Wat is een profeet

Wat is een profeet, wat is profetie?

Een profeet is iemand die een boodschap van God ontvangt, waarna hij die boodschap, namens God, doorgeeft aan de mensen waar de boodschap voor bestemd is. Daarom begint een profeet zijn boodschap vaak met de woorden: “Zo zegt de Heere” (Zie b.v. 1 Samuel 2:27, Richteren 6:8. Het “zo zegt de Here” of soortgelijke uitdrukkingen komen we voortdurend in de bijbel tegen.).

Want wat hij spreekt is niet zijn eigen woord maar het woord van God. Een profeet is de spreekbuis van God. De mond van God. God sprak in (door, via) de profeten (Hebreeën 1:1). “en uw broeder Aaron zal uw profeet (uw woordvoerder) zijn (Exodus 7:1,2) (Toen God Mozes riep om het volk Israël uit Egypte te leiden bracht Mozes daar allerlei bezwaren tegen in. Een van zijn bezwaren was dat hij geen vlotte spreker was. In antwoord daarop stelde God zijn broer Aaron aan als zijn woordvoerder. Als de profeet van Mozes. Aaron sprak niet zijn eigen woorden en boodschap. Hij gaf (als een tussenpersoon) door wat Mozes hem gebood te zeggen. Zie: Exodus 4:10-17.2)” Een profeet is dus een tussenpersoon, een middelaar. Het is iemand die tussen God en het volk van God instaat. God en het volk hebben geen direct contact met elkaar. Ze communiceren met elkaar via de tussenpersoon van de profeet. Als God onder het Oude Verbond (in Israël) iets tegen zijn volk wilde zeggen (naast wat Hij reeds in b.v. de boeken van Mozes had gezegd), dan schakelde hij een profeet in. Andersom ging het volk ook naar een profeet als ze de Heer wilden raadplegen (1 Samuel 9:9). Een profeet werd onder Israël ook wel ziener of man Gods genoemd (1 Samuël 9:9). “Is er een woord van de Heer?” (Jeremia 37:17)

Profetie bestaat uit meer dat het, namens de Heer, voorzeggen van toekomstige gebeurtenissen. Als het volk Israël afweek van de wet van Mozes (van het verbond) dan stuurde God zijn profeten om het volk terug te roepen van hun dwaalwegen. De profeten waren in feite Gods “schaapshonden” die door de herder naar de schapen, die van het rechte (Bijbelse) spoor afdwaalden, werden gestuurd. Dat maakte hen niet populair. Dat blijkt b.v. uit de volgende woorden van de Here Jezus “Jeruzalem, Jeruzalem, dat de profeten doodt, en stenigt wie tot u gezonden zijn” (Mattheüs 23:37). (Profeten waren, in de ogen van het afdwalende volk, rustverstoorders. Alles gaat zo lekker, waarom moet die profeet nou weer zo negatief zijn. Hij verstoort de rust onder het volk. Laten we hem het zwijgen op leggen, die fanaticus).

Wie mag zich profeet noemen

Er zullen, in de huidige, christelijke wereld, mannen en vrouwen zijn, die zich profeten noemen of zich als profeten gedragen, maar die “mogelijk” valse profetieën uitspreken. In Matheüs 7:13-23 zegt Jezus o.a. “wacht u voor de valse profeten, die in schapenvacht tot u komen, maar van binnen zijn zij roofgierige wolven”. Deze goddelijke waarschuwing zal ook voor onze tijd zeker kunnen gelden.

Je wordt hier niet populair door

Aan populariteit geeft de Bijbel echter alleen aandacht in ongunstige zin. In Galaten 1:6-10 zegt Paulus: “Indien ik nog mensen trachtte te behagen, zou ik geen dienstknecht van Christus zijn”. Gods Woord schenkt meer aandacht aan de wijze waarop de christenen bouwen op het fundament Jezus Christus. Dit kan gebeuren met goud, zilver, kostbaar gesteente, hout, hooi of stro. Ieders werk zal aan het licht komen, als Hij met vuur verschijnt (1Corinthe 3:10-23). Moge ons werk niet van de brandbare materialen hout, hooi of stro, maar van goud, zilver of kostbaar gesteente blijken te zijn bij zijn komst.

In de Bijbel worden veel profeten genoemd.

Mozes was een leider, zo niet de grootste leider en profeet van Israël in het Oude Testament. “Zoals Mozes, dien de Here gekend heeft van aangezicht tot aangezicht, is er in Israël geen profeet meer opgestaan (Deuteronomium. 34:1-12). Toen Mirjam en Aäron in opstand kwamen tegen zijn leiding, greep God zelf in (Numerie12:1-16). Van hem wordt in vers drie gezegd: Mozes nu was een zeer zachtmoedig man meer dan enig mens op aarde.

Paulus een apostel en profeet van het Nieuwe Testament was een nederig man. Zijn geleerdheid en zijn afkomst noemde hij vuilnis en hij ging er niet prat op. Dit om maar meer deel te hebben aan Christus (Filippenzen 3:18).

De Here Jezus Christus was ook profeet toen Hij op aarde was. Hij is wel het grootste voorbeeld om mee te vergelijken. Als Jezus Jeruzalem binnengaat op de dag voor Pasen, huurt hij geen wagen, getrokken door paarden. Ook maakt Hij geen gebruik van een stoet kamelen voor Zichzelf en zijn discipelen. Neen, Jezus Christus, de grootste profeet, leent een ezel en rijdt zo Jeruzalem binnen. Zijn discipelen, de latere apostelen en profeten moesten lopen. “Zie uw koning komt tot u, zachtmoedig en rijdend op een ezel” (Mattheüs 21:1-11).

Jezus weigerde in de publiciteit te komen als Hij wonderen verricht had. In tegendeel, Hij verbood de mensen om er met iemand over te praten (bv. Mattheüs 12:16) en Hij trok zich terug van de menigte.

Johannes de meest geliefde discipel van Jezus liep hierdoor niet naast zijn schoenen van trots. Neen, hij staat bekend als de apostel van de liefde. Uit zijn evangelie en zijn brieven spreekt een liefde en een zachtmoedigheid, die ook Jezus’ leven kenmerkten. Ook als Johannes gebruikt wordt als profeet om het boek Openbaring te schrijven, spreekt daar niet een over het paard getilde man, maar een nederig dienstknecht. Zijn aanhef luidt: “Openbaring van Jezus Christus, welke God Hem gegeven heeft om aan zijn dienstknechten te tonen,….., welke Hij door de zending van zijn engel aan zijn dienstknecht Johannes te kennen heeft gegeven” (Openbaringen 1:1).

Van Jezus wordt gezegd : “Hij zal niet twisten of schreeuwen en niemand zal op de pleinen zijn stem horen. Het geknakte riet zal Hij niet verbreken en de walmende vlaspit zal Hij niet uitdoven”. (Mattheüs 12:15-21). Jezus ging tijdens de rondwandeling op aarde zeer rustig en tactvol te werk. Op een andere plaats in de Bijbel zegt Hij het volgende “neemt mijn juk op u en leert van Mij, want Ik ben zachtmoedig en nederig van hart” (Mattheüs 11:29). Dit waren de eigenschappen van Jezus en de andere apostelen en profeten in de Bijbel.

Als men zich profeet wil noemen of genoemd wil worden, kan dit alleen zoals de Bijbelse profeten Micha, Habakuk, Zefanja en andere dit deden. De meeste hiervan hebben gebrek geleden, zijn versmaad en gedood, omdat zij de omstanders vertelden van hun zondige staat en van de weg om terug te keren tot God.

De profeten waren geen leiders.

Ze hadden geen verantwoordelijkheid voor de tempel, voor de aanbidding, voor de organisatie van de religie. Ze hadden geen politieke macht, hoorden niet bij een partij, waren niet georganiseerd, hadden geen priesterlijke of herderlijke functie. Zij namen geen deel aan het zakelijke leven, ook hadden ze geen bestuursbevoegdheid. Ze waren alleen dienaren van de levende God. Hun taak was bekend te maken wat Hij tot het volk sprak.

Dwars door de bediening van de profeten loopt een diepe ondertoon van mededogen. Zij kenden God als een liefdevolle God, vol mededogen en overstromend van Zijn liefde.

Elke profeet wordt vals beschuldigd

Het is niets nieuws, want ook de Schriftgeleerden in de tijd van Jezus Christus riepen dat Jezus een valse profeet en een dwaalleraar was. De apostelen, die vol vuur Jezus Christus dienden, werden te vuur en te zwaard vervolgd door de godsdienstige leiders van hun tijd. Het is kenmerkend voor iedereen die toegewijd Jezus Christus dient, dat ze vals beschuldigd zullen worden door de godsdienstige orde van hun tijd.

De Schriftgeleerde Saulus deed alles wat hij kon om de volgelingen van Jezus Christus te doden en meende dat hij daarmee God diende.
Saulus was ervan overtuigd dat de eerste christenen een valse profeet volgden en dat het christelijk geloof een dwaalleer was. Maar hij was zelf ernstig misleid. Mensen die een geestelijke verblinding hebben, zullen altijd diegenen die in de waarheid wandelen ervan beschuldigen dat zij misleid zijn. En elke valse profeet zal ware profeten ervan beschuldigen dat zij vals zijn. Dat iemand over een ander zegt dat hij een valse profeet is, wil dus niets zeggen.

Betekenis en oorsprong

Het Griekse woord prophèteuo betekent voorspellen, orakelspreuken verkondigen of profeteren. Het is een heel neutrale term blijkens de etymologie van het woord: hij duidt enkel aan dat de persoon spreekt in naam van (of in de plaats van (= προ)). Een profeet (of profetes) spreekt de boodschap uit die hij op het spreekmoment zelf verkrijgt. Ook kan de profeet na het contact met de godheid verslag uitbrengen van wat hem door die godheid is opgedragen te zeggen aan de (geloofs)gemeenschap. Uit de aard der zaak verwijst zo’n boodschap (vaak vermanend) naar verkeerde daden in het verleden, zegt wat er bijgevolg te doen staat en voorspelt wat er zal gebeuren als er niet gehandeld wordt zoals de godheid opdraagt via zijn profeet.

Het woord is in de Germaanse talen terechtgekomen via vertalingen van de Bijbel. Er was voor dit woord geen alternatief, dus nam men klank en woordbeeld uit het Grieks over. In de Septuaginta, de Griekse vertaling van de Hebreeuwse Tenach, wordt het woord profeet gebruikt voor het Hebreeuwse navie (noen-beet-jod-alef), dat zoiets als “wij zullen brengen” betekent. Ook in het Nieuwe Testament wordt het Griekse woord profeet gebruikt, waarbij men de praktijk van de nevi’iem (meervoud van navie) in gedachten heeft.

Profeten komen al in oude geschriften voor. Kleitabletten die gevonden zijn in Mari in Mesopotamië spreken van “antwoordgevers” of “extatici” die boodschappen van de goden aan de koningen doorgaven. Profeten stonden in relatie tot de heersende godsdienst. Ze werkten naast de priesters, of waren tegelijk profeet en priester zoals de Pythia van Delphi.

In drie wereldgodsdiensten spreekt men van profeten: het christendom, het jodendomen de islam. Omdat het Abrahamitische religies zijn of openbaringsgodsdiensten vindt men overlapping: deze drie godsdiensten kennen enkele gemeenschappelijke profeten zoals de profeten Elia en Mozes.

Gave van Profetie

De gave van de profetie is potentieel voor iedere gelovige beschikbaar. Met Pinksteren is immers de profetie van Joël in vervulling gegaan en is de Geest uitgestort op alle vlees. Daardoor zullen de zonen en dochters van de gelovigen profeteren, samen met de dienstknechten en de dienstmaagden. Met de ouden zullen de jongelingen gezichten zien en dromen dromen. Toch blijkt uit 1 Korinthe12:10 dat niet iedereen de gave van de profetie ontvangt. Dit lijkt in tegenspraak met wat we lezen in 1 Korinthe 14:31 waar Paulus zegt “Want gij kunt allen een voor een profeteren, opdat allen lering en allen opwekking erdoor ontvangen”. Betekent dit niet dat allen kunnen profeteren? Het gaat hem er om dat allen een voor een kunnen profeteren. M.a.w. het gaat hier om een ordevoorschrift, niet om een beschrijving van de reikwijdte van de gave van de profetie.

Betekent dit nu dat gelovigen maar moeten afwachten of ze een bepaalde gave ontvangen? Of hebben ze daar ook invloed op?
Wie 1 Korinthe 12:11 leest krijgt de indruk dat de gelovigen helemaal afhankelijk zijn van de vrije keus van de Geest. Hij deelt immers aan ieder uit zoals Hij wil. Toch is hiermee niet alles gezegd. We lezen immers ook van een opdracht om de grotere gaven te zoeken, in het bijzonder de gave van de profetie (1 Korinthe 12:31; 14:1,39). Uit het feit dat iemand ook kan bidden voor de gave om tongen uit te leggen
(
1 Korinthe 14:13) is het dus ook mogelijk is te bidden om de gave van profetie.

Wie geen openbaring ontvangen heeft, kan ook niet profeteren. Maar het kan voorkomen dat iemand twijfelt òf hij van God een openbaring heeft ontvangen. In zo’n geval moet hij aangemoedigd worden deze door te geven. De aanwezigheid van volwassen leden van de gemeente vormt dan een voldoende beveiliging om de foute elementen in een profetie aan te wijzen.

Er kan dan gesproken worden in de term van Ik meen te verstaan.

God bevestigt het woord van de ware profeten

  • “liet geen van zijn woorden ter aarde vallen” (1 Samuël 3:19)
  • “dan heeft de Here niet tot mij gesproken” (1 Koningen 22:17-18,26-28,34-35)
  • “kies een teken” (Jesaja 7:11)
  • “opdat zij weten dat er een profeet in hun midden is” (Ezechiël 2:5 en 33:33)
  • “die dan ook gekomen is” (Handelingen 11:28)
  • Het altaar spleet, de arm verstarde (1 Koningen 13:1-6).

Door via de profeten tekenen te verrichten of door de voorzeggingen van de profeten uit te laten komen bevestigde God dat de profeten werkelijk namens Hem spraken (Deuteronomium 18:21,22).

Profetie kan uit drie bronnen voortkomen: de Heilige Geest, het eigen hart of uit demonische bron. Daarom moet profetie getoetst worden
(1 Thessalonisenzen 5:20,21).

Profetie kan ook uit demonische bron voortkomen. In feite is waarzeggerij de satanische namaak van de echte profetie.
Zie b.v. Handelingen 16:16. De slavin had een waarzeggende geest. Dat is een de toekomst voorspellende, en een allerlei verborgen informatie openbarende, geest. Satan kan zich zelfs voordoen als een engel des lichts (2 Korinthe 11:14). Het is mogelijk dat christenen, die nog occult gebonden zijn, denken dat ze de gave van profetie hebben, terwijl het in feite een waarzeggende geest is die zich voordoet als de heilige Geest.

Hoe onderscheiden we tussen valse en ware profetie?
In het Oude Testament worden twee criteria gegeven waaraan de Israëlieten de profeten moesten toetsen.

  • Het kwam uit wat de profeet had aangekondigd. (Deuteronomium 18:21-22).
    Als niet uitkwam wat de profeet had voorzegd, dan wist je dat je met een valse profeet te doen had. Als wel uitkwam wat de profeet had voorzegd dan wist je nog niet zeker of het een ware profeet was omdat nog aan een tweede criterium voldaan moest worden.
    Een ware profeet moest een 100 % score hebben in zijn voorzeggingen. Anders moest hij, ontmaskerd als een valse profeet, gestenigd worden (
    Deuteronomium 18:20).
  • Riep hij niet op tot afval van de Heer (Deuteronomium 13:1-5).
    Hij moest ook geen afval van de Here leren. Riep de profeet niet op tot dingen die tegen het geschreven woord van God (de wet, de tien geboden) ingingen? Als hij dat deed dan was het duidelijk dat het een valse profeet was, ook als was uitgekomen wat hij voorzegd had. Zo’n valse profeet moest sterven (
    :5). Dit zijn de twee criteria die het Oude Testament geeft.

Profetie in het Nieuwe Testament

Een geestesgave: Efeze 4:11 en 1 Korinthe 12:10

Een nieuwtestamentische profeet in actie – Agabus
Handelingen 11:28,29,30. – Agabus voorzegde dat er een hongersnood zou komen. Dat was nuttige informatie, want daardoor konden de christenen in Antiochie op tijd maatregelen nemen om de arme christenen in Judea in de komende hongersnood te hulp te komen. Er werd een collecte gehouden en opgestuurd zodat er voedsel gekocht kon worden. Door de profetie konden ze anticiperen op wat komen ging.

Handelingen 21:10,11. Agabus voorzegde dat Paulus in gevangenschap zou raken als hij naar Jeruzalem zou gaan. Dit zou gebeuren, maar Paulus ging toch, want hij ging naar Jeruzalem omdat hij “gebonden door de Geest” (innerlijke leiding van God, Hand. 20:22) was om dat te doen. De Geest van God waarschuwde hem en de andere christenen wel van tevoren voor wat ging komen, onder meer via Agabus. Waarschijn¬lijk ter voorbereiding, ongeveer zoals de Here Jezus vroeger ook met zijn discipe¬len had gedaan (Zie, Johannes 16:1-4). De Geest van God had Paulus reeds meerdere keren gewaarschuwd voor wat komen ging. “de Geest betuigt mij van stad tot stad” (Handelingen 20:23).

Agabus was blijkbaar een bekende en door God bevestigde profeet. Dat kunnen we b.v. opmaken uit het feit dat de grote gemeente van Antiochie direct in actie kwam na dit profetenwoord van Agabus. Dat laat zien dat ze een groot vertrouwen in zijn profetische bediening hadden. Waarschijnlijk was dat omdat God de woorden van Agabus “nooit ter aarde liet vallen.” Er gebeurde blijkbaar altijd wat Agabus namens God aankondigde.

Let op de formule waarmee Agabus deze profetie aankondigde: “Dit zegt de Heilige Geest ….”

Dromen, visioenen, boodschappen van engelen

Voor boodschappen van God die worden ontvangen door dromen, engelverschijningen, directe godswoorden en ingevingen, visioenen en beelden geldt hetzelfde als voor profetie in engere zin. Het toetsen van profetie blijft ook hierbij volledig van toepassing.
God kan langs deze weg zijn kinderen ook nu nog leiden, maar dat zijn uitzonderingen, het is niet de normale gang van zaken. God leidt ons via de innerlijke leiding van Gods Geest (de zachte drang of weerhouding van zijn Geest op onze geest), de instructies uit de bijbel, en zijn besturing van de omstandigheden.

 

Voorlopige eindconclusie

Een profetisch woord is altijd een vermenging. 1 Corinthe 14:31 “u kunt ieder op uw beurt profeteren, zodat ieder van u kan worden onderwezen en bemoedigd”. 1 Corinthe 13:9 “ons profeteren is beperkt”

De Bijbel maakt hier en op andere plaatsen duidelijk dat elke christen indrukken van God kan ontvangen ter bemoediging van een ander. Maar dat het doorgeven van deze indrukken nooit volmaakt is. Er zit namelijk altijd wel een menselijk (persoonlijk) element
Openbaringen 19:10 – “want het getuigenis van Yeshua is de geest van de profetie”; het hart van God moet altijd de kern van het profetisch spreken zijn. Het is het communiceren van Yeshua’ hart over iemand of een situatie. En Gods hart is altijd liefde, biedt altijd hoop en bouwt geloof.

  • Het is een (her-)introduceren (binnenleiden) bij God, een wegwijzing naar zijn Woord;
  • Het (opnieuw) aanwakkeren van een leven voor God in de ander;
  • Het planten van het zaad van hoop;
  • Het bevestigt het besef en geloof dat God met je betrokken is;
  • Maar ook het aanreiken van specifieke sleutels van God;
  • Corrigerend, sturend, wijzend op zonde e.d.