Yirat Adonai

Yirat Adonai

Yirat Adonai 327 126 VISFER

Yirat Adonai – De vreze des Heren is het begin van wijsheid.

Dat is een goed begrip hebben van alles wat er gezegd wordt in het doen zijn geboden:

De vreze des HEEREN is het beginsel van wijsheid, allen die ernaar handelen, hebben een goed inzicht, Zijn lof houdt voor eeuwig stand. (Psalm 111:10 HSV).

De “vreze des Heren” (Yirat Adonai) Duidt niet op een God waar je voor moet terugdeinzen maar een eerbiedig ontzag voor de glorie van zijn aanwezigheid als hij zich dagelijks betrokken wil zijn in ons leven.

Het is een vorm van toewijding, een bewustzijn van de heiligheid en het mysterie van de ontvangende leven van de levende God (El Chai) zelf en in wezen gebaseerd op dankbaarheid aan God voor dit geweldige geschenk.

Een dergelijke houding van toewijding levert wijsheid (chokhmah) en is een gevolg van “het beoefenen van de aanwezigheid” van de Heer in ons dagelijks leven. Zoals Jacobus ons vertelt, deze wijsheid is ” is ten eerste rein, vervolgens vreedzaam, welwillend, voor rede vatbaar, vol barmhartigheid en goede vruchten, onpartijdig en ongeveinsd.” (zie Jacobus 3:17).

Chai (Hebreeuws: חַי “living” ḥay) is een Hebreeuws woord dat prominent aanwezig is in de moderne Joodse cultuur; de Hebreeuwse letters van het woord worden vaak gebruikt als een visueel symbool.

Joodse commentaren geven een bijzonder lange opsomming m.b.t.  bepaalde verzen in de Torah met het woord “chai” als het centrale thema. Drie voorbeelden zijn:
Leviticus 18:5 וָחַי בָּהֶם ‘Chai Bahem’, Mijn verordeningen en Mijn bepalingen moet u in acht nemen.  De mens die ze houdt, zal erdoor leven. Ik ben de HEERE..
Deuteronomium 30:15,16 רְאֵה נָתַתִּי לְפָנֶיךָ הַיּוֹם אֶת-הַחַיִּים וְאֶת-הַטּוֹב, וְאֶת-הַמָּוֶת, וְאֶת-הָרָע. ” Zie, ik heb u heden het leven en het goede voorgehouden, maar ook de dood en het kwade. Want ik gebied u heden de HEERE, uw God, lief te hebben, in Zijn wegen te gaan en Zijn geboden, Zijn verordeningen en Zijn bepalingen in acht te nemen. Dan zult u leven en talrijk worden, en zal de HEERE, uw God, u zegenen in het land waar u naartoe gaat om het in bezit te nemen.
Het Shema gebed (centrale Joodse gebed) spreekt ook van het belang van “chai”, voor het dagelijkse leven in de Joodse levenswijze.

Het woord is samengesteld uit twee letters van het Hebreeuwse alfabet – Chet (ח) en Yod (י), en vormen samen het woord “chai”, wat betekent “leven”, of “levend”. De meest voorkomende spelling in het Latijn is “Chai”, maar het woord is soms ook gespeld “Hai”. De gebruikelijke moderne uitspraak van dit woord is [xai̯], terwijl de Bijbelse uitspraak waarschijnlijk [ħai̯] (een medeklinker die wordt gearticuleerd met de achterkant van de tong tegen de huig).

De Chai is één van de meest herkenbare en traditionele Joodse sieraden stijl. Het is een Hebreeuws woord dat “leven” of “alive” en de symboliek betekent de hoeksteen onder Joodse decoratieve motivatie.

Genesis 2:7 Toen vormde de HEERE God de mens uit het stof van de aardbodem en blies de levensadem (adem van leven) in zijn neusgaten; zo werd de mens  tot een levend wezen.

Genesis 2:9 En de HEERE God liet allerlei bomen uit de aardbodem opkomen, begerenswaardig om te zien en goed om van te eten; ook de boom des levens (van het leven), in het midden van de hof, en de boom van de kennis van goed en kwaad.

Genesis 6:17 En Ik, zie, Ik ga een watervloed over de aarde brengen om alle vlees waarin een levensgeest (geest van leven) is, van onder de hemel te gronde te richten; alles wat op de aarde is, zal de geest geven.

Enz. enz.

De arm van de Heer

Machtig en sterk is de hand van onze God en Vader, de hand van onze grote en goede Herder. Maar hetzelfde geldt ook voor Gods arm. Zoals Zijn hand is ook Zijn sterke arm openbaar geworden bij de verlossing van Zijn volk. Telkens weer lezen wij dat Hij het verlost heeft ‘door een uitgestrekte arm’

Exodus 6:5 Zeg daarom tegen de Israëlieten: Ik ben de HEERE. Ik zal u uitleiden van onder de dwangarbeid van de Egyptenaren. Ik zal u redden uit hun slavernij en u verlossen door een uitgestrekte arm en door zware strafgerichten.

Deuteronomium 4:34 Of heeft God ooit getracht om voor Zich een volk uit het midden van een ander volk weg te halen, met beproevingen, met tekenen, met wonderen en met strijd, met sterke hand, met uitgestrekte arm en met grote ontzagwekkende daden, zoals de HEERE, uw God, dat alles met u in Egypte voor uw ogen gedaan heeft?

Deuteronomium 5:15 Want u zult in gedachten houden dat u slaaf geweest bent in het land Egypte en dat de HEERE, uw God, u vandaar uitgeleid heeft met sterke hand en uitgestrekte arm. Daarom heeft de HEERE, uw God, u geboden de dag van de sabbat te houden.

Psalm 136:12 zegt: Hij heeft Israël uit Egypte weggeleid ‘met een sterke hand, en met een uitgestrekte arm’ en de psalmist prijst Hem vervolgens met de woorden: ‘… want Zijn goedertierenheid is voor eeuwig’.

Psalm 44:4 spreekt het volgende: Want zij hebben het land niet door hun zwaard in bezit genomen en hún arm heeft hun geen verlossing gegeven, maar Uw rechterhand, Uw arm en het licht van Uw aangezicht, omdat U hun goedgezind was.

Psalm 89:11,14 …U hebt Uw vijanden verstrooid met Uw sterke arm.
U hebt een arm met macht, Uw hand is sterk, Uw rechterhand verheven.

Jesaja 53 Wie heeft onze prediking geloofd, en aan wie is de arm van de HEERE geopenbaard?

Johannes 12:38 …opdat het woord van de profeet Jesaja vervuld werd dat hij gesproken heeft: Heere, wie heeft onze prediking geloofd en aan wie is de arm van de Heere geopenbaard?

Gods oog is op ons gericht; Gods oor is naar ons toegewend om ons te horen; Gods hand is bereid ons te helpen, en Gods eeuwige armen dragen en ondersteunen ons!