Wat wij (niet) voor elkaar moeten doen

Wat wij (niet) voor elkaar moeten doen

Wat wij (niet) voor elkaar moeten doen 230 219 VISFER
Hoe wij als geroepenen elkaar zouden moeten behandelen

1 Petrus 4: 9
“Wees gastvrij voor elkaar, zonder morren”.

Kolossenzen 3:13
“Verdraag elkaar en vergeef de een de ander, als iemand tegen iemand anders een klacht heeft; zoals ook Christus u vergeven heeft, zo moet ook u doen”.

Filippenzen 2: 3
“Doe niets uit eigenbelang of eigendunk, maar laat in nederigheid de een de ander voortreffelijker achten dan zichzelf”.

Efeziërs 5:21
“Wees elkaar onderdanig in de vreze Gods”.

Romeinen 15:14
“Nu ben ik ervan overtuigd, mijn broeders – ook ikzelf met het oog op u – dat u zelf ook vol bent van goedheid, vervuld met alle kennis, in staat ook elkaar terecht te wijzen”.

Efeziërs 4: 1-6
Zo roep ik, de gevangene in de Heere, u op tot een wandel die de roeping waarmee u geroepen bent, waardig is, in alle nederigheid en zachtmoedigheid, met geduld, door elkaar in liefde te verdragen, en u te beijveren om de eenheid van de Geest te bewaren door de band van de vrede: één lichaam en één Geest, zoals u ook geroepen bent tot één hoop van uw roeping, één Heere, één geloof, één doop, één God en Vader van allen, Die boven allen en door allen en in u allen is”.

Efeziërs 4:31-32
“Laat alle bitterheid, woede, toorn, geschreeuw en laster van u weggenomen worden, met alle slechtheid, maar wees ten opzichte van elkaar vriendelijk en barmhartig, en vergeef elkaar, zoals ook God in Christus u vergeven heeft”.

Romeinen 15: 5-6
“En de God van de volharding en van de vertroosting moge u geven onderling eensgezind te zijn in overeenstemming met Christus Jezus, opdat u eensgezind, met één mond, de God en Vader van onze Heere Jezus Christus verheerlijkt”.

Romeinen 12:10
“Heb elkaar hartelijk lief met broederlijke liefde. Ga elkaar voor in eerbetoon”.

1 Johannes 1: 7
“Maar als wij in het licht wandelen, zoals Hij in het licht is, hebben wij gemeenschap met elkaar, en het bloed van Jezus Christus, Zijn Zoon, reinigt ons van alle zonde”.

1 Petrus 5: 5
“Evenzo, jongeren, wees aan de ouderen onderdanig; en wees allen elkaar onderdanig. Wees met nederigheid bekleed, want God keert Zich tegen de hoogmoedigen, maar de nederigen geeft Hij genade.”

Hebreeën 10:24
“En laten wij op elkaar letten door elkaar aan te vuren tot liefde en goede werken”.

Galaten 6: 2
“Draag elkaars lasten, en vervul zo de wet van Christus”.

Jakobus 5:16
“Belijd elkaar de overtredingen en bid voor elkaar, opdat u gezond wordt. Een krachtig gebed van een rechtvaardige brengt veel tot stand”.

1 Thessalonicenzen 5:11
Bemoedig elkaar daarom, en bouw de één de ander op, zoals u trouwens al doet”.

Galaten 5:13
“Want u bent tot vrijheid geroepen, broeders, alleen niet tot die vrijheid die aanleiding geeft aan het vlees; maar dien elkaar door de liefde”.

Mark 9:50
“Het zout is goed, maar als het zout zoutloos wordt, waarmee zult u het smakelijk maken? Heb zout in uzelf en leef met elkaar in vrede.”

1 Thessalonicenzen 4:18
“Zo dan, troost elkaar met deze woorden”. (De opstanding bij Christus’ wederkomst)

Romeinen 12: 4-5
Want zoals wij in één lichaam vele leden hebben en de leden niet alle dezelfde functie hebben, zo zijn wij, hoewel velen, één lichaam in Christus, maar ieder afzonderlijk leden van elkaar”.

Romeinen 13: 8
“Wees niemand iets schuldig dan elkaar lief te hebben; want wie de ander liefheeft, heeft de wet vervuld”.

Hoe wij als geroepenen elkaar niet zouden moeten behandelen 

Galaten 5:26
“Laten wij geen mensen met eigendunk worden, elkaar niet uitdagen en benijden”.

Romeinen 14:13
“Laten wij dan niet langer elkaar oordelen, maar oordeel liever dit: de broeder geen aanstoot of oorzaak tot struikelen te geven”.

Jakobus 5: 9
“Zucht niet tegen elkaar, broeders, opdat u niet veroordeeld wordt. Zie, de Rechter staat voor de deur”.

Jakobus 4:11
“Broeders, spreek geen kwaad van elkaar. Wie van zijn broeder kwaadspreekt en over zijn broeder oordeelt, spreekt kwaad over de wet en oordeelt over de wet. Als u over de wet oordeelt, bent u geen dader van de wet, maar een rechter”.

Kolossenzen 3: 9

“Lieg niet tegen elkaar, aangezien u de oude mens met zijn daden uitgetrokken hebt, en de nieuwe mens aangetrokken hebt, die vernieuwd wordt tot kennis, overeenkomstig het beeld van Hem Die hem geschapen heeft.