We lezen dat in Psalm 82:1b: “God staat in de vergadering van God, Hij oordeelt te midden van de goden …” Duizendmaal duizenden dienden Hem en tienduizendmaal tienduizenden stonden voor Zijn aangezicht. Het gerechtshof hield zitting en de boeken werden geopend”. (Daniël 7:10b)

Het bovenstaande mag nu wel duidelijk zijn maar hoe leg je uit “er tronen werden geplaatst” Eén troon was duidelijk voor YHWH zelf en één voor David [d.w.z. de Messias]. Anderen beweren het volgende: één [troon] voor gerechtigheid, en de ander voor genade. “Heeft hij [dit antwoord] van hem aanvaard of niet?

Kom en hoor! Want er is onderwezen: “De ene is voor rechtvaardigheid en de andere voor de naastenliefde”. Een ander beweert weer de een was een troon, de ander een voetbank: een troon voor een zitplaats en een voetenbank ter ondersteuning van zijn voeten.” Beschreven in de Babylonische Talmud, Sanhedrin 38b

Na te hebben aangetoond hoe met schriftuurlijke interpretaties, er meerdere redenaties werden gebruikt ter ondersteuning dan wel de weerlegging van de leer van twee machten, loopt dat ook tot discussie t.a.v. de tronen die in Daniël worden genoemd.

Interessant genoeg, postuleert Rabbi Akiba dat de tweede troon voor de Messias was, wat impliceert dat hij naast Yahweh zou worden geplaatst. De andere Rabbijnen in de passage bestraffen Rabbi Akiba en beschuldigen hem ervan God te belasteren! Ze vertelden hem dat deze tronen metaforisch waren en stonden voor Gods attributen van zowel gerechtigheid als barmhartigheid. Rabbi Akiba werd toen onder druk gezet om hun interpretatie te accepteren of er zouden represailles genomen worden. Onder grote druk aanvaarde Rabbi Akiba hun interpretatie. Akiba wordt vervolgens berispt en moest zich enkel bezighouden met de gebieden van de Torah waar hij expert in was en mocht zich niet mengen in gevaarlijke speculatie.

Deze passage laat zien dat de Rabbijnen niet geloofden dat de Messias naast God in de hemel zou worden gekroond. Dus ook de auteur van I Enoch en andere apocalyptische boeken met een reeds bestaande goddelijke Messias die naast Jahweh troont en dus geloofden in twee machten in de hemel, werden daarom beschuldigd van godslastering.

De Farizeïsche verwachtingen van een Messias was niet die van de apocalyptische Joodse sekten omdat de eerstgenoemden een puur menselijke verlosser verwachtten om hen van hun Romeinse veroveraars te verlossen. Als gevolg daarvan was hun leer dat het onmogelijk was voor een mens om op een hemelse troon te zitten, laat staan om de troon van Yahweh te delen. Een voorbeeld van hun verwachtingen van de Messias is te zien in Shimon Bar-Kokhba, door een van de meest gewaardeerde Rabbijnen van het Judaïsme, Akiba, uitgeroepen tot de Messias in ongeveer 132 na Christus. De Rabbijnen zien de Messias als iemand die guerrilla tactieken tegen hun Romeinse onderdrukkers zou gebruiken, om uiteindelijk hen verslaan en op de troon zitten in Jeruzalem.

De apocalyptische teksten schetsen daarentegen een al bestaande goddelijke Messias die zijn vijanden uit de hemel zou vernietigen en daarna met YHWH op de troon zou worden gezet.

Het volgende staat in de apocriefen 4 Ezra:13 1-4 en 8-11; “EN het geschiedde na zeven dagen, dat ik des nachts een droom droomde: En ziet, daar stond een wind op van de zee, die al haar baren bewoog. En ik zag, en ziet, een man werd gesterkt met de duizenden des hemels, en waar hij zijn aangezicht keerde om op te merken, daar verschrikte alles wat onder hem gezien werd. En waarheen zijn stem uit zijn mond ging, daar ontbrandden allen die daar hoorden, gelijk de aarde in stilte is, wanneer zij het vuur gevoelt”
“… En daarna zag ik, en ziet, allen die tezamen vergaderd waren tegen hem, om hem te bestrijden, waren zeer bevreesd, en nochtans bestonden zij te strijden. En zie, zodra als hij het geweld der aankomende menigte zag, zo hief hij zijn hand niet op, en hield geen zwaard noch enig krijgsgeweer, maar alleen zag ik dit, Dat hij uit zijn mond liet gaan als een vurige wind, en uit zijn lippen een vlammende adem, en van zijn tong liet hij uitgaan vonken en onweder, en deze allen zijn te zamen vermengd geworden, namelijk de vurige wind, en de vlammende adem, en het groot onweder. En het viel met geweld over de menigte, die bereid was om te strijden, en verbrandde hen allen, zodat van de ontelbare menigte weldra niets werd gezien, dan alleen stof, en sterk riekende rook; en ik zag het, en werd verschrikt
”.

We hebben de Farizeese verwachting van een menselijke Messias gezien en vergeleken met de apocalyptische Joodse verwachting van een goddelijke Messias. Dus nu rijst de cruciale vraag, hoe kunnen we vertellen welke verwachtingen de auteurs van het Nieuwe Testament zelf hebben gehad met betrekking tot de Messias?

Moeten we geloven dat de eerste discipelen en gelovigen helemaal geen begrip hadden van een al bestaande goddelijke Messiaanse persoon of dat ze in feite blootgesteld waren geweest aan deze ideeën in bepaalde apocalyptische en mystieke boeken die geschreven waren vóór, tijdens en na de verschijning en prediking van Yeshua? Laten we naar het NT zelf kijken voor ons antwoord:

Hij zal komen met tienduizend Heiligen, om een oordeel uit te voeren over hen de goddelozen om die te vernietigen, en te strijden met alle vlees en met alles wat zondaar is en tegen de goddelozen over wat ze gezegd en gedaan hebben tegen Hem!” (1 Henoch 1:9)

Ook over hen heeft Henoch, de zevende vanaf Adam, geprofeteerd, toen hij zei: Zie, de Heere is gekomen met Zijn tienduizenden heiligen, om over allen het oordeel te vellen en alle goddelozen onder hen terecht te wijzen voor al hun goddeloze daden, die zij op goddeloze wijze bedreven hebben, en voor al de harde woorden die zij, goddeloze zondaars, tegen Hem gesproken hebben”. (Judas 1:14-15)

Dit citaat uit het boek Judas (is vermoedelijk een broer van Yeshua zelf geweest), bewijst dat de gelovige Joden in Palestina en die leefden tijdens het NT-tijdperk, bekend waren met de Messiaanse verwachtingen van een goddelijke reeds bestaande verlosser zoals die in 1 Henoch. Yeshua identificeert Zichzelf een aantal keren in de evangeliën als de Zoon des Mensen, een onbetwiste verwijzing naar Daniël 7 en een titel waarnaar keer op keer naar wordt verwezen in 1Enoch en iets waar de NT-auteurs ongetwijfeld bekend mee waren.

Wanneer de Zoon des mensen komen zal in Zijn heerlijkheid en al de heilige engelen met Hem, dan zal Hij zitten op de troon van Zijn heerlijkheid. En vóór Hem zullen al de volken bijeengebracht worden, en Hij zal ze van elkaar scheiden zoals de herder de schapen van de bokken scheidtMattheüs 25:31,32.

En zij hadden grote vreugde en zij zegenden, prezen en verheven, de naam van de Mensenzoon die was geopenbaard aan hen. En hij zat op de Troon van Zijn heerlijkheid en het hele oordeel is gegeven aan de Zoon des Mensen en hij zal ervoor zorgen dat de zondaars zullen verdwijnen en vernietigd worden van het aangezicht van de Aarde. En degenen die de wereld misleiden zullen worden gebonden in ketenen en worden afgesloten in de voorbereide-plaats van hun vernietiging, en al hun werken zullen verdwijnen van het aangezicht van de aarde. En vanaf dan zal er geen corruptie meer zijn. Omdat de Zoon des mensen is verschenen, en zal zitten op de Troon van Zijn Glorie, en alles wat kwaad was zal voorbijgaan en weggaan voor Zijn aangezicht, en het woord van de Zoon van de Mensen zal sterk zijn voor de HERE der Heerscharen”. 1 Henoch 69:26-29

In het boek Openbaring wordt het lam afgebeeld als gezeten en deelt het op dezelfde troon als Jahweh Zelf. “
En de troon van God en van het Lam zal daar zijn, en Zijn dienstknechten zullen Hem dienen …” (Openbaringen 22:3)

Hier zien we dat de openbaring aan Johannes gegeven i.c.m. 1 Henoch dat Yeshua de troon deelt met YHWH, De door Rabbijnen als de ketterse doctrine van Twee Machten benoemd wordt hiermede geheel ondergraven.

De bewering dat de termen Zoon van God en Mensenzoon alleen een mens aanduidden en dat de eerste-eeuwse Joden uitsluitend op zoek waren naar een zuiver menselijke Messias, is niet waar. Het is duidelijk dat het portret van de Messias als een bestaande Goddelijke strijder die uit de hemel komt, niet is ontstaan door misleide christenen die onder de invloeden van de Griekse filosofie verkeerden. Het was al vastgelegd in de werken die vóór, tijdens en na de tijd van Yeshua door Joden waren samengesteld, gebaseerd op interpretaties van OT-teksten, met name Daniël.

Hier mag dan wel bij vermeld worden dat beiden niet God zijn, wel dat Yeshua, de Goddelijke strijder, Zoon van God en gekomen als mensenzoon naar deze aarde na Zijn opvaren naar de Hemelse gewesten weer die Goddelijke natuur heeft verkregen, wat natuurlijk ook niet onlogisch is als je de Zoon van de Allerhoogste bent.

Net zoals het onjuist zou zijn om te zeggen dat elke eerste-eeuwse Jood een exclusieve Messiaanse verwachting had van een al bestaande goddelijke krijger, zo is het ook verkeerd om te zeggen dat elke Jood uit de eerste eeuw een verwachting had van een puur natuurlijke menselijke typologische koning. Zoals we eerder opmerkten, was er geen orthodoxe opvatting over de Messias in het tweede-tempel Jodendom.

De verwachting van een goddelijke Messias wordt echter door de schriftgeleerden bevestigd als diepgeworteld te zijn in de eerste-eeuws Joodse apocalyptische gedachte en is niet het resultaat van Griekse filosofische invloed.

De sublieme [of goddelijke] opvattingen van Christus de Messias in het Nieuwe Testament zijn, in de meeste gevallen, niet het directe resultaat van het christelijk geloof, maar aanpassingen en aanpassingen van Joodse overtuigingen die in bepaalde kringen actueel waren … de hemelse biografie [van de Messias] gevonden in het Nieuwe Testament bestaat volledig uit Joodse motieven: Yeshua de Messias had bestaan vóór de schepping van de wereld; hij ging de wereld in … creëerde het zelfs; hij werd vlees – dit is een innovatie – en bracht toen verlossing teweeg; hij is de Messias – Bar Enash (Aramees: Zoon des Mensen), de Laatste Adam; en hij verzoende zich voor zonden, net zoals degenen die verzoening hadden gedaan voor de zonden van Israël [door het martelaarschap] en dan weer tot leven komen.
Jewish Sources in Early Christianity, Flusser, pp. 58, 59

De bemiddelende persoon in de tweede tempel periode
Bij zijn eerste bezoek kwam Yeshua in de rol van bemiddelaar tussen mens en Yahweh. Interessant genoeg hadden de Joden in de tweede-tempelperiode een aantal tradities over een al bestaand hemels bemiddelende persoon, waarvan zij geloofden dat deze de tweede alleen voor God was en die ook met Hem in de hemel op de troon was geplaatst.

Voordat we citaten uit de primaire bronnen zelf bespreken met betrekking tot deze Joodse tradities, moeten we de OT-passages over de Engel van Yahweh onderzoeken waaruit deze overtuigingen voortkwamen. Hoewel Hij het vaakst onopgemerkt blijft, verschijnt de Engel van Jahweh bijna uitsluitend in de opgenomen theofanieën (zichtbare manifestatie van een godheid aan de mens) gedurende het OT gedocumenteerd.

En de Engel des HEEREN verscheen aan hem [Mozes] in een vuurvlam uit het midden van een struik” … Dus toen Yahweh zag dat hij zich omdraaide om te kijken, God riep naar hem vanuit het midden van de struik en zei: “Mozes, Mozes!” En hij zei: “Hier ben ik.” – (Exodus 3: 2, 4)

In vers 2 vertelt het verhaal ons dat de Engel (boodschapper) des HEEREN aan Mozes verscheen in de brandende struik, en in vers 4 vertelt het ons dat God uit de brandende struik naar Mozes riep.
Hoewel dit op het eerste gezicht misschien een verkeerde vertaling lijkt te zijn, zijn er letterlijk tientallen vergelijkbare voorbeelden overal in het OT waar Jahweh contact maakt of door Zijn Engel aan de patriarchen verschijnt.
Toen sprak de Engel van God tot mij in een droom, zeggende:” Jakob. ” En ik zei: ‘Hier ben ik.’ … ‘Ik ben de God van Bethel, waar u de zuil hebt gezalfd en waar u Mij een gelofte hebt gedaan …’ “- (Genesis 31:11, 13)

Hier, roept de Boodschapper van Yahweh naar Jacob en vertelt hem dat Hij de “God van Bethel” is, aan wie Jakob een gelofte heeft gedaan. Terugkerende naar de passage waar Jahweh in Bethel aan Jakob verscheen, onthult echter dat het verhaal geen indicatie geeft dat het eigenlijk de engel was die aan Jakob verscheen. “Toen droomde hij, en zie, op de aarde was een ladder geplaatst, waarvan de top de hemel raakte, en zie, de engelen van God klommen daarlangs omhoog en omlaag. En zie, de HEERE stond boven aan die ladder en zei: Ik ben de HEERE, de God van uw vader Abraham en de God van Izak; dit land waarop u ligt te slapen, zal Ik u en uw nageslacht geven”. (Genesis 28: 12-13)

In deze passage vestigt Jahweh zijn verbond met Jakob, zwerende zijn nageslacht te vermenigvuldigen. Zoals we echter uit Genesis 31 leerden, sprak dit niet alleen over Jahwe maar ook over de Engel of Boodschapper van Yahweh. In deze passage neemt de Engel van Yahweh de rol van Yahweh aan en zweert het land van Israël te leveren aan de nakomelingen van Jakob. Evenzo worstelt Jakob met een mysterieuze man in Genesis 32, om pas later onthuld te worden dat het God was met wie Jacob worstelde. “Maar Jakob bleef alleen achter, en een Man worstelde met hem, totdat de dageraad aanbrak. En toen de Man zag dat Hij hem niet kon overwinnen, raakte Hij zijn heupgewricht aan, zodat het heupgewricht van Jakob ontwricht raakte toen Hij met hem worstelde. En Hij zei: Laat Mij gaan, want de dageraad is aangebroken. Maar hij zei: Ik zal U niet laten gaan, tenzij U mij zegent. En Hij zei tegen hem: Wat is uw naam? En hij antwoordde: Jakob. Toen zei Hij: Uw naam zal voortaan niet meer Jakob luiden, maar Israël, want u hebt met God en met mensen gestreden, en hebt overwonnen. Jakob vroeg daarop: Vertel mij toch Uw Naam. En Hij zei: Waarom vraagt u naar Mijn Naam? En Hij zegende hem daar. En Jakob gaf die plaats de naam Pniël. Want, zei hij, ik heb God gezien van aangezicht tot aangezicht, en mijn leven is gered.” – (Genesis 32:24, 26-30)

Hosea openbaart echter dat dit niet Jahweh Zelf was zoals Genesis 32 suggereert, het was de Engel of Boodschapper van Yahweh met wie Jakob vocht. “Hij zal Jakob vergelden naar zijn wegen, Hij zal zijn daden op hem doen terugkeren. In de moederschoot pakte hij zijn broer bij de hielen; in zijn kracht streed hij met God. Hij streed met de Engel en overwon; wenend vroeg hij Hem om genade. In Bethel vond Hij hem, en daar sprak Hij met ons, namelijk de HEERE, de God van de legermachten, HEERE is Zijn gedenknaam”. (Hosea 12: 3-6)

Naast deze voorbeelden, de Engel van Yahweh:

• “ De Engel van de HEERE ” ( Genesis 16:7,9,10,11 ). In vers 13 is het weer de sprekende Jahwe. ” En zij gaf de HEERE, Die tot haar sprak, de naam: U bent de God Die naar mij omziet ”! “ Toen hoorde God de stem van de jongen en de Engel van God riep tot Hagar vanuit de hemel … Wees niet bevreesd, want God heeft naar de stem van de jongen, die daar ligt, geluisterd .” ( Genesis 21: 17 )
• Spreekt tot Abraham in plaats van Yahweh wanneer Abraham ‘Isaäk’ offert (
Genesis 22: 15-16 )
• Wordt door Jacob gevraagd om Efraïm en Manasse te zegenen (
Genesis 48: 14-16 )
• Verscheen als een Vuurkolom en een wolk, die de Israëlieten uit Egypte leidde (
Exodus 14:19 )
• Vertelt zijn rol als degene die de Israëlieten uit Egypte leidde en het verbond sloot met patriarchen (
Richteren 2: 1-5 )
• Verscheen aan Gideon als Jahwe
h ( Richteren 6: 11-24 )

Deze lijst is absoluut niet volledig. Onderzoek voor jezelf deze passages en de anderen in de OT waar de Engel van Yahweh opduikt en je zult zien hoe belangrijk de rol was die hij speelde in de Hebreeuwse Geschriften.

Dus hoe was het mogelijk voor de Engel van Yahweh om al deze rollen te vervullen die gewoonlijk exclusief aan Yahweh Zelf zijn toegeschreven? Het antwoord is dat deze Boodschapper de shaliach (juridisch afgezant) of vertegenwoordiger van Yahweh was, een oude functie uit het Midden-Oosten, waarin de meest vertrouwde dienaar van de afzender zou worden uitgezonden om zaken te doen in naam van de afzender. Het bewijs dat deze shaliach-relatie bestond tussen Yahweh en deze speciale boodschapper is te vinden in Exodus.

Zie, Ik zend een Engel voor u uit om over u te waken op de weg en u te brengen naar de plaats die Ik gereedgemaakt heb. Wees op uw hoede voor Zijn aangezicht en luister naar Zijn stem. Verbitter Hem niet, want Hij zal uw overtredingen niet vergeven, omdat Mijn Naam in het binnenste van Hem is. Maar als u aandachtig naar Zijn stem luistert en alles doet wat Ik spreken zal, zal Ik de vijand van uw vijanden zijn en de tegenstander van hen die u in het nauw brengen. Mijn Engel zal namelijk vóór u uit gaan en u brengen bij de Amorieten en de Hethieten en de Ferezieten en de Kanaänieten en de Hevieten en de Jebusieten, en Ik zal hen uitroeien”. (Exodus 23: 20-23)

Gedurende de woestijnreis van de Israëlieten is de Engel des HEEREN overdag gehuld in een wolkkolom en ’s nachts als een pilaar van vuur en is er op verschillende tijdstippen als Jahwe door deze Engel aan Mozes wil communiceren (Exodus 16: 7, 10-12).

Zo concludeerden de Joden de volgende informatie met betrekking tot de Boodschapper van Yahweh:
De engel spreekt als Yahweh.
• De engel identificeert Zichzelf met Yahweh.
• De engel oefent de verantwoordelijkheden van Yahweh uit, zoals:
o Vergevingsgezinde overtredingen
o Vermenigvuldigen van zaad
o Verbonden maken
o Mensen zegenen
• De engel draagt het beeld van Yahweh.
o In veel gevallen vreesden de OT-personages die de Engel van Yahweh zagen, voor hun leven,
omdat ze in hun eigen woorden spraken: “we hebben Jahweh” gezien.

Als je niet bekend bent met de rol die de Engel van Yahweh gedurende de OT speelde, kan deze functie enigszins verwarrend overkomen. Echter, deze bemiddelingsovereenkomst tussen een god en zijn onderdanen was gebruikelijk in de cultuur van het Midden-Oosten, deze was niet afgeleid van de Griekse filosofie.

… andere [Mesopotamische] naties hadden een hoge god met een tweede god als vice-regent in hun raadsstructuur … de algemene structuur van de Kanaänitische (Ugaritische) goddelijke raad was een hoge God (El) aan de top, onder welke een tweede god geplaatst was (Baäl) die “koning van de goden” werd genoemd. Deze tweede god diende als de vice-regent van de soevereine god … Israël adopteerde maar paste de Hoge God/ vice-regentstructuur van de raad aan … Monotheïsme, Polytheïsme, Monalatrie of Henotheïsme? Heiser, p. 24

Met andere woorden, net zoals de Kanaänitische religie een oppergod en een mindere god had als de ondergeschikte regent, die in alle bemiddelende functies diende, zo hadden de Israëlieten ook Yahweh als hun opperste God en de engel als de vice-regent, de bemiddelaar tussen mensen en God.

De exacte identiteit van de Boodschapper van Yahweh wordt nergens in het OT gegeven, wat leidde tot veel speculatie van de zijde van de tweede-tempel Joden. Bij het lezen van de Intertestamentaal Joodse geschriften zult u zien dat deze engel een aantal keren wordt genoemd met verschillende namen en titels.

Sommige namen bevatten de volgende:
• Yahoel
o Apocalyps of Abraham (1st Cent., A.D.)
• Engel wiens naam niet kan worden gegeven
o Martelaarschap en hemelvaart van Jesaja (1e eeuw na Christus)
• Wijsheid
o Wijsheid van Ben Sirach (180-175 v.Chr.)
o Wijsheid van Salomo (38-41 A.D.)
• Woord
o Ezechiël de tragedie (2e eeuw B.C.)
o Works of Philo (20 B.C. – 50 A.D.)
o Wijsheid van Salomo (38-41 A.D.)
o Palestinian Targums (1st – 7th Cent A.D.)
• Metatron; Prince of the Universe; Prins van de wereld; de jeugd; Jahweh Hakaton (de mindere)
o Rabbijnse literatuur
Waarom werden deze titels gebruikt als verwijzingen naar de Engel van Yahweh? De titel die wordt gebruikt als een verwijzing naar de Engel van Yahweh wordt verondersteld zijn oorsprong te hebben in Exodus, waar Yahweh verklaarde dat Aaron de woordvoerder van Mozes voor Farao zou zijn.

Je zult tegen hem praten en de woorden in zijn mond leggen – ik zal met je zijn en met hem als je spreekt, en het aan beide vertellen van u wat te doen – en hij zal [dabar] voor u tot het volk spreken. Zo zal hij dienen als uw woordvoerder [peh], waarbij jij de rol van God aan hem speelt. Exodus 4: 15-16 – Jewish Publication Society

In deze passage wordt uitgelegd dat Aäron is aangewezen als de pr-vertegenwoordiger van Mozes voor de farao. Het feit dat Mozes naar verluidt als God en Aäron als zijn Woord was, leek te zinspelen op iets dat veel belangrijker was voor veel tweede-tempel-Joden. Er wordt gesuggereerd dat het werd geïnterpreteerd als de relatie die bestond tussen Yahweh en Zijn Engel.

De naam Metatron was een titel voor de Engel van Yahweh die exclusief door de Rabbijnen werd gebruikt, wat ‘degene die achter of achter de troon staat’ betekent. In het laatste deel had ik het belang van de Rabbijnse leer genoemd dat alleen Jahweh op de hemel troon zat, alle andere wezens, ongeacht hoe krachtig ze ook mogen zijn, moesten blijven staan en hun onderdanige status tonen. Deze Rabbijnse titel voor de engel van Yahweh benadrukte dat hoewel hij de meest betrouwbare dienaar van Yahweh was, hij in de tegenwoordigheid van Yahweh staat en niet deelheeft aan Gods goddelijkheid door op een troon gezeten te worden naast de allerhoogste God.

Op dit punt wil ik beginnen met het geven van voorbeelden waar de Engel van Yahweh naar wordt verwezen in de Intertestamental Joodse literatuur. Het boek Wijsheid van Salomo werd geschreven door een Hellenistische Jood, waarschijnlijk in Alexandrië, Egypte, rond 50-0 voor Christus. Hoewel de Engel van Yahweh in dit boek als Wijsheid en Woord is aangesproken, geeft de volgende passage de Engel van Yahweh weer als het almachtige Woord van Yahweh, een strenge en krachtige krijger die naast Jahweh troont. “Want als nu alle dingen in rust en stilte waren, en de nacht in zijn snelheid half voorbij was, Toen daalde uw alvermogend woord van de hemel uit de koninklijke troon af, als een ernstig krijgsheld in het midden van het land, dat verdorven zou worden. Dragende een scherp zwaard, namelijk uw ongeveinsd gebod, en staande vervulde het alles met doden, en raakte wel aan de hemel, maar ging ook op de aarde”. (Wijsheid van Salomo 18: 14-16) De tekst bevestigt dat het Woord in de hemel troont; ongetwijfeld zouden de Rabbijnen verklaren dat de schrijver een ketter van de twee machten leer was.

Verder gaan we naar de werken van Philo die zijn geschreven vanuit 20 BC. tot 50 na Chr. Philo was een invloedrijke Jood die in Alexandrië Egypte woonde, waar een grote gemeenschap van Hellenistische Joden woonde en schreef zijn geschriften vlak voordat de NT-documenten werden geschreven. De claim wordt vaak gemaakt dat Philo’s concept van het Woord niet is geworteld in OT-interpretatie, maar eerder het resultaat is van een sterke Griekse filosofische invloed.

Dit argument wordt gesteund door wetenschap van tientallen jaren geleden, toen theologen de intertestamentale joodse geschriften niet raadpleegen om inzicht in de mindset en cultuur van het tweede-tempel jodendom. Hedendaagse wetenschap toont echter het tegendeel aan: Het probleem met Philo’s geschriften is dat hij niet het geloof van zijn vaders uiteenzet in termen van zijn eigen cultuur, maar het eerder vertaalt in de wereld van het hedendaagse hellenisme. Hij gebruikt de taal van de filosofen en toch herhaalt hij wat hij schrijft niet hun filosofie … Philo presenteerde het jodendom van zijn tijd in Griekse termen, maar wat hij presenteerde was het jodendom en geen vaag [hellenistisch] syncretisme. (Syncretisme is in de godsdienstwetenschappen een term die verwijst naar het naar elkaar toegroeien van religies, als een poging om uiteenliggende of tegengestelde geloven en religies met elkaar te combineren. Een equivalent woord kan fusie of hybridisatie zijn). Hij gebruikte Griekse termen voor iets dat in wezen Joods was. – The Great Angel, Barker, pp. 114-116

In de volgende passages is Philo’s gebruik van de term Logos of Woord bijna volledig beperkt tot een titel of naam voor de Engel van Yahweh, een personage dat stevig geworteld is in de Hebreeuwse Geschriften. … het was de engel die de naam Jacob veranderde, zijnde het Woord, de dienaar van God … Philo, On the Change of Names 87. Hier identificeert Philo de Engel van Yahweh die Jakob hernoemde tot Israël in Genesis 32 als het Woord. … kijk of er echt twee goden zijn. Want er wordt gezegd: “Ik ben de God die door u werd gezien” (Genesis 28:13); niet in mijn plaats, maar in de plaats van God, alsof hij een andere God bedoelde. … wat hij hier God noemt is het meest eeuwige Woord … Philo, On Dreams – Boek I 228, 230. Philo identificeert de Engel van Yahweh die in Jacob’s visioen van de ladder verscheen als een tweede God die bekend staat als het Woord. … Want God regeert, als een herder en een koning, … de aarde … en levende wezens die erop staan … en hij reguleert de aard van de hemelen … benoemt, als hun directe opziener, zijn eigen wijze Woord, zijn eerstgeboren Zoon, die de last van dit heilige bedrijf zal ontvangen, als de luitenant van de grote Koning; want er wordt ergens gezegd: “Zie, Ik ben het! Ik zal mijn boodschapper voor uw aangezicht zenden, die u op de weg zal houden “(Exodus 23:20). Philo, On Husbandry 50

Philo identificeert opnieuw de Engel van Yahweh als het Woord, eraan toevoegend dat Hij de eerstgeboren (de unieke) Zoon van Yahweh is en de luitenant of tweede bevelhebber in de hemelen. … de Vader die het universum heeft geschapen, heeft zijn aartsengel en eeuwige Woord een bij uitstek voornaam geschenk gegeven, om op de grenzen van beide te staan, en het gescheiden te houden, dat was geschapen door de Schepper. En ditzelfde Woord is voortdurend een petitionaris van de onsterfelijke God namens het sterfelijke ras … en is ook de ambassadeur, door de heerser van allen gezonden, naar het onderwerp ras [de mensheid]. En het Woord verheugt zich in de gave en verheugt zich erin, kondigt het aan en beroemt zich erover en zegt: “En ik stond in het midden, tussen de Here en u” (Exodus 14: 9). Philo, Die de erfgenaam is van goddelijke dingen 205-206. In deze passage interpreteert Philo Exodus 14: 9 allegorisch, waar de Engel van Yahweh tussen de Israëlieten en de achtervolgende Egyptische legers stond. Philo geloofde dat net zoals de engel tussen het Egyptische leger en de Israëlieten aanwezig was, zo ook de engel tussen sterfelijke mensen en God aanwezig is. “Zie, een man wiens naam de rank is” (Jesaja 4: 2; 11: 1; Jeremia 23: 5; 33:15). Inderdaad een heel nieuwe naam, als je bedenkt dat er over een man werd gesproken … maar als je het ziet als toegepast op dat ongrijpbare wezen [het Woord] dat in geen enkel opzicht verschilt van het goddelijke beeld, dan zul je het ermee eens zijn dat de naam van “de Rank” hem met veel plezier is gegeven.

Want de Vader van het universum heeft ervoor gezorgd dat hij opschoot als de oudste zoon die Hij in een andere passage de eerstgeborene noemt (Psalm 89:27) … [het Woord] heeft de verschillende soorten gevormd, kijkend naar de typische patronen die die Vader heeft aangeleverd. Philo, Over de verwarring van de tongen 62-63. In deze passage vertelt Philo hoe het Woord, de Engel van Yahweh, het exacte beeld van Jahweh draagt, die hij ook de Eerstgeborene en de oudste Zoon noemt. Philo gaat vervolgens verder met te stellen dat het, het Woord was dat alle dingen schiep, volgens de plannen die door Yahweh waren opgesteld.

Het is duidelijk dat Philo de term Woord gebruikte als een titel voor de Engel van Yahweh, in de overtuiging dat Hij de volgende eigenschappen bezit:
• Op echtverband – 50
o Het Woord is de directe opziener van de schepping
o Het Woord is de eerstgeboren zoon van God
o Het Woord is de Engel des Heren in het Oude Testament
• Over de verwarring van talen – 62, 146
o Het Woord is de “Rank” van de Profeten
o Het Woord is de oudste zoon, de eerstgeborene
o Het Woord draagt het beeld van God
o Het Woord heeft alle dingen geschapen, volgens de blauwdrukken die door de Vader zijn geleverd
o Het Woord draagt de naam van God
• Wie is de erfgenaam van Goddelijke zaken? – 203
o Het Woord is de engel die de Israëlieten in de wildernis leidde
o Het Woord is de middelaar tussen de mens en God
o Het Woord is Gods ambassadeur
• Op de vlucht en vinden – 108-111, 137-139
o Het Woord is de Hogepriester van God
• Over de wijzigingen van namen – 87
o Het Woord verscheen in de gelijkenis van God in het Oude Testament
• Over dromen, boek 1 – 228, 230
o Het Woord is een tweede God

Was de term “Woord” uitsluitend in gebruikt door Joden in de Griekse wereld die beïnvloed waren door de Griekse filosofie of gebruikten Joodse geschriften in Israël deze term ook op deze manier? Er zijn letterlijk honderden voorbeelden waarbij de term “Woord” wordt gebruikt om een bemiddelende persoon te beschrijven door de Aramese Targums die in Israël geschreven is.

Targums zijn in essentie heel oude Aramese vertalingen van de Hebreeuwse Geschriften met een interpretatief commentaar verweven in de gehele vertaling. De leringen in de Targums werden als gezaghebbend beschouwd en werden hardop uitgesproken in de synagogen, samen met de Hebreeuwse vertaling van de Torah en Haftarah lezingen.

Wanneer we het hebben over de Targums, zijn er in de eerste plaats er vier waarover gesproken wordt:
• Targum Onkelos (0-200 A.D.) – Torah
• Jeruzalem of Fragmentary Targum (600-700 A.D.) – Torah
• Targum Pseudo-Jonathan (400-500 A.D.) – Torah
• Targum van Jonathan (400 A.D.) – Profeten
Hoewel al in de zesde eeuw voltooid, dateren bijna alle schriftgeleerden de overgrote meerderheid van de inhoud van deze vier Targums als afkomstig uit of vóór de eerste eeuw.
Het Woord van de Heer werd geopenbaard op de wereld zoals die werd geschapen; toen de wereld was zonder vorm en ledig, en duisternis werd verspreid over het oppervlak van de diepte, en het Woord van de Heer verlichtte en maakte het licht; en hij noemde het de eerste nacht”.
Exodus 12:42 – Jeruzalem TargumHet was het Woord dat de wereld schiep en het verlichtte toen de HEERE zei: “laat er licht zijn“.“En het Woord des Heren schiep de mens in Zijn gelijkenis, in de gelijkenis van de tegenwoordigheid van de Heer die Hij schiep, de man en zijn partner (the male and his yoke-fellow) schiep Hij hen. Op de dag dat de Heer de mens schiep, maakte hij hem in de gelijkenis van de Heer. Mannelijk en vrouwelijk schiep Hij hen en zegende hen in de naam van Zijn Woord”. Genesis 1:27 – Targum van pseudo-Jonathan.
Het was het Woord dat de eerste man en vrouw schiep.“En het Woord van de Heer zei tegen Mozes: Hij die tot de wereld sprak: “Wees”, en het was; en wie zal ertegen spreken, wees, en het zal zijn. En hij zei: “Aldus zult u tot de zonen van Israël spreken, Yahweh heeft mij naar u gezonden.Exodus 3:14 – Jerusalem TargumHet was het Woord dat tot Mozes riep uit het midden van de brandende struik En de Heer werd geopenbaard in zijn Woord aan Abraham, Izaäk en Jakob, als de God van de hemel; maar de naam van het Woord des Heren was hun niet bekend”. Exodus 6: 3 – Jerusalem TargumIn de Targums wordt uitgelegd dat het, het Woord van Yahweh was dat aan de aartsvaders werd geopenbaard, en het niet Yahweh zelf was.
En het Woord des Heeren zei tot Mozes: Zie, Mijn Woord zal u geopenbaard worden in de dikte van de wolk, die het volk zal horen terwijl ik met u spreek, en kan ook voor altijd geloven in de woorden van de profetie van u, Mijn dienaar Mosheh. En Moshe bracht de woorden van de mensen in gebed voor de Heer”. Exodus 19: 9 – Targum van Pseudo-Jonathon Het was het Woord van Yahweh dat aan Mozes werd geopenbaard in het midden van de wolkkolom en het vuur. “Mijn Glorie zal Ik onder jullie zetten, Mijn Woord zal voor jou zijn als een verlossende God, en jij zult voor Mijn Naam een heilig volk zijnJesaja 64:13 – Targum Jonathan Zowel in deze passage als in vele andere werd het Woord des Heren een God genoemd.“ Want wat voor mensen zijn zo groot, voor wie de Heer zo hoog staat in de Naam van het Woord van de Heer? Maar de gewoonte van (andere) naties is om hun goden op hun schouders te dragen, zodat ze schijnen bij hen te zijn; maar zij kunnen niet horen met hun oren, (zij nabij of) zij van verre; maar het Woord des Heren zit hoog en verheven op zijn troon en hoort ons gebed hoe laat we voor Hem bidden en onze smeekbeden doen”. Deuteronomium 4: 7 – Targum van pseudo-Jonathan

De targums schrijven zelfs dat het Woord van God op de troon is gezet in de hemel.
Wat was de mening van de Farizeeën en latere Rabbijnen met betrekking tot deze bemiddelende sleutel die het onderwerp was van zoveel speculatie in de Intertestamische literatuur?

Hoewel ze niet ontkenden dat dit bemiddelende Woord bestond, bevochten ze:
• Het Woord en de Engel waren niet één in hetzelfde wezen.
• De engel van Yahweh was de hoogst verheven aartsengel, die zij Metatron noemden.
• Het Woord was een hypostase, wat een uitbreiding of projectie van God in menselijke vorm betekent die Hij altijd communiceerde met de mensheid.
• Het was noodzakelijk, geloofden zij, want Jahweh communiceerde op deze vreemde manier zodat antropomorfismen (van menselijke gedaante) of menselijke attributen niet direct toegeschreven zouden worden aan Yahweh.

De verschillen tussen de Rabbijnen en de voorstanders van het Woord als de tweede macht van Jahweh worden geïllustreerd in talrijke passages in de Rabbijnse geschriften:

R. Nahman zei: “Hij die even bekwaam is in het weerleggen van de Minim [sektariërs] als R. Idith, laat hem dat doen, maar niet anders”. Eens zei een Minim [sektariër] tegen R. Idith: “Er staat geschreven:” En tot Mozes zei Hij: Klim op tot de Here “(Exodus 24: 1). Maar het had zeker moeten zeggen: ‘Kom naar mij toe!’ “. “Het was Metatron [die dat zei]”, hoe minder Jahweh, antwoordde hij, “wiens naam lijkt op die van zijn Meester, want er staat geschreven: ‘Want mijn naam is in hem’ (Exodus 23:21)”. “Maar als dat zo is, [antwoordde hij,] dan zouden we hem moeten aanbidden!” “Dezelfde passage echter”, antwoordde R. Idith, “‘Wees niet opstandig tegen hem’ (Exodus 23:21), dwz, wissel Mij niet in voor hem”. “Maar als dat zo is, waarom staat er dan:” Hij zal uw vergiffenis niet vergeven “(Exodus 23:21)?” Hij antwoordde: “Wij geloven dat de Israëlieten hem niet eens als een boodschapper zouden accepteren, want het is geschreven: ‘En hij zei tegen hem: “Als uw aanwezigheid niet gaat …”‘ (Exodus 33:15). “- Babylonische Talmoed, Sanhedrin 38b

In deze passage van de Talmoed geeft het geschil tussen een voorstander van twee grootmachten en Rabbi Idith een fascinerend inzicht in hoeveel Joden de passages interpreteerden waar de Engel des Heren verscheen in de Hebreeuwse Geschriften.

In deze passage werd Rabbi Idith geconfronteerd met een jood die in twee machten geloofde, met behulp van Exodus 24:1 als ondersteuning voor zijn positie waar in de tekst staat dat er twee Yahweh’s zijn volgens het oorspronkelijke Hebreeuws. Als reactie zegt Rabbi Idith dat de Engel van Yahweh, die hij Metatron noemt, eigenlijk sprak, niet Jahweh, redenerend dat de Engel de naam en titel van Jahweh droeg. De voorstander van twee machten reageert dan door te zeggen dat als de Boodschapper van Yahweh de titel en de naam van Yahweh droeg, hij dan waardig is om samen met God te aanbidden. Echter, Rabbi Idith verklaart zijn interpretatie van Exodus 23:21 in de zin dat de engel niet dezelfde status heeft als Yahweh en daarom niet aanbeden moet worden. De Voorstander van de twee krachten antwoordt dan door te zeggen dat de Engel van Yahweh de macht heeft om zonden te vergeven (Exodus 23:21), wat impliceert dat Hij veel macht heeft die gelijk is aan God en aanbeden moet worden. Rabbi Idith antwoordt door Exodus 33:15 te interpreteren als betekenend dat de Israëlieten de Engel als hun gids verwierpen en erop stonden dat de HEERE Zelf hen leidde gedurende hun wildernisreis. Dit laatste antwoord van Rabbi Idith is op zijn minst interessant, gezien de Hebreeuwse Geschriften duidelijk aantonen dat het de Engel van Yahweh was die de Israëlieten door de woestijn leidde, niet Jahweh Zelf. Deze passage laat zien dat de voorstanders van het geloof in twee machten hun geloof gebaseerd hebben op de bijbelse voorbeelden van de engel van Yahweh.

In een andere beroemde passage van de Talmoed wordt vastgelegd dat één Rabbijn de rangorde met zijn medescholieren brak en zich bekeerde tot het geloof in twee machten. Deze Rabbijn was Elisha Ben Abuyah, geboren in Jeruzalem ergens vóór 70 na Christus, een tijdgenoot van de apostelen, inclusief Paulus. Omdat het verboden was dat zijn naam mondeling werd gesproken onder de Joden, werd hij eenvoudigweg Aher genoemd, letterlijk ‘een ander’ of ‘een smerig ding’. Volgens de Talmoedische legende had Elisa Ben Abuyah een visioen van de hemel, waar hij een ander zag die op de troon zat naast Jahweh, die hij identificeerde als Metatron of de Engel van Jahweh.

… Aher … zag dat toestemming werd gegeven aan Metatron [de Engel van Yahweh] om te zitten en de verdiensten van Israël op te schrijven. Hij zei: “Er wordt geleerd als traditie dat er een hoog niemand zit … Misschien, God verhoede, er zijn twee krachten!” … Na zijn afvalligheid vroeg Aher R. Meir en zei tegen hem: “Wat is de waarheid? betekenis van het vers, ‘God had zelfs de een gemaakt als de ander’ “(Genesis 2:20)? Hij antwoordde: het betekent dat voor alles dat God schiep Hij [ook] haar tegenhanger schiep. Hij heeft bergen geschapen en heuvels gemaakt; Hij creëerde zeeën en creëerde rivieren. – Babylonische Talmud, Chagigah 15a

De Talmoed stelt dat Elisa in zijn visioen van de hemelen zag dat een groot wezen op de troon zat dat duidelijk niet de Allerhoogste God was. Dit wezen was niemand minder dan Metatron, de Engel van Yahweh, die ook bekend stond als het Woord onder hen die geloven in twee machten. Het Rabbijnse jodendom leerde nadrukkelijk dat er maar één in de hemel was die op een schitterende troon mocht zitten en dat was Jahweh Zelf. Rabbi Meir’s verklaring dat God tegenhangers voor alles creëerde, leidde ertoe dat Elisa concludeerde dat zijn visie betekende dat God een partner had die vergelijkbaar was met Hem, net als Adam. Toen Elisa deze visie en zijn interpretatie met zijn tijdgenoten deelde, werd hij afgewezen als een afvallige en gemeden in de Rabbijnse gemeenschap.

De Talmoed bevat veel verhalen en illustraties die waarschijnlijk meer fictie dan feit zijn en dit kan inderdaad het geval zijn met dit verhaal van Elisha Ben Abuyah. De kernpunten in deze passage zijn echter dat degenen die geloofden in twee machten geloofden dat Metatron samen met Yahweh in de hemel werd geplaatst. Bovendien bewijst het dat sommige bedrieglijke Rabbijnen werden bekeerd tot het geloofssysteem ondanks de strenge waarschuwingen van hun gelijken.

Het is duidelijk dat er twee tegengestelde geloofssystemen waren betreffende het belang en de aard van de bemiddelende sleutel van de OT tussen de farizeese Rabbijnen en de joodse voorstanders van twee machten. Onze taak als moderne gelovigen, zowel in Yeshua als in de inspiratie van de nieuwtestamentische teksten, is om te groeien

In het begin was het Woord en het Woord was bij God en het Woord was God. Hij was in het begin met God. Alle dingen zijn door Hem ontstaan en behalve Hem is er niets ontstaan dat is ontstaan. In Hem was leven en het leven was het licht van mensen. En het licht schijnt in de duisternis, en de duisternis begreep het niet ... Er was het ware licht dat, als het in de wereld komt, elke man verlicht. Hij was in de wereld en de wereld werd door Hem gemaakt en de wereld kende Hem niet. … en het Woord werd vlees en woonde onder ons, en wij zagen Zijn heerlijkheid, heerlijkheid als van de eniggeborene van de Vader, vol van genade en waarheid. … Niemand heeft ooit God gezien; de enige verwekte God, die in de schoot van de Vader is, heeft Hij Hem uitgelegd. Johannes 1: 1-5, 9-10, 14, 18

Hoewel de OT-teksten stellen dat Jahweh oog in oog stond met Adam en Eva, Abraham, Isaak, Jakob, Mozes, Gideon, Jesaja, Ezechiël en vele anderen, schreef Johannes in zijn proloog dat niemand ooit God heeft gezien. Zoals we uit verschillende OT-passages weten, werd de uitspraak van Johannes bevestigd, het was niet God die deze personages zagen en dat de Engel des Heeren God vertegenwoordigde. Nergens in deze passages is ergens een indicatie dat deze engel een soort hypostatische onpersoonlijke mensachtige projectie van Yahweh is.

Het idee van een hypostase zelf is ontstaan in de Griekse filosofie en ik betoog dat het de Rabbijnen waren die hun toevlucht namen tot het gebruik van een Grieks heidens concept van het Woord, en hun idee van hoe het monotheïsme begrepen moest worden rationaliseren. De OT-geschriften presenteren de Engel des Heren als een onafhankelijk wezen dat de macht heeft gedelegeerd om zonden te vergeven, zegeningen te geven en verbonden te sluiten namens de Allerhoogste God, Yahweh. Het enige andere personage uit de hele Bijbel dat dezelfde attributen draagt, is onze Messias, Yeshua.

De Engel van Yahweh werd genoemd in een verscheidenheid aan Intertestamentische Joodse teksten met namen als Yahoel, Wijsheid en bovenal het Woord.

Is het louter toeval dat de apostel Johannes ook de term Woord gebruikte om de al bestaande staat van de Messias te beschrijven, een begrip dat zijn Joodse publiek zeer goed kende? Het Woord dat Johannes in zijn hele evangelie presenteert, is geen personificatie, hij was en is een individuele entiteit voor Hemzelf. Yeshua zelf vertelde zijn tegenstanders keer op keer over Zijn al bestaande natuur, dat Hij van dezelfde soort was als Yahweh, en dat Hij het gezag had gedelegeerd om dingen te doen die voorheen slechts als binnen het bevel van Yahweh werden beschouwd.

Door de evangeliën heen:

Abraham, uw vader, verheugde zich er sterk op dat hij Mijn dag zou zien, en hij heeft die gezien en heeft zich verblijd. De Joden dan zeiden tegen Hem: U bent nog geen vijftig jaar en hebt U Abraham gezien? Yeshua zei tegen hen: Voorwaar, voorwaar, Ik zeg u: Vóór Abraham geboren was, ben Ik. Zij namen dan stenen op om ze op Hem te werpen. Maar Yeshua verborg Zich en ging de tempel uit; Hij ging midden tussen hen door en zo ging Hij weg”. (Johannes 8: 56-59)

De Farizeeën wilden Yeshua stenigen omdat Hij zei dat Hij één was met de Vader, een bewering die ze zo begrepen dat Hij zichzelf tot een God verklaarde (Johannes 10: 30-33; 19: 7) De Farizeeën beschuldigden Hem ervan Zichzelf tot God te maken omdat Hij, zoals de Engel van Yahweh, Zijn bekwaamheid toonde om zonden te vergeven (Marcus 2: 4-7) De Farizeeën begrepen de uitspraken van Yeshua dat God Zijn vader was in de zin dat Hij gelijk was of van dezelfde natuur als Yahweh (Johannes 5: 14-18).

Moeten we geloven dat deze conclusies die de Farizeeën bereikten, een reeks blunders waren, voortkomend uit eenvoudige misverstanden? Ik stel voor dat de Farizeeën zich in een veel hogere positie bevonden dan dat we precies moeten begrijpen wat de Messias bedoelde toen hij deze woorden sprak, vooral als het gaat om nuances van hun eigen moedertaal en concepten.

Het is naar mijn mening een ernstige fout om de Farizeeën als de Keystone Cops van de evangeliën te beschouwen. Deze mannen waren de vooraanstaande geleerden van hun tijd en omvatten onder hen Rabbijnen als Gamaliël, de directe discipelen van Hillel en Shammai, en vele andere geleerden die door moderne joden worden vereerd als de grootste joodse geesten aller tijden. Is het echt denkbaar dat de Messias gekruisigd werd als gevolg van de onjuiste indruk van de Farizeeërs dat Yeshua Zichzelf eerder heeft voorgedaan en van dezelfde aard heeft als Yahweh?

Het was de eigen verklaring van de Messias dat Hij de Tweede Macht was die tot Zijn kruisiging leidde.

En de hogepriester stond op en zei tegen hem: “Beantwoordt u niets? Wat getuigen deze mannen tegen u?” Maar Yeshua zweeg. En de hogepriester antwoordde en zei tegen hem: “Ik zet u onder ede door de levende God: vertel ons of u de Christus bent, de Zoon van God!” Yeshua zei tegen hem: “Het is zoals je zei, toch, zeg ik je, hierna zul je de Zoon des Mensen zien zitten aan de rechterhand van de Macht en komt op de wolken van de hemel.” … “Hij heeft godslastering gesproken! Wat hebben we nog meer nodig van getuigen? Kijk, nu hebt u Zijn godslastering gehoord!” Wat denkt u? “Ze antwoordden en zeiden: Hij verdient de dood.”. Mattheus 26:62 -66

Er zijn verschillende belangrijke punten waar we rekening mee moeten houden in dit vers:
• Eerst verwees de Messias naar Zichzelf als de Zoon des Mensen en verwees naar Zijn komst op de wolken van de hemel, een onbetwistbare verwijzing naar Daniël 7.
Zoals we eerder zagen, was Daniël 7 een fel betwiste passage onder de Rabbijnen en de voorstanders van de twee grootmachten geloofssysteem. De titel Zoon des mensen werd ook veelvuldig gebruikt in het boek 1Enoch dat we eerder hebben besproken, met het concept van een al bestaande goddelijke Messiaanse sleutel die de troon van Jahweh zou delen en Israëls vijanden zou verslaan door het gebruik van hemelse apocalyptische krachten.

• Ten tweede verwijst Yeshua naar Yahweh als de macht. Dit is de enige plaats in de NT-geschriften waarin God wordt aangeduid als de macht. De enige andere plaatsen die het kan vinden in de Schriften staan in de parallelle verslagen in Marcus en Lucas. Is het louter toeval dat Jesjoea hetzelfde woord gebruikt dat werd gebruikt om deze doctrine te identificeren die door de Rabbijnen als ketters wordt beschouwd?

• Ten derde zei de Messias dat Hij aan de rechterhand van God zou zitten. Dit stond centraal in de verklaring van de Rabbijnen dat het geloof in twee machten ketters was. Ze beweerden dat niemand in de hemel troonde, behalve God Zelf.

Yeshua’s verklaring dat Hij met Jahweh, de Kracht, in de hemel als de Zoon des Mensen op de troon zou worden geplaatst, betekende voor de Rabbijnen dat Hij Zichzelf tot de Tweede Macht verklaarde! Het bestuderen van deze passage in het licht van de Rabbijnse en Intertestarische geschriften laat geen twijfel over. De waanzinnige reactie van de Farizeeën op de verklaring van Yeshua om de Tweede Macht te zijn, resulteerde in de beschuldiging van godslastering en dat Hij geëxecuteerd moest worden. “Hij heeft godslastering gesproken! Welke verdere behoefte hebben we aan getuigen? Kijk, nu hebt u Zijn godslastering gehoord! Wat denk je? Ze antwoordden en zeiden: Hij verdient de dood.Mattheüs 26:62-66. De Schrift toont duidelijk dat de kruisiging van de Messias een resultaat was van de beschuldiging door de Rabbijnen over de blasfemie m.b.t. het twee machten geloof.

In de documenten van het Nieuwe Testament wordt Yeshua consequent gepresenteerd als het al bestaande Woord van God dat de naties zal slaan met het zwaard van zijn mond in de traditie van de apocalyptische en mystieke Joden die in twee machten in de hemel geloofden.

Conclusie

In de inleiding van deze presentatie hebben we twee fundamentele argumenten in de Doctrine van de Drie-eenheid besproken, namelijk dat de eerste-eeuwse Joden alleen een menselijke Messias verwachtten en dat het toeschrijven van goddelijke eigenschappen aan de Yeshua zoals pre-existentie een resultaat is van Grieks-filosofische invloed. Hoewel we alleen maar de oppervlakte hebben bekrast met de informatie die ik heb gedeeld, vind ik dat het bewijsmateriaal dat ik vandaag adequaat presenteerde, bewijst dat dit niet het geval was.

Yeshua wordt beschouwd als een goddelijke, preëxistente Messias die consistent is met de Joodse apocalyptische en mystieke Messiaanse verwachtingen die voorkomen in talloze Intertestamentale geschriften van het tweede-tempel Jodendom. Zoals we zagen, beeldde het boek van 1Henoch een Messias uit die zowel voorbestaan was als op de troon zat in de hemel samen met Yahweh. De betekenis van 1Henoch die in het NT zelf wordt geciteerd, levert zeer sterk bewijs dat de allereerste Joodse gelovigen bekend waren met deze overtuiging en deze onderschreven.

Het geloof dat Yeshua al bestond, het instrument waardoor Yahweh de werelden schiep, en de tussenpersoon tussen Yahweh en de mensheid, is consistent met de Joodse tradities van de bemiddelende sleutel die zij het Woord noemden. Zoals we in Philo en de Aramese Targums zagen, vond dit geloof zijn oorsprong in hun interpretatie van de OT-engel van Yahweh die zij beschouwden als zijnde op de troon gezet met Yahweh in de hemel. Johannes gebruik van de term Woord in zijn proloog en in Openbaring in het licht van zijn Joodse achtergrond laat zien dat hij Yeshua geloofde in de al bestaande tussenpersoon tussen de mens en de Allerhoogste God.

Tweede-tempel-Joden die geloofden in ofwel een al bestaande Messias troont samen met Jahweh of in een al bestaande mediatory-sleutel gebaseerd op de Engel van Jahweh, werden door de Rabbijnen beschouwd als tweestrijd-ketters voordat het christendom zelfs maar gegrond was. Deze geloofssystemen waren geworteld in de Joodse OT interpretatie, niet in Griekse filosofische invloeden.

Alle beschrijvingen in de Nieuw Testamentische epistels die verwijzen naar de goddelijke eigenschappen van Yeshua komen overeen met de kenmerken die in de tweede-tempel joodse traditie worden toegeschreven aan de verwachte goddelijke Messias en de al bestaande hemelse bemiddelaar.

Yeshua’s eigen getuigenis met betrekking tot Zijn pre-existentie en Zijn ondubbelzinnige aanspraak om de Tweede Macht te zijn, resulteerde in Zijn executie. Ik zou graag willen dat je bedenkt wat de waarschijnlijkheid is dat elke keer dat Jesjoea sprak over Zijn reeds bestaande goddelijke status dat deze vooraanstaande Rabbijnse geleerden weggingen en onjuiste conclusies trokken op basis van hun onvermogen om de nuances van hun eigen taal te begrijpen.

De Rabbijnen vergisten zich duidelijk niet in hun vermogen om de verklaringen van Yeshua met betrekking tot Zijn oorsprong te begrijpen. Hij werd gekruisigd om wie Hij was, de al bestaande Zoon van Jahweh, de Koning der Joden, en de zelfverklaarde Tweede Macht.

Het ontkennen van Zijn pre-existentie en het aannemen van een Unitaire geloofsleer is, naar mijn mening, vergelijkbaar met slingeren naar de andere kant van de spreekwoordelijke slinger. De uitspraken van de Messias met betrekking tot Zijn relatie van ondergeschiktheid aan de Vader in de evangeliën kunnen behoorlijk adequaat worden uitgelegd, terwijl ze toch een geloof in Zijn pre-existentie behouden. De unitaire positie is niet het enige alternatief om deze passages over de onderdanige positie van de Messias met de Vader te verzoenen.

… de Bijbel bestudeerd moet worden in het licht van zijn eigen context en vaak met de hulp van degenen wiens taak het is om over zijn achtergrond geïnformeerd te worden. – The Doctrine of the Trinity, Buzzard & Hunting, pp. 76-77

Ik ben het volledig eens met deze vermaning en smeek u om naar de Joodse achtergrond van de documenten uit het Nieuwe Testament te kijken, vooral met betrekking tot de aard van Yeshua. Er zijn een aantal boeken geschreven over dit onderwerp die ik u graag zou aanbevelen als u geïnteresseerd bent. Hoewel al deze informatie interessant en van grote waarde is, zou ik willen benadrukken dat ik niet geloof dat het een beurs vereist om te geloven in de positie van de Messias van de reeds bestaande tweede Macht, het vereist geloof en geloof in wat Yeshua duidelijk zegt vertelt over zijn eigen identiteit. 

Voorlopig einde van deze studie