Voedselwetten voor een christen?

Voedselwetten voor een christen?

Voedselwetten voor een christen? 480 360 VISFER

Wat ligt er op het bord van een christen, als die zich zou laten leiden door Gods Woord? Alleen het voedsel dat in Gods wet als rein wordt beschreven, stelt drs. E. Noordermeer.

De biologe realiseert zich dat ze met haar boek “De hemelse voedselbank” ingaat tegen de wijdverbreide opvatting onder christenen dat geloof en voedingspatroon los van elkaar staan. “Een God Die over onze schouder meekijkt als we onze boodschappenkarren vullen, of Die meekijkt in onze keuken – dat is toch een wat ongemakkelijke gedachte.”

Het boek combineert Noordermeers interesse voor voeding en haar belangstelling voor Gods Woord. “Al jong ben ik de Bijbel gaan lezen. Daar heb ik een honger naar.”

Haar biologische vakkennis gebruikt ze om aan het einde van het boek te motiveren waarom de spijswetten goed zijn voor mens en dier.

In “De hemelse voedselbank” behandelt de schrijfster teksten uit het Oude en het Nieuwe Testament die over voeding gaan. Daarbij heeft ze veel naslagwerken en Bijbelvertalingen gebruikt, schrijft ze in de inleiding. Toch komt dit in de tekst nauwelijks terug. Daardoor bekruipt de lezer gaandeweg nogal eens het gevoel: is dit nu Noordermeers persoonlijke mening, of delen meer theologen deze visie?

De menu’s die mens en dier na de schepping krijgen, overlappen elkaar niet, constateert Noordermeer. Beide eten weliswaar vegetarisch, maar de mens mag zich tegoed doen aan de zaden en de vruchten van planten en bomen, terwijl de dieren het groene gewas krijgen (Genesis 1:29, 30).

Na de zondeval krijgt de mens het vlees en het groene kruid erbij. In Genesis 9:3 zegt God tegen Noach: “Al wat zich roert, dat levend is, zij u tot spijze; Ik heb het u al gegeven, gelijk het groene kruid.” Noordermeer: “Veel christenen lezen in deze tekst dat de mens pas vanaf de zondvloed vlees gaat eten en dat in eerste instantie alle soorten vlees mochten worden gegeten. Maar zoals voor alle Bijbelteksten geldt, zijn ze onderdeel van een geheel en moet je naar de lijn van het verhaal kijken.”

Zo wijst ze erop dat Abel al koos voor het houden van een reine diersoort: het schaap. “Hij zal dit vlees ook hebben gegeten.” Verder krijgt Noach de opdracht om van alle reine dieren zeven paar mee te nemen in de ark en van alle onreine dieren één paar. “Noach wist dus wat rein en onrein was.”

Van de hele wetgeving die het volk Israël bij Sinaï krijgt, vormen de voedselwetten slechts een klein onderdeel. “De voorschriften, beschreven in Leviticus 11 en herhaald in Deuteronomium 14, zijn opvallend genoeg alleen vleeswetten. God zegt wel het een en ander over plantaardige voeding, maar er zijn geen reine en onreine planten.”

Bij de behandeling van de teksten uit het Nieuwe Testament wijst Noordermeer op het belang van kennis van de maatschappelijke context. “Jezus gaat in een conflict met de Farizeeën namelijk nooit in tegen de Thora zelf, maar tegen de door mensen toegevoegde wetten.” Als voorbeeld noemt ze de discussie over het eten met ongewassen handen, zoals vermeld in Mattheüs 15 en Markus 7.

Wie alleen Markus 7:19b leest, “En zo verklaarde Hij alle spijzen rein (NBG)”, zou al snel kunnen concluderen dat hij nu alles mag eten. Uit het gedeelte in Mattheüs blijkt echter dat Jezus hier kritiek uit op de regel van de Farizeeën om de handen te wassen voor het eten. Noordermeer: “De Thora zegt echter niets over het standaard handen wassen voor het eten. Voordat de priesters de tabernakel ingingen, moesten zij hun handen wassen (Exodus 30:19-21). Dit priesterlijk gebruik hadden de Farizeeën echter opgelegd aan het hele volk.”

Veel christenen leggen het visioen van Petrus in Handelingen 10 uit als het moment waarop God alle voedsel rein verklaart. “Vreemd, waarom zouden wij het anders uitleggen dan Petrus zelf?” vraagt Noordermeer zich af. “Het visioen brengt Petrus in verwarring. Hij kan zich niet voorstellen dat God hem opdraagt onreine dieren te gaan eten.” God verklaart uiteindelijk Zelf: “Hetgeen God gereinigd heeft, mag u niet voor gemeen (onheilig, HSV) houden!” Dan begrijpt Petrus dat God niet over voeding spreekt, maar over de heidenen. God verklaart hier geen voedsel rein, maar mensen.”

Al met al kunnen we op basis van het Nieuwe Testament niet stellen dat het onderscheid tussen reine en onreine dieren is afgeschaft, stelt Noordermeer. Het komt namelijk niet ter sprake; er wordt alleen geschreven over het eten van aan de afgoden geofferd vlees. “Joden die de Messias aannamen, veranderden hun voedingspatroon niet. De meest logische conclusie is dat de heidenen die zich bij de gemeente aansloten, zich gewoon aan de reine vleesgroepen hielden.”

De introductie van onrein voedsel zou terug te voeren zijn op de breuk tussen jodendom en christendom, die ontstond rond circa 130 na Christus. Het laatste Bijbelboek, Openbaring, was toen al op schrift gesteld. Noordermeer: “De hele canon is dus ontstaan onder de paraplu van het jodendom. Later ging de kerk zich bewust afzetten tegen haar joodse wortels. In plaats daarvan vergriekste de kerk.”

Maar wil dit alles zeggen dat christenen zich vandaag de dag weer aan de oudtestamentische voedselwetten moeten gaan houden? Noordermeer meent van wel. “God gaf Zijn wet niet om de mens lastig te vallen. De wet geeft leven aan wie zich daaraan houdt (Leviticus 18:5).”

Sommige wetten, zoals die voor de offerdienst, zijn met het verlossingswerk van Christus vervuld. Met de spijswetten ligt dat echter anders, stelt Noordermeer. “Vlees is vlees gebleven. Het sterven van Christus heeft geen invloed gehad op de eigenschappen daarvan. Als God de vleeswetten opnieuw zou geven in deze tijd, zouden ze niet anders zijn. Het varken zal nog steeds onrein zijn en het rund nog steeds rein.”

“De hemelse voedselbank”, E. Noordermeer; uitg. Merweboek, Sliedrecht, 2011; ISBN 978 90 578 7157 3; 184 blz.; € 16,90.

Preventieve geneeskunde

Tijdens en na de eerste wereldoorlog, zijn er grote sprongen vooruit gemaakt in de preventieve geneeskunde. De belangen van een voldoende en schone watervoorziening; het direct afvoeren van stoffen die tot ontbinding kunnen overgaan; persoonlijke hygiëne; de isolatie van hen die een besmettelijke ziekte hebben; een toereikend en passend dieet; en het vermijden van overbevolking werden erkend. Hedendaagse kennis op dit gebied is afgeleid van wetenschappelijke ontwikkelingen in slechts ongeveer de laatste 150 jaar.

Maar wist je dat er 3000 jaar geleden onder de Israëlieten een duidelijk omschreven en uniek systeem van volksgezondheid bestond?

De wetten die God aan Israël gaf hielden niet alleen godsdienstige verordeningen in, maar de wetten regelden elk aspect van het gemeenschapsleven; economisch, landbouwkundig, sociaal, enz. Dit hield wetten voor hygiëne, verzorging en dieet in, het zich er aan houden hield bescherming in tegen de bekende kwaadaardige ziektes die heersten in Egypte en die ze weer tegen zouden komen in het Beloofde Land.

Verontreiniging door dode lichamen (van dieren en mensen)

Voorzorgsmaatregelen hielden in, het wassen van een mens, of zijn kleding, huiden, houten vaten, enz., die met het lichaam in contact waren geweest en het breken van ieder aarden vat, waarvan we nu weten dat ze heel moeilijk te steriliseren zijn. In het bijzonder wordt melding gemaakt van de onreinheid van niet afgedekte vaten in de nabijheid van een dode. Dit was bedoeld om besmetting van de inhoud van de vaten door vliegen te vermijden, die zich op het lichaam hebben kunnen nestelen.

Besmettelijke ziektes

Diegenen die besmettelijke ziektes hadden, verbleven in isolatie buiten het kamp totdat ze door de priester genezen waren verklaard en kennelijk besmette kleding, meubels, enz., werden verbrand. De principes van het onder controle houden van besmettelijke ziektes werden in praktijk gebracht en de priester benadrukte maatregelen zoals isolatie, geregelde inspectie (door priester), quarantaine en desinfectie.

Reiniging na erg besmettelijke ziektes werd doorgevoerd, zelfs tot aan het afscheren van alle haren. Spullen waarvan men dacht dat ze besmet waren, werden grondig gewassen en indien van metaal door vuur gehaald, wat de toepassing van sterilisatie door hitte toont.

Wegdoen van afval, etc.

Er zijn wetten gegeven m.b.t. het begraven van uitwerpselen en het verbranden van ander organisch afval, buiten het kamp.

Wetten voor hygiëne

Er werden wetten gegeven voor PERSOONLIJKE hygiëne, in het bijzonder voor zulke gevallen als reiniging na de geboorte van een kind, enz..

Dieetregels

Voedsel werd geclassificeerd als “rein” of “onrein”, d.w.z. als geschikt of ongeschikt voor consumptie.

Vlees:

Geschikt: Dieren die zowel herkauwen als gespleten hoeven hebben; bijv. Runderen, schapen, geiten, herten – alle planteneters die van rein voedsel leven.
Zulke dieren hebben meer dan een maag, wat een reiniging van het voedingsmateriaal verzekert, voordat het wordt opgenomen.
Ongeschikt: 1. Varkens, hazen, enz. – aaseters; Varkensvlees heeft in voorgaande jaren een groot aantal ziektes en veel sterfgevallen veroorzaakt (door trichinosis, enz.)
2. Dieren met klauwen – vlees- en aaseters – bijv. Honden, katten, wolven, leeuwen, enz. Deze kunnen onderhevig zijn aan rabiës en andere ernstige overdraagbare ziektes.
3. Kruipende dieren – aaseters, bijv. Hagedissen, slangen, kameleon, schildpad.

Vis:

Geschikt: Alleen degene die zowel vinnen als schubben hebben – (er vallen geen giftige vissen in deze categorie).
Ongeschikt: Vlees- en aaseters: Haai, paling, enz. en ALLE schaaldieren.

Vogels:

Geschikt: Niet-vleeseters met een goed ontwikkeld spijsverteringssysteem, bijv. Kip, kalkoen, fazant, etc. en hun eieren.
Ongeschikt: Vlees- en aaseters: bijv. Arend, havik, gier, enz. EN HUN EIEREN.
Aaseters: Bijv. alle vogels met zwemvliezen, eend, gans, enz. EN HUN EIEREN. In het vlees van carnivoren kan een giftige stof worden aangetroffen, als gevolg van het eten van vlees.

Ongeschikt als voedsel:

Bloed: – Dit draagt ziektes over en bevat afvalstoffen.
Orgaanvlees: – nier, lever, enz.. (Bevat bloed).
Een dier dat uit zichzelf is gestorven: (Het is mogelijk besmet en bevat bloed)
Een dier dat in het veld door een wild beest is verscheurd: – (Mogelijk besmet door het wilde beest en het bevat bloed).

Van ieder dier wat gegeten wordt moet men het BLOED goed weg laten lopen. In het verleden waren orthodoxe Joden, die zich aan de voedselwetten hielden, in opmerkelijke mate vrij van ziektes zoals kanker. De bevindingen van de hedendaagse wetenschap getuigen van de principiële juistheid van Gods gezondheidswetten.

WAAROM JE LICHAAM VERGIFTIGEN MET ONGESCHIKT VLEES? Maar de wetten van aanbidding zijn vervuld in Jezus Christus en daarom niet langer van kracht, de NATIONALE wetgeving is nooit herroepen.

ALLEEN DAN, wanneer we als een volk ernaar terugkeren de HELE WET VAN GOD te gehoorzamen, waarvan de principes uiteengezet zijn in de Schrift, kunnen we hopen op gezondheid, geluk, vrede en voorspoed.